Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:8295

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
18-10-2016
Datum publicatie
02-11-2016
Zaaknummer
200.165.597
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Uitleg vaststellingsovereenkomst.

V(oorwaardelijk)E(xtra)P(ensioen)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2016-1241
AR 2016/3172
PJ 2017/2

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.165.597

(zaaknummer rechtbank Overijssel, team kanton en handelsrecht, zittingsplaats Enschede 3009532)

arrest van 18 oktober 2016

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [plaatsnaam] ,

appellant,

in eerste aanleg: eiser,

hierna: [appellant] ,

advocaat: mr. A.M. Hoogwerff Kroon,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Thales Nederland B.V.,

gevestigd te Hengelo (O),

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: Thales,

advocaat: mr. G.R. Derksen.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van
18 november 2014 dat de kantonrechter (rechtbank Overijssel, zittingsplaats Enschede) heeft gewezen.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 18 februari 2015;

- de memorie van grieven, tevens akte houdende wijziging van eis met producties;

- de memorie van antwoord met producties;

- de pleidooien op 20 september 2016 overeenkomstig de pleitnotities van de procesadvocaten. Namens Thales heeft tevens mr. A. Ter Horst gepleit.

2.2

Na afloop van de pleidooien heeft het hof arrest bepaald.

2.3

[appellant] vordert, na wijziging van zijn eis, dat het hof het vonnis van 18 november 2014 van de kantonrechter (rechtbank Overijssel, locatie Enschede) zal vernietigen en, opnieuw recht doende, arrest zal wijzen en de volgende vorderingen van [appellant] toe zal wijzen:
I. de afgifte van een verklaring voor recht dat partijen zijn overeengekomen dat [appellant] per
1 januari 2019 recht heeft op het VEP ter hoogte van € 5.879,- bruto per jaar;
II. de veroordeling van Thales om het VEP ter hoogte van € 5.879,- te financieren door middel van betaling van een koopsom aan het Thales Pensioenfonds of een andere professionele pensioenuitvoerder, zodat de korting van 3,5% ongedaan wordt gemaakt, op straffe van een dwangsom ter hoogte van € 500,- per dag voor iedere dag dat Thales nalaat om genoemde pensioenvoorziening binnen zeven dagen na betekening van het arrest ten bate van [appellant] te treffen, althans op straffe van verbeurte van dwangsommen per dag ter hoogte van door de rechter in goede justitie te bepalen bedragen;
III. de veroordeling van Thales in de kosten van beide instanties, te vermeerderen met de nakosten, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het arrest, en voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.

3 De vaststaande feiten

3.1

[appellant] , geboren op [geboortedatum] , is met ingang van 1 juli 1986 in dienst getreden van Thales.

3.2

Thales heeft op grond van (de) tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst(en) een pensioenvoorziening voor [appellant] getroffen. [appellant] was gedurende zijn dienstverband opgenomen in het ondernemingspensioenfonds van Thales, de Stichting Pensioenfonds Thales Nederland (hierna: het Pensioenfonds Thales). Van deze pensioenregeling maakte ook een VUT-regeling deel uit. Aangezien Thales een eigen ondernemingspensioenfonds had, was zij vrijgesteld van deelname aan het bedrijfstakpensioenfonds als bedoeld in de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor de Metaal- en Elektrotechnische Industrie (hierna: de CAO Metalektro).

3.3

In een door het Pensioenfonds Thales aan [appellant] verstrekt Uniform Pensioenoverzicht 2012 (stand per 31 december 2011) is onder andere het volgende vermeld:
Welk pensioen kunt u verwachten?
(…)
Te bereiken pensioen
Als u uw huidige dienstverband voortzet tot 65-jarige leeftijd, ontvangt u, indien u aan de voorwaarden voldoet (zie toelichting):
(…)
- vanaf 65 jaar zolang u leeft (…)
- waarvan ouderdomspensioen (…)
- waarvan voorwaardelijk pensioen € 5.879
(…)
Voorwaardelijk pensioen
Het ‘Te bereiken pensioen’ (vanaf 65 jaar zolang u leeft) houdt rekening met € 5.879 aan pensioen dat u, als u tot uw pensionering in dienst blijft bij Thales, ontvangt over dienstjaren uit het verleden. Hiervan is € 0 opgebouwd.
CAO-partijen zijn overeengekomen dat er vanaf 2011 bij inkoop van voorwaardelijk pensioen een correctiefactor wordt toegepast. Deze correctiefactor is voor 2011 vastgesteld op 85%. In bovenstaand voorwaardelijk pensioen is reeds rekening gehouden met de correctiefactor. Het oorspronkelijke voorwaardelijk pensioen (zonder correctiefactor) bedraagt € 6.917.
Zie ook de toelichting.
(…)
Bijzondere omstandigheden
Vanwege de te lage dekkingsgraad is een herstelplan voor de korte termijn opgesteld. Kijk in de bijlage voor meer informatie.”

3.4

In de Toelichting op het Uniform Pensioenoverzicht 2012 is onder andere het volgende vermeld:
Voorwaardelijk pensioen
Het kan zijn dat u extra pensioen ontvangt over dienstjaren uit het verleden. Dit is een overgangsmaatregel voor het vervallen van de TOP-SUM- en TOP-SUMO-regeling. Over deze dienstjaren heeft u minder pensioen opgebouwd dan mogelijk is volgens de fiscale regelgeving. Dit wordt gecompenseerd door deze overgangsmaatregel. Dit extra pensioen is meegeteld bij het te bereiken pensioen. Deze extra pensioenaanspraken zijn nog niet voor u opgebouwd of gefinancierd. Om dit extra pensioen te ontvangen, moet u aan een aantal voorwaarden voldoen. Deze voorwaarden zijn hieronder weergegeven.
(…)
U bent geboren na 1952 en voor 1973
- U moet op 1 januari 1998 werknemer zijn geweest in de Metalektro en in de periode vanaf 1 januari 1998 tot pensioeningangsdatum onafgebroken als werknemer in de Metalektro, laatstelijk bij Thales Nederland, werkzaam zijn.

- Zodra de aanspraken worden opgebouwd en gefinancierd, wordt de toezegging (geleidelijk) pensioen in de zin van de Pensioenwet. U kunt geen rechten ontlenen aan deze regeling als niet aan de voorwaarden is voldaan. Tevens is het belangrijk te weten dat de inhoud van deze regeling afhankelijk is van (toekomstige) afspraken binnen de Metalektro.
- U gaat niet eerder met pensioen dan op 61-jarige leeftijd, tenzij de aanspraken eerder zijn opgebouwd en gefinancierd. Het pensioenfonds bekijkt aan het begin van ieder jaar of Voorwaardelijk pensioen kan worden toegekend aan deelnemers uit een bepaald geboortejaar die in dat kalender jaar 61 worden. U komt niet in aanmerking voor voorwaardelijk pensioen als u met pensioen gaat voordat het pensioen voor u is ingekocht.
(…)
Bijzondere omstandigheden

Per eind 2008 is bij Stichting Pensioenfonds Thales Nederland, evenals bij vele andere fondsen, een dekkingstekort geconstateerd. Het pensioenfonds Thales Nederland heeft dit gemeld bij De Nederlandsche Bank (DNB). DNB houdt toezicht op alle pensioenfondsen in Nederland. Het pensioenfonds heeft op 31 maart 2009 een herstelplan aangeleverd waarin wordt aangegeven op welke wijze de dekkingsgraad zal verbeteren. Dit herstelplan is akkoord bevonden.

(…)
Tenzij de markten en met name de rente zich in 2012 sterk herstellen, zijn aanvullende maatregelen nodig om voldoende herstel te bewerkstelligen. De meest substantiële maatregel is het voornemen de pensioenen te verlagen. Dit betreft dan zowel de uitkeringen van gepensioneerden, als de opgebouwde rechten van actieve en inactieve medewerkers. Voordat deze verlaging wordt doorgevoerd heeft het pensioenfonds Thales een jaar respijt. Deze verlaging wordt dan uiterlijk per 1 april 2013 doorgevoerd als de dekkingsgraad op
31 december 2012 onvoldoende is hersteld.

Op basis van de evaluatie van het herstelplan heeft het bestuur op 7 februari 2012 besloten tot een voorlopig kortingspercentage van 4,1%. Het uiteindelijke kortingspercentage kan zowel hoger als lager zijn, dat hangt af van de dekkingsgraad op 31 december 2012.

(…)
Zoals aangegeven wordt aan het eind van dit jaar opnieuw de balans opgemaakt. Dan wordt duidelijk of de pensioenaanspraken en -uitkeringen daadwerkelijk verlaagd moeten worden in april 2013.”


Bij het hiervoor vermelde kopje ‘Voorwaardelijk pensioen’ is een voetnoot (1) opgenomen die als volgt luidt:
“Verplichte tekst uit het Uitvoeringsbesluit pensioenaspecten Sociaal Akkoord 2004: Het pensioen dat voor u zal worden ingekocht omdat u in het verleden gedurende uw dienstbetrekking(en) een of meer perioden hebt gehad waarin minder pensioen is opgebouwd dan op grond van de fiscale regelgeving mogelijk is, wordt pas opgebouwd op het moment dat en voor zover de toegezegde aanspraken zijn gefinancierd. Wanneer uw deelname aan de pensioenregeling eindigt voordat deze aanspraken (volledig) zijn gefinancierd, heeft u alleen recht op het op dat moment gefinancierde en opgebouwde deel van deze pensioenaanspraken. Indien u bij beëindiging van de deelname aan de pensioenregeling nog geen toegezegd pensioen over verstreken dienstjaren voor u is ingekocht en opgebouwd, heeft u dus ook geen recht op dit deel van uw toezegging. Als aan u is toegezegd dat pensioenaanspraken over verstreken dienstjaren worden ingekocht, dan moeten deze uiterlijk binnen vijftien jaren nadat de toezegging is gedaan, zijn gefinancierd. Wanneer u binnen die vijftien jaar met pensioen zou gaan, moeten de in te kopen pensioenaanspraken al eerder zijn gefinancierd, namelijk uiterlijk op het moment van uw pensionering. Een eenmaal gedane toezegging tot inkoop van aanspraken over het verleden kan in beginsel niet worden ingetrokken of gewijzigd.”

3.5

Het dienstverband tussen partijen is in onderling overleg tussen partijen beëindigd met ingang van 1 september 2012, waartoe partijen op 19 maart 2012 een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten en ondertekend. Over de inhoud van deze vaststellingsovereenkomst hebben partijen in de periode vanaf begin november 2011 tot en met 19 maart 2012 onderhandelingen gevoerd. [appellant] werd gedurende deze onderhandelingen bijgestaan door een juriste van DAS Rechtsbijstand.

3.6

In de op 19 maart 2012 ondertekende vaststellingsovereenkomst, waarin [appellant] als werknemer is aangeduid, is onder andere het volgende vermeld:
“2 Thales verplicht zich met de ondertekening van deze overeenkomst de Voorwaardelijke Extra Pensioenrechten voor de Werknemer, zoals deze gelden op 1 maart 2012, onvoorwaardelijk te maken en deze toe te kennen aan Werknemer, mits en voor zover werknemer verder voldoet aan de richtlijnen van het pensioenreglement. Dit houdt in dat hij deelnemer in het Pensioenfonds moet zijn tot (minimaal) 1 januari 2015. Het af te financieren bedrag zal door Thales tijdig ter beschikking worden gesteld aan Thales Pensioenfonds.
(…)
8 (…) Eventuele toekomstige wijzigingen in de wetgeving of andere maatregelen met betrekking tot de sociale verzekeringen en/of pensioenen en/of belastingen kunnen de inhoud van deze overeenkomst niet modificeren en zullen geen van beide partijen het recht geven de geldigheid van de overeenkomst – dan wel een bepaling in de overeenkomst – aan te tasten.
(…)
9 Deze overeenkomst geldt uitsluitend tussen Thales en werknemer. Derden kunnen hieraan op geen enkele wijze rechten ontlenen.
12 (…)
Partijen zijn in de gelegenheid geweest om juridisch en pensioenkundig advies in te winnen en doen uitdrukkelijk afstand van hun bevoegdheid in of buiten rechte gehele of gedeeltelijke ontbinding en/of vernietiging van de onderhavige vaststellingsovereenkomst te vorderen.

13 Deze overeenkomst heeft te gelden als vaststellingsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 7:900 jo 7:902 van het Burgerlijk Wetboek. Met het aangaan van deze overeenkomst zijn alle eventuele vorige afspraken, overeenkomsten of voorstellen ten aanzien van de beëindiging van het dienstverband vervallen.”

Onder 2 van de vaststellingsovereenkomst is na het gedeelte “zoals deze gelden op 1 maart 2012” een voetnoot (1) ingevoegd die als volgt luidt:
“Cao-partijen zijn in 2011 (onder andere) overeengekomen dat bij de inkoop van het VEP een correctiefactor moet worden toegepast. Jaarlijks kan het VEP worden aangepast aan de gestegen levensverwachting. Bij ondertekening van de overeenkomst bedraagt het VEP 85% van het oorspronkelijke bedrag.”

3.7

Vóór het sluiten van de onder 3.6 vermelde vaststellingsovereenkomst op 19 maart 2012 hebben partijen, [appellant] bijgestaan door de juriste van Das Rechtsbijstand, met elkaar gesproken over een concept vaststellingsovereenkomst versie 7 maart 2012. Artikel 2 van dit concept luidde als volgt:
“Thales verplicht zich met de ondertekening van deze overeenkomst de Voorwaardelijke Extra Pensioenrechten voor de Werknemer, zoals deze gelden op 7 maart 2012, onvoorwaardelijk te maken en deze toe te kennen aan Werknemer. Het af te financieren bedrag zal door Thales tijdig ter beschikking worden gesteld aan Thales Pensioenfonds.”

De tekst van de na het gedeelte “zoals deze gelden op 7 maart 2012” ingevoegde voetnoot (1) was gelijkluidend als de voetnoot zoals hiervoor onder 3.6 geciteerd.

3.8

De hoogte van de in de vaststellingsovereenkomst van 19 maart 2012 vermelde Voorwaardelijke Extra Pensioenrechten (hierna: het VEP) van [appellant] bedroeg per 1 maart 2012 € 5.879,- bruto. Dit bedrag is niet in de vaststellingsovereenkomst vermeld.

3.9

Na de beëindiging van het dienstverband heeft [appellant] zijn deelname aan het Pensioenfonds Thales vrijwillig voortgezet.

3.10

In een brief van 12 april 2013 van het Pensioenfonds Thales aan [appellant] , waarin het pensioenfonds het Uniform Pensioenoverzicht 2013 (stand per 31 december 2012) aan [appellant] heeft gezonden, is onder andere het volgende vermeld:
“Als voormalig werknemer van Thales Nederland B.V. heeft u een premievrije aanspraak bij Stichting Pensioenfonds Thales Nederland en staat u geregistreerd als een zogeheten “vrijwillige voortzetter”.

(…)
Verlaging van uw pensioen met 3,5%

Zoals vermeld in onze brief van 14 februari 2013 heeft het bestuur van het pensioenfonds besloten om de opgebouwde pensioenen per 1 april 2013 met 3,5% te verlagen. Het voorwaardelijk pensioen wordt verlaagd met 5,1%, conform afspraken in de bedrijfstak.”

3.11

In een e-mail van 30 april 2013 van [appellant] aan het Pensioenfonds Thales is onder andere het volgende vermeld:
“medio April heb ik van u het Uniform Pensioenoverzicht 2013 ontvangen (…). Hierin geeft u aan dat mijn voorwaardelijk ouderdomspensioen met 5.1% verlaagt wordt.

Hiermee ben ik het niet eens.

In mijn vaststellingsovereenkomst met Thales is onvoorwaardelijk afgesproken dat Thales het voorwaardelijk pensioen zou financieren zoals dat gold op 1.3.2012.

Dat is het oorspronkelijke voorwaardelijke pensioen, inclusief de toen al geldende correctiefactor van 0.85, dus € 5879.”
3.12 In een e-mail van 31 mei 2013 heeft het Pensioenfonds Thales [appellant] het volgende geschreven:
“Het klopt wel dat het Voorwaardelijk Pensioen wordt verlaagd.

Maar er is wel sprake van een uitzondering voor de medewerkers die een vaststellingsovereenkomst hebben getekend. Deze is als volgt:
Voorwaardelijk pensioen en vaststellingsovereenkomst
Voor het voorwaardelijk pensioen geldt voor deelnemers een verlaging van 5,1%, conform de verlaging die de bedrijfstak doorvoert.

Voor u geldt voor het voorwaardelijk pensioen een verlaging van 3,5%, aangezien u een vaststellingsovereenkomst met Thales Nederland heeft die voor 1 januari 2013 is getekend.”

3.13

In een e-mail van 23 september 2013 van [appellant] aan Thales is onder andere het volgende vermeld:
“In maart 2012 heb ik een vaststellingsovereenkomst met Thales getekend. In deze vaststellingsovereenkomst is m.b.t. het voorwaardelijk pensioen het volgende afgesproken:

“Thales verplicht zich met ondertekening van deze overeenkomst de Voorwaardelijke Extra Pensioenrechten voor de Werknemer, zoals deze gelden op 1 maart 2012, onvoorwaardelijk te maken en deze toe te kennen aan Werknemer, mits en voor zover werknemer verder voldoet aan de richtlijnen van het pensioenreglement”.
Deze bepaling is juist in de vaststellingsovereenkomst opgenomen om aanpassingen/kortingen in de toekomst te voorkomen.

De voorwaardelijke pensioenrechten hadden op 1 maart 2012 een omvang van €5879.
(…)

Ik blijf bij mijn stelling dat het voorwaardelijk pensioen zoals dat gold op 1 maart 2012 onvoorwaardelijk gemaakt moet worden en niet gekort mag worden. Dit is in de vaststellingsovereenkomst zonder voorwaarden afgesproken. Omdat ik de vaststellingsovereenkomst met Thales getekend heb wend ik me nu tot Thales met de vraag om de afspraken uit de vaststellingsovereenkomst na te komen.”

3.14

In een e-mail van 3 oktober 2013 van Thales aan [appellant] is onder andere het volgende vermeld:
“Uw stelling is dat het voorwaardelijk pensioen zoals dit gold op 1 maart 2012 onvoorwaardelijk zou moeten worden gemaakt, zonder toepassing van de korting van 3,5%. Wij delen uw stelling niet en wel om de volgende redenen. De verplichting van Thales op grond van de vaststellingsovereenkomst ziet op het onvoorwaardelijk maken van het voorwaardelijk pensioen, conform de richtlijnen van het pensioenreglement (van Pensioenfonds Thales). Dit reglement bevat in Hoofdstuk C de regeling voor voorwaardelijk pensioen die op u van toepassing is. In artikel 3.4 kunt u lezen dat bij het voorwaardelijk pensioen rekening wordt gehouden met de hoogte en de wijze van toekenning van de voorwaardelijke pensioenaanspraken bij PME. Als PME een vermindering doorvoert van het voorwaardelijk pensioen, wordt deze vermindering ook door het Pensioenfonds Thales toegepast. In artikel 5.1 ziet u dat het pensioenfonds bij de toekenning van voorwaardelijk pensioen rekening houdt met de CAO-afspraken en bevoegd is het pensioen te verlagen met een correctiefactor, dan wel de hoogte van het voorwaardelijk pensioen aan te passen aan de beschikbaarheid van de financiële middelen voor de toekenning van voorwaardelijk pensioen binnen het pensioenfonds.
In april 2013 heeft PME het reguliere pensioen en het voorwaardelijk pensioen met 5,1% verlaagd. Bij Pensioenfonds Thales is in 2013 een korting op de reeds verworven pensioenen toegepast van 3,5%. Deze korting is daarmee ook toegepast op de reeds onvoorwaardelijk geworden voorwaardelijke pensioenen van voormalige werknemers met een vaststellingsovereenkomst die zijn geboren tot en met 1952. Omdat het voorwaardelijk pensioen nog een arbeidsvoorwaardelijk karakter heeft, is door Thales besloten voor de voormalige werknemers met een vaststellingsovereenkomst die voor 2013 is getekend (geboortejaren 1953 en 1954) het voorwaardelijke pensioen met 3,5% te verlagen (conform de verlaging van het verworven pensioen bij Pensioenfonds Thales). Daarmee wordt voor deze groep niet de 5,1% korting die PME heeft toegepast gehanteerd voor het voorwaardelijk pensioen. Dit omdat Thales de belangen van de voormalige werknemers met een vaststellingsovereenkomst op evenwichtige wijze wil behartigen.”
3.15 Partijen hebben daarna nog met elkaar gecorrespondeerd waarbij zijn hun niet met elkaar overeenstemmende standpunten hebben herhaald.

3.16

Thales heeft op 31 december 2014 de koopsom die nodig was voor de financiering van het (verlaagde) VEP van [appellant] ad € 5.674,- aan het Pensioenfonds Thales voldaan.

3.17

In het pensioenreglement (hierna: het pensioenreglement) van het Pensioenfonds Thales geldend vanaf 1 januari 2006 (versie 1 januari 2013 en versie 1 januari 2014) is onder andere het volgende vermeld:
“I. ALGEMENE BEPALINGEN
(…)
2. Deelnemerschap
2.1 Deelnemerschap

Deelnemers in het fonds zijn werknemers van de Werkgever, die in de voor hen geldende arbeidsovereenkomst als zodanig zijn aangewezen, dan wel verplicht of vrijwillig in het fonds deelnemen.
(…)

C. OVERGANGSREGELING VOOR DEELNEMERS GEBOREN IN DE PERIODE 1950 TOT EN MET 1972
(…)
3. Toekenning aanspraken over perioden in het verleden aan Deelnemers geboren in de periode 1 januari 1953 tot 1 januari 1973
Dit betreft de Deelnemers die tot 1 januari 2006 onder de TOP-SUMO-regeling vielen. Zij kunnen in aanmerking komen voor aanspraken over perioden in het verleden waarin minder pensioenaanspraken zijn opgebouwd dan op basis van hoofdstuk IIB van de Wet op de loonbelasting 1964 is toegestaan. Het gaat hierbij dus om een toezegging tot inkoop van pensioenaanspraken. (…) De aanspraken wordt op de volgende wijze vastgesteld.
3.1 Per 1 januari 2006 wordt voor de Deelnemer vastgesteld, op basis van de actuele gegevens, hoe hoog de aanspraak op TOP-SUMO op de Uittredingsrichtdatum zou bedragen als de tot 1 januari 2006 gegolden hebbende pensioenregeling zou zijn blijven gelden.

(…)
3.2 De contante waarde wordt omgezet in een toegezegde aanspraak op jaarlijks ouderdomspensioen met als pensioenrichtleeftijd 65 jaar (…)
3.4 De toegezegde aanspraken volgens lid 2 en 3 worden met in achtneming van artikel 4 van het Uitvoeringsbesluit pensioenaspecten Sociaal Akkoord 2004 opgebouwd en gefinancierd uiterlijk bij ingang van het ouderdomspensioen, waarbij rekening wordt gehouden met de hoogte en de wijze van toekenning van de voorwaardelijke pensioenaanspraken door Stichting Pensioenfonds van de Metalektro. Indien Stichting Pensioenfonds van de Metalektro besluit om de toekenning van de voorwaardelijke pensioenaanspraken te verminderen of te beëindigen, dan past het Fonds dit op overeenkomstige wijze toe op de voorwaardelijke pensioenaanspraken uit hoofde van dit artikel. (…) Bij beëindiging van de deelneming vóór de pensioeningangsdatum vervallen de toegezegde aanspraken (voor zover niet opgebouwd en gefinancierd).
(…)
5. Financiering
5.1 Het toegezegde pensioen uit de artikelen 1,2 en 3, wordt op het moment van toekenning direct ingekocht. (…) De benodigde koopsommen worden gefinancierd uit een daarvoor te vormen voorziening/reservering. De financiering en overige voorwaarden van de voorziening/reservering zijn geregeld in de uitvoeringsovereenkomst tussen Werkgever en het Fonds.
De opbouw en financiering van de toegezegde pensioenen vindt plaats op basis van daartoe door het bestuur te nemen besluiten en voor zover de voorziening/reservering dit toelaat.
Het bestuur is bevoegd om bij het besluit tot opbouw en financiering van de toegezegde pensioenen een door het bestuur vast te stellen correctiefactor toe te passen en volgt hierbij de CAO.
Voor 2011 is de correctiefactor vastgesteld op 85%.”

3.18

In artikel 12.3 van de statuten van het Pensioenfonds Thales - in die statuten aangeduid als de Stichting - is onder andere het volgende bepaald:
“Indien de financiële toestand van de Stichting het noodzakelijk maakt kunnen de aanspraken jegens de Stichting ofwel de rechten op pensioen van de Deelnemers, Gewezen Deelnemers en Pensioengerechtigden, alsmede van de nagelaten betrekkingen van deze categorieën worden verminderd conform het bepaalde in artikel 134 Pensioenwet.”

4 Het geschil en de beslissing in eerste aanleg

4.1

[appellant] heeft in eerste aanleg gevorderd dat de kantonrechter bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
a. voor recht zal verklaren dat partijen zijn overeengekomen dat [appellant] blijvend aanspraak kan maken op een uitkering uit het VEP ter hoogte van € 5.979,- bruto per jaar vanaf 1 maart 2019.
b. Thales zal veroordelen om de schade die [appellant] heeft geleden door de korting van het VEP met 3,5% te compenseren door het afsluiten van een aanvullende verzekering bij een professionele verzekeringsmaatschappij en het storten van een koopsom ter hoogte van
€ 5.773,- in die verzekering, op straffe van verbeurte van een dwangsom ter hoogte van
€ 500,- per dag voor iedere dag dat Thales nalaat om genoemde pensioenvoorziening te treffen, indien Thales de genoemde pensioenvoorziening niet binnen 7 dagen na betekening van het vonnis ten bate van [appellant] heeft getroffen, althans op verbeurte van dwangsommen per dag ter hoogte van door de rechter in goede justitie te bepalen bedragen.
c. Thales zal veroordelen tot betaling van de kosten van de procedure, daarin begrepen het salaris van de gemachtigde van [appellant] .

4.2

Thales heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vorderingen van [appellant] .

4.3

De kantonrechter heeft bij het bestreden vonnis, dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, de vorderingen van [appellant] afgewezen en [appellant] in de proceskosten veroordeeld.

5 De beoordeling van de grieven en de vordering

5.1

Het hof zal recht doen op de tijdige - in de memorie van grieven omschreven - eiswijziging van [appellant] .

5.2

De (vier) grieven van [appellant] lenen zich voor een gezamenlijke behandeling.

5.3

In deze procedure gaat het om de vraag hoe de tussen partijen op 19 maart 2016 gesloten vaststellingsovereenkomst moet worden uitgelegd, met name het daarin opgenomen artikel 2. De vaststellingsovereenkomst betreft een geschrift dat er toe strekt om de rechtsbetrekking tussen Thales en [appellant] vast te stellen. De vaststellingsovereenkomst raakt naar haar aard niet de rechtspositie van derden. Dit hebben Thales en [appellant] overigens ook uitdrukkelijk vastgelegd in artikel 9 van de vaststellingsovereenkomst, zoals hiervoor onder 3.6 geciteerd. Dat betekent dat de uitleg van de bepalingen van de vaststellingsovereenkomst dient te geschieden aan de hand van de zogenaamde Haviltex-norm. Daarbij geldt dat de vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding tussen partijen is geregeld, niet alleen kan worden beantwoord op grond van een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van het contract. Voor de beantwoording van die vraag komt het immers aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Bij deze uitleg dient de rechter rekening te houden met alle bijzondere omstandigheden van het gegeven geval. Voorts worden de rechten en verplichtingen van partijen ten opzichte van elkaar niet alleen bepaald door hetgeen zij uitdrukkelijk zijn overeengekomen, doch ook door de redelijkheid en billijkheid die hun rechtsverhouding beheerst.

5.4

Het hof stelt voorop dat het VEP een toezegging betreft in de zin van artikel 4 van het Besluit van 16 juli 2005, houdende regels op het gebied van pensioen ter uitvoering van een aantal onderwerpen uit de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregelingen, Stb. 2005, 391, zoals laatstelijk gewijzigd op 20 december 2007, Stb. 2007, 572 en in werking getreden op 29 december 2007 (hierna: het Uitvoeringsbesluit). Van belang is het bepaalde in artikel 4 lid 5 van het Uitvoeringsbesluit:
“Het pensioen dat voor u zal worden ingekocht omdat u in het verleden gedurende uw dienstbetrekking(en) een of meer perioden hebt gehad waarin minder pensioen is opgebouwd dan op grond van de fiscale regelgeving mogelijk is, wordt pas opgebouwd op het moment dat en voor zover de toegezegde aanspraken zijn gefinancierd. Wanneer uw deelname aan de pensioenregeling eindigt voordat deze aanspraken (volledig) zijn gefinancierd, heeft u alleen recht op het op dat moment gefinancierde en opgebouwde deel van de pensioenaanspraken. Indien bij beëindiging van de deelname aan de pensioenregeling nog geen toegezegd pensioen over verstreken dienstjaren voor u is ingekocht en opgebouwd, heeft u dus ook geen recht op dit deel van uw toezegging. Als aan u is toegezegd dat pensioenaanspraken over verstreken dienstjaren worden ingekocht, dan moeten deze uiterlijk binnen vijftien jaren nadat de toezegging is gedaan, zijn gefinancierd. Wanneer u binnen die vijftien jaar met pensioen zou gaan, moeten de in te kopen pensioenaanspraken al eerder zijn gefinancierd, namelijk uiterlijk op het moment van uw pensionering. Een eenmaal gedane toezegging tot inkoop van aanspraken over het verleden kan in beginsel niet worden ingetrokken of gewijzigd.”
5.5 Tussen partijen is niet in geschil dat de financiering van het VEP van [appellant] ten tijde van het sluiten van de vaststellingsovereenkomst op 19 maart 2012 nog niet had plaatsgevonden. Thales heeft onbetwist gesteld dat het financieringsmoment van het VEP voor het geboortejaar van [appellant] in 2012 werd voorzien per 1 januari 2015. Dit betekende dat bij een beëindiging van het dienstverband per 1 september 2012, zoals partijen in de vaststellingsovereenkomst waren overeengekomen, zonder nadere afspraken tussen hen, [appellant] zijn toezegging op het VEP geheel zou verliezen. Het hof verwijst naar het in rechtsoverweging 3.17 geciteerde artikel 3.4 uit hoofdstuk C van het pensioenreglement, de toelichting op het Uniform Pensioenoverzicht 2012 onder het kopje “Voorwaardelijk pensioen” en de voetnoot bij dit kopje waarin artikel 4 lid 5 van het Uitvoeringsbesluit is geciteerd.

5.6

[appellant] heeft erkend (zie randnummer 5.12 van de memorie van grieven) dat partijen met het oog op het veilig stellen van het VEP voor [appellant] in artikel 2 van de vaststellingsovereenkomst een regeling hebben getroffen. Voorwaarde hierbij was - en dat zijn partijen ook overeengekomen - dat [appellant] tot tenminste 1 januari 2015 (vrijwillig) deelnemer zou blijven in het Pensioenfonds Thales (vergelijk ook artikel 2.1 van het pensioenreglement). [appellant] is na de beëindiging van zijn dienstverband vrijwillig deelnemer in het Pensioenfonds Thales gebleven, hetgeen het Pensioenfonds ook in zijn in rechtsoverweging 3.10 vermelde brief van 12 april 2013 aan [appellant] heeft bevestigd. [appellant] heeft voorts erkend (zie randnummer 4.1 van de memorie van grieven) dat partijen met de wijze waarop zij het VEP van [appellant] in de vaststellingsovereenkomst hebben “veiliggesteld” niet hebben beoogd [appellant] in een betere positie te brengen, naar het hof begrijpt, in vergelijking met de situatie waarin [appellant] zou hebben verkeerd wanneer hij in dienst van Thales zou zijn gebleven.

5.7

Anders dan [appellant] heeft aangevoerd kan de vermelding in artikel 2 van de vaststellingsovereenkomst van het woord onvoorwaardelijk niet zo worden uitgelegd dat Thales aan [appellant] een gefixeerd dan wel gegarandeerd bedrag van € 5.879,- met betrekking tot het VEP heeft toegekend. Het bedrag van € 5.879,- is niet in de vaststellingsovereenkomst van 19 maart 2012 opgenomen. Het VEP betreft, zoals het woord zelf ook aangeeft, Voorwaardelijke (cursivering door het hof) Extra Pensioenrechten. Het woord onvoorwaardelijk in artikel 2 van de vaststellingsovereenkomst dient in samenhang te worden gelezen met het woord maken (het onvoorwaardelijk maken) en brengt de verplichting van Thales tot uitdrukking om de Voorwaardelijke Extra Pensioenrechten - in de toekomst - onvoorwaardelijk te maken (en deze in de toekomst aan [appellant] toe te kennen) door middel van een tijdige financiering van deze pensioenrechten.

5.8

Bij de uitleg van artikel 2 van de vaststellingsovereenkomst is voorts van belang dat in dit artikel de zinsnede is opgenomen “mits en voor zover werknemer verder voldoet aan de richtlijnen van het pensioenreglement”.
Deze zinsnede houdt in dat [appellant] voor zover het zijn aanspraken op het VEP betrof, ook na de beëindiging van zijn dienstverband gebonden bleef aan de relevante bepalingen in het pensioenreglement en de statuten van het Pensioenfonds Thales (waaronder begrepen de bevoegdheid van het Pensioenfonds Thales om de voorwaardelijke pensioenaanspraken te korten, zie rechtsoverweging 3.17 en 3.18), als ware hij in dienst gebleven van Thales. Anders dan [appellant] heeft betoogd gold dus niet als enige voorwaarde om aanspraak te kunnen maken op het VEP dat [appellant] vrijwillig deelnemer bleef in het Pensioenfonds Thales. [appellant] heeft onder randnummer 19 van zijn inleidende dagvaarding aangevoerd dat hij, vóór ondertekening van de vaststellingsovereenkomst, met zoveel woorden aan de orde heeft gesteld dat de hiervoor vermelde zinsnede aan de te tekenen vaststellingsovereenkomst was toegevoegd. Nadat Thales hem vervolgens heeft laten weten dat dit een vereiste was van het Pensioenfonds heeft hij “dit maar aangenomen” en getekend. Nog daargelaten dat [appellant] geen rechtsgevolgen aan deze stellingen heeft verbonden, acht het hof van belang dat uit de eigen stellingen van [appellant] onder randnummer 19 van de inleidende dagvaarding blijkt dat partijen met deze toevoeging uitdrukkelijk geen inhoudelijke wijziging van de afspraken hebben beoogd.

5.9

[appellant] heeft onder randnummer 18 van zijn inleidende dagvaarding aangevoerd dat het uitdrukkelijk de bedoeling van partijen was om met artikel 2 van de vaststellingsovereenkomst de hoogte van de aanspraken te fixeren. Tijdens de onderhandelingen is dit meermaals besproken, aldus [appellant] . [appellant] heeft deze stellingen, noch in eerste aanleg noch in hoger beroep, onderbouwd en aldus niet aan zijn stelplicht voldaan. Onder die omstandigheden is er geen grond hem toe te laten tot bewijslevering, nog daargelaten dat [appellant] geen voldoende gespecificeerd bewijsaanbod heeft gedaan.

5.10

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen dient artikel 2 van de vaststellingsovereenkomst zo te worden uitgelegd dat [appellant] gebonden is aan de door het Pensioenfonds Thales in april 2013 toegepaste korting op het VEP met 3,5%.

5.11

Bij de hiervoor vermelde uitleg van artikel 2 van de vaststellingsovereenkomst mist artikel 8 van de vaststellingsovereenkomst toepassing, aangezien geen sprake is van een in dat artikel omschreven wijziging. Aan het beroep van [appellant] op deze bepaling wordt dan ook niet toegekomen.

6 De slotsom

6.1

De grieven falen, zodat het bestreden vonnis, met inbegrip van de daarin uitgesproken proceskostenveroordeling, moet worden bekrachtigd.

6.2

Als de in het ongelijk te stellen partij zal het hof [appellant] in de kosten van het hoger beroep veroordelen. De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van Thales zullen worden vastgesteld € 711,- voor verschotten (griffierecht) en op € 2.682,- voor salaris advocaat overeenkomstig het liquidatietarief (drie punten, tarief II in hoger beroep).

7 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter (rechtbank Overijssel, zittingsplaats Enschede) van 18 november 2014;

veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Thales vastgesteld op € 711,- voor verschotten en op € 2.682,- voor salaris advocaat overeenkomstig het liquidatietarief;

verklaart dit arrest, voor zover het de hierin vermelde proceskostenveroordeling betreft, uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. E.B. Knottnerus, I.A. Katz-Soeterboek en S.B. Boorsma en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2016.