Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:8627

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
27-10-2016
Datum publicatie
27-10-2016
Zaaknummer
21-000657-16
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2016:778, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren ter zake van (onder meer) medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving en medeplegen van poging tot diefstal met geweld. Beroep op bewijsuitsluiting verworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-000657-16

Uitspraak d.d.: 27 oktober 2016

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 26 januari 2016 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 05-881648-14 en 05-780098-15, tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1994] ,

thans verblijvende in [detentieadres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 13 oktober 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ten aanzien van het feit in de zaak met parketnummer 05-780098-15 en de feiten 1 subsidiair, 2, 3, 4 en 5 in de zaak met parketnummer 05-881648-14 tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren met aftrek. Voorts vordert de advocaat-generaal (gedeeltelijke) toewijzingen van de vorderingen van de benadeelde partijen. De vordering van de advocaat-generaal is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. J.P. Plasman, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt. Het hof zal daarom opnieuw recht doen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg- tenlastegelegd dat:

in de zaak met parketnummer 05-780098-15 (gevoegd):

hij op of omstreeks 24 oktober 2014 te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [benadeelde 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, hierin bestaande dat verdachte en/of zijn mededader(s) die [benadeelde 1] , in de woning van haar zus aan de [adres] , hebben/heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of, onder bedreiging van een pistool, althans een wapen, hebben/heeft laten plaatsnemen op een bank en/of hebben/heeft belet genoemde woning te verlaten en/of (vervolgens) hebben/heeft vastgepakt en/of meegenomen naar buiten in de richting van haar woning aan de [adres] .

in de zaak met parketnummer 05-881648-14:

1. primair:
hij op of omstreeks 24 oktober 2014, te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk één of meer personen, genaamd [benadeelde 2] , wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, met het oogmerk (een) ander(en), te weten [benadeelde 1] te dwingen iets te doen of niet te doen, immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [benadeelde 2] vastgepakt en/of vastgehouden en/of onder bedreiging van een pistool, althans een wapen, in een auto geduwd en/of meegenomen naar haar woning aan de [adres] en/of gedwongen om haar zuster [benadeelde 1] te bellen en te zeggen dat die moest komen naar die woning aan de [adres] , teneinde die [benadeelde 1] te laten vertellen waar het geld (van [benadeelde 2] ) was;

1. subsidiair:
hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 24 oktober 2014, te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

a. a) opzettelijk [benadeelde 2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft hij verdachte en/of zijn mededader(s) die [benadeelde 2] vastgepakt en/of vastgehouden en/of onder bedreiging van een pistool, althans een wapen, in een auto geduwd en/of in die auto meegenomen naar haar woning aan de [adres] en aldaar haar vastgehouden en/of haar (vervolgens) meegenomen naar de bovenetage en aldaar haar op bed vastgebonden aan handen en/of voeten.


2:
hij op of omstreeks 24 oktober 2014, te Nijmegen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2] en/of [benadeelde 1] en/of [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 2] en/of [benadeelde 1] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, met bivakmutsen op hun hoofd(en), die [benadeelde 2] heeft/hebben meegenomen naar een woning aan de [adres] en/of die [benadeelde 2] heeft/hebben gedwongen de deur van haar woning te openen en/of heeft/hebben gevraagd naar geld en/of die [benadeelde 2] heeft/hebben gedwongen om haar zus [benadeelde 1] te bellen en te laten zeggen dat ze dringend naar de [adres] moest komen en/of (vervolgens) toen die [benadeelde 1] was gearriveerd, haar heeft/hebben laten plaatsnemen op de bank en/of die [benadeelde 2] heeft/hebben meegenomen naar boven en/of die [benadeelde 2] aan handen en/of voeten heeft/hebben vastgebonden en/of een (vuur)wapen heeft/hebben gericht op die [benadeelde 1] en/of op dwingende toon heeft/hebben gezegd "Kijk ons niet aan, zeg waar het geld (van [benadeelde 2] ) ligt, jullie weten waar we het over hebben" en/of "Waar is het geld (van [benadeelde 2] )", althans woorden van soortgelijke aard of strekking en/of die [benadeelde 1] heeft/hebben gezegd dat ze naar haar woning aan de [adres] zouden gaan en/of die [benadeelde 1] bij de haren heeft/hebben gepakt en/of gezegd "Jij gaat met ons mee, jij gaat zeggen waar het geld (van [benadeelde 2] ) ligt, anders maken we je hele gezicht kapot", althans woorden van soortgelijke aard of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

3:
hij op of omstreeks 1 november 2014, te Nijmegen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3] en/of [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde 4] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn/haar mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn/haar mededader(s), althans alleen, met bivakmutsen over hun hoofd(en) en/of met handschoenen aan, die [benadeelde 4] , die een woning aan de [adres] binnenging, heeft/hebben vastgepakt en/of vastgehouden en/of een (vuur)wapen op/tegen het hoofd heeft/hebben gezet en/of gehouden en/of duidelijk zichtbaar voor die [benadeelde 4] een kapmes/machete heeft/hebben vastgehouden en/of (vervolgens) die [benadeelde 4] heeft/hebben vastgepakt en/of meegenomen naar de bovenverdieping van die woning en/of die [benadeelde 4] met het wapen, althans met een voorwerp, op/tegen het achterhoofd heeft/hebben geslagen en/of die [benadeelde 4] heeft/hebben vastgebonden en/of geboeid en/of die [benadeelde 4] heeft/hebben toegevoegd "Waar is het geld, er moet geld zijn" of woorden van soortgelijke aard of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

4:
hij op of omstreeks 1 november 2014, te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [benadeelde 4] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers hebben verdachte en/of zijn mededader(s) die [benadeelde 4] , in een woning aan de [adres] , vast gepakt en/of vastgehouden en/of een (vuur)wapen op/tegen het hoofd van die [benadeelde 4] heeft/hebben gezet, althans een (vuur)wapen op die [benadeelde 4] heeft/hebben gericht en/of die [benadeelde 4] met dat wapen, althans met een voorwerp, op/tegen het hoofd heeft/hebben geslagen en/of die [benadeelde 4] heeft/hebben vastgebonden en/of geboeid aan de handen en/of (vervolgens) die [benadeelde 4] , vanuit die woning aan de [adres] , in een auto heeft/hebben geduwd en/of aan beide kanten van die [benadeelde 4] achterin de auto zijn gaan zitten en/of die [benadeelde 4] in die auto heeft/hebben vastgehouden en/of met die [benadeelde 4] zijn gaan rijden.

5:
hij op of omstreeks 13 januari 2015, te Groesbeek, een of meer wapens van categorie III, te weten een pistool (Zastava, type Tokarev, M57, kal. 7.62 mm x 25 mm) en/of munitie van categorie III, te weten een aantal patronen/kogels (11 patronen/kogels, type hagel 16 mm en/of 27 patronen/kogels, type knal, 7.62 x 25 mm), voorhanden heeft gehad.


Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Het hof wijst er hier in het bijzonder op dat het “categorie II” in feit 5 van de oorspronkelijke tenlastelegging heeft opgevat als een kennelijke verschrijving en dit heeft verbeterd in “categorie III”.

Vrijspraak ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 05-881648-14 onder 1 primair ten laste gelegde

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 05-881648-14 onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.

Het hof overweegt hiertoe in het bijzonder dat van gijzeling kan worden gesproken wanneer wederrechtelijke vrijheidsberoving geschiedt met het oogmerk een ander (dus niet de gegijzelde) te dwingen iets te doen of niet te doen. Naar het oordeel van het hof volgt uit het dossier niet dat [benadeelde 1] naar de woning van [benadeelde 2] is gekomen onder dwang van het feit dat [benadeelde 2] van haar vrijheid was beroofd. Het feit levert dus geen gijzeling op in de zin van artikel 282a van het Wetboek van Strafrecht.

Beroep op bewijsuitsluiting

De raadsman heeft zich ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 05-780098-15 en het in de zaak met parketnummer 05-881648-14 onder 1 primair, 1 subsidiair, 2, 3, en 4 ten laste gelegde - kort gezegd - primair op het standpunt gesteld dat de verklaringen van de getuige [getuige] dienen te worden uitgesloten van het bewijs, omdat de verdediging de getuige niet heeft kunnen ondervragen, daarvoor geen compensatie is voor de verdediging en de getuigenverklaring geen steun vindt in andere bewijsmiddelen. De raadsman is van mening dat daardoor het recht op een eerlijk proces is geschonden.

De raadsman heeft zich - kort gezegd - subsidiair op het standpunt gesteld dat de verklaringen van de getuige [getuige] niet betrouwbaar en ongeloofwaardig zijn en derhalve niet voor het bewijs kunnen worden gebezigd. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat de getuige niet het volledige verhaal heeft verteld, niet de waarheid heeft gesproken en de lichtst mogelijke variant van het verhaal heeft verteld ten gunste van zichzelf. Voorts is er naar de mening van de raadsman niet voldoende steunbewijs voor de verklaringen van [getuige] .

Gelet op het voorgaande is de verdediging van mening dat verdachte ten aanzien van de bovengenoemde feiten dient te worden vrijgesproken.

De advocaat-generaal heeft aangevoerd dat er voldoende steunbewijs is voor de verklaring van de getuige [getuige] en heeft daarbij verwezen naar het vonnis en het requisitoir uit eerste aanleg.

Het hof verwerpt de verweren van de raadsman en overweegt daartoe het volgende.

De getuige [getuige] is gehoord door de raadsheer-commissaris en voorts ter terechtzitting van het hof. De getuige heeft in beide gevallen geweigerd om een verklaring af te leggen. Nadat de raadsman had verzocht de getuige te gijzelen is daarover - kort gezegd - geoordeeld dat het gijzelen van de getuige in casu niet dringend noodzakelijk was voor het onderzoek, omdat de getuige nog langdurig gedetineerd zit, de getuige desgevraagd aangaf ook na gijzeling niet te zullen gaan getuigen, en gijzeling van de getuige dus niet effectief werd geoordeeld.

Het hof overweegt voorts dat de gevallen waarin een in het opsporingsonderzoek afgelegde getuigenverklaring van het bewijs dient te worden uitgesloten, omdat de verdediging niet in enig stadium van het geding in de gelegenheid is geweest haar ondervragingsrecht uit te oefenen, zaken betreffen waarin een bewezenverklaring alleen of in beslissende mate ('solely or to a decisive degree') berust op de verklaring van die getuige. Zo'n geval is in het onderhavige geding naar het oordeel van het hof niet aan de orde. De door de verdediging gelaakte verklaringen vormen namelijk niet het enige en beslissende bewijs ten aanzien van de feiten die het hof hierna bewezen zal verklaren, zoals zal blijken uit de te bezigen bewijsmiddelen, die uitgebreider zullen worden opgenomen in een eventueel op te maken aanvulling op dit arrest. Het hof doelt hierbij in het bijzonder onder meer op:

  • -

    de aangifte van [benadeelde 2] ;

  • -

    de aangifte van [benadeelde 1] ;

  • -

    de aangifte van [benadeelde 4] ;

  • -

    het proces-verbaal van bevindingen van 6 november 2014 van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] ;

  • -

    het mutatierapport van 27 oktober 2014;

  • -

    het proces-verbaal bevindingen route 1 [getuige] 24 oktober, en;

  • -

    het getuigenverhoor van [benadeelde 3] .

Het hof is derhalve van oordeel dat er geen sprake is van een schending van het recht op een eerlijk proces door de weigering van [getuige] om vragen van de raadsman te beantwoorden en dat de verklaringen van getuige [getuige] voor het bewijs mogen worden gebezigd.

Ten aanzien van het tweede verweer overweegt het hof dat het geen reden heeft om aan de juistheid en de betrouwbaarheid van de getuigenverklaringen van [getuige] te twijfelen. Het hof neemt daarbij uitdrukkelijk in overweging dat de getuige met het afleggen van deze verklaring eveneens zichzelf heeft belast en dat de verklaring van [getuige] en de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen, elkaar ondersteunen. Dat de getuige in een later stadium heeft geweigerd nogmaals te verklaren en dat hij zijn eigen rol wellicht enigszins geminimaliseerd heeft, doet niet af aan de betrouwbaarheid van zijn eerdere afgelegde verklaringen voor zover die zien op de betrokkenheid van verdachte.

Alternatieve scenario’s van verdachte

De lezing van verdachte - inhoudende dat hij niks met de zaak te maken heeft, dat hij op 24 oktober 2014 rond 09.30 uur een bericht kreeg en toen vanaf Groesbeek naar Nijmegen is gebracht, daar naar de Waalhaven zou zijn gelopen en daar [getuige] heeft ontmoet - is naar het oordeel van het hof niet aannemelijk geworden. Daarbij acht het hof van belang dat de verklaring zeer summier is, niet nader is toegelicht door verdachte, onvoldoende wordt ondersteund door het dossier en pas in een laat stadium is gegeven.

De verklaring van verdachte - inhoudende dat hij in de nacht van 1 november 2014 bij zijn (ex-)schoonmoeder sliep en dat hij die nacht gebeld zou zijn door [betrokkene] omdat er een gek voor zijn deur stond - acht het hof evenmin aannemelijk. Verdachte heeft geen gegevens willen geven om deze verklaring te kunnen verifiëren en heeft ook deze verklaring pas afgelegd in een laat stadium.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat ten laste gelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 05-780098-15 en in de zaak met parketnummer 05-881648-14 onder 1 subsidiair, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

in de zaak met parketnummer 05-780098-15 (gevoegd):

hij op of omstreeks 24 oktober 2014 te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [benadeelde 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, hierin bestaande dat verdachte en/of zijn mededader(s) die [benadeelde 1] , in de woning van haar zus aan de [adres] , hebben/heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of, onder bedreiging van een pistool, althans een wapen, hebben/heeft laten plaatsnemen op een bank en/of hebben/heeft belet genoemde woning te verlaten en/of (vervolgens) hebben/heeft vastgepakt en/of meegenomen naar buiten in de richting van haar woning aan de [adres].

in de zaak met parketnummer 05-881648-14:

1. subsidiair:
hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 24 oktober 2014, te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

a. a)opzettelijk [benadeelde 2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft hij verdachte en/of zijn mededader(s) die [benadeelde 2] vastgepakt en/of vastgehouden en/of onder bedreiging van een pistool, althans een wapen, in een auto geduwd en/of in die auto meegenomen naar haar woning aan de [adres] en aldaar haar vastgehouden en/of haar (vervolgens) meegenomen naar de bovenetage en aldaar haar op bed vastgebonden aan handen en/of voeten.

2:
hij op of omstreeks 24 oktober 2014, te Nijmegen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2] en/of [benadeelde 1] en/of [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 2] en/of [benadeelde 1] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, met bivakmutsen op hun hoofd(en), die [benadeelde 2] heeft/hebben meegenomen naar een woning aan de [adres] en/of die [benadeelde 2] heeft/hebben gedwongen de deur van haar woning te openen en/of heeft/hebben gevraagd naar geld en/of die [benadeelde 2] heeft/hebben gedwongen om haar zus [benadeelde 1] te bellen en te laten zeggen dat ze dringend naar de [adres] moest komen en/of (vervolgens) toen die [benadeelde 1] was gearriveerd, haar heeft/hebben laten plaatsnemen op de bank en/of die [benadeelde 2] heeft/hebben meegenomen naar boven en/of die [benadeelde 2] aan handen en/of voeten heeft/hebben vastgebonden en/of een (vuur)wapen heeft/hebben gericht op die [benadeelde 1] en/of op dwingende toon heeft/hebben gezegd "Kijk ons niet aan, zeg waar het geld (van [benadeelde 2] ) ligt, jullie weten waar we het over hebben" en/of "Waar is het geld (van [benadeelde 2] )", althans woorden van soortgelijke aard of strekking, en/of die [benadeelde 1] heeft/hebben gezegd dat ze naar haar woning aan de [adres] zouden gaan en/of die [benadeelde 1] bij de haren heeft/hebben gepakt en/of gezegd "Jij gaat met ons mee, jij gaat zeggen waar het geld (van [benadeelde 2] ) ligt, anders maken we je hele gezicht kapot", althans woorden van soortgelijke aard of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

3:
hij op of omstreeks 1 november 2014, te Nijmegen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3] en/of [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde 4] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn/haar mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn/haar mededader(s), althans alleen, met bivakmutsen over hun hoofd(en) en/of met handschoenen aan, die [benadeelde 4] , die een woning aan de [adres] binnenging, heeft/hebben vastgepakt en/of vastgehouden en/of een (vuur)wapen op/tegen het hoofd heeft/hebben gezet en/of gehouden en/of duidelijk zichtbaar voor die [benadeelde 4] een kapmes/machete heeft/hebben vastgehouden en/of (vervolgens) die [benadeelde 4] heeft/hebben vastgepakt en/of meegenomen naar de bovenverdieping van die woning en/of die [benadeelde 4] met het wapen, althans met een voorwerp, op/tegen het achterhoofd heeft/hebben geslagen en/of die [benadeelde 4] heeft/hebben vastgebonden en/of geboeid en/of die [benadeelde 4] heeft/hebben toegevoegd "Waar is het geld, er moet geld zijn" of woorden van soortgelijke aard of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

4:
hij op of omstreeks 1 november 2014, te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [benadeelde 4] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers hebben verdachte en/of zijn mededader(s) die [benadeelde 4] , in een woning aan de [adres] , vast gepakt en/of vastgehouden en/of een (vuur)wapen op/tegen het hoofd van die [benadeelde 4] heeft/hebben gezet, althans een (vuur)wapen op die [benadeelde 4] heeft/hebben gericht en/of die [benadeelde 4] met dat wapen, althans met een voorwerp, op/tegen het hoofd heeft/hebben geslagen en/of die [benadeelde 4] heeft/hebben vastgebonden en/of geboeid aan de handen en/of (vervolgens) die [benadeelde 4] , vanuit die woning aan de [adres] , in een auto heeft/hebben geduwd en/of aan beide kanten van die [benadeelde 4] achterin de auto zijn gaan zitten en/of die [benadeelde 4] in die auto heeft/hebben vastgehouden en/of met die [benadeelde 4] zijn gaan rijden.

5:
hij op of omstreeks 13 januari 2015, te Groesbeek, een of meer wapens van categorie III, te weten een pistool (Zastava, type Tokarev, M57, kal. 7.62 mm x 25 mm) en/of munitie van categorie III, te weten een aantal patronen/kogels (11 patronen/kogels, type hagel 16 mm en/of 27 patronen/kogels, type knal, 7.62 x 25 mm), voorhanden heeft gehad.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het in de zaak met parketnummer 05-780098-15 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden.

Het in de zaak met parketnummer 05-881648-14 onder 1 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden.

Het in de zaak met parketnummer 05-881648-14 onder 2 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van poging tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken.

Het in de zaak met parketnummer 05-881648-14 onder 3 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van poging tot diefstal, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd tegen personen met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

Het in de zaak met parketnummer 05-881648-14 onder 4 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden.

Het in de zaak met parketnummer 05-881648-14 onder 5 bewezen verklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

en

handelen in strijd met artikel 26 lid 1 van de Wet Wapens en Munitie

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat aan verdachte voor de bewezen verklaarde feiten een gevangenisstraf wordt opgelegd voor de duur van 8 jaar.

De raadsman heeft aangevoerd dat, indien aan verdachte een gevangenisstraf zal worden opgelegd, de straf zoals deze is opgelegd door de rechtbank dient te worden gematigd.

Het hof overweegt het volgende.

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig heeft gemaakt aan een groot aantal ernstige strafbare feiten. Verdachte en zijn mededaders hebben in ernstige mate inbreuk gemaakt op de persoonlijke integriteit van de slachtoffers. Door de slachtoffers op gewelddadige wijze van hun vrijheid te beroven om op die wijze te proberen hen geld afhandig te maken, heeft verdachte enkel gedacht aan zijn eigen financieel gewin. De feiten hebben kwalijke gevolgen gehad voor de slachtoffers, nu zij nog lang last hebben gehad en mogelijkerwijs zullen hebben van wat hen is aangedaan. Het gaat bovendien om feiten die voor grove verontwaardiging zorgen binnen de samenleving en die onveiligheidsgevoelens teweeg brengen.

Voor feiten als de bewezenverklaarde komt gelet op de ernst daarvan uitsluitend het opleggen van een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf in aanmerking. Het hof is echter van oordeel dat de rechtbank aan verdachte een iets te forse gevangenisstraf heeft opgelegd en het zal deze straf daarom matigen. Het hof houdt hierbij uitdrukkelijk rekening met de jonge leeftijd van verdachte. Alles afwegende komt het hof tot oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van zes jaar.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 05-881648-14 onder 1 primair, 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde. De vordering bedraagt € 1.259,95. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de benadeelde partij aangevoerd dat zij in eerste aanleg het bedrag van haar oorspronkelijke vordering heeft willen verhogen. Zij heeft daartoe ook een nieuwe vordering ingediend bij het openbaar ministerie, maar deze verhoging is niet meegenomen door de rechtbank. De benadeelde partij wenst dat in hoger beroep wordt uitgegaan van de verhoogde vordering.

De advocaat-generaal erkent dat een verhoogde vordering is ingediend bij het openbaar ministerie, maar uit zijn systemen blijkt niet dat deze vervolgens ook is ingediend bij de rechtbank.

Het hof overweegt dat een vordering ten laatste bij de terechtzitting in eerste aanleg kan worden verhoogd. Uit de stukken blijkt niet dat dit is gebeurd. In het dossier zit alleen de oorspronkelijke vordering van [benadeelde 2] en daar heeft de rechtbank een beslissing op genomen, nadat deze, in aanwezigheid van de benadeelde, ter terechtzitting is besproken. Dat de benadeelde wel een verhoogde vordering bij het openbaar ministerie heeft ingediend maakt dit niet anders, nu de officier van justitie -kennelijk- heeft nagelaten deze in het dossier te voegen.

Het hof gaat daarom uit van de vordering zoals deze in eerste aanleg bij de rechtbank is ingediend en waarover een beslissing is genomen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-881648-14 onder 1 subsidiair en 2 bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij dient te worden afgewezen dan wel niet-ontvankelijk dient te worden verklaard bij vrijspraak van verdachte, maar zij heeft de vordering inhoudelijk niet gemotiveerd betwist. De vordering zal dan ook in haar geheel worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 05-780098-15 en in de zaak met parketnummer 05-881648-14 onder 2 ten laste gelegde. De vordering bedraagt € 759,70. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de benadeelde partij aangevoerd dat zij in eerste aanleg het bedrag van haar oorspronkelijke vordering heeft willen verhogen. Zij heeft daartoe ook een nieuwe vordering ingediend bij het openbaar ministerie, maar deze verhoging is niet meegenomen door de rechtbank. De benadeelde partij wenst dat in hoger beroep wordt uitgegaan van de verhoogde vordering.

De advocaat-generaal erkent dat een verhoogde vordering is ingediend bij het openbaar ministerie, maar uit zijn systemen blijkt niet dat deze vervolgens ook is ingediend bij de rechtbank.

Het hof overweegt dat een vordering ten laatste bij de terechtzitting in eerste aanleg kan worden verhoogd. Uit de stukken blijkt niet dat dit is gebeurd. In het dossier zit alleen de oorspronkelijke vordering van [benadeelde 2] en daar heeft de rechtbank een beslissing op genomen, nadat deze, in aanwezigheid van de benadeelde, ter terechtzitting is besproken. Dat de benadeelde wel een verhoogde vordering bij het openbaar ministerie heeft ingediend maakt dit niet anders, nu de officier van justitie – kennelijk – heeft nagelaten deze in het dossier te voegen.

Het hof gaat daarom uit van de vordering zoals deze in eerste aanleg bij de rechtbank is ingediend en waarover een beslissing is genomen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-780098-15 en in de zaak met parketnummer 05-881648-14 onder 2 bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij dient te worden afgewezen dan wel niet-ontvankelijk dient te worden verklaard bij vrijspraak van verdachte, maar zij heeft de vordering inhoudelijk niet gemotiveerd betwist. De vordering zal dan ook in haar geheel worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 05-881648-14 onder 3 ten laste gelegde. De vordering bedraagt € 590,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 90,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-881648-14 onder 3 bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij dient te worden afgewezen dan wel niet-ontvankelijk dient te worden verklaard bij vrijspraak van verdachte, maar heeft de vordering inhoudelijk niet gemotiveerd betwist, zodat deze geheel zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 05-881648-14 onder 3 en 4 ten laste gelegde. Deze bedraagt € 5.000,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.500,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-881648-14 onder 3 en 4 bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 1.500,00. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 45, 47, 57, 63, 282, 310, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 05-881648-14 onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 05-780098-15 en in de zaak met parketnummer 05-881648-14 onder 1 subsidiair, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 05-780098-15 en in de zaak met parketnummer 05-881648-14 onder 1 subsidiair, 2, 3, 4 en 5 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 2] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-881648-14 onder 1 subsidiair en 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.259,95 (duizend tweehonderdnegenenvijftig euro en vijfennegentig cent) bestaande uit € 59,95 (negenenvijftig euro en vijfennegentig cent) materiële schade en € 1.200,00 (duizend tweehonderd euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 24 oktober 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 24 oktober 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 2] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-881648-14 onder 1 subsidiair en 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 1.259,95 (duizend tweehonderdnegenenvijftig euro en vijfennegentig cent) bestaande uit € 59,95 (negenenvijftig euro en vijfennegentig cent) materiële schade en € 1.200,00 (duizend tweehonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 22 (tweeëntwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 24 oktober 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 24 oktober 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-780098-15 en in de zaak met parketnummer 05-881648-14 onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 759,70 (zevenhonderdnegenenvijftig euro en zeventig cent) bestaande uit € 159,70 (honderdnegenenvijftig euro en zeventig cent) materiële schade en € 600,00 (zeshonderd euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding tot het bedrag van € 146,16 vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 24 november 2014 tot aan de dag der algehele voldoening en tot het bedrag van € 13,54 vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 30 december 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 24 oktober 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 1] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-780098-15 en het in de zaak met parketnummer 05-881648-14 onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 759,70 (zevenhonderdnegenenvijftig euro en zeventig cent) bestaande uit € 159,70 (honderdnegenenvijftig euro en zeventig cent) materiële schade en € 600,00 (zeshonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormeld betalingsverplichting tot het bedrag van € 146,16 vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 24 november 2014 tot aan de dag der algehele voldoening en tot het bedrag van € 13,54 vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 30 december 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 24 oktober 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 3] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-881648-14 onder 3 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 90,00 (negentig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 3] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-881648-14 onder 3 en in de zaak met parketnummer 05-780098-15 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 90,00 (negentig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 4] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-881648-14 onder 3 en 4 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 1 november 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 4] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-881648-14 onder 3 en 4 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 1 november 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Aldus gewezen door

mr. C. Caminada, voorzitter,

mr. R.H. Koning en mr. A. van Maanen, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A.C. Jochems, griffier,

en op 27 oktober 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 27 oktober 2016.

Tegenwoordig:

mr. H.H.M. van Dijk, voorzitter,

mr. M.J.M van der Mark, advocaat-generaal,

mr. K.A.M. Oude Vrielink, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.