Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:8530

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
25-10-2016
Datum publicatie
04-11-2016
Zaaknummer
15/01455
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2015:5969, Bekrachtiging/bevestiging
Cassatie: ECLI:NL:HR:2017:1134
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Informatiebeschikking. Coffeeshop. Schending administratieplicht?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2016-2759
FutD 2016-2760
V-N Vandaag 2016/2360
mr. M.H. Hogendoorn annotatie in NTFR 2016/3003

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN

Afdeling belastingrecht

Locatie Arnhem

nummer 15/01455

uitspraakdatum: 25 oktober 2016

Uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

Stichting [X], gevestigd te [Z] (hierna: belanghebbende),

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 29 september 2015, nummer
AWB 14/8043, in het geding tussen belanghebbende en

de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Almelo (hierna: de Inspecteur)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De Inspecteur heeft op de voet van artikel 52a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR) voor de jaren 2007 tot en met 2011 een informatie-beschikking vastgesteld ten name van belanghebbende.

1.2.

Bij uitspraak op bezwaar van 10 oktober 2014 heeft de Inspecteur de informatie-beschikking gehandhaafd.

1.3.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen. De rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank) heeft bij uitspraak van 29 september 2015 het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft bij brief van 10 november 2015, ingekomen bij het Hof op
11 november 2015, tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.

1.5.

De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.6.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 september 2016. Belanghebbende is vertegenwoordigd door [A] , bijgestaan door [B] , werkzaam bij [C] vof te [Z] . Namens de Inspecteur zijn verschenen [D] ,
[E] en [F] .

1.7.

Van deze zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat aan deze uitspraak is gehecht.

2 Feiten

2.1.

Belanghebbende is een stichting. Belanghebbende exploiteert een coffeeshop waarin behalve softdrugs en aanverwante artikelen (vloei, waterpijpen, verkruimelaars, etc.), ook koffie, thee, frisdrank en snoep wordt verkocht. Daarnaast staan in de coffeeshop speelautomaten, biljartautomaten, vloeiautomaten en drankautomaten. De coffeeshop heeft personeel in dienst en is dagelijks geopend van 12:00 uur tot 24:00 uur.

2.2.

Op 27 juni 2012 is de Inspecteur een boekenonderzoek aangevangen bij belanghebbende. Daarbij is de aanvaardbaarheid van de aangiften vennootschapsbelasting en omzetbelasting voor de jaren 2007 tot en met 2011 onderzocht. Gedurende het controletijdvak bestond het bestuur van belanghebbende uit [A] (voorzitter), [G] (secretaris) en [H] (penningmeester).

2.3.

Op 24 oktober 2013 heeft de politie een onderzoek ingesteld, waarbij een zoeking heeft plaatsgevonden in het pand waar belanghebbende is gevestigd. De bevindingen van dit onderzoek zijn neergelegd in een zogenoemde bestuurlijke rapportage van 28 november 2013. Ter hoorzitting in de bezwaarfase heeft belanghebbende een geanonimiseerde versie van deze rapportage verstrekt aan de Inspecteur. Daarin is onder meer het volgende opgenomen:

“Met toestemming en medewerking van de later aangehouden verdachte [] zijn meerdere ruimtes doorzocht op de eerste etage. [] verleende zijn medewerking door de sleutel af te geven, die toegang gaf tot de doorzochte kamers. In meerdere ruimtes werd softdrugs aangetroffen, te weten:

21.812,2 gram hash

14.540,1 gram marihuana

2728 joints

(…)

Aan [] werd gevraagd of er nog meer softdrugs in het pand aanwezig was. Hierop werd door [] bevestigend geantwoord. [] verklaarde tevens ter plaatse dat de aangetroffen softdrugs een voorraad betrof voor [belanghebbende].

(…)

Op donderdag 24 oktober 2013 en vrijdag 25 oktober 2013 is verdachte [] meerdere malen gehoord. Kort samengevat verklaarde [] dat:

-Hij secretaris is van het bestuur van [belanghebbende].

-Hij zorg draagt voor het reilen en zeilen van de coffeeshop

(…)

-Hij twee kamers in gebruik heeft boven de erotheek aan de [a-straat]

-In een ruimte de boekhouding ligt opgeslagen

-Hij in één van de ruimtes de wiet sorteert en controleert

-Hij de enige is die de wiet inkoopt

(…)

-Alleen hij en zijn collega [] de sleutel hebben van de ruimte, waar de wiet opgeslagen ligt

-Er beneden in het pand, in de brandkast ook nog wiet lag. Dit lag klaar om de winkel in te gaan”

2.4.

Van het boekenonderzoek is met dagtekening 27 maart 2014 een concept-rapport opgesteld. Daarin is onder meer het volgende vermeld:

" (…)

5 (Fiscale) winstberekening

5.1

Opbrengstenverantwoording

Softdrugs

De opbrengsten softdrugs worden bepaald aan de hand van (handmatig bijgehouden) dagstaten. Per dag worden twee staten opgemaakt, shift 1 en shift 2. Op elke staat worden de beginvoorraad (per soort), de bijvullingen en eindvoorraad genoteerd. Op basis van deze gegevens worden de opbrengsten bepaald. Deze staten zijn niet bewaard. De gegevens van de staten zouden zijn overgenomen op in excel bijgehouden staten. Per dag wordt een totaaloverzicht van shift 1 en shift 2 gemaakt. Een papieren versie van de staten (shift 1, shift 2 en totaal) werd ons ter inzage verstrekt. Meerdere keren hebben wij verzocht om een digitale versie van de staten maar deze werd ons niet verstrekt. In de kasadministratie worden de opbrengsten softdrugs eens per week geboekt.

Overige opbrengsten

De overige opbrengsten, gesplitst in meerdere soorten, werden in de regel ook eens per week in de kasadministratie opgenomen. Alleen handmatige (week) aantekeningen zijn hiervan aanwezig.

5.2

Verantwoording inkopen softdrugs (GM)

Op maandstaten (in excel) wordt aantekening gehouden van de inkopen softdrugs. Op deze staten worden normaliter de aankoopdatum, de soort, het aantal ingekocht grammen en de daarvoor betaalde prijs vermeld. De inkopen worden per week getotaliseerd en in de kasadministratie opgenomen (zonder vermelding van soorten en gewichten).

In eerste instantie werden deze inkoopstaten niet aangeleverd. Tijdens een bespreking heeft mevrouw [H] ons de inkoopstaten alsnog ter inzage verstrekt. Tijdens deze bespreking werden de staten vanaf een computer uitgeprint. Wij kregen geen toestemming om de inkoopstaten mee te nemen, ook kregen wij ze niet digitaal verstrekt. Wij hebben foto’s gemaakt van de staten en deze hebben wij gebruikt tijdens het onderzoek.

Toen deze inkoopstaten tijdens een latere bespreking weer ter sprake kwamen, werd er aangegeven dat er helemaal geen inkoopstaten worden bijgehouden! Nadat wij foto’s hadden getoond werd aangegeven dat de inkoopstaten niet van [belanghebbende] waren, maar van een inkoper die (ook) de inkoop van softdrugs voor [belanghebbende] verzorgt. De opmerking komt ons vreemd voor omdat de gegevens van de inkoopstaten (vrijwel exact) overeenkomen met in de administratie opgenomen inkopen, bovendien zijn ze afkomstig van een computer die in het kantoor van de stichting staat en dat mevrouw [H] toegang heeft tot deze computer.

5.3

Kasadministratie

De kasmutaties worden per week op een kasblad verantwoord. De ontvangsten worden (normaliter) per week geboekt. De uitgaven en stortingen naar de bank worden met vermelding van datums vermeld. Een uitzondering hierop zijn de inkopen softdrugs, deze worden eens per week, getotaliseerd en zonder vermelding van een datum geboekt. Aan het eind van elke week wordt een saldo bepaald.

5.4

Bevindingen inkoopstaten softdrugs (GM)

Opvallend is dat niet alle staten dezelfde opmaak hebben.

2008

- in de kasadministratie van 2008 is een inkoopstaat van de softdrugs van de maand januari 2008 aanwezig. Deze verschilt zowel qua opmaak als inhoud van de ons verstrekte (door ons gefotografeerde) staat. Het gaat om de volgende verschillen:

* 31 dec 2007: inkoop van 1.615 gram PP, geen bedrag, staat wel op de lijst die in de kasadministratie opgenomen is en staat niet op onze” lijst;

* 30 jan 2008: 350 gram gruis van alles, geen bedrag, staat niet op de lijst die in de kasadministratie opgenomen is en staat wel op “onze” lijst:

- op de staat van januari 2008 staan betalingen van in 2007 gekochte softdrugs vermeld, totaal € 14.690, zonder vermelding van hoeveelheden. Ook op de staat van februari 2008 staan inkopen 2007 vermeld, in totaal € 22.250. Deze inkoopbedragen zijn -ten onrechte- verwerkt in de jaarrekening 2008;

- meerdere keren wordt bij de boeking van gruis (“van alles”, “eigen” of “van afval”) een inkoopbedrag van € 0 vermeld. Wij gaan ervan uit dat dit gruis “ontstaat” bij de verwerking/verpakking. In de overige jaren komen wij deze boekingen niet tegen.

2009

- in week 15 (april) wordt tweemaal inkoop WW vermeld. De prijs per kilo van deze inkopen bedraagt resp. € 4.140 en € 4000. In week 16 wordt wederom WW gekocht, de prijs per kilo bedraagt hier echter € 5.333. In week 17 wordt ook weer WW gekocht, prijs per kilo
€ 4.218. Wij zijn van mening dat bij de inkoop van week 16 de genoteerde hoeveelheid dan wel het geboekte bedrag niet juist is:

- bij de inkopen van augustus 2009 staat het jaar 2008 vermeld;

- de inkopen in de maand september zijn niet in chronologische volgorde geboekt;

- na 27 september wordt de inkoop van 1000 gram gruis geboekt. Hierbij staat geen bedrag vermeld;

- op 8 september wordt de inkoop van 1.550 gram WW voor € 5.000 geboekt, prijs per kilo derhalve € 3.225. Deze prijs wijkt sterk af van betaalde prijzen medio augustus (€4.100) en eind september (± € 4.200). Wij zijn van mening dat de genoteerde hoeveelheid dan wel het geboekte bedrag op 8 september niet juist is;

- op 3 en 7 september worden inkopen van [J] geboekt waarvan de inkoopprijzen (gerekend per kilo) € 4.635 en € 5.302 bedragen. Deze prijzen wijken sterk af van betaalde prijzen op 5 september (€ 4.104) en 9 september (€ 4.195). Wij zijn van mening dat de op 3 en 7 september genoteerde hoeveelheden dan wel de geboekte bedragen niet juist zijn;

- op de staat van de maand september wordt een inkoop van 1 oktober vermeld, terwijl op de staat van oktober een inkoop van 30 september wordt vermeld;

- de staat van oktober begint met inkoopboekingen van € 150 en € 1.112. Een omschrijving van soorten, hoeveelheden en datums ontbreekt;

- in week 43 wordt een inkoop van € 10.605 geboekt zonder vermelding van datum, soort en hoeveelheid;

- op 22 oktober wordt een inkoop van Aanb. geboekt, een bedrag ontbreekt;

- onderaan de staat van oktober wordt een opmerking gemaakt over verschillen met inkoop, in grammen. Deze opmerking is niet te verklaren uit de (overige) gegevens op de staat;

- de inkopen van week 50 t/m 53 zijn zonder vermelding van een datum geboekt.

2010

- op 25 januari wordt 2000 gram Tissir ingekocht voor € 5.000. Een kiloprijs van € 2.500 komt ons onwaarschijnlijk voor. Wij zijn van mening dat de genoteerde hoeveelheid dan wel het geboekte bedrag niet juist is;

- op 22 februari worden twee partijen Extreme gekocht, 1400 gram voor € 6.900 en 2.000 gram voor € 8.400. Het verschil in prijs ( resp. € 4.929 en € 4.000 per kilo) is onwaarschijnlijk groot;

- in de weken 15, 16, 17 en 22 wordt wekelijks maar één inkoop geboekt, aanzienlijke hoeveelheden Weed. Gelet op de inkopen in de overige weken komt het ons vreemd voor dat maar één soort is ingekocht en dat er maar één inkoop per week is;

- de geboekte inkoop in week 18 bedraagt € 14.190, een zelfde bedrag als de inkopen van week 17. Soorten, hoeveelheden en datums zijn niet genoteerd. Wij veronderstellen dat de inkoop niet correct is geboekt;

- op 26 mei wordt een inkoop van € 4.000 geboekt, zonder vermelding van soort en hoeveelheid, wel met de vermelding schuld. Waarop dit betrekking heeft is niet duidelijk;

- op 27 mei wordt een inkoop geboekt van € 500 zonder vermelding van soort en hoeveelheid;

- vanaf week 23 tot en met het eind van jaar worden op de inkoopstaten geen bedragen meer vermeld bij de afzonderlijke inkopen. Er wordt één bedrag geboekt voor alle inkopen in de desbetreffende week. De inkoopstaten zijn hierdoor onvolledig;

- in week 23 wordt in totaal 4.122,9 gram ingekocht voor € 20.740, dit is € 5.030 per kilo. Deze prijs is onwaarschijnlijk hoog;

- de nummering van de weeknummers vanaf week 36 tot en met 43 is onjuist. Weeknummer 35 is dubbel gebruik en weeknummer 44 is niet gebruikt.

2011

- in alle maanden, met uitzondering van december, worden de inkopen geboekt zonder vermelding van datums. Alleen de week waarin is ingekocht wordt aangegeven. De inkoopregistratie is niet volledig;

- in januari wordt viermaal de aankoop van 1.000 gram WW geboekt. De aankoopprijzen zijn resp. € 3.500, € 3.200, € 2.800 en € 4.600. Gelet op de grote verschillen in prijzen komen ons de geboekte inkoopbedragen -of de geboekte hoeveelheden- niet geloofwaardig voor;

- in week 2 worden twee inkopen Extreem geboekt; 730 gram voor € 4.000 en 700 gram voor
€ 3.000. Ook deze inkoopboekingen komen ons niet geloofwaardig voor;

- in week 2 is een inkoop van 140 gram Weed geboekt voor € 2.440, een kiloprijs van
€ 17.428. Dit is volstrekt ongeloofwaardig;

- in week 3 worden inkopen van € 3.250 en € 3.000 geboekt zonder vermelding van soort en hoeveelheid. De inkoopregistratie is niet volledig;

- in week 4 is een inkoop van 970 gram weed geboekt voor € 7.376, een kiloprijs van
€ 7.604. Dit is volstrekt ongeloofwaardig;

- in week 5 is een inkoop van 500 gram Haze geboekt voor € 6.200, een kiloprijs van
€ 12.400. Dit is volstrekt ongeloofwaardig;

- in week 5 worden inkopen van 660 gram SN en 100 gram Weed geboekt zonder vermelding van een bedrag;

- in week 9 wordt de inkoop van 1.050 gram P. top geboekt zonder vermelding van een bedrag;

- in week 9 wordt de inkoop van 300 gram b.bang geboekt voor € 2.850, een kiloprijs van
€ 9.500. Dit is volstrekt ongeloofwaardig;

- in week 10 wordt de inkoop van 550 gram SM geboekt zonder vermelding van een bedrag;

- in week 10 is een inkoop van 70 gram Hash geboekt voor € 2.850. € 40.714 per kilo is volstrekt ongeloofwaardig;

- in week 11 is een inkoop van 100 gram FS geboekt voor € 1.100. Dit komt neer op een kiloprijs van € 11.000 hetgeen volstrekt ongeloofwaardig is;

- in week 11 wordt de inkoop van 150 gram Marook geboekt zonder vermelding van een bedrag;

- in week 14 (maart) wordt de inkoop van Weed geboekt zonder vermelding van een hoeveelheid;

- in week 14 (april) wordt een inkoop van 200 gram Rouqeen geboekt voor € 2.681 (€ 13.405 per kilo). Dit is volstrekt ongeloofwaardig;

- in week 14 (april) worden inkopen van 370 gram Hash en 180 gram BB geboekt zonder vermelding van een bedrag;

- in week 14 is de inkoop van 363 gram Weed geboekt voor € 2.500 (€ 6.887 per kilo). Dit is volstrekt ongeloofwaardig;

- in de weken 20, 21 en 22 wordt wekelijks maar één inkoop geboekt, het gaat dan om resp. 2.500 gram, 2.020 gram en 3.000 gram WW. Gelet op de inkopen in de overige weken komt het ons vreemd voor dat er maar één soort is ingekocht en dat er maar één inkoop per week zou hebben plaatsgevonden;

- in week 29 is een inkoop van 390 gram Amnesia geboekt voor € 4.510 (€ 11.564). Dit is volstrekt ongeloofwaardig;

- in week 29 wordt de inkoop van 600 gram Extreme geboekt zonder vermelding van een bedrag;

- in week 39 en 40 worden inkopen van € 1.500 en € 705 geboekt zonder vermelding van soort(en) en hoeveelheden;

- in week 45 worden inkopen van € 3.100 en € 1.890 geboekt zonder vermelding van soort(en);

- in week 46 is een inkoop van 800 gram AH geboekt voor € 4.900. Andere inkopen AH zijn niet geboekt. In de verkoopstaten, van november en december2011, staan geen opbrengsten AH vermeld;

- er is geen aansluiting te vinden tussen de in december genoteerde (week)inkoopbedragen en de geboekte inkopen in hoeveelheden. De gemiddelde inkoopprijs over de maand december bedraagt € 5.485 pet kilo (14.360 gram voor € 78.766). Dit is onwaarschijnlijk hoog;

- aan het eind van maanden juni, augustus, september, oktober en december is genoteerd: "joint" met daarbij een (aanzienlijk) aantal grammen, bedragen worden niet vermeld. Waarop dit betrekking heeft is ons niet duidelijk.

5.5

Bevindingen kasadministratie

2008

- op 7 februari ontstaat een negatieve kas van ruim € 1.150. In de berekening is de bankstorting van 8 februari ook meegenomen, deze vond plaats voordat de shop geopend was op 8 februari. Er is geen rekening gehouden met de opbrengsten koffie, snoep e.d. van 6 februari. Ook als hiermee rekening wordt gehouden (opbrengst 5 t/m 9 februari totaal
€ 1.099,50), blijft de kas negatief;

- ook op 9 maart is sprake van een negatieve kas, ruim € 2.900;

- in week 13 is een betaling aan de ANWB geboekt, een bedrag van € 200. Volgens de bon is dit bedrag per pin betaald (overigens niet via de zakelijke bankrekening);

- op 26 mei worden bedragen, totaal € 3.000, opgenomen van de bankrekening. Op deze datum is een aanzienlijk bedrag aan contant geld, meer dan € 15.000, aanwezig volgens de kasadministratie. Op 26 mei is ruim € 4.900 aan lonen contant uitbetaald. Wij concluderen dat het vreemd is dat er op 26 mei geld is opgenomen is;

- als laatste boeking van week 23 (van 1 t/m 7 juni) is een opname bij de bank van € 1.000 geboekt. De opname vond plaats op 27 mei. Hieruit kan geconcludeerd worden dat er geen kascontrole heeft plaatsgevonden;

- in week 28 wordt een tweetal inkopen softdrugs genoteerd, € 9.790 en € 40. Er is geen aansluiting te vinden met de inkoopstaat;

- in week 49 worden twee inkopen softdrugs geboekt, € 10.370 en € 2.920. Aansluiting bij de inkoopstaat is niet te vinden.

2009

- de kasbladen van week 1 t/m 6 zijn niet aanwezig;

- op 12 januari wordt de inkoop van waterpijpen geboekt, bedrag € 100. Hiervan is geen factuur aanwezig;

- op 21 januari wordt een loonbetaling van € 1 .000 geboekt. Op de bijbehorende aantekening staat de datum 21 december 2008 vermeld. Wij gaan ervan uit dat de boeking te laat heeft plaatsgevonden. Dit duidt er weer op dat er geen kascontrole heeft plaatsgevonden;

- op 26 januari wordt een loonbetaling van € 360 aan mevrouw [K] geboekt. Op de betaalstaat van de [L] d.d. 10-02-2009 staat een te betalen loonbedrag van € 450,01 vermeld;

- op 26 januari wordt een betaling van € 108,40 aan [M] geboekt. De kassabon geeft een bedrag van € 129 aan. Een verschil van € 20,60, gelijk aan de verschuldigde belasting;

- de kasmutaties van week 8 zijn op de kasstaat met nummer 39 vermeld, de mutaties van week 9 op nummer 41. De kasstaat met nummer 40 ontbreekt;

- in week 15 wordt een tweetal inkopen softdrugs genoteerd, € 18.250 en € 400. Met de inkopen GM volgens de inkoopstaat is geen aansluiting te vinden;

- de kasmutaties van week 18 zijn op de kasstaat met nummer 01 vermeld, de mutaties van week 19 op nummer 06. De kasstaten met de nummers 02 tot en met 05 ontbreken;

- op 23 juni (aan het eind van de dag) ontstaat een negatieve kas van ruim € 3.000;

- de kasmutaties van week 31 zijn op de kasstaat met nummer 18 vermeld, de mutaties van week 32 op nummer 20. De kasstaat met nummer 19 ontbreekt;

- in week 28 is bij de inkoop softdrugs al rekening gehouden met een inkoop van 15 juli (is week 29). Dit duidt erop dat er geen kascontrole heeft plaatsgevonden;

- de inkopen softdrugs van de weken 32 tot en met 39 zijn niet juist geboekt, deze zijn steeds een week later geboekt. Dit duidt erop dat er geen kascontrole heeft plaatsgevonden. Als de inkopen wel juist geboekt worden ontstaan er meerdere negatieve kassen;

- op 19 november wordt een ontvangst van € 351 verantwoord, een afrekening van de opbrengst behendigheidsautomaten met [N] . Volgens de afreken bon bedraagt de ontvangst echter € 551;

- van de inkopen softdrugs van week 53 is een aantekening bij de kasstukken aanwezig. Een inkoop van gruis is gewijzigd, van 1.000 in 2.000 gram en voor € 750 in € 1.500.

2010

- op de kasstaat van week 7 is een inkoop van GM, groot € 3.460, doorgehaald. Het bedrag komt niet voor op de inkoopstaat. Het kassaldo is met een zelfde bedrag aangepast. Waarom het bedrag in eerste instantie genoteerd is en later weer is doorgehaald is niet duidelijk;

- op 5 april wordt een storting naar de bank van € 239,55 geboekt. Op het stortingsbewijs staat vermeld “Uw geld is om veiligheidsredenen ingenomen. Ga met deze bon naar de balie voor meer informatie”. Het bedrag is niet bijgeschreven op de bankrekening. Wij gaan er daarom van uit dat er geen storting heeft plaatsgevonden en dat de boeking ten onrechte is opgenomen in de kasadministratie;

- op 21 april ontstaat een negatieve kas van ruim € 4.000. Ook als rekening wordt gehouden met (een deel van) de opbrengsten koffie e.d. (geboekt op 23 april) blijft er sprake van een negatieve kas;

- op 23 april worden opbrengsten koffie, snoep, vloei e.d. geboekt. De volgende boeking is twee dagen later, op 25 april. De op 25 april geboekte opbrengsten, voor twee dagen, zijn hoger dan de geboekte opbrengsten op 23 april, voor een week. Wij gaan ervan uit dat er teveel geboekt is. Dit houdt o.a. weer in dat er geen sprake is van kascontrole;

- inkoop GM in week 18. Zie opmerkingen bij “Bevindingen inkoopstaten softdrugs (GM)”;

- de inkoop GM in week 19 bedroeg volgens de inkoopstaat € 17.800. In de kasadministratie is een bedrag aan inkoop van € 12.800 opgenomen;

- in week 23 worden vier bedragen als inkoop GM geboekt. Er is geen aansluiting bij de bedragen die op de inkoopstaten vermeld staan;

- ook in de weken 24, 26 en 35 is er geen aansluiting tussen de inkopen softdrugs die in de kasadministratie zijn opgenomen en de inkopen volgens de inkoopstaten.

2011

- het kassaldo per 1 januari van de kasadministratie sluit niet aan bij het saldo volgens de balans per 31 december 2010. Het saldo van de kasadministratie is aangepast (verhoogd), deze mutatie is verder niet verwerkt;

- in week 1 ( [O] en [P] ) en ( [Q] ) zijn uitgaven geboekt die al eerder betaald zijn;

- de inkoop van 970 gram weed in week 4 staat op de inkoopstaat vermeld met één bedrag, in de kasadministratie zijn hiervoor twee bedragen opgenomen;

- de inkoop softdrugs van week 10 (volgens de inkoopstaat) is geboekt in de kasadministratie van week 8. Van week 10 tot en met 13 (kasadministratie) worden de inkopen GM steeds een week te vroeg geboekt. Dit duidt erop dat er geen kascontrole heeft plaatsgevonden;

- de kasmutaties van week 13 zijn op de kasstaat met nummer 38 vermeld, de mutaties van week 14 op nummer 17. De kasstaten met tussenliggende nummers ontbreken;

- de omzet en inkoop GM van week 15 is met een ander handschrift geschreven, de totalen niet. Dit houdt in dat de kasadministratie achteraf is opgemaakt en dat er geen kascontrole plaatsvindt. Ook in andere weken zijn de omzet en inkoop GM met een ander handschrift vermeld;

- meerdere afstortingen naar de bankrekening zijn te laat geboekt, o.a. op 7 april, 14 april, 21 april, 24 april, 5 mei en 7 mei. Dit houdt in dat er geen kascontrole plaatsvindt;

- Een betaling, groot € 1.232,27, aan [R] op 28 februari eerst op 30 april geboekt. Dit houdt in dat er geen kascontrole plaatsvindt;

- de uitsplitsing van de inkopen GM in week 19 van de kasadministratie sluit niet aan bij hetgeen vermeld staat op de inkoopstaat;

- in de kasadministratie van de weken 20 en 21 zijn aantekeningen aanwezig van de inkopen GM, hierop staan meerdere bedragen. Op de inkoopstaten worden de inkopen steeds in één bedrag aangegeven;

- de uitsplitsing van de inkopen GM in de weken 23 tot en met 26 en 38 in de kasadministratie sluit niet aan bij hetgeen vermeld staat op de inkoopstaat;

- tussen de kasstukken bij week 23 zit een stortingsbewijs van 8 juni; er wordt dan € 2.360 gestort op de bankrekening van de stichting. Deze mutatie is niet opgenomen in de kasadministratie. De storting van het bedrag op de bankrekening wordt verwerkt als “retour [S] ”. Gelet op de samenstelling van de storting, o.a. veel € 0,05, € 0,10 en € 0,20 munten, komt het ons onwaarschijnlijk voor dat [S] op deze wijze een deel van zijn geleende geld terug heeft betaald, temeer omdat het stortingsbewijs bij de kasstukken van de stichting is opgeborgen;

- in de weken 41 en 42 zijn de beginsaldo’s en de bedragen van de tellingen met een andere pen geschreven. Dit duidt erop dat de kasadministratie later is opgemaakt. Hieruit kan weer geconcludeerd worden dat er geen regelmatige kascontrole heft plaatsgevonden;

- in week 52 zijn een aantal uitgaven, waaronder een apart geboekte inkoop weed, met een andere pen geschreven. Bij de inkoop weed van € 5.000 zijn geen grammen vermeld. Wij hebben twijfels over de juistheid van deze boeking. In tegenstelling tot de overige weken zijn twee inkopen geboekt en ook met een andere pen.

5.6

Conclusie administratieve vastleggingen

De eerste aantekeningen waarop de opbrengsten softdrugs gebaseerd zijn werden niet bewaard.

Met betrekking tot de inkoopstaten softdrugs (GM) kan o.a. gesteld worden dat:

- niet alle staten correct en volledig zijn bijgehouden;

- er meerdere inkopen in grammen geboekt zijn waarbij geen inkoopbedragen zijn vermeld en er inkoopbedragen geboekt zijn zonder vermelding van soorten en grammen;

- er meerdere inkopen geboekt zijn waarvan de inkoopprijs en/of het aantal ingekocht grammen niet juist kan zijn.

Met betrekking tot de kasadministratie kan o.a. gesteld worden dat:

- niet alle uitgaven op de juiste datum geboekt zijn;

- er regelmatig (aanzienlijke) negatieve kassen voorkomen;

- er geen kascontrole heeft plaatsgevonden;

- niet in alle gevallen er aansluiting is te vinden tussen de inkoopstaten van softdrugs en de kasadministratie;

- de nummering van de kasbladen niet doorlopend is;

- de kasadministratie achteraf is opgemaakt.

(…)

5.8

Verwerpen administratie

Samengevat zijn de volgende gebreken geconstateerd:

- de eerste aantekeningen m.b.t. de opbrengsten zijn niet bewaard;

- de inkoopstaten van softdrugs zijn niet volledig en juist bijgehouden;

- de kasadministratie vertoont meerdere hiaten;

- er is geen sprake van afdoende kascontrole;

- er wordt geen uitvoering gegeven aan Hof Amsterdam 18 mei 2005:

“meer in het bijzonder mag van een coffeeshophouder in redelijkheid worden verwacht dat hij door middel van dagstaten zowel in hoeveelheden als in geld bijhoudt welke bedragen ter zake van de inkoop van cannabisproducten op welke data zijn uitgegeven en dat hij hierop aansluitende kas- en voorraadadministratie voert”;

met andere woorden van iedere inkoop softdrugs moet worden vastgelegd de datum van de inkoop, de soort, de hoeveelheid, de prijs en de betaaldatum;

- onaanvaardbaar lage- en sterk schommelende brutowinstmarges (blijkend uit de jaarrekeningen);

- meerdere aanwijzingen dat de opbrengstverantwoording van de softdrugs niet kan kloppen.

(…) "

2.5.

In het verslag van het hoorgesprek van 27 juni 2014 is onder meer het volgende opgenomen:

“De heer [A] antwoordt desgevraagd dat hij de feiten die in het controlerapport staan niet ontkent. Wel wordt ontkend dat de aangetroffen inkoopadministratie van de coffeeshop is. (…)

Op de vraag hoe het dan kan dat er negatieve kassen worden geconstateerd, vertelde belastingplichtige dat dat niet mogelijk was. Inkopen worden gezamenlijk geboekt, de kasomzet ook. Incidenteel kan wel eens een bon te laat zijn geboekt, maar het was onmogelijk dat er negatieve kassen ontstonden. Belastingplichtige betwist dit uitdrukkelijk. De overige feiten in het rapport van het boekenonderzoek betwist hij niet.”

2.6.

Omdat volgens de Inspecteur door belanghebbende niet of niet geheel aan de administratieve verplichtingen en bewaarplicht van artikel 52 AWR is voldaan, heeft de Inspecteur op 27 maart 2014 een informatiebeschikking vastgesteld voor de jaren 2007 tot en met 2011 betrekking hebbende op aan belanghebbende op te leggen aanslagen in de vennootschaps- en omzetbelasting.

2.7.

Namens belanghebbende heeft [T] Belastingadviseurs BV bezwaar gemaakt tegen de informatiebeschikking. In dit bezwaarschrift is onder meer het volgende geschreven:

“De inkoop bedraagt nooit meer dan 500 gram per keer. Dit betekent dat in de ochtend een voorraad van maximaal 500 gram van de zogenoemde voorraadman in ontvangst wordt genomen en deze contant wordt betaald. Dit wordt vastgelegd op staten. (…) De staten worden overgezet in een Excel bestand. (…) Bij het aanleveren van de maximaal wettelijk toegestane 500 gram per dagdeel wordt de voorraadman cash betaald en dat wordt ook vastgelegd. Wat de voorraadman met dat geld doet gaat de Stichting niet aan. (…) De Stichting koopt twee keer per dag in en dat wordt geadministreerd. (…) De voorraadman bepaalt de waarde van de inkoop. (…) De inkoopstaten zijn van de voorraadman. (…) De Stichting heeft geen en mag geen voorraad hebben groter dan 500 gram. De Stichting gaat niet over de stash. De door de inspecteur ten onrechte gebruikte voorraadstaten zijn de basis voor de door hem geconstateerde negatieve kassen en zijn de basis voor het verwerpen van de financiële administratie.”

2.8.

Bij uitspraak op bezwaar van 10 oktober 2014 heeft de Inspecteur de informatiebeschikking gehandhaafd. Deze uitspraak is geadresseerd aan [T] Belastingadviseurs BV. In uitspraak is onder meer het volgende vermeld:

“AANGETEKEND

[T] Belastingadviseurs

De heer [A] AA

Postbus [000]

[U]

Betreft: Uitspraak op het bezwaarschrift stichting [X] tegen de informatiebeschikking

Geachte heer [A] ,

U heeft met uw brief van 24 april 2014 namens de Stichting [X] , fiscaalnummer [0000.00.000] , een bezwaarschrift tegen de informatiebeschikking van 27 maart 2014 ingediend. (…)”

2.9.

De Rechtbank heeft geoordeeld dat de tijdens de controle gefotografeerde inkoopadministratie tot de administratie van belanghebbende behoort, dat de hoeveelheden en soorten ingekochte softdrugs niet op controleerbare wijze zijn vastgelegd, dat de inkoopadministratie regelmatig niet aansluit op de kasadministratie, dat de kasadministratie ondeugdelijk is vanwege negatieve kassen in 2008, 2009 en 2010, boekingen op onjuiste data en het ontbreken van kascontrole, en dat de primaire vastleggingen van de omzet niet zijn bewaard. Gelet daarop voldoet de administratie van belanghebbende niet aan de eisen die artikel 52 AWR daaraan stelt en is volgens de Rechtbank de informatiebeschikking terecht afgegeven. Nu de schending van de administratieplicht en de bewaarplicht niet meer ongedaan kan worden gemaakt, heeft de Rechtbank geen nieuwe termijn gesteld.

3 Geschil

3.1.

In geschil is of de onderhavige informatiebeschikking terecht is vastgesteld.

3.2.

Belanghebbende betoogt in hoger beroep i) dat de tenaamstelling van de uitspraak op bezwaar onjuist is, en ii) dat na het boekenonderzoek medio 2012 definitieve aanslagen vennootschapsbelasting over de jaren 2012 en later zijn opgelegd overeenkomstig de aangiften waardoor bij haar het vertrouwen is gewekt dat de administratie toereikend is en dus geen informatiebeschikking mag worden vastgesteld. Verder herhaalt belanghebbende hetgeen in bezwaar en beroep is aangevoerd. Daarin is betoogd dat iii) de primaire vastlegging in dagstaten weliswaar niet is bewaard, maar dat de gegevens één op één zijn overgenomen in een Excel-bestand. Verder is onder meer aangevoerd dat iv) als belanghebbende de inkopen wel juist zou administreren, zij de zogenoemde AHOJGI-criteria – waaronder de voorwaarde dat een coffeeshop maximaal 500 gram in voorraad mag hebben – zou overtreden en zichzelf daarmee zou incrimineren. Ook heeft belanghebbende betoogd dat v) een steekproef naar de in- en verkoopprijzen niet representatief is voor de prijzen gedurende het jaar, dat vi) de soort hasj niet ertoe doet omdat het fantasienamen betreft, en dat vii) de Inspecteur ten onrechte negatieve kassen constateert door de datum van de inkoop gelijk te stellen aan de datum van de betaling. De Inspecteur verdedigt de tegenovergestelde opvatting.

3.3.

Ter zitting van het Hof heeft belanghebbende uitdrukkelijk verklaard grief iv) in te trekken nu de Inspecteur niet het standpunt heeft ingenomen dat ten onrechte geen voorraadadministratie is gevoerd. Belanghebbende heeft ook grief v) ter zitting ingetrokken aangezien eventuele winstcorrecties pas aan de orde zijn als de Inspecteur navorderingsaanslagen oplegt.

3.4.

Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank, tot vernietiging van de uitspraak op bezwaar en tot vernietiging van de informatiebeschikking. De Inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.

4 Overwegingen

Tenaamstelling uitspraak op bezwaar

4.1.

Indien iemand zich laat vertegenwoordigen, dient een inspecteur op grond van artikel 6:17 Awb, de uitspraak op bezwaar in ieder geval toe te zenden aan de gemachtigde.

4.2.

Namens belanghebbende heeft [T] Belastingadviseurs BV bezwaar gemaakt tegen de informatiebeschikking. De Inspecteur heeft de uitspraak op bezwaar geadresseerd aan [T] Belastingadviseurs BV. Deze toezending is derhalve in overeenstemming met het bepaalde in artikel 6:17 Awb. Verder kan op grond van de in de uitspraak op bezwaar vermelde gegevens (zie 2.8) redelijkerwijs geen misverstand erover bestaan dat de uitspraak ten aanzien van belanghebbende is genomen.

Definitieve aanslagen

4.3.

Belanghebbende betoogt dat na het boekenonderzoek medio 2012 definitieve aanslagen vennootschapsbelasting over de jaren 2012 en later zijn opgelegd overeenkomstig de aangiften, waardoor bij haar het - in rechte te honoreren - vertrouwen is gewekt dat de administratie toereikend is en dus geen informatiebeschikking mag worden vastgesteld. Dit betoog faalt. Geen rechtsregel of rechtsbeginsel staat eraan in de weg dat de Inspecteur een informatiebeschikking vaststelt over andere jaren (in het onderhavige geval over 2007 tot en met 2011) dan waarvoor definitieve aanslagen (2012 en verder) zijn opgelegd. Te meer niet nu bij het vaststellen van de definitieve aanslagen voor de jaren 2012 en verder de aangelegenheid van de administratie niet uitdrukkelijk aan de orde is geweest. Bovendien zijn geen omstandigheden gebleken op grond waarvan belanghebbende redelijkerwijs kon aannemen dat de Inspecteur weloverwogen een standpunt over de gevoerde administratie had ingenomen.

4.4.

De vraag of de Inspecteur beschikt over het voor navordering vereiste nieuwe feit als bedoeld in artikel 16 AWR, is pas aan de orde als de Inspecteur een navorderingsaanslag heeft opgelegd, en behoeft in onderhavige procedure over een informatiebeschikking niet te worden beantwoord.

Wettelijke regels

4.5.

In artikel 52 AWR is, voor zover hier van belang, bepaald dat administratieplichtigen gehouden zijn van hun vermogenstoestand en van alles betreffende hun bedrijf naar de eisen van dat bedrijf op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dan te allen tijde hun rechten en verplichtingen alsmede de voor de heffing van belasting overigens van belang zijnde gegevens hieruit duidelijk blijken.

4.6.

In artikel 52a, lid 1, AWR is, voor zover van belang, bepaald dat als met betrekking tot een op te leggen belastingaanslag niet of niet volledig wordt voldaan aan de verplichtingen ingevolge artikel 52 AWR, de inspecteur dit kan vaststellen bij voor bezwaar vatbare (informatie)beschikking.

4.7.

In artikel 27e, lid 2, AWR is bepaald dat als een rechter het beroep tegen een informatiebeschikking ongegrond verklaart, hij een nieuwe termijn stelt voor het voldoen aan de in die beschikking gegeven bedoelde verplichtingen, in situaties waarin daaraan nog gevolg kan worden gegeven, tenzij sprake is van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht.

Administratieplicht

4.8.

Van een coffeeshophouder mag worden verlangd dat een inkoop- en voorraadadministratie wordt gevoerd van de aanwezige voorraad softdrugs. Zonder een inkoop- en voorraadadministratie te voeren en te bewaren kan immers niet worden voldaan aan de in artikel 52, lid 1, AWR gestelde eis dat op zodanige wijze een administratie wordt gevoerd en dat de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze worden bewaard dat te allen tijde belanghebbendes rechten en verplichtingen alsmede de voor de heffing van belasting overigens van belang zijnde gegevens hieruit duidelijk blijken. Hieraan doet niet af dat het voeren van een inkoop- en voorraadadministratie tot problemen in de strafrechtelijke sfeer kan leiden (vgl. HR 31 mei 2013, nr. 11/03452, ECLI:NL:HR:2013:7184). Het Hof is van oordeel dat belanghebbendes inkoopadministratie, door het ontbreken van een toereikende vastlegging van de soort en hoeveelheden ingekochte softdrugs en van de daarvoor betaalde prijzen, gebreken vertoont. Ook als belanghebbendes betoog zou worden gevolgd dat zij geen stash aanhoudt maar tweemaal per dag 500 gram aan softdrugs inkoopt bij haar voorraadman, mag van belanghebbende worden verwacht dat zij een afdoende inkoopadministratie met betrekking tot de softdrugs voert.

4.9.

In een onderneming zoals die van belanghebbende, waarbij vrijwel alle transacties – zowel verkoop als inkoop – per kas worden verricht, vormt de kasadministratie een centraal en onmisbaar onderdeel van de administratie. Het Hof is van oordeel dat belanghebbende geen controleerbare en sluitende kasadministratie heeft gevoerd. Zo zijn niet alle uitgaven op de juiste datum geboekt waardoor een kascontrole niet mogelijk is en komen er regelmatig (aanzienlijke) negatieve kassen voor. Bij het onderzoek naar de negatieve kassen mocht de Inspecteur, gelet op belanghebbendes verklaringen daaromtrent in het bezwaarschrift (zie 2.7), ervan uitgegaan dat de inkopen contant worden betaald. Mocht evenwel belanghebbendes betoog worden gevolgd dat de inkopen niet contant worden betaald, dan zou een schuldverhouding met de leverancier ontstaan die in een crediteurenadministratie moet worden neergelegd. Nu een dergelijke crediteurenadministratie ontbreekt, zou ook in zoverre niet aan de administratieplicht zijn voldaan.

Bewaarplicht

4.10.

Verder heeft belanghebbende, zoals zij ter zitting heeft erkend, de primaire vastleggingen van de omzet – de handmatig bijgehouden dagstaten – niet bewaard. Naar het oordeel van het Hof vallen dergelijke detailgegevens onder de in artikel 52 AWR opgenomen bewaarplicht, omdat met behulp van deze gegevens de volledigheid van de verantwoording van de omzet (in het Excel-bestand) kan worden gecontroleerd.

Slotsom

4.11.

Gelet op voornoemde gebreken in de inkoopadministratie (zie 4.8) en de kasadministratie (zie 4.9), alsmede gelet op de schending van de bewaarplicht (zie 4.10), heeft belanghebbende voor de jaren 2007 tot en met 2011 niet voldaan aan de op haar rustende administratie- en bewaarplicht zoals voorgeschreven in artikel 52 AWR.

4.12.

In het onderhavige geval acht het Hof de schending van de administratieplicht en bewaarplicht, zoals hiervoor omschreven, voldoende ernstig om door de Inspecteur te kunnen worden gebezigd als grondslag voor zijn gevolgtrekking dat een informatiebeschikking gerechtvaardigd is.

4.13.

Gelet op het vorenoverwogene is de onderhavige informatiebeschikking rechtsgeldig vastgesteld door de Inspecteur. Het hoger beroep van belanghebbende dient daarom ongegrond te worden verklaard. Het Hof zal geen nieuwe termijn stellen op de voet van artikel 27h, lid 2, AWR in samenhang met artikel 27e, lid 2, AWR, nu de onderhavige schending van de administratie- en bewaarplicht in de jaren 2007 tot en met 2011 zich niet leent voor herstel. Redengevend daarvoor is onder meer dat zo al een deugdelijke kasadministratie kan worden gereconstrueerd, een adequate kascontrole achteraf niet mogelijk is.

5 Proceskosten

Het Hof ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

6 Beslissing

Het Hof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.J.H. van Suilen, voorzitter, mr. R. den Ouden en
mr. M.G.J.M. van Kempen, in tegenwoordigheid van mr. J.L.M. Egberts als griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 oktober 2016.

De griffier, De voorzitter,

(J.L.M. Egberts) (A.J.H. van Suilen)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op: 25 oktober 2016

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij

de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer),

postbus 20303, 2500 EH Den Haag

Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 – het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.