Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:7961

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
05-10-2016
Datum publicatie
05-10-2016
Zaaknummer
21-006504-15
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNNE:2015:5115
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ontnemingszaak. Draagkrachtverweer. Leeftijd 74 jaar, onvolledige AOW, hoge schulden, geen aanvullend pensioen. Te betalen bedrag op nihil gesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-006504-15

Uitspraak d.d.: 5 oktober 2016

TEGENSPRAAK

ONTNEMINGSZAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland van 5 november 2015 met parketnummer 17-880039-12 op de vordering ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1942,

ingeschreven te [woonplaats] , [woonadres] .

Het hoger beroep

De veroordeelde heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 21 september 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, ertoe strekkende dat de beslissing van de eerste rechter wordt vernietigd, dat het hof het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vaststelt op € 83.060,97 en dat de betalingsverplichting op nihil wordt gesteld. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door veroordeelde en zijn raadsman,

mr. M.R. van der Pol, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof is van oordeel, dat de eerste rechter op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist, zodat het vonnis waarvan beroep dient te worden bevestigd, met uitzondering van de vaststelling van de opgelegde betalingsverplichting en met verbetering van de daarop betrekking hebbende motivering.

Draagkracht

Ten aanzien van de betalingsverplichting heeft de verdediging aangevoerd dat deze op nihil moet worden gesteld omdat de huidige en redelijkerwijs te verwachten toekomstige draagkracht van veroordeelde niet voldoende zal zijn om enig bedrag aan de Staat te kunnen betalen.

Veroordeelde is zowel zakelijk als persoonlijk failliet verklaard. Hij is 74 jaar oud en geniet geen inkomsten uit arbeid. Hij ontvangt een, wegens verblijf in het buitenland en daardoor verminderde AOW-opbouw, beperkte AOW-uitkering waarop, behoudens de beslagvrije voet, beslag is gelegd door schuldeisers van verdachte. Niet aannemelijk is geworden dat veroordeelde beschikt over een substantieel vermogen.

Ter zitting van het hof is voorts aannemelijk geworden dat nog een bedrag van ruim 1,7 miljoen euro aan vorderingen van concurrente schuldeisers open staat.

Gelet op deze omstandigheden is duidelijk dat veroordeelde nu en in de toekomst niet de draagkracht heeft en zal hebben om het vastgestelde bedrag van € 83.060,97 aan de Staat te betalen. Daarom zal de verplichting tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, conform de vordering van de advocaat-generaal en het pleidooi van de raadsman, worden vastgesteld op nihil.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover het betreft het daarbij vastgestelde bedrag (van € 20.000,-) tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel en in zoverre opnieuw rechtdoende:

Stelt de verplichting tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op nihil.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Aldus gewezen door

mr. T.H. Bosma, voorzitter,

mr. W.P.M. ter Berg en mr. G. Dam, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. I.N. Koers, griffier,

en op 5 oktober 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken.