Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:8169

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
12-10-2016
Datum publicatie
18-10-2016
Zaaknummer
200.193.315/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Arbeidsrecht. Wwz-zaak. Kantonrechter heeft terecht op de d-grond ontbonden en hof verwerpt het daartegen gerichte hoger beroep. Afwijzing van het incidentele verzoek ex artikel 843a Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2016-1173
AR 2016/3000

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.193.315/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, 4755442)

beschikking van 12 oktober 2016

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker in hoger beroep en in het incident in hoger beroep,

in eerste aanleg: verweerder, verzoeker in het tegenverzoek,

hierna: [verzoeker],

advocaat: mr. M.A. Buijs, kantoorhoudend te Heerenveen,

tegen

Stichting Domesta,

gevestigd te [plaats] ,

verweerster in hoger beroep en het incident in hoger beroep,

in eerste aanleg: verzoekster, tevens verweerster in het tegenverzoek,

hierna: Domesta,

advocaat: mr. T.S. Nicolai, kantoorhoudend te Groningen.

1 Het geding in eerste aanleg

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de beschikking van

16 maart 2016 van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, waarbij de kantonrechter het verzoek van Domesta tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de d-grond heeft toegewezen onder compensatie van kosten, en voorts de door [verzoeker] verzochte transitievergoeding heeft toegewezen. De door [verzoeker] verzochte billijke vergoeding is afgewezen, zulks onder compensatie van kosten.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure is als volgt:

- het beroepschrift van [verzoeker] , tevens incidenteel verzoek, met de stukken van de eerste aanleg, ter griffie ontvangen op 15 juni 2016;

- het verweerschrift in hoger beroep met een productie van Domesta;

- nagekomen producties 1 tot en met 8 van [verzoeker] , ontvangen d.d. 26 augustus 2016;

- de op 2 september 2016 ontvangen producties 9 tot en met 12 van [verzoeker] ;

- de op 9 september gehouden mondelinge behandeling, waarbij [verzoeker] zijn petitum heeft gewijzigd en waarbij beide partijen pleitnotities hebben overgelegd.

2.2

Vervolgens heeft het hof uitspraak bepaald op 25 oktober 2016 of zoveel eerder als mogelijk is.

2.3

[verzoeker] heeft bij incidenteel verzoek verzocht Domesta op de voet van artikel 843a Rv te gelasten bepaalde stukken ter beschikking te stellen op straffe van een dwangsom.

In de hoofdzaak heeft hij, na wijziging van zijn petitum bij aanvang van de mondelinge behandeling, verzocht de beschikking van de kantonrechter te vernietigen, en opnieuw rechtdoende:

- de ontbinding af te wijzen;

- primair de arbeidsovereenkomst te herstellen, subsidiair een redelijke schadevergoeding toe te kennen ter hoogte van de transitievergoeding van € 53.222,- bruto met wettelijke rente;

- en, kort weergegeven, bij herstel toelating tot het werk op straffe van een dwangsom, doorbetaling van loon en rehabilitatie.

3 De feiten

3.1

Tegen de door de kantonrechter vastgestelde feiten is geen beroepsgrond gericht. Aangevuld met wat in hoger beroep is komen vast te staan, zijn die feiten als volgt.

3.2

[verzoeker] , geboren op [geboortedatum] , is op 27 maart 2000 in dienst getreden bij (de rechtsvoorganger van) Domesta. Per 1 januari 2006 is [verzoeker] werkzaam in de functie van [functie] , op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, voor 36 uur per week tegen een bruto maandsalaris van € 4.620,00, exclusief 8% vakantietoeslag en overige emolumenten. [verzoeker] houdt zich onder meer bezig met huurders die overlast veroorzaken.

3.3

In de periode januari tot en met oktober 2008 is [verzoeker] uitgevallen wegens spannings-/vermoeidheidsklachten. Domesta heeft [verzoeker] een coachingstraject bij Focus aangeboden, waar [verzoeker] gebruik van heeft gemaakt. Het traject heeft ongeveer zes maanden geduurd. [verzoeker] is onder andere begeleid bij:

- het vergroten van het bewustzijn van het eigen gedrag, alsmede de consequenties ervan voor zichzelf en de omgeving;

- het aanreiken van alternatieve gedragswijze, zo nodig ondersteund door praktische oefeningen; en

- het duurzaam kunnen integreren van verworven inzichten en vaardigheden.

3.4

Op 1 december 2009 heeft een beoordelingsgesprek over 2009 plaatsgevonden tussen [verzoeker] en zijn toenmalige leidinggevende mevrouw [X] . [verzoeker] heeft de beoordeling 'normaal/goed' gekregen. In het verslag is onder meer het volgende opgetekend:

"Kwantiteit van het werk (…)

Ik blijf dit lastig vinden (en volgens mij jij ook). Ik merk dat ik het ook lastig vind met de signalen die jijzelf afgeeft, bijvoorbeeld geen tijd voor het bijwonen sollicitatiegesprekken, maar wel een dag op pad kunnen voor symposium OGGZ. Het hoort ook bij je functie dat niet alles te plannen is. Ik merk ook aan collega's dat ze het niet prettig vinden dat je regelmatig aangeeft ergens geen tijd voor te hebben. (…)

Kwaliteit van je werk is prima. Je hoeft niet altijd voor de 10 te gaan. Blijf balans zoeken tussen de tijd die je ergens in investeert en wat het uiteindelijk Domesta en de klant oplevert. (…)

Je bent duidelijk een mensen/mens. Je handelt en denkt vanuit de klant. voor jou blijft het belangrijk om keuzes te maken. Je kunt niet alles oppakken. (…)

Je bent duidelijk iemand die met voorstellen komt. Wat ik merk is dat collega's het vaak ook als jou voorstel zien. Ze voelen zich niet meegenomen en gehoord. Heeft niet alleen met drukte te maken."

Bij het onderdeel 'Samenwerken' is opgemerkt:

"Ik denk dat je hier een aandachtspunt hebt. Ik krijg signalen dat collega's vinden dat je erg drammerig kunt zijn over zaken die jij belangrijk vindt. Zorg dat je onderdeel blijft uitmaken van de groep. Dit kan betekenen dat jezelf soms een stapje terug moet doen. Stop minder energie in bepaalde zaken."

3.5

In 2011 is de heer [Y] (verder: [Y] ) leidinggevende van [verzoeker] geworden. Op 1 november 2011 heeft een beoordelingsgesprek tussen [Y] en [verzoeker] plaatsgevonden. In het naar aanleiding hiervan opgemaakte 'Formulier beoordelingsgesprek 2011' scoort [verzoeker] op het onderdeel 'Kwaliteit van het werk' een 'zeer goed'.

Bij het onderdeel 'Managementidentificatie' is opgetekend:

"De indruk bestaat dat jij het moeilijk vindt om, als er een besluit is genomen, dit naast je neer te leggen. In 2011 moet je laten zien dat je je kunt conformeren aan interne besluitvorming."

De score op dit onderdeel is Normaal/goed, met als toelichting: "Aan blijven werken."

Op de onderdelen 'Kwantiteit van het werk' en 'Plannen en organiseren' krijgt [verzoeker] een matige beoordeling. De toelichting bij die onderdelen luidt als volgt:

"Door jouw manier van werken, alles tot in de puntjes verzorgd, is het lastig om extra taken bij jou te beleggen. Daar wil ik volgend jaar een afspraak over maken. (…)

Te veel slaat de balans door naar de kwaliteit."

Als eindoordeel scoort [verzoeker] 'normaal/goed', met als toelichting:

"Goed jaar. Volgend jaar gaan we werken aan de kwantitatieve kant van je werk."

3.6

[verzoeker] heeft dit formulier voor gezien getekend en bij e-mailbericht van 8 november 2011 aangeven dat de beide matige beoordelingen naar zijn mening niet terecht zijn.

3.7

Tijdens een planningsgesprek tussen [Y] en [verzoeker] op 15 maart 2012 is [verzoeker] weggelopen. Op 16 maart 2012 om 02.30 uur heeft [verzoeker] vervolgens een e-mailbericht verzonden aan [Y] en aan MT-leden. In die e-mail benoemt [verzoeker] onder meer dat hij voor het eerst sinds 11 jaar twee matige beoordelingen heeft gekregen en de door hem ervaren werkdruk. [verzoeker] is kort daarop, in de periode april tot augustus 2012, uitgevallen wegens spanningsklachten/werkdruk.

3.8

Aan het einde van 2012 heeft [Y] een terugkoppeling van zijn observaties aan [verzoeker] gegeven. Die terugkoppeling komt er op neer dat [verzoeker] over het jaar 2012 een normaal/goede beoordeling ontvangt, maar volgens [Y] zijn er wel aandachtspunten waarin hij verbeterslagen wil zien in 2013. De terugkoppeling van [Y] kent, voor zover van belang, de volgende passages:

"In 2011 heb ik een opmerking gemaakt over de kwantiteit van jouw werkzaamheden. In 2012 heb ik daar weinig verandering in opgemerkt. Ik heb niet de indruk dat je op een andere manier met overlastzaken bent omgegaan en zie nog steeds dat je regelmatig in de valkuil stapt om veel energie te stoppen in zaken die ofwel niet binnen jouw verantwoordelijkheid vallen of in zaken waar reeds besluitvorming op is geweest. (…)

Ik merk ook dat je je nogal eens met zaken bemoeit die niet voor jou zijn. Ik weet dat je dit met goede bedoelingen doet maar het kost onnodig veel tijd, zowel bij jou als de ander. Er is niets mis mee dat iemand een andere beslissing neemt dan dat jij zou doen of op een andere manier met een bepaald probleem omgaat …. Laat de ander in zijn/haar waarde. Feedback geven is natuurlijk prima maar de manier waarop maakt of en hoe die ander erop reageert.

Samenwerking uit zich ook in constructieve aanwezigheid op de afdeling. Ik heb het idee dat je je regelmatig een 'tegenstandpunt' aanmeet. Dat komt de sfeer niet altijd ten goede en is niet tot opbouw van de afdeling [Q] . (…)

Het zou je enorm kunnen helpen als je zelf regelmatig naar je werkzaamheden kijkt en reflecteert op inzet, keuzes, kwaliteit en kwantiteit. Hier wil ik je absoluut mee helpen maar ook andere collega's om feedback vragen kan hierin van grote toegevoegde waarde zijn.

Ik ben ervan overtuigd dat jij nog veel kunt leren en dat je kunt groeien in jouw functie. Als je er maar voor open staat. (…)

Ik wil je met dit schrijven niet een tik op de vingers geven. Mijn doel is dat je zult zien dat er nog zaken te verbeteren zijn en ik wil je ook meegegeven dat ik erin geloof dat je dat voor elkaar kunt krijgen. Je hebt echter wel zelf die stappen te zetten! Jouw gedrevenheid in je werk is een voorbeeld voor velen en je doortastende opstelling in, soms uitzichtloze, situaties maakt dat bewoners net dat duwtje in de rug krijgen die ze nodig hebben om het hoofd weer boven water te krijgen."

3.9

Met betrekking tot het functioneren van [verzoeker] zijn planningsafspraken gemaakt voor 2013. In het 'Formulier voortgangsgesprek' van het op 3 juni 2013 gehouden gesprek staan onder meer de volgende opmerkingen:

"Resultaatsgerichte taakafspraak 4

Afspraak

In 2013 ga jij je, naast projectmatige uitstapjes, alleen bezig houden met leefbaarheidstaken. En niet met organisatiebrede ontwikkelingen. Hiermee 'win' je tijd en kun jij je taakgebied verbreden. Bij twijfel overleg je hierover met je leidinggevende.

Stand van zaken

(…) Loopt goed (…)

Managementidentificatie

Afspraak

Jij gaat in je gedragingen laten zien dat je de interne besluitvorming respecteert en ernaar handelt. Als je wilt afwijken van de standaardprocedures neem je dat vooraf op met de proceseigenaar en/of met je leidinggevende.

Stand van zaken

Voortgangsgesprek 03/06/13: Geen opmerkingen. Loopt goed. Voorbeeld: afwijken van reguliere procedure eerst huuropzegging … bij een niet-bewoning + Huurachterstand met [X] en [Y] een alternatief gegeven om door te pakken en toestemming gekregen."

Onder het kopje 'Samenwerking met leidinggevende' staat' het volgende:

"Over het algemeen goed, lastig is de verschillen van inzicht over het primaire werk en projecten.

[Y] heeft [verzoeker] nog niet hoeven aanspreken conform randvoorwaarde planningsgesprek op zaken die niet goed zouden lopen (binnen 1 week). [Y] heeft wel in een gesprek aangegeven dat hij het vervelend vindt dat [verzoeker] regelmatig achter de kar hangt terwijl de rest erop zit. Dit naar aanleiding van het gesprek over de overlastsessie en de benodigde inzet van de [functie] ."

3.10

Op 21 augustus 2013 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen [Y] en [verzoeker] . Het zijdens Domesta opgestelde gespreksverslag vermeldt, voor zover van belang, het volgende:

" [verzoeker] loopt bij [Y] binnen om te sparren over iets en terloops komt het op het inschakelen van een huismeester bij geluidsoverlast.

De Huismeester moet, als hij op complex A werkzaam is, acuut zijn werk neerleggen en naar complex B rijden om geluidsoverlast te constateren. Dat zou 3-4 keer per jaar voorkomen. Ik vind dat [verzoeker] zelf dan moet gaan constateren en dat je een huismeester daar niet voor moet inzetten. Als de huismeester daar al aanwezig is kan het natuurlijk wel. [verzoeker] is van mening dat hij zijn dure uren daar niet voor moet inzetten.

Vervolgens krijgen we hier een vervolggesprek over. Dat kan want er staat een bila gepland. Een pittige discussie volgt. Ik ben van mening dat de [functie] een huismeester en een wijkconcierge best zaken mag vragen maar ik wil niet dat deze door hem worden gestuurd. Iedereen is gelijk met een andere functie-inhoud. (…)

Dan komt de discussie op de taakinhoud. Ik hamer er al tijden op dat preventie voor mij heel belangrijk is en dat leefbaarheid bevorderende projectjes zouden moeten worden opgestart met inzet van talenten uit de wijken en eventueel in samenwerking met partners in de wijk. [verzoeker] vindt dat dat extra zou moeten zonder tijd in te leveren op het werk zoals het nu wordt gedaan.

Ik zie dat [verzoeker] zijn taakopvatting niet verandert en zijn werkzaamheden ongewijzigd blijft oppakken. Dit is een terugkerend iets in de beoordelingen en ook in het laatste voortgangsgesprek heb ik gezegd dat ik zo graag zie dat hij op de kar komt en dat ik zie dat hij regelmatig erachter hangt. Dat blijft zo en daar baal ik enorm van.

Ik vraag [verzoeker] om na te denken over hoe hij op de kar kan komen. [verzoeker] vindt zelf dat hij er wel op zit bijvoorbeeld door zijn bemoeienissen met het project Schuldhulpmaatje.

Hij geeft aan geen tijd te hebben voor andere zaken en vindt zijn manier van werken het best, ook ten opzichte van de andere wijkconsulenten. Ik moet dan maar aangeven wat hij niet meer moet/mag doen.

Ik meld dat wij een ondernemingsplan hebben en dat dat leidend is. [verzoeker] zegt dat hij dat doet en dat nergens staat dat wij leefbaarheidsprojecten moeten oppakken. Overigens is hij ook van mening dat het in [plaats] bijna onmogelijk is door de werking binnen de gemeente en door de historische taakverdeling tussen hem en [Z] .

Ik vond het een lastig gesprek en heb de indruk dat ik niet doordring tot [verzoeker] .

Ik vind dat hij alle zaken oppakt en vastlegt alsof het een juridische procedure wordt.(…)

Ik heb aangegeven dat als hij niet laat zien op de kar te klimmen hij echt een probleem heeft."

3.11

Bij brief van 27 augustus 2013 heeft [Y] het voorgaande aan [verzoeker] meegedeeld, alsmede de overige inhoud van het gespreksverslag. [Y] sluit zijn brief af met de volgende opmerking:

"Ik wil wel graag met je in gesprek blijven en daarom zal er op korte termijn een afspraak met P&O worden ingepland. De insteek van dit gesprek, en eventueel vervolg daarop, is om te kijken welke stappen we hebben gezet en nog moeten zetten en dat jij ook aangeeft wat jij nodig hebt om op een goede manier binnen Domesta te kunnen functioneren."

3.12

Het door [Y] aangekondigde gesprek met P&O heeft op 9 september 2013 plaatsgevonden. Het gespreksverslag vermeldt, voor zover van belang, het volgende:

" [Y] geeft aan dat hij gedragsverandering wil zien bij [verzoeker] t.a.v. zijn taakopvatting en zijn houding. [verzoeker] past zicht nog steeds onvoldoende aan aan de visie van zijn leidinggevenden (beleid Domesta) en houdt vast aan zijn eigen werkwijze. Deze gaat regelmatig gepaard met negatief kritische houding wanneer sprake is van veranderingen."

Er worden concrete afspraken gemaakt over wat Domesta van [verzoeker] verwacht (en wat niet) en [verzoeker] wordt een coachingstraject aangeboden, met als doel het bereiken van een gedragsverandering van [verzoeker] ten aanzien van taakopvatting en houding. Op 8 oktober 2013, tijdens een gesprek tussen [Y] , [verzoeker] en mogelijke coach [A] , geeft [verzoeker] aan dat hij inmiddels genoeg houvast heeft en eigenlijk geen coaching nodig heeft. Uiteindelijk geeft [verzoeker] aan dat hij openstaat voor coaching door [A] en [Y] vat samen dat gewerkt moet worden aan 'loslaten, vertrouwen geven, niet negatief kritisch, niet anderen altijd overtuigen van eigen gelijk' en aan het, vanuit een ontspannen werkhouding, ruimte hebben en krijgen om aan de slag te gaan met leefbaarheidsprojecten.

[verzoeker] en [Y] hebben tijdens het traject driewekelijks gesprekken gevoerd, waarin een duidelijke taakstelling is afgesproken en coachingsgesprekken zijn gevoerd.

3.13

Over het jaar 2013 ontvangt [verzoeker] een matige eindbeoordeling, met de volgende toelichting:

" [verzoeker] , 2013 is een jaar waar ik gemengde gevoelens bij heb richting jou. Als mens ben je een prima collega. Als [functie] mis ik zaken op vooral competentieniveau. Ik denk dan aan zaken als: sensitiviteit (inlevingsvermogen) en aansluiting. Het feit dat jouw ideeën op het gebied van leefbaarheid niet aansluiten bij die van Domesta maakt het er in de samenwerking niet gemakkelijker op. Ik hoop dat, door onder andere de coaching, er een keerpunt komt en dat we in 2014 op een goede manier een frisse herstart kunnen maken. 2013 heb jij voor Domesta niet gebracht wat er van je verwacht werd en dat maakt dat je dit jaar een matige beoordeling krijgt."

3.14

Op 23 april 2014 heeft er een evaluatie van het coachingstraject plaatsgevonden tussen [Y] , [verzoeker] en P&O. Uit het verslag hiervan valt op te maken dat het traject een positief effect heeft gehad. Wel wordt zijdens Domesta aangegeven dat het belangrijkste is om samen scherp te blijven. Afsluitend staat in het gespreksverslag het volgende:

" [Y] geeft aan dat Domesta heeft geïnvesteerd in dit traject. Er is ook al eens eerder een Focustraject geweest. [verzoeker] geeft aan dat het traject bij Focus niet naar aanleiding van functioneren was, maar nav spanningsklachten.

[Y] geeft aan dat als dit gedrag weer opnieuw wordt getoond, er niet nog eens een vervolgtraject wordt opgestart. Dit zal dan dus direct consequenties hebben voor het arbeidscontract van [verzoeker] . Er komt geen nieuwe kans met een nieuw traject. Domesta heeft veel tijd en geduld gehad en heeft nu de "tools" aangereikt. Van [verzoeker] mag nu worden verwacht dat hij deze tools gebruikt en niet weer terug valt. Het is dus belangrijk dat [verzoeker] deze lijn vasthoudt. [Y] en [verzoeker] hebben hier beide vertrouwen in."

3.15

In reactie op het gespreksverslag heeft [verzoeker] op 28 april 2014 het volgende e-mailbericht aan onder andere [Y] gestuurd:

"Prima verslag. Eén zinsnede kan ik mij niet uit het gesprek herinneren dat dit zo gezegd is en raakte mij onaangenaam: Dit zal dan dus direct consequenties hebben voor het arbeidscontract van [verzoeker] . Ik werk nu ruim 14 jaar bij Domesta en heb voor het eerst een arbeidsconflict, dan vind ik dit een boude uitspraak. Het standpunt is wel helder (en daar houd ik van. Wat mij betreft verder een goed verslag."

3.16

Over 2014 ontvangt [verzoeker] de beoordeling 'normaal/goed', met als toelichting:

"Ik ben echt blij hoe jij je het afgelopen jaar hebt gepresenteerd binnen de afdeling, binnen Domesta en naar buiten. Petje af! Volgend jaar gaan we dit zeker uitbouwen."

3.17

Op 29 juni 2015 heeft [verzoeker] zich ziek gemeld. De bedrijfsarts geeft aan dat [verzoeker] beperkt is voor langere tijd concentreren, omgaan met tijdsdruk en met drukte/hectiek. Vanaf begin juli 2015 heeft [verzoeker] 50% gewerkt. Op 6 oktober 2015 heeft de bedrijfsarts aangegeven dat [verzoeker] herstellende is en dat de beperkingen - geleidelijk - in ernst afnemen en dat verdere opbouw in uren kan plaatsvinden tot 100% in week 52.

3.18

Op 9 oktober 2015 heeft [verzoeker] met een stagiaire van Domesta, [B] , een huisbezoek gebracht aan een drugsverslaafde bewoner aan [straat] . [verzoeker] heeft circa 20 minuten aangebeld/op de deur gebonkt, waarna de bewoner compleet over zijn toeren de deur heeft opengedaan. Nadat [verzoeker] (naar eigen zeggen met toestemming) de woning was binnengegaan, is de situatie geëscaleerd. [verzoeker] beschrijft het incident in productie 6 bij zijn verweerschrift in eerste aanleg als volgt:

"Ik geef [C] (de bewoner, hof) aan dat wij hebben besloten de zaak volgende week in handen te geven voor ontbinding en ontruiming aan onze advocaat. Op het moment dat ik [C] zeg dat hij dit kan voorkomen door een 'Laatste kans huuropzegging' te tekenen (een formulier waarmee de huurder op voorhand akkoord gaat met een huuropzegging door Domesta bij eerstvolgende bewijsbare overlast, hof) gaat [C] weer uit zijn dak. Begint te schreeuwen, er komt spuug op mijn kleren en [C] komt dichter naar mij toe. Ik hoor zijn vriendin zeggen ' [C] luister naar die man … je kunt nog een laatste kans krijgen'. Dat kwam op dat moment niet binnen bij [C] . Hij schreeuwde dat wij er allemaal uit moesten. (…) Ik zag [B] al naar buiten gaan, de vriendin liep de hal in en ik liep langs [C] richting voordeur. Ik hoorde [C] achter mij roepen 'wat moet ik dan tekenen?'. Ik dacht 'o … het kwartje is gevallen' draai mij om en vraag of hij wil tekenen. [C] bevestigt dat en werd weer rustiger. (…) [C] gaat iets verderop in de keuken staan.

Ik zoek het formulier op en op het moment dat ik die bijna had, hoorde ik en zag ik in een ooghoek dat [C] tegen iets aansloeg en vloekte. Omdat ik dacht dat hij bezig was een keukenkastje te vernielen zei ik 'doe dat nu niet, straks heb je nog meer kosten'. [C] reageerde met 'dat maak ik zelf wel uit, ik mag met mijn eigen spullen doen wat ik wil'. Toen zag ik dan hij stompte tegen zijn eigen koel/diepvries combinatie. Ik zag dat hij het vriesvakdeurtje pakte en eraf trok en er op stampte. Ik zeg tegen [C] 'hier heb ik het formulier. Kom er even bij dan leg ik het je uit' (mee om zijn aandacht af te leiden van de vernielingen). [C] zei 'ik wil tekenen en niets horen of lezen'. Ik gaf [C] mijn pen en hij krabbelde een handtekening onder het formulier. [C] liep de kamer in (waar [B] ook weer was) en begon zijn inboedel te vernielen en riep even later dat we weg moesten."

3.19

Omdat het voorval [verzoeker] niet lekker zat, heeft hij diezelfde dag met de directeur Wonen van Domesta, de heer [D] , gesproken. [D] heeft daarover het volgende genoteerd (productie 29 in eerste aanleg):

" [verzoeker] vertelde dat dit de eerste keer was dat hij trillend op zijn benen bij een huurder was vertrokken. (…) Eenmaal tot bezinning gekomen heb ik [verzoeker] duidelijk gemaakt dat ik dit gedrag onacceptabel vond. [verzoeker] heeft risico's genomen door de huurder bij herhaling te irriteren terwijl [verzoeker] wist dat deze een kort lontje had. Door het nemen van deze risico's heeft [verzoeker] de veiligheid van zichzelf, de huurder en collega [B] in gevaar gebracht. Ook is er door zijn handelwijze materiele schade ontstaan. Dit had voorkomen kunnen worden. Nadat ik hem dit had teruggegeven bleef [verzoeker] in de overtuiging dat zijn harde aanpak de enige juiste is en dat hij dit een volgende keer weer op deze wijze zou doen."

3.20

Op 13 oktober 2015 hebben [Y] en [verzoeker] over het incident gesproken. [Y] heeft tijdens dat gesprek een reeks voorvallen ter sprake gebracht waaruit volgens hem bleek dat [verzoeker] weer terug is gevallen in zijn oude, natuurlijke gedrag: dominant en autoritair. [Y] heeft aangegeven zich te zullen beraden omtrent de positie van [verzoeker] . [verzoeker] heeft het gespreksverslag van [Y] op 14 oktober 2015 van commentaar voorzien. In zijn e-mail is onder meer het volgende te lezen (de reactie van [verzoeker] is cursief):

" [verzoeker] geeft aan dat dat dit de manier van werken is die hij voorstaat. En dat deze manier zeer effectief is. Dominantie en autoriteit werkt voor deze groep het best. Anders lopen ze dwars over je heen. Ik kan mij niet vinden in de begrippen dominant en autoritair heb ik aangegeven. Wel zeer duidelijk en concreet de feiten benoemd en gevolgen en keuzes benoemen. (…)

[Y] stelt dat de handtekening van de huurder zonder waarde is. De huurder is immers onder druk gedwongen hiertoe en dus ontoerekeningsvatbaar/handelingsonbekwaam? [verzoeker] stelt dat de rechter dat maar zou moeten uitmaken.

Ik heb aangegeven dat de rechtspraak (is al twee keer voor de rechter geweest …) het verweerargument van onder drang/dwang tekenen van huurder niet overneemt en aangeeft dat de (altijd toerekeningsvatbare) huurder de keuze had om niet te tekenen. (…) Als Domesta zich niet kan vinden in de methode 'laatste kans huuropzegging' dan doe dat niet meer. Is zo niet ter sprake gekomen. (…)

Een werkwijze waarbij altijd gevraagd wordt of de woning mag worden betreden kost veel te veel tijd. Dan komt [verzoeker] in de problemen met zijn agenda zegt [verzoeker] . Is m.i. genuanceerder over gesproken ik vraag altijd of ik de woning mag betreden en bij uitdrukkelijk verbod ga ik niet naar binnen! Maar ik leg mij niet zomaar neer bij opmerkingen 'liever niet' of 'nu niet' en dan ook alleen bij een hoge uitzondering bij een bijzondere doelgroep.

[Y] wil niet dat [verzoeker] op deze manier met bewoners en collega's omgaat. We dienen te werken op basis van gelijkwaardigheid en met respect voor elkaars terrein. Dan kloppen we niet 20 minuten op ramen of deuren tot dat iemand overspannen open doet. Ik heb aangegeven de term gelijkwaardigheid niet te kunnen plaatsen. Ik ben niet mee gegaan in de 'gelijkwaardigheid' die deze huurder de laatste maanden niet heeft getoond. Respectloos naar buren, zeer respectloos naar [E] (meerdere keren), respectloos naar vaklieden bij uitvoering van hun taak. Ik heb huurder desondanks respectvol benaderd, behoudends de wijze van binnenkomen.

[Y] spreekt zijn twijfels uit of [verzoeker] deze verandering kan doormaken. Zeker als [verzoeker] aangeeft dat hij met zijn

36 jaar ervaring nu wel weet hoe het werkt bij bepaalde mensen. Mijn ervaring laat onverlet dat ik kan veranderen, klopt dat [Y] daar zijn twijfels over uitgesproken heeft."

3.21

Diezelfde dag heeft [verzoeker] aan [Y] een tweede e-mail gestuurd. Hij geeft aan dat hem het meest bezig houdt dat [B] erg bang is geweest, dat hij alle argumenten over zijn zeer aanhoudende gedrag om binnen te komen is langsgelopen, dat hij daar zelf niet helemaal uitkomt, maar zich het voorval aantrekt, dat dit gedrag alleen bij hoge uitzondering voorkomt en dat hij zijn werkwijze op een aantal punten gaat aanpassen. Naar zijn inschatting zal dit wel vertragend en mogelijk kostenverhogend werken.

3.22

Op 28 oktober 2015 heeft Domesta aan [verzoeker] meegedeeld dat zij het dienstverband met hem wil beëindigen. Domesta heeft een opsomming gegeven van feiten die tot dat besluit hebben geleid. In het verslag van dat gesprek staat hierover het volgende:

"Mei 2015. Conflict met bewonerscommissie [F] . Gesprek gevoerd. Bewoners zien jou als politieagent en zien jou liever niet in hun gebied. Geen vertrouwen.

Aanvaring met bewonerscommissie [G] . Ik weet niet wat hiervan de oorzaak was.

Aanvaring met huismeesters [woonplaats] . Huismeesters geven aan dat [verzoeker] ze aanstuurt/opdrachten verstrekt en dat hij zich daarbij dwingend opstelt.

Aanvaring met [H] . [verzoeker] is boven-tegen. Dominant gedrag derhalve. Waaruit geen goede samenwerking blijkt.

Bezoek met stagiaire aan bewoner. Voet tussen de deur gezet, zonder uitdrukkelijke toestemming woning betreden en vervolgens tijdens de ontmoeting opgestaan en zonder duidelijke toestemming naar slaapkamer gegaan.

En dan de druppel:

Bezoek met collega aan bewoner [straat] . Ruim 20 minuten aan de deur geklopt, gebeld en geroepen. Bewoner over zijn toeren. Vervolgens ook hier ongevraagd naar binnen gestapt. Bewoner onder druk gezet. Deze ging door het lint. Heeft zijn collega, hemzelf en ook de bewoner onnodig in gevaar gebracht en is veel te ver gegaan in zijn handelen.

Beide situaties laten zien dat bewoners niet als gelijkwaardig en zonder respect voor hun privacy worden benaderd. Onacceptabel.

Meest recent:

Mail aan [I] en [J] over afzuigsysteem [G] met cc naar 3 afdelingshoofden. Zeer uitgebreid en heel erg naar oplossing geschreven, geen rekening houdend met de professionaliteit van de medewerkers."

3.23

Partijen hebben geen overeenstemming kunnen bereiken over een door Domesta aan [verzoeker] gedaan beëindigingsvoorstel. [verzoeker] heeft zich op 16 november 2015, voordat hij weer geheel hersteld was verklaard na de onder 3.17 bedoelde ziekmelding, weer volledig ziek gemeld.

4 De verzoeken aan de kantonrechter en de beoordeling daarvan

4.1

Domesta heeft de kantonrechter verzocht de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] per de vroegst mogelijke datum te ontbinden onder toekenning aan [verzoeker] van de transitievergoeding van € 53.222,- bruto, kosten rechtens.

4.2

[verzoeker] heeft, voor zover in hoger beroep nog van belang, primair afwijzing van de verzochte ontbinding bepleit en toelating tot de werkvloer, rehabilitatie en doorbetaling van loon c.a. Subsidiair heeft hij aanspraak gemaakt op de transitievergoeding en een billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen door Domesta, naast doorbetaling van loon c.a. totdat de arbeidsovereenkomst eindigt, met veroordeling van Domesta in de kosten van de procedure.

4.3

De kantonrechter heeft geoordeeld dat het verzoek van Domesta geen verband houdt met ziekte en dat ontbinding op de d-grond gerechtvaardigd is onder toekenning van de transitievergoeding. Nu zich niet de situatie voordoet dat ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever, is er geen plaats voor toekenning van de verzochte billijke vergoeding.

5 De beoordeling in hoger beroep

5.1

Bij aanvang van de mondelinge behandeling heeft het hof, onder verwijzing naar artikel 7:683 lid 3 BW, de advocaat van [verzoeker] verzocht hoe het hof de in het beroepschrift verzochte vernietiging van de beschikking en het verzoek om de verzochte ontbinding alsnog af te wijzen moet begrijpen. Daarop heeft de advocaat van [verzoeker] verzocht zijn reeds voorbereide schriftelijke wijziging van verzoek toe te staan. Het hof heeft het bezwaar van Domesta tegen deze wijziging verworpen en het verzoek toegestaan. Hoewel ook die wijziging van het verzoek geen antwoord geeft op de vraag van het hof, is in de wijziging wel opgenomen dat [verzoeker] herstel van de dienstbetrekking, subsidiair een redelijke (schade)vergoeding verlangt.

Het hof zal het petitum opvatten als primair een verzoek tot herstel, en subsidiair de vervangende billijke vergoeding zoals bedoeld in artikel 7:683 lid 3 BW. Naar het oordeel van het hof heeft Domesta het verzoek ook redelijkerwijze zo moeten begrijpen.

5.2

Met zijn incidentele verzoek heeft [verzoeker] kenbaar gemaakt dat hij van Domesta diverse stukken ter beschikking wenst te krijgen. Deze zijn volgens [verzoeker] "van kardinaal belang om zijn standpunten en verweren in de procedure te kunnen onderbouwen."

Het hof is van oordeel dat niet voldoende is dat [verzoeker] denkt dat de opgevraagde bescheiden steun aan zijn stellingen geven. Wil sprake zijn van een rechtmatig belang in deze procedure, dan zullen de stukken betrekking moeten hebben op betwiste feiten die tot beslissing van de zaak kunnen leiden.

Uit wat hierna wordt overwogen zal blijken, dat daarvan geen sprake is, zodat het hof het verzoek van [verzoeker] zal afwijzen.

5.3

[verzoeker] heeft acht gronden voor hoger beroep aangevoerd, aangeduid als grieven. Het hof zal die terminologie volgen.

Met grief 1 beklaagt [verzoeker] zich erover dat de kantonrechter, in strijd met het procesreglement, heeft toegelaten dat Domesta daags voor de mondelinge behandeling in eerste aanleg nog verklaringen in het geding heeft gebracht nu het geen omvangrijk pakket zou zijn. Volgens [verzoeker] had Domesta die stukken eerder kunnen toezenden. Hij is hierdoor in zijn verdediging geschaad.

Het hof is van oordeel dat, wat ook zij van de beslissing van de kantonrechter om de laat ingediende producties nog te accepteren, het hoger beroep aan [verzoeker] de mogelijkheid biedt om zich alsnog, of adequater dan in eerste aanleg, te verdedigen tegen die verklaringen. Aldus heeft hij geen belang bij deze grief.

Voor zover [verzoeker] zich voorts in deze grief beklaagt over het oordeel van de kantonrechter dat hij niet in zijn verdediging is geschaad doordat hij bepaalde stukken niet van Domesta heeft gekregen, heeft [verzoeker] dit met zijn incidentele verzoek in hoger beroep reeds aangekaart. Het hof verwijst naar zijn oordeel onder 5.2.

5.4

Met de grieven 3 tot en met 7 komt [verzoeker] op tegen de beslissing van de kantonrechter dat de arbeidsovereenkomst op de d-grond van artikel 7:669 lid 3 BW kan worden ontbonden en tegen de daaraan ten grondslag gelegde motivering. Het hof zal die grieven gezamenlijk bespreken. Voor zover [verzoeker] de beslissing bestrijdt met een beroep op het ontslagverbod tijdens ziekte, komt het hof daarop terug onder overweging 5.8.

5.5

In de toelichting op zijn grieven betrekt [verzoeker] het standpunt dat hij niet tijdig in kennis is gesteld van het hem verweten disfunctioneren en dat hij niet de kans heeft gekregen zich te verbeteren. Weliswaar heeft Domesta hem in 2013 voorgehouden dat zijn positie zou worden heroverwogen indien zich weer zaken zouden voordoen, maar op de door Domesta ingebrachte nieuwe feiten is hij nooit geattendeerd, aldus [verzoeker] .

5.6

Het hof is van oordeel dat uit de stukken genoegzaam is gebleken dat Domesta [verzoeker] er bij herhaling op heeft gewezen dat hij zich te druk maakte om kwesties die buiten zijn takenpakket lagen, dat hij zich tegenover collega's bevoegdheden aanmat die hem niet toekwamen en dat hij steeds terugkwam op zaken waarover al besluitvorming was geweest. Daarnaast heeft Domesta [verzoeker] er meer dan eens op aangesproken dat zijn ideeën op het gebied van [Q] niet aansluiten bij die van Domesta en dat hij zich niet (vrijwel) uitsluitend met overlastzaken dient bezig te houden. De ongewenste taakopvatting en houding van [verzoeker] zijn duidelijk aan de orde gekomen in het onder 3.12 bedoelde gesprek op 9 september 2013 en het daags daarna daarvan opgemaakte verslag van de P&O functionaris.

In vervolg daarop is, na een gesprek op 8 oktober 2013 waarin aan de orde kwam dat volgens [Y] gewerkt moest worden aan 'loslaten, vertrouwen geven, niet negatief kritisch, niet anderen altijd overtuigen van eigen gelijk' en aan het, vanuit een ontspannen werkhouding, ruimte hebben en krijgen om met leefbaarheidsprojecten aan de slag te gaan, een niet-vrijblijvend coachingstraject van start gegaan. Daarnaast is er om de drie weken bilateraal overleg geweest tussen [verzoeker] en [Y] . Na afronding van dit traject in april 2014 is [verzoeker] ervoor gewaarschuwd dat er geen vervolgtraject zou komen wanneer het eerder verweten gedrag opnieuw wordt getoond.

5.7

Het hof neemt bij zijn beoordeling tot uitgangspunt dat, zoals [verzoeker] stelt en Domesta niet gemotiveerd heeft weersproken, er in 2015 tot aan het onder 3.18 weergegeven incident met de drugsverslaafde huurder op 9 oktober 2015 geen gesprek heeft plaatsgevonden met [verzoeker] over de eerdere voorvallen die [Y] vermeldt in zijn e-mail aan [verzoeker] van

13 oktober 2015. Het gebeuren op 9 oktober 2015 is echter met [verzoeker] besproken, op de dag zelf door directeur Wonen [D] en op 13 oktober 2015 door [Y] . In beide gesprekken is [verzoeker] te verstaan gegeven dat het niet aangaat dat hij zonder toestemming van de bewoner binnentreedt en hem onder druk een handtekening laat zetten onder een "laatste kans huuropzegging".

In die gesprekken heeft [verzoeker] het standpunt ingenomen dat deze harde aanpak de enig juiste is, dan wel de manier van werken is die hij voorstaat en dat die zeer effectief is.

Tegenover [D] heeft [verzoeker] bovendien verklaard dat hij dit een volgende keer weer zo zou doen. In zijn nadere reactie per e-mail van 14 oktober 2015 heeft [verzoeker] gerefereerd aan gesprekken met anderen over '(mogelijk) grensoverschrijdend gedrag' met betrekking tot dit incident, waarbij hijzelf vooral zit met het feit dat zijn collega erg bang is geweest. Hij geeft voorts aan zijn werkwijze te zullen aanpassen op een paar punten, maar voegt daaraan toe: "Naar mijn inschatting zal dit wel 'vertragend' werken op de afhandeling en mogelijk kostenverhogend."

Deze reactie laat, naar het oordeel van het hof, bepaald niet zien dat [verzoeker] zich ervan bewust is dat hij als vertegenwoordiger van een stichting op het gebied van volkshuisvesting op ontoelaatbare wijze heeft gehandeld.

Het hof is van oordeel dat uit dit incident zelf en uit de manier waarop [verzoeker] nadien, ook nog enkele dagen later, reageert op kritiek van Domesta op zijn optreden, duidelijk blijkt dat de wijze waarop [verzoeker] met huurders omgaat en om wenst te gaan, in zodanige mate afwijkt van wat Domesta van hem verlangt, dat terecht gesproken kan worden van disfunctioneren. [verzoeker] kan in redelijkheid niet volhouden dat hij niet is gewaarschuwd voor gedrag dat Domesta onwenselijk vindt en dat hij geen verbetertraject heeft gekregen. Indien hij van mening zou zijn dat hij bij een volgend incident van niet geringe betekenis weer eerst een waarschuwing en een herkansingsmogelijkheid zou moeten krijgen, dan heeft hij onredelijke verwachtingen van wat verlangd kan worden van een goed werkgever en een goed werknemer.

De wijze waarop [verzoeker] na de eerdere waarschuwing en het coachingstraject invulling gaf aan zijn functie door zijn houding en gedrag, rechtvaardigde dan ook ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter.

5.8

Grief 2 keert zich tegen de verwerping van het verweer dat sprake was van een opzegverbod tijdens ziekte, nu hij sinds 29 juni 2015 ziekgemeld is.

Het hof stelt voorop dat ingevolge artikel 7:671b lid 6 BW het opzegverbod tijdens ziekte niet in de weg staat aan een ontbinding op verzoek van Domesta, indien dat verzoek geen verband houdt met omstandigheden waarop dit opzegverbod betrekking heeft.

Volgens [verzoeker] heeft de kantonrechter miskend dat hij als gevolg van ziekte niet in staat was zijn functie naar behoren uit te oefenen. [verzoeker] wijst erop dat hij eerder, van januari 2008 tot en met oktober 2008 en van april 2012 tot en met augustus 2012, ziek was wegens spanningsklachten. De ook toen al door hem ervaren werkdruk is van invloed op zijn werkhouding. Druk en spanning geven een verhoogde geïrriteerdheid en laten iemand, los van karakter en persoonlijkheid, anders handelen dan hij normaal zou doen, aldus [verzoeker] .

Het hof is echter van oordeel dat het in 5.7 bedoelde incident en de reacties van [verzoeker] daarop niet kunnen worden afgedaan als uiting van verhoogde prikkelbaarheid door ziekte, maar blijk geven van een fundamenteel verschil in opvatting over de juiste werkaanpak. Daarover hebben partijen gedurende vele jaren op verschillende momenten gesproken en steevast heeft [verzoeker] zich op het standpunt gesteld dat zijn methode de juiste is.

Zoals [Y] ter zitting in hoger beroep opmerkte: "Gelukkig is [verzoeker] niet al die jaren ziek geweest."

De grief faalt dan ook.

5.9

Grief 8 is gericht tegen de afwijzing van de in eerste aanleg door [verzoeker] op de voet van artikel 7:671b lid 8 aanhef en sub c BW verzochte billijke vergoeding wegens ernstige verwijtbaarheid aan de kant van Domesta.

[verzoeker] heeft evenwel geen feiten en omstandigheden gesteld die moeten leiden tot een ander oordeel dan dat van de kantonrechter.

Mocht [verzoeker] met deze grief het oog hebben gehad op de billijke vergoeding in plaats van herstel (artikel 7:683 lid 3 BW), zoals verzocht in zijn gewijzigde petitum, dan komt het hof niet toe aan die vervangende billijke vergoeding, nu de kantonrechter terecht heeft ontbonden.

5.10

Alle grieven falen. Het hof zal het hoger beroep verwerpen en [verzoeker] als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de kosten van het hoger beroep, tot op heden aan de zijde van Domesta te bepalen op € 718,- voor griffierecht en € 1.788,- aan salaris advocaat volgens liquidatietarief (2 punten, tarief II).

6 De beslissing

Het hof:

verwerpt het hoger beroep tegen de beschikking van de kantonrechter te Assen van 16 maart 2016;

wijst het verzoek ex artikel 843a Rv van [verzoeker] af;

veroordeelt [verzoeker] in de kosten van de procedure in hoger beroep, tot aan deze beschikking aan de zijde van Domesta vastgesteld op € 718,- aan griffierecht en op € 1.788,- voor salaris advocaat volgens het liquidatietarief;

wijst af wat meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.E.L. Fikkers, mr. P.L.R. Wefers Bettink en

mr. E.B. Knottnerus en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 oktober 2016 in aanwezigheid van de griffier.