Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:8167

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
12-10-2016
Datum publicatie
18-10-2016
Zaaknummer
200.192.454/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoger beroep van ECLI:NL:RBNNE:2016:876, JOR 2016/124. Betreft verzoek tot statutenwijziging van steunstichting van (voormalige) afdeling Leeuwarden van de Dierenbescherming in verband met leemte in de statuten na fusie van die afdeling.

Net als de rechtbank is het hof van oordeel dat de rechter op grond van artikel 2:294 BW kan wijzigen. Het hof komt ten aanzien van de inhoud van de wijziging tot een ander oordeel dan de rechtbank. Gelet op de bedoeling van de oprichters komen niet alle bevoegdheden die in de oude statuten werden toegekend aan de afdeling toe aan de landelijke Dierenbescherming

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
OR-Updates.nl 2016-0272
AR 2016/3003
RN 2017/4
RO 2017/5
NJF 2017/12

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.192.454/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/17/145758/HA RK 15-134)

beschikking van 12 oktober 2016

in de zaak van

de stichting STICHTING [naam],

hierna: de Stichting,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante,
verzoekster in het inleidend verzoek, tevens verweerster in het tegenverzoek,

advocaat: mr. R.S. van der Spek, kantoorhoudend te Leeuwarden,

tegen

de vereniging NEDERLANDSE VERENIGING TOT BESCHERMING VAN DIEREN,

hierna: de NVBD,
gevestigd te ’s-Gravenhage,
geïntimeerde,
belanghebbende in het inleidend verzoek, tevens verzoekster in het tegenverzoek,

advocaat: mr. K.T.B. Salomons, kantoorhoudend te ’s-Gravenhage


en


de stichting STICHTING DE WISSEL,
hierna: Stichting De WISSEL,
gevestigd te Leeuwarden,
belanghebbende in het inleidend verzoek,
verschenen bij haar bestuurslid [X] .

1 Het geding in eerste aanleg

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals is weergegeven in de beschikking van
3 maart 2016 van de rechtbank Noord-Nederland, afdeling privaatrecht, locatie Leeuwarden (hierna: de rechtbank).

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Bij beroepschrift (met producties), binnengekomen bij het hof op 3 juni 2016, is de Stichting in beroep gekomen tegen voornoemde beschikking van de rechtbank.
Bij verweerschrift (met bijlagen), binnengekomen bij het hof op 12 juli 2016, heeft de NVBD verweer gevoerd.
Op 7 september 2016 heeft de mondelinge behandeling van het beroepschrift plaatsgevonden. Daarvan is proces-verbaal opgemaakt. De pleitnotities van de advocaten van de Stichting en van de NVBD zijn aan het proces-verbaal gehecht.
Aan het slot van de mondelinge behandeling hebben partijen het hof verzocht een beschikking te geven.

2.2

In eerste aanleg is Stichting De Wissel als belanghebbende in de procedure betrokken. Het hof heeft Stichting De Wissel ook uitgenodigd voor de mondelinge behandeling. De Stichting heeft geen verweerschrift ingediend en is bij de mondelinge behandeling verschenen bij een bestuurslid.

3. Vaststaande feiten

3.1

De rechtbank heeft in rechtsoverweging 2 (2.1 tot en met 2.14) van de beschikking de feiten vastgesteld. Tegen deze vaststelling zijn geen grieven gericht en ook overigens is niet van bezwaren gebleken, zodat in hoger beroep van deze feiten kan worden uitgegaan, die
- gecorrigeerd voor een kennelijke vergissing en aangevuld met enkele andere feiten - op het volgende neerkomen.

3.2

De NVBD heeft als doel het beschermen van dieren, het behartigen van hun belangen, het bevorderen van hun welzijn en al wat daarmee verband houdt. Van oudsher kende de NVBD in verband met territoriale en/of functionele spreiding van de activiteiten "afdelingen" die als verenigingen leden-rechtspersoon waren van de NVBD. Deze afdelingen hadden dezelfde doelstellingen als de NVBD en waren statutair verplicht medewerking te verlenen aan de besluiten die genomen werden op de Landelijke Algemene Vergadering door afgevaardigden van de afdelingen. In de statuten van de afdelingen was voorts bepaald dat zij toestemming moesten verlenen voor de statutenwijziging van de zogenoemde steunstichtingen, waarvoor de afdelingen op hun beurt goedkeuring moesten hebben van de NVBD.

3.3

In 1993 is mevrouw [naam] (verder: [naam] ) overleden. Zij heeft een deel van haar vermogen (omgerekend € 400.000,00) nagelaten aan de toenmalige Afdeling Leeuwarden van de NVBD (verder: de Afdeling Leeuwarden) ten behoeve van het dierenopvangcentrum De Wissel (verder: De Wissel) in Leeuwarden. Dit dierenopvangcentrum (hierna ook wel te noemen dierenasiel) werd destijds door de afdeling Leeuwarden geëxploiteerd.

3.4

De Afdeling Leeuwarden - een vereniging als bedoeld in rechtsoverweging 3.2. - heeft besloten om de nalatenschap onder te brengen in een aparte stichting. Hiertoe is bij notariële akte van 21 december 1993 de Stichting opgericht. In de statuten van de Stichting zoals deze thans, na een wijziging van onder meer artikel 4 in 1999, luiden is, voor zover hier van belang, bepaald:

“DOEL

ARTIKEL 2.

De stichting heeft ten doel:

a. het financieel ondersteunen van de voormelde vereniging "Afdeling Leeuwarden van de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren" of haar rechtsopvolger(s) (hierna ook te noemen: vereniging) en meer in het bijzonder:

b. het mede instandhouden van het dierenopvangcentrum in de gemeente Leeuwarden;

c. dieren te beschermen, hun belangen te behartigen, hun welzijn te bevorderen, en al wat daarmee verband houdt in stand te houden en meer ingang te doen vinden.

GELDMIDDELEN

ARTIKEL 3.

1. Het vermogen van de stichting zal bestaan uit de netto-opbrengst uit de nalatenschap van mevrouw [naam] , welke netto-opbrengst door de vereniging aan de stichting zal worden overgedragen en uit hetgeen daaraan verder bij erfstelling, legaat, schenking of anderszins mocht worden toegevoegd.

(…)

SAMENSTELLING VAN HET BESTUUR

ARTIKEL 4.

1. De stichting heeft een bestuur bestaande uit vijf leden.
Drie bestuursleden worden al dan niet uit hun midden benoemd door het bestuur van de vereniging.

De overige twee bestuursleden worden benoemd door het bestuur van de stichting op

grond van hun specifieke kwaliteiten, bijvoorbeeld op het bestuurlijke, financiële of

juridische terrein.

(…)
3. De bestuursleden worden benoemd voor een periode van vier jaar en kunnen na afloop van deze termijn tweemaal opnieuw worden benoemd.
(…)

STATUTENWIJZIGING EN ONTBINDING

ARTIKEL 13 .

1. Het bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen bij notariële akte, (…).

(…)

3. De statuten kunnen slechts worden gewijzigd na goedkeuring van de vereniging.

(…)

7. Het batig saldo na vereffening zal te goede komen aan de vereniging (of haar rechtsopvolgers) ten behoeve van de dierenbescherming in het algemeen.

3.5

De Stichting heeft in de loop der tijd met instemming van de Afdeling Leeuwarden ook andere nalatenschappen ontvangen en aan haar vermogen toegevoegd. Het ging hierbij om nalatenschappen waarbij de erflaters in hun testament hadden bepaald dat (een deel van) hun vermogen zou toekomen aan De Wissel, waartoe de Afdeling Leeuwarden als erfgenaam werd aangewezen, dan wel uit anderen hoofde een deel van het vererfde vermogen zou ontvangen. In totaal gaat het hierbij om een bedrag van ongeveer € 2.000.000,00.

3.6

De Stichting heeft De Wissel financieel ondersteund indien en voor zover de Afdeling Leeuwarden duidelijk kon maken dat zij gelden nodig had voor de exploitatie van het dierenopvangcentrum.

3.7

De NVBD is op enig moment gaan streven naar centralisering van haar activiteiten en die van de lokale afdelingen. In dat verband heeft in 2011 een fusie plaatsgevonden van diverse lokale afdelingen als hiervoor bedoeld in Friesland, waarbij deze afdelingen zijn opgegaan in de vereniging "Afdeling Friesland van de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren" (verder te noemen: de Afdeling Friesland). De door deze afdelingen geëxploiteerde dierenopvangcentra zijn daarbij met instemming van de NVBD verzelfstandigd door middel van een afsplitsing in zelfstandige entiteiten. De Afdeling Leeuwarden is buiten deze fusie gebleven. Wel is ook met de Afdeling Leeuwarden verder gesproken over een herstructurering en zijn daar op enig moment afspraken over gemaakt. Onderdeel van deze afspraken was dat De Wissel zou worden verzelfstandigd door oprichting van Stichting De Wissel.

3.8

De Afdelingen Friesland en Leeuwarden hebben gesproken over een mogelijke fusie. Deze besprekingen hebben geresulteerd in een fusieverklaring d.d. 19 november 2012, waarin onder meer is vermeld:
“De besturen van de twee afdelingen van de NVBD binnen de provincie Friesland (…) hierna te noemen "de afdelingen" verklaren hierbij dat:

(…)
- De activiteiten van de Wissel (zwerfdierenopvang en pensionfunctie) zullen worden ondergebracht in een daarvoor op te richten stichting.
- De op te richten stichting de Wissel wordt gelieerd aan de afdeling Friesland van de NVBD en de modelstatuten voor gelieerde stichtingen van de landelijke vereniging worden toegepast.
- De op te richten stichting de Wissel zal deel uitmaken van de consolidatiekring van de afdeling Friesland en daarmee tevens van de landelijke vereniging.

De volgende inhoudelijke afspraken zijn gemaakt:

- Alle aan uitvoering zwerfdierenopvang gerelateerde zaken (personeel en vrijwilligers, de gebouwen en de grond, verzekering en belastingen, bank- en spaarrekeningen, contracten met gemeenten, alle contracten met derden, asielauto, inventaris, dieren enz.) worden overgedragen aan de op te richten stichting de Wissel.
- Alle geoormerkte giften en nalatenschappen met als doelbestemming de Wissel gaan ook na de fusie rechtstreeks naar de Wissel. Alle leden van de afdeling Leeuwarden worden geïnformeerd over de fusie waarbij aangegeven wordt dat bij het financieel steunen van de Dierenbescherming in Friesland gekozen kan worden om dit via de afdeling te doen of rechtstreeks naar een opvangcentrum zoals de Wissel.
- De overige inkomsten van de afdeling blijven ook na de fusie naar de afdeling gaan. Deze middelen worden door de afdeling o.a. aangewend om de gelieerde opvangcentra waar nodig te ondersteunen.
- De gefuseerde afdeling zal De Wissel naar vermogen ondersteunen (…).

- De Stichting [naam] is nu gelieerd aan de afdeling Leeuwarden, deze liëring gaat van rechtswege over naar de gefuseerde afdeling.
De afdeling Leeuwarden heeft voorkeur voor een bepaling in de statuten van de op te richten stichting dat alle bestuursleden op voordracht van De Wissel door de afdeling worden benoemd. De afdeling kan uiteraard wel kandidaten aandragen. De afdeling Friesland gaat daar mee akkoord mits dit binnen de regelgeving van het CBF cq. het VFI mohelijk is. (…) De intentie is uitgesproken dat de afdeling geen bestuursleden zal benoemen waarvoor geen draagvlak is bij het toekomstige bestuur van de Wissel. Geschillen met betrekking tot de benoeming van de bestuursleden zullen worden voorgelegd aan de onafhankelijke geschillencommissie van de landelijke vereniging van de Dierenbescherming. De uitspraak van deze geschillencommissie is voor beide partijen bindend.
- Het voorgaande punt m.b.t. de benoeming van bestuursleden is ook van toepassing voor het bestuur van de stichting [naam] .”

3.9

Stichting De Wissel is op 31 mei 2013 opgericht en zij exploiteert sindsdien De Wissel. In de statuten van Stichting De Wissel is, voor zover hier van belang, bepaald:

“Doel

Artikel 2

1. De stichting neemt de doelstellingen van de vereniging: Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren, hierna te noemen "de landelijke NVBD", in acht.

(…)
Vermogen
Artikel 4
1. De geldmiddelen van de stichting zullen worden gevormd door:
a. eventuele bijdragen van de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid : de afdeling Friesland van de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren, hierna te noemen: “de Afdeling” (…);
(…)

Bestuur, benoeming

Artikel 5

1. Het bestuur van de stichting bestaat uit vijf tot en met zeven natuurlijke personen. Deze leden worden benoemd door het bestuur van de Afdeling, op voordracht van het bestuur van de stichting, tenzij het bestuur van de Afdeling gemotiveerd bezwaar heeft tegen de benoeming van de betreffende voorgedragen bestuursleden, in welk geval de Afdeling zelf, met inachtneming van lid 7 van dit artikel, in de vacature(s) mag voorzien.

(…)

7. Mocht er een geschil ontstaan tussen het bestuur van de Afdeling en het stichtingsbestuur over de benoeming van een bestuurslid van de stichting door de Afdeling als omschreven in lid 1 van dit artikel, dan zal dit geschil worden voorgelegd aan de Commissie van Beroep (dan wel haar rechtsopvolgster) van de landelijke Dierenbescherming zoals opgenomen in artikel 37 van de statuten van de landelijke Dierenbescherming. De uitspraak van de Commissie van Beroep is voor zowel de Afdeling als de stichting bindend.

(…)

Einde bestuurslidmaatschap en schorsing

Artikel 12

Het bestuurslidmaatschap eindigt (…)

(…)

c. door ontslag door het bestuur van de Afdeling

(…)

e. door het verlies, al dan niet vrijwillig, van het lidmaatschap van de Dierenbescherming;
(…)

Statutenwijziging

Artikel 15

1. Het bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen. Het behoeft de goedkeuring van het Hoofdbestuur van de landelijke Dierenbescherming.
(…)

Ontbinding en vereffening

Artikel 17

(…)

4. Een batig saldo dat resteert na liquidatie en vereffening van het vermogen van de ontbonden stichting wordt overgedragen aan de Afdeling of diens rechtsopvolger. Als ook een rechtsopvolger ontbreekt, wordt het saldo overgedragen aan de landelijke Dierenbescherming of diens rechtsopvolger.”

3.10

De activa en passiva van het dierenopvangcentrum De Wissel zijn overgedragen aan stichting De Wissel.

3.11

Op 28 juni 2013 zijn de Afdeling Leeuwarden en de Afdeling Friesland gefuseerd, waarbij de Afdeling Friesland de verkrijgende partij was en de Afdeling Leeuwarden de verdwijnende partij. De gefuseerde verenigingen zijn sindsdien onder de naam Afdeling Friesland voortgegaan.

3.12

Op 31 december 2014 zijn alle afdelingen in Nederland als bedoeld in rechtsoverweging 3.2 gefuseerd met de NVBD, waarbij de afdelingen - waaronder de Afdeling Friesland - de verdwijnende partijen waren en sindsdien niet meer bestaan.

3.13

De NVBD heeft bij e-mailbericht van 30 juni 2014 de Stichting meegedeeld dat zij afspraken met de Stichting wil maken over de wijze waarop zij gelieerd zal zijn aan de NVBD. De NVBD heeft daarbij onder meer gewezen op de invoering van modelstatuten dan wel het aangaan van een model-samenwerkingsovereenkomst.

3.14

Bij brief van 25 maart 2015 heeft de Stichting afwijzend op dit verzoek gereageerd en meegedeeld dat zij haar statuten in overeenstemming wil brengen met de nieuwe situatie, waarbij de Afdeling Leeuwarden niet meer bestaat en De Wissel is ondergebracht in een aparte stichting. In deze nieuwe situatie moet Stichting De Wissel als de rechtsopvolgster van de Afdeling Leeuwarden worden beschouwd.

3.15

De NVBD heeft afwijzend gereageerd op het voornemen van de Stichting om haar statuten dienovereenkomstig te wijzigen. Stichting De Wissel heeft wel ingestemd met het voornemen van de Stichting.

3.16

De algemeen directeur van de NVBD heeft nadien (op 18 januari 2016) een besluit genomen, inhoudende (onder voorbehoud van goedkeuring van de Raad van Toezicht) vaststelling van een actuele lijst met gelieerde stichtingen d.d. 7 januari 2015. De Stichting wordt ook op deze lijst vermeld.

3.17

De statuten van Stichting De Wissel zijn tot op heden niet aangepast aan de model-statuten van de NVBD.

4 De procedure in eerste aanleg

4.1

De Stichting heeft de rechtbank verzocht enkele bepalingen uit haar statuten te wijzigen, omdat ongewijzigde handhaving van de statuten zou leiden tot gevolgen die bij de oprichting van de Stichting redelijkerwijze niet kunnen zijn gewild (artikel 2:294 lid 1 BW). De Stichting wenst wijziging van artikel 2 (door het schrappen van de verwijzing naar de Afdeling Leeuwarden of haar rechtsopvolger), artikel 3 (een redactionele wijziging), artikel 4
(schrapping van het benoemingsrecht van – in de lezing van de Stichting - de Afdeling Leeuwarden), artikel 13 lid 3 (schrapping van deze bepaling) en artikel 13 lid 7 (wijziging van deze bepaling in die zin dat het batig saldo ten goede komt aan een instelling met een gelijksoortige doelstelling als de Stichting). Aan haar verzoek legt de Stichting ten grondslag dat de Afdeling Leeuwarden niet meer bestaat, zodat de verwijzing naar deze Afdeling in de statuten zinledig is. Volgens de Stichting moet niet de NVBD maar De Wissel worden gezien als de (materiële) rechtsopvolgster van de Afdeling Leeuwarden.

4.2

Stichting De Wissel heeft bij gelegenheid van de mondelinge behandeling herhaald te kunnen instemmen met het verzoek van de Stichting. De NVBD heeft echter veerweer gevoerd. Volgens haar is zij zowel de formele als de materiële rechtsopvolgster van de Afdeling Leeuwarden. De benoemings- en goedkeuringsrechten komen haar dan ook toe. De Stichting was en is een aan haar gelieerde Stichting en het vermogen dat de Stichting beheert, is vermogen van de dierenbescherming en derhalve van haar. De Stichting kan de zeggenschap over dit vermogen, en daarmee het vermogen zelf, niet aan haar onttrekken, zoals de Stichting met de door haar voorgestelde wijzigingen wel wil bewerkstelligen. De NVBD heeft een tegenverzoek ingediend, ertoe strekkende dat de genoemde bepalingen in de Statuten zo worden gewijzigd dat in plaats van de Afdeling Leeuwarden de NVBD wordt vermeld.

4.3

De rechtbank heeft de NVBD niet-ontvankelijk verklaard in haar tegenverzoek, nu op grond van artikel 2:294 BW alleen de oprichter of het bestuur van de Stichting dan wel het openbaar ministerie om wijziging van de statuten kan verzoeken.
De rechtbank heeft de verzoeken van de Stichting afgewezen, kort gezegd omdat de rechtbank de Stichting niet volgt in haar betoog dat Stichting De Wissel de (materiële) rechtsopvolgster is van de Afdeling Leeuwarden. Om de patstelling tussen partijen te doorbreken, heeft de rechtbank gebruik gemaakt van de haar toekomende bevoegdheid om de statuten te wijzigen op een wijze die het beste aansluit bij de huidige situatie. In lijn met het tegenverzoek wijzigt de rechtbank de statuten door in artikel 2 onder a de woorden “Afdeling Leeuwarden van de Nederlandse vereniging tot Bescherming van Dieren” te wijzigen in “de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren”. Met deze wijziging komen ook de benoemings- en goedkeuringsbevoegdheden van de artikelen 4 en 13 van de statuten toe aan de NVBD.

5 De bespreking van de grieven

5.1

De NVBD is niet in appel gekomen tegen de beslissing van de rechtbank haar niet-ontvankelijk te verklaren in haar tegenverzoek. In appel staat dan ook niet ter discussie dat de NVBD geen verzoek tot wijziging als bedoeld in artikel 2:294 lid 2 BW kan doen.

5.2

Met de grieven beoogt de Stichting, naar het hof de grieven verstaat, het geschil in volle omvang aan het hof voor te leggen. Het hof zal de grieven, die met elkaar samenhangen, dan ook gezamenlijk bespreken en daarbij, gelet op de devolutieve werking van het appel, ook de door de NVBD in eerste aanleg aangevoerde, maar door de rechtbank verworpen of onbesproken gelaten stellingen.

5.3

Bij deze bespreking stelt het hof voorop dat de Afdeling Leeuwarden niet meer bestaat. Het vermogen en de activiteiten die samenhangen met de exploitatie van dierenopvangcentrum De Wissel zijn overgedragen aan Stichting De Wissel. Vervolgens is de Afdeling Leeuwarden (als verdwijnende stichting) gefuseerd met de Afdeling Friesland (als verkrijgende stichting), waardoor het (na overdracht van het dierenopvangcentrum resterende) vermogen van de Afdeling Leeuwarden onder algemene titel is overgegaan op de Afdeling Friesland. Het vermogen van de Afdeling Friesland is vervolgens onder algemene titel overgegaan op de NVBD bij de fusie van de Afdeling Friesland met de NVBD. Tussen partijen staat niet ter discussie dat, zoals de rechtbank heeft overwogen, bij de fusies het vermogen (de activa en passiva) van de Afdeling Leeuwarden en later de Afdeling Friesland is (zijn) overgegaan op respectievelijk de Afdeling Friesland en de NVBD, maar dat door de fusie niet ook de aan de verdwijnende rechtspersoon toekomende niet-vermogensrechtelijke rechten, zoals het in de statuten van de Stichting vastgelegde benoemings- en goedkeuringsrecht, onder algemene titel zijn overgegaan op de verkrijgende stichting. Dat betekent dat het aan de Afdeling Leeuwarden toekomende benoemings- en goedkeuringsrecht niet door (enkel) de achtereenvolgende fusies via de Afdeling Friesland is overgegaan op de NVBD.

5.4

De rechtbank heeft overwogen dat, nu de Afdeling Leeuwarden niet meer bestaat en op grond van artikel 13 lid 3 de statuten van de Stichting alleen na schriftelijke goedkeuring van de Afdeling Leeuwarden kunnen worden gewijzigd, vaststaat dat de statuten van de Stichting niet meer voorzien in wijziging ervan. De rechtbank heeft ook overwogen dat ten aanzien van de benoeming van bestuurders een leemte is ontstaan. De NVBD heeft echter betoogd dat de huidige statuten het benoemings- en goedkeuringsrecht toekennen aan de rechtsopvolger van de Afdeling Leeuwarden. In dat verband heeft zij erop gewezen dat in artikel 2 onder a het begrip “vereniging” (daar tussen haakjes vermeld) wordt gedefinieerd als “de voormelde vereniging “Afdeling Leeuwarden van de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren” of haar rechtsopvolger(s)”. Waar in het vervolg van de statuten het begrip “vereniging” wordt gebruikt, zoals in artikel 4 en in artikel 13 lid 3, moet dat dan ook worden gelezen als de Afdeling Leeuwarden of haar rechtsopvolger(s), begrijpt het hof het betoog van de NVBD.

5.5

Het hof volgt de NVBD niet in deze, door de Stichting bestreden, uitleg van de statuten. Het hof neemt daarbij als uitgangspunt dat voor de statuten naar hun aard - onder meer vanwege het feit dat de inhoud daarvan niet alleen voor de oprichters van de vennootschap maar ook voor derden relevant is - geldt dat zij zich op de schaal die de vloeiende overgang tussen de (meer subjectieve) Haviltexnorm en de (meer objectieve) CAO-norm weergeeft, bevinden in het gebied waarin de uitleg op basis van de CAO-norm prevaleert, zodat objectieve maatstaven bij de uitleg van de statuten in beginsel centraal dienen te staan. De bewoordingen van de desbetreffende bepaling, gelezen in het licht van de gehele tekst van de statuten, zijn dan ook van groot belang, ofschoon beslissend blijft de zin die de betrokkenen bij de oprichting in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (vgl. HR 5 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY8101 inzake Lundiform/Mexx). Aan de NVBD kan worden toegegeven dat een dergelijke taalkundige uitleg verdedigbaar is, indien uitsluitend acht wordt geslagen op deze formulering in artikel 2 onder a. De NVBD ziet er echter aan voorbij dat ook een andere taalkundige uitleg mogelijk is, te weten dat met de verkorte aanduiding "vereniging" in dat artikel slechts wordt verwezen naar het tussen aanhalingstekens geplaatste "Afdeling Leeuwarden van de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren". Dat dit laatste bedoeld is, is aannemelijk door de formulering van artikel 13 lid 7 van de statuten, waarin aan het woord “vereniging” nog (tussen haakjes) de woorden “of haar rechtsopvolgers” zijn toegevoegd. Die toevoeging zou zinledig zijn indien het de bedoeling van de oprichters van de Stichting zou zijn geweest om met het begrip vereniging niet alleen de Afdeling Leeuwarden, maar ook haar rechtsopvolgers aan te duiden. Er zijn geen omstandigheden gesteld of gebleken waaruit volgt dat de oprichters mochten verwachten dat het in de statuten gebruikte begrip vereniging de door de NVBD voorgestane betekenis zou hebben.

5.6

Uit hetgeen hiervoor is overwogen, volgt dat ten aanzien van de wijziging van de statuten en de benoeming van de bestuurders van de Stichting inderdaad een leemte is ontstaan, nu de statuten van de Stichting voorzien in een benoemings- en goedkeuringsrecht van (alleen) de Afdeling Leeuwarden, deze Afdeling niet meer bestaat en het benoemings- en goedkeuringsrecht niet is overgegaan op de rechtsopvolger(s) van de Afdeling Leeuwarden. Dat betekent allereerst dat sinds de verdwijning van de Afdeling Leeuwarden door de fusie met de Afdeling Friesland niet kan worden voorzien in de benoeming van de meerderheid van de bestuurders, nu drie van de vijf bestuurders volgens de statuten door de Afdeling Leeuwarden worden benoemd en vervolgens dat de statuten niet kunnen worden gewijzigd, nu voor een wijziging van de statuten de goedkeuring van de Afdeling Leeuwarden noodzakelijk is. In deze situatie zou, zoals de rechtbank ook heeft vastgesteld, ongewijzigde handhaving van de statuten leiden tot gevolgen die bij de oprichting van de stichting redelijkerwijs niet kunnen zijn gewild, zodat de rechter, gelet op het feit dat wijziging van de statuten niet mogelijk is, op grond van artikel 2:394 lid 1 BW bevoegd is de statuten te wijzigen.

5.7

Het hof overweegt in dit verband dat het betoog van de NVBD, dat geen sprake is van een leemte omdat zij bereid is medewerking te verlenen aan een correcte wijziging van de statuten, niet opgaat omdat de NVBD op basis van de huidige statuten geen goedkeuringsbevoegdheid heeft. De bereidheid van de NVBD (of welke andere organisatie ook) om een statutenwijziging goed te keuren die de toetst van haar kritiek doorstaat, kan de hiervoor omschreven leemte dan ook niet opvullen.

5.8

Bij de toepassing van de wijzigingsbevoegdheid op grond van artikel 2:294 BW dient de rechter, zoals de rechtbank (onbestreden door partijen) heeft overwogen, terughoudend te werk te gaan. Daarbij gelden de volgende criteria. Allereerst is de bevoegdheid tot wijziging beperkt tot het wegnemen van de ongewenste gevolgen. Vervolgens dient hij zo min mogelijk af te wijken van de bestaande statuten en, ten slotte, dient hij wanneer wijziging van het doel noodzakelijk is een aanverwant doel aan te wijzen. Indien de rechter deze beperkingen in acht neemt, is hij bevoegd zo nodig de statuten te wijzigen op andere wijze dan verzocht. Bij dit alles is de wil van de oprichters richtinggevend. Uit het feit dat alleen sprake is van een wijzigingsbevoegdheid indien ongewijzigde handhaving van de statuten zou leiden tot gevolgen die de oprichters redelijkerwijs niet hebben gewild, volgt logischerwijs dat die wijziging zelf ook niet mag leiden tot gevolgen die bij de oprichting van de Stichting redelijkerwijs niet kunnen zijn gewild. Als dat anders zou zijn, zou het middel - wijziging van de statuten - even erg zijn als, of erger zijn dan de kwaal van de ongewijzigde statuten met de niet gewilde gevolgen. Bovendien dienen de statuten zo min mogelijk af te wijken van de bestaande statuten.

5.9

Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat de rechter indien om wijziging is verzocht en een wijziging ook noodzakelijk is, maar de verzochte wijziging niet voldoet aan de hiervoor vermelde criteria, vrij is de statuten op andere wijze te wijzigen, of daar nu om verzocht is of niet. Dat betekent dat het de rechtbank, toen zij oordeelde dat de verzochte wijziging niet voldeed aan deze criteria, ook vrijstond om aansluiting te zoeken bij de door de NVBD in haar tegenverzoek voorgestelde wijziging, ook al was NVBD niet-ontvankelijk in dat verzoek; als de rechter vrij is om de statuten zelf te wijzigen, is hij ook vrij om voor die wijziging aansluiting te zoeken in een niet-ontvankelijk verzoek tot wijziging, mits deze wijziging (wel) voldoet aan de hiervoor vermelde criteria van terughoudendheid. De Stichting komt dan ook vergeefs op tegen het enkele feit dat de rechtbank aansluiting heeft gezocht bij de door de NVBD in haar tegenverzoek verzochte wijziging.

5.10

Partijen verschillen van mening over het antwoord op de vraag op welke wijze de statuten moeten worden gewijzigd om in de ontstane leemte te voorzien. Kort en goed komt dat verschil erop neer dat òf de NVBD de plaats dient in te nemen van de Afdeling Leeuwarden, zoals de NVBD betoogt, òf dat niet de NVBD maar Stichting De Wissel de materiële rechtsopvolger is van de Afdeling Leeuwarden, althans in de verhouding tot de Stichting, zoals de Stichting aanvoert. Het antwoord op deze vraag is, menen beide partijen, bepalend voor de wijze waarop de statuten dienen te worden gewijzigd. Indien de NVBD de materiële rechtsopvolger is, komt het benoemings- en goedkeuringsrecht aan de NVBD toe en heeft dat gevolgen voor de doelomschrijving en de bestemming van het liquidatiesaldo; indien Stichting De Wissel de materiële rechtsopvolger is, is er geen reden om in de statuten naar de NVBD te verwijzen. De verschillende standpunten van partijen over de vraag wie de rechtsopvolger van de Afdeling Leeuwarden is, hebben ook gevolgen voor de visie van partijen over wat de wil van de oprichters is geweest.

5.11

Om de wil van de oprichters te benaderen, zal het hof vaststellen wat bekend is over de situatie ten tijde van de oprichting van de Stichting. Daarover staat het volgende vast:
a. De Afdeling Leeuwarden was (ook in 1993) een afdeling van de NVBD. Uit de statuten van de Afdeling Leeuwarden volgt dat, zoals de NVBD heeft aangevoerd, sprake was van een nauwe band tussen de NVBD en de Afdeling Leeuwarden. Zo zijn de gewone leden van de Afdeling Leeuwarden de leden van de NVBD die in het werkgebied van de Afdeling Leeuwarden wonen (artikel 5). Wie lid was van de NVBD en in het werkgebied van de Afdeling Leeuwarden woonde, was dan ook (gewoon) lid van de Afdeling Leeuwarden, tenzij hij aangaf lid te willen worden van een andere afdeling en van de NVBD toestemming kreeg lid (“wenslid”) te worden van die andere afdeling. De NVBD kon het lidmaatschap opzeggen (artikel 10) en het bestuur van de Afdeling Leeuwarden schorsen (artikel 13). Het bestuur had toestemming van de NVBD nodig voor (onder meer) besluiten tot het oprichten van een dierenasiel en een steunstichting (artikel 16) en voor het wijzigen van de statuten van de Afdeling Leeuwarden (artikel 23). Bij vereffening van de Afdeling Leeuwarden kwam een eventueel batig saldo toe aan de NVBD (artikel 24).
b. De kern van de activiteiten van de Afdeling Leeuwarden hield verband met dierenopvang De Wissel. De NVBD heeft dat wel bestreden, maar het hof acht gelet op de overgelegde verklaringen voldoende aannemelijk dat de Afdeling Leeuwarden als haar kerntaak zag het exploiteren van de dierenopvang en wat daarmee samenhangt. Dat beeld wordt versterkt door de overgelegde jaarrekeningen van de Afdeling Leeuwarden. Uit die jaarrekeningen blijkt dat het overgrote deel van de opbrengsten van de Afdeling Leeuwarden uit onder meer contributies en giften is besteed aan de dierenopvang, die jaar op jaar een negatief exploitatieresultaat had. Het ligt ook wel voor de hand dat de bij de Afdeling Leeuwarden betrokken vrijwilligers vooral werkzaamheden verrichtten ten behoeve van (een concrete activiteit als) de dierenopvang ter plaatse en niet ten behoeve van de algemene doelstelling van de Afdeling Leeuwarden (kort gezegd: het beschermen van dieren), een doelstelling die overeenkwam met die van NVBD.
c. De Stichting is opgericht nadat de Afdeling Leeuwarden een fors bedrag had ontvangen uit de nalatenschap van mevrouw [naam] . De nalatenschap was bestemd voor de dierenopvang De Wissel. Uit de overgelegde schriftelijke verklaringen van de bij de oprichting betrokken personen en bestuurders van het eerste uur, volgt dat het de bedoeling van de oprichters van de Stichting was om het vermogen van de Stichting ten goede te laten komen aan dierenopvang De Wissel. Dat sluit ook aan bij het door erflaatster aangegeven doel. In de statuten van de Stichting komt dat tot uitdrukking doordat in de doelomschrijving als doel is vermeld het financieel ondersteunen van de Afdeling Leeuwarden (of haar rechtsopvolgers) “en meer in het bijzonder het mede instandhouden van het dierenopvangcentrum in de gemeente Leeuwarden”. Het dierenopvangcentrum werd ten tijde van de oprichting, zoals hiervoor is overwogen, geëxploiteerd door de Afdeling Leeuwarden. Na de vermelding van deze doelen, die nauw met elkaar samenhangen, hetgeen door de woorden “meer in het bijzonder” tot uitdrukking wordt gebracht, wordt nog een meer algemeen doel vermeld.
d. Tussen de Stichting en de Afdeling Leeuwarden was sprake van een nauwe relatie, zoals ook volgt uit de statuten van de Stichting. De Afdeling Leeuwarden is allereerst vermeld in de doelomschrijving. Vervolgens worden drie bestuursleden van de Stichting benoemd door de Afdeling Leeuwarden. In de oorspronkelijke statuten, die op dit punt in 1999 zijn gewijzigd was vermeld dat deze drie bestuursleden bestuurslid van de Afdeling Leeuwarden dienden te zijn. Verder behoeft een wijziging van de statuten de goedkeuring van de Afdeling Leeuwarden en, ten slotte, komt bij liquidatie van de Stichting een eventueel batig saldo ten goede aan de Afdeling Leeuwarden. De oprichters van de Stichting, niet voor niets bestuurders van de Afdeling Leeuwarden, voorzagen met deze statutaire bepalingen al met al in een nauwe relatie tussen de Stichting en de Afdeling Leeuwarden. Het hof merkt op dat deze nauwe relatie ertoe leidde dat in elk geval tot aan de statutenwijziging drie van de bestuurders van de Stichting afkomstig waren uit het werkgebied van de Afdeling Leeuwarden; zij waren immers lid van het bestuur van de Afdeling Leeuwarden.

5.12

In hetgeen hiervoor is vastgesteld omtrent de situatie ten tijde van de oprichting van de Stichting worden twee lijnen zichtbaar:
I. De Stichting was bedoeld als steunstichting voor dierenopvang De Wissel, die toen nog door de Afdeling Leeuwarden werd geëxploiteerd. Die exploitatie verklaart ook waarom in de doelomschrijving wordt verwezen naar de activiteiten van de Afdeling Leeuwarden. Er is geen enkele aanwijzing dat de oprichters van de Stichting het oog hebben gehad op andere activiteiten van de Afdeling Leeuwarden. De Afdeling Leeuwarden verrichtte ook nauwelijks andere activiteiten. De bestuurders van de Stichting waren in meerderheid afkomstig uit de regio Leeuwarden.
II. Bij de oprichting was al sprake van (indirect(e)) zeggenschap over en toezicht op van de Stichting door de NVBD vanwege de nauwe samenhang tussen enerzijds de Stichting en de Afdeling Leeuwarden en anderzijds de Afdeling Leeuwarden en de NVBD. De Afdeling Leeuwarden had voor de oprichting van de Stichting de toestemming nodig voor de NVBD en de bestuurders van de Stichting werden benoemd door de Afdeling Leeuwarden, die onder bestuurlijk toezicht stond van de NVBD. Via de haar in de statuten van de Afdeling Leeuwarden toegekende bevoegdheden had de NVBD ook (indirect(e)) zeggenschap over en toezicht op de exploitatie van De Wissel.

5.13

De hiervoor vermelde lijnen zijn ook zichtbaar in hetgeen vaststaat over de ontwikkelingen die zich na de oprichting van de Stichting hebben voorgedaan:
- de veruit belangrijkste activiteit van de Afdeling Leeuwarden bleef het exploiteren van het dierenopvangcentrum De Wissel. Door de Stichting werd die activiteit ondersteund. Gesteld noch gebleken is dat de Stichting gedurende haar bestaan ooit andere activiteiten van de Afdeling Leeuwarden dan activiteiten die samenhingen met de exploitatie van De Wissel heeft gesteund. De door de Afdeling Leeuwarden ten behoeve van De Wissel ontvangen gelden uit nalatenschappen werden bij de Stichting ondergebracht. Voor zover de NVBD heeft willen betogen dat door de Afdeling Leeuwarden ook gelden uit nalatenschappen heeft ondergebracht bij de Stichting die niet waren bestemd voor De Wissel, heeft zij die stelling onvoldoende onderbouwd. Bij de fusie tussen de Afdeling Leeuwarden en de Afdeling Friesland zijn ook diverse afspraken gemaakt over De Wissel. Uit al deze omstandigheden volgt dat De Stichting gericht is gebleven op De Wissel en dat de exploitatie van De Wissel de belangrijkste activiteit van de Afdeling Leeuwarden bleef;
- de NVBD heeft ook na de oprichting van de Stichting, via de benoeming van bestuurders en de goedkeuring van bestuursbesluiten van de Afdeling Leeuwarden (indirect(e)) zeggenschap over en toezicht op zowel de Stichting als de Afdeling Leeuwarden. Op grond van de statuten van de Afdeling Leeuwarden was toestemming van de NVBD nodig voor zowel de fusie van de Afdeling Leeuwarden als de oprichting van Stichting De Wissel en het onderbrengen van dierenopvang De Wissel in laatstgenoemde stichting. Uit de fusieverklaring van de Afdeling Leeuwarden en de Afdeling Friesland volgt niet dat met de fusie beoogd is om een wijziging te brengen in de bestaande (indirecte, via de Afdeling Friesland lopende) verhouding tussen de NVBD en de Stichting. De statuten van Stichting De Wissel voorzien erin dat de (nieuwe) Afdeling Friesland de bestuurders van deze stichting benoemt en dat de NVBD toestemming moet geven voor een wijziging van de statuten. Uit deze statuten volgt dat ook na oprichting van de Stichting de NVBD zeggenschap over en toezicht op deze stichting uitoefent, en daarmee op de door de stichting uitgeoefende activiteiten, zoals zij in het verleden, maar dan via haar relatie met de Afdeling Leeuwarden, toezicht en zeggenschap kon uitoefenen.

5.14

De hiervoor vermelde lijnen - enerzijds: de Stichting is er voor De Wissel en is daardoor op de regio Leeuwarden gericht en anderzijds: de NVBD oefent (indirect) toezicht en zeggenschap uit over de Stichting - zijn, zoals hiervoor in rechtsoverweging 5.8 is overwogen, richtinggevend voor de noodzakelijke wijziging van de statuten. Uit het bestaan van beide lijnen volgt al dat met het in de statuten van de Stichting gebruikte begrip rechtsopvolger niet zonder meer òf de NVBD òf De Wissel is bedoeld. Waar de beide lijnen - enerzijds dierenopvang De Wissel als de concrete activiteit ten behoeve waarvan de Stichting is opgericht en anderzijds de rechtspersoon Afdeling Leeuwarden, waarover de NVBD zeggenschap en toezicht uitoefende, als het bestuurlijke vehikel van die dierenopvang - tot aan de oprichting van Stichting De Wissel en de fusie van de Afdeling Leeuwarden samenvielen, was dat daarna niet meer het geval. Bij de wijziging van de statuten dient dit naar het oordeel van het hof in die zin tot uitdrukking te komen, dat per te wijzigen bepaling wordt nagegaan of de activiteit van dierenopvang De Wissel vooropstaat of het bestuurlijke vehikel.

5.15

Het bovenstaande leidt tot het volgende:
Het hof acht, allereerst, de door de Stichting voorgestelde wijziging van het doel in artikel 2 toewijsbaar. Met deze wijziging wordt duidelijk gemaakt dat het doel van de Stichting primair is het ondersteunen van de dierenopvang De Wissel, welke dierenopvang door de toenmalige Afdeling Leeuwarden, met instemming van de NVBD, is ondergebracht in Stichting De Wissel.
Het hof is, vervolgens, van oordeel dat de door de Stichting voorgestelde wijziging van artikel 4 van de statuten, betreffende de benoeming van bestuurders, niet toewijsbaar is. Naar het oordeel van het hof dienen drie van de vijf bestuursleden die voorheen door de Afdeling Leeuwarden werden benoemd, nu te worden benoemd door de NVBD. Om het lokale karakter van de Stichting, vanwege haar betrokkenheid op De Wissel, tot zijn recht te laten komen, komt aan het bestuur van de Stichting wel het recht toe de desbetreffende bestuurders ter benoeming voor te dragen. Op deze wijze wordt ook aangesloten bij de door de NVBD goedgekeurde benoemingsprocedure van bestuurders van Stichting De Wissel, die ook voorziet in een voordracht van het bestuur.
Dat de NVBD al indirect zeggenschap en toezicht uitoefende, betekent voorts dat de leemte in artikel 13 lid 3 van de statuten, betreffende de wijziging van de statuten, naar het oordeel van het hof opgevuld dient te worden door aan de NVBD in plaats van de Afdeling Leeuwarden de bevoegdheid tot goedkeuring van de statuten toe te kennen. De huidige tekst kan ongewijzigd blijven wanneer het daar gebruikte begrip “vereniging” is gedefinieerd als NVBD. Het hof zal die definitie opnemen in artikel 4 lid 1, waar de NVBD wordt genoemd.
Het ligt, ten slotte, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, het meest voor de hand om artikel 13 lid 7 als volgt te wijzigen dat het batig saldo ten goede komt van de in het gewijzigde artikel 2 vermelde doelen.

5.16

Indien deze wijzigingen worden toegepast, worden daardoor de bij de oprichting redelijkerwijs niet gewilde gevolgen van de huidige statuten weggenomen. Doordat zoveel mogelijk is aangesloten bij de wil van de oprichters is zo min mogelijk afgeweken van de bestaande statuten, en is ten aanzien van de wijziging van het doel een aanverwant doel aangewezen. Nu bij deze wijziging de NVBD bevoegdheden houdt ten aanzien van de benoeming van bestuurders en de wijziging van de statuten en het doel van de Stichting de ondersteuning van de dierenopvang blijft terwijl de NVBD ook bestuurlijke betrokkenheid heeft bij de stichting die de dierenopvang exploiteert, is bij deze wijzigingen van de door de NVBD gevreesde ‘ontliëring’ geen sprake.

5.17

Het bovenstaande betekent dat de grieven gedeeltelijk slagen. Het hof zal de beschikking van de rechtbank voor wat betreft de beslissing op het verzoek van de Stichting vernietigen en opnieuw rechtdoende de statuten wijzigen als hiervoor is vermeld. Bij deze stand van zaken zijn de Stichting en de NVBD elk op punten in het gelijk gesteld, zodat een compensatie van kosten in eerste aanleg en in hoger beroep in de rede ligt. Ook op dit punt zal de beschikking van de rechtbank worden vernietigd.

6 De beslissing
Het gerechtshof, rechtdoende in hoger beroep:
vernietigt de beschikking van de rechtbank, waarvan beroep, ten aanzien van het door de Stichting gedane verzoek,

en in zoverre opnieuw rechtdoende:

wijzigt de statuten van de Stichting door:

-
de tekst van artikel 2 te vervangen door:
“de stichting heeft ten doel:
a. het financieel ondersteunen en het mede in stand houden van het dierenopvangcentrum in
de gemeente Leeuwarden, zoals dat thans wordt gedreven door de statutair in de gemeente
Leeuwarden gevestigde stichting “Stichting Dierenopvang De Wissel” (ingeschreven in
het handelsregister onder nummer 58132317), en meer in het algemeen,
b. dieren te beschermen, hun belangen te behartigen, hun welzijn te bevorderen, en al wat
daarmee verband houdt in stand te houden en meer ingang te doen vinden.”

-
de tekst van artikel 4 lid 1 te vervangen door:
“De stichting heeft een bestuur bestaande uit vijf leden.
Drie bestuursleden worden door het bestuur van de vereniging “Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren” (ingeschreven in het handelsregister onder nummer 40407319),
hierna: “de Vereniging”, op voordracht van het bestuur van de stichting benoemd.
De overige twee bestuursleden worden benoemd door het bestuur van de stichting op grond van hun specifieke kwaliteiten, bijvoorbeeld op het bestuurlijke, financiële of juridische terrein.”

-
de tekst van artikel 13 lid 7 te vervangen door:
“Het batig saldo zal na vereffening ten goede komen aan het in artikel 2 onder a bedoelde dierenopvangcentrum en/of de dierenbescherming in het algemeen.”

compenseert de proceskosten van het geding in eerste aanleg en in hoger beroep, in die zin dat partijen en de belanghebbende elk de eigen kosten dragen;

wijst het meer of anders verzochte af.

Dit arrest is gewezen door mr. H. de Hek, mr. M.W. Zandbergen en mr. R.E. Weening en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 12 oktober 2016.