Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:8085

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
12-10-2016
Datum publicatie
14-10-2016
Zaaknummer
21-005165-11
Rechtsgebieden
Strafprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ongegrond verklaren van bezwaarschift ex artikel 22 g Sr.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 21-005165-11

AV-nummer: 001013-16

Uitspraak d.d.: 12 oktober 2016

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken op het bezwaarschrift ex artikel 22g, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht van de veroordeelde:

[veroordeelde] ,

geboren te [geboorteplaats] [1972] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen veroordeelde.

Procesgang

De veroordeelde is bij arrest van 9 november 2012 -voor zover hier van belang- onherroepelijk veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, te vervangen door hechtenis voor de tijd van 60 dagen voor het geval die taakstraf niet naar behoren wordt verricht.

De advocaat-generaal heeft op 18 april 2016 de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis voor de duur van 32 dagen bevolen.

Door de veroordeelde is een bezwaarschrift ingediend tegen deze kennisgeving.

Het hof heeft dit bezwaarschrift behandeld op de openbare terechtzitting van 28 september 2016, waarbij zijn gehoord de advocaat-generaal en namens de veroordeelde

mr. W.R. Koks, advocaat te Amsterdam.

Beoordeling van het bezwaarschrift

De advocaat generaal concludeert tot ongegrond verklaren van het bezwaarschift op grond van het feit dat het aan veroordeeldes schuld te wijten is dat hij de taakstraf niet heeft verricht.

De raadsman concludeert tot een gegrond verklaren van het bezwaarschrift en verwijst daartoe naar een uitspraak van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 13 juni 2016. De raadsman verzoekt het hof om op dezelfde gronden als de politierechter heeft gedaan het bezwaar gegrond te verklaren.

Uit het afloopbericht van de reclassering van 29 maart 2016 blijkt dat aan veroordeelde meermalen de gelegenheid is geboden om de taakstraf aan te vangen. Vaak is veroordeelde om hem moverende reden niet met de taakstraf begonnen of heeft hij slechts enkele van de afgesproken te werken uren volbracht. Na overleg met de reclassering is daarop door de officier van justitie de termijn voor het uitvoeren van de taakstraf verlengd. Vervolgens heeft verdachte op 13 maart 2016 aan de reclassering medegedeeld dat hij het niet meer ziet zitten met zijn taakstraf en dat de taakstraf mag worden beëindigd. Na overleg met de reclassering is met verdachte op 25 maart 2016 afgesproken dat hij door middel van twee halve dagen per week werken de taakstraf gaat afronden. Op 29 maart 2016 heeft verdachte vervolgens vier uren gewerkt. Op 2 april 2016 deelt verdachte telefonisch mede aan de reclassering dat hij een baan heeft gekregen in Duitsland en dat hij niet meer bereikbaar is en dat hij afziet van het verrichten van de taakstraf.

De reclassering besluit hierop de taakstraf stop te zetten en als mislukt te retourneren aan justitie.

Naar het oordeel van het hof zijn door de reclassering aan veroordeelde ruimschoots voldoende aan zijn situatie aangepaste mogelijkheden geboden om de taakstraf te verrichten en af te ronden. Het is echter geheel aan veroordeelde zelf te wijten dat de taakstraf niet is verricht. Van feiten of omstandigheden die maken dat desondanks veroordeelde toch nog in de gelegenheid dient te worden gesteld om de taakstraf te verrichten is het hof niet gebleken.

Gelet op het bovenstaande dient het bezwaarschrift van veroordeelde ongegrond te worden verklaard.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart het bezwaarschrift ongegrond.

Aldus gewezen door

mr. R. de Groot, voorzitter,

mr. H.J. Biemond en mr. P.L.M van Gorkom, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. G.W. Jansink, griffier,

en op 12 oktober 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. Biemond en mr. Van Gorkom zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 12 oktober 2016.

Tegenwoordig:

mr. W. Foppen, voorzitter,

mr. L.H.J. Vijlbrief-Smit, advocaat-generaal,

K. Elema, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte

[veroordeelde] ,

geboren te [geboorteplaats] [1972] ,

wonende te [woonplaats]

is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.