Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:7959

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
05-10-2016
Datum publicatie
05-10-2016
Zaaknummer
21-007343-14
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNNE:2014:5878
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verduistering. Geld is in strijd met gemaakte afspraak niet teruggegeven; daardoor heeft verdachte als heer en meester over dat geld beschikt en het zich aldus toegeëigend. Hypotheekfraude. Leidende rol van verdachte. Vonnis bevestigd met verbetering/aanvulling van gronden. Straf: één jaar gevangenisstraf met aftrek voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-007343-14

Uitspraak d.d.: 5 oktober 2016

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 28 november 2014 met parketnummer 17-880008-12 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,

ingeschreven te [woonplaats] , [woonadres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 24 mei 2016, 1 juli 2016 en 21 september 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vernietiging van het vonnis, bewezenverklaring van het onder 1, 2 primair, 3 primair, 4 primair en 5 ten laste gelegde en veroordeling ter zake van deze feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. R.P. Snorn, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank heeft verdachte bij vonnis van 28 november 2014 ten aanzien van het onder 1, 2 primair, 3 primair, 4 primair en 5 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van voorarrest.

Bevestiging

Het hof is van oordeel dat de eerste rechter op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Daarom dient het vonnis waarvan beroep, zij het met aanvulling en verbetering van de gronden te worden bevestigd.

Aanvullende overwegingen met betrekking tot feit 5:

De bewezenverklaring van feit 5 wordt door het hof anders gemotiveerd dan door de rechtbank is gedaan en wel als volgt.

Door verdachte is erkend dat door een man die hij kent als “ [slachtoffer] ” een bedrag van ruim

€ 167.000,- is overgeboekt naar een door hem aan [slachtoffer] opgegeven rekening. Die rekening stond op naam van verdachtes partner [partner] . Aan getuige [naam 1] heeft [slachtoffer] (echte naam: [slachtoffer] ) medegedeeld dat hij met [slachtoffer] was overeengekomen dat hij het bedrag contant zou terugkrijgen van verdachte.

Verdachte heeft ter zitting aangevoerd dat hij het bedrag niet zonder meer wilde terug betalen aan [slachtoffer] en daartoe ook niet verplicht was omdat tussen hem en [slachtoffer] was overeengekomen dat het geld zou worden geïnvesteerd in een project waar verdachte mee bezig was. Deze (overigens in strijd met de gehanteerde bewijsmiddelen zijnde) alternatieve lezing van verdachte wordt om de volgende redenen als onaannemelijk verworpen.

Het ontbreken van een schriftelijke overeenkomst ten aanzien van de reden van overboeking naar een buitenlandse bankrekening past veeleer bij het verhullen van inkomsten/vermogen dan bij het ter beschikking stellen van gelden ter investering. Evenmin zijn in het dossier betrouwbare aanknopingspunten te vinden die wijzen op een door verdachte gestelde afspraak. Voor zover die aanknopingspunten er al zijn, zijn die afkomstig van verdachte zelf en blijkt daaruit niet dat [slachtoffer] met verdachte een afspraak omtrent investering heeft gemaakt. In dat verband is het opvallend dat in de eerste reactie van verdachtes advocaat op de aanmaning tot terugbetaling geen gewag wordt gemaakt van de door verdachte gestelde afspraak.

Het hof stelt op grond van de aangifte vast dat verdachte het geld heeft ontvangen om dit vervolgens contant aan aangever terug te betalen en dat verdachte wist dat hij het geld met dit doel had ontvangen.

Het hof overweegt voorts dat het in de tenlastelegging opgenomen begrip “zich wederrechtelijk toe-eigenen” gebezigd dient te worden in de betekenis die daaraan in artikel 321 van het Wetboek van Strafrecht toekomt. Van zodanig toe-eigenen is sprake indien een persoon zonder daartoe gerechtigd te zijn als heer en meester beschikt over een goed dat aan een ander toebehoort (vgl. HR 24 oktober 1989, LJN ZC8253, NJ 1990/256).

Zoals hierboven gerelateerd volgt het hof aangever in zijn verklaring dat het geld dat hij aan verdachte gaf contant aan hem zou moeten worden teruggegeven. Uit het dossier blijkt dat verdachte het geld heeft laten overboeken naar een rekening op naam van zijn partner, waarop sprake was van een aanzienlijke debetstand, en voorts van een groot deel van het restbedrag van het op deze rekening gestorte geld waardepapieren heeft gekocht. Uit het dossier blijkt daarnaast dat verdachte uiterlijk 26 oktober 2010 op de hoogte was van het feit dat hij het geld dra diende terug te betalen aan [slachtoffer] , doch dat hij zulks heeft nagelaten en wel gedurende een aanzienlijke periode nu er geen aanwijzingen zijn dat er voor medio 2011 beslag is gelegd onder de betreffende Oostenrijkse bank.

Uit de gebleken geldstromen en de verstreken periode waarbinnen verdachte het geld geweigerd heeft terug te geven, blijkt naar het oordeel van het hof genoegzaam dat verdachte zich het geld wederrechtelijk heeft toegeëigend door hier als heer en meester over te beschikken.

Namens verdachte is nog verzocht onderzoek te doen naar de overige rekeningen van verdachte en diens partner. Doel daarvan is aan te tonen dat het overgeboekte bedrag niet gebruikt is voor het aanzuiveren van de debetstand van een rekening en het betalen van andere rekeningen. Uit dit onderzoek zou kunnen blijken dat verdachte steeds de beschikking had over het volledige bedrag, c.q. andere vermogensbestanddelen (zoals waardepapieren) die met dat bedrag zijn aangeschaft.

Het verzoek wordt afgewezen omdat het niet relevant is voor enige door het hof te nemen beslissing. Ook voor zover er op andere rekeningen op naam van verdachte of zijn partner voldoende tegoeden stonden, danwel er sprake was van voldoende andere vermogensbestanddelen waarvan het bedrag volledig zou kunnen worden terugbetaald, maakt dit voor het oordeel van het hof geen verschil in die zin dat verdachte, door zijn stelling dat hij het geld niet terug hoefde te betalen omdat er andere afspraken waren, heeft aangegeven dat hij niet van zins was het geld terug te geven, alsmede dat hij, door zijn gedragingen met het geld het teruggeven van het geld aanzienlijk heeft bemoeilijkt. De gestelde mogelijkheid tot terugbetaling, kan aan het bewezenverklaarde dan ook niet af doen.

Gelet op het voorgaande acht het hof bewezen dat verdachte een geldbedrag, namelijk

€ 167.000 heeft verduisterd.

Verbetering van gronden:

Bewijsmiddelen:

Het hof baseert de bewezenverklaring op de volgende bewijsmiddelen, waarbij de bewijsconstructie van de rechtbank grotendeels wordt overgenomen:

Feiten 1 tot en met 4

0.0.

De verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 21 september 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik wil hier niet met vrijspraak voor de feiten 1 tot en met 4 de deur uit. Ik heb die feiten gepleegd.

Voorts met betrekking tot feit 1

1 .1. De door verdachte op de terechtzitting in eerste aanleg van 20 oktober 2014 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik ben naar [naam 2] gegaan en heb hem om een hypotheekadvies gevraagd voor het perceel

[adres 1] . Ik heb [partner] gevraagd om de hypotheek voor het perceel [adres 1] op haar naam te zetten. Ik heb tegen [naam 2] gezegd dat [partner] bij mij werkte. Tussen [naam 2] en mij is een offerte tot stand gekomen. Het moest langs [partner] omdat het op haar naam stond. [naam 2] heeft de stukken naar mijn makelaardijkantoor gestuurd en die stukken zijn teruggestuurd. [naam 2] heeft mij laten weten welke documenten moesten worden ingediend. Ik ben betrokken geweest bij het verzamelen van die documenten. Op een gegeven moment belde [naam 2] mij. Hij zal gezegd hebben dat er een kruisje ontbrak op de werkgeversverklaring en dat nog een kopie van het identiteitsbewijs moest worden ingeleverd. Ik heb [partner] toen gevraagd of zij die documenten naar [naam 2] wilde brengen. Ik heb haar die documenten meegegeven en zij

heeft ze naar [naam 2] gebracht. Ik heb de werkgeversverklaring van [partner] ingevuld. Ik heb aangekruist dat zij in vaste dienst was als kantoormanager/assistent makelaar. Het was de bedoeling dat zij die werkzaamheden in de toekomst zou gaan doen. Op het moment dat ik die werkgeversverklaring invulde deed zij nog niet al die werkzaamheden. In een later stadium heeft de hypotheekverstrekker tijdens een gesprek gevraagd om belastingaangiftes

van [partner] . Ik heb de hypotheekverstrekker toen de in het dossier gevoegde brief van 30 september 2009 gestuurd met als bij lagen daarbij de documenten Aangifte [partner] 2006 en

Aangifte 2007 [partner] . Ik heb daarmee aangeven dat dat hetgeen was wat zij had verdiend. Ik boekte niet structureel aan het einde van de maand salaris aan [partner] over. De aannemingsovereenkomst met [bedrijf 1] heb ik namens [partner] getekend met haar

handtekening. De facturen van [bedrijf 1] zijn volgens mij uitbetaald op een rekening van

mij. Het kan best zo zijn dat ik op die facturen een kras heb gezet door het oorspronkelijke

rekeningnummer. Uiteindelijk zijn die bedragen niet aan [bedrijf 1] betaald.

1.2.

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 8 oktober 2014, RC-nummer 14/27 11, 14/2712 en

14/27 13, opgemaakt en ondertekend door de rechter-commissaris en de griffier, voor zover

inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:

[partner] werk bij de makelaardij heeft geen doorgang gehad. Uiteindelijk heeft zij niet of

nauwelijks werk verricht. Er is geen overeenkomst gesloten over participatie door [bedrijf 1] .

[partner] heeft geen contact hierover gehad met [bedrijf 1] .

1.3.

De inhoud van een zaaksdossier, OPS-dossiernummer 2009114784, gesloten op 15 december 2012, bestaande uit diverse processen-verbaal en andere schriftelijke bescheiden waaronder:

1.3.1.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer 2009114784, d.d. 15 december2012

opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, voor zover

inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verbalisanten dan wel één van hen:

(op pagina 1954, in het gedeelte van het proces-verbaal aangeduid als relaas [adres 1] te

[plaats] ):

Volgens gegevens van het Uwv te Amsterdam (Uitvoeringsinstituut

Werknemersverzekeringen) komt [partner] daar voor in de GVI (Gemeenschappelijke

Verwijzingsindex). Volgens deze gegevens ontving [partner] van 1 november 2006 tot 28 februari 2007 vier keer een salaris van € 2.950 per maand van [bedrijf 2] en van 1 mei 2007 tot 30 november 2007 een salaris van € 741,00 per maand van [bedrijf 4] te [plaats] . Overigens kon er geen geldstroom worden vastgesteld van dit salaris op de SNS-rekening [nummer] van [partner] .

Gegevens Belastingdienst. Door [partner] werd over 2006 (1-11 t/m 31/12) een salaris opgegeven van € 6.049 uit [bedrijf 2] Over 2007 werd door [partner] van 1/1 tot 28/2 een salaris opgegeven van € 6.105 bij [bedrijf 2] Van 8/5 tot en met 7/11 werd salaris opgegeven van € 5.113 opgegeven bij Fijnvandraat en van 7/11 t/m 31/12 een salaris van € 1.201 bij Payrollselect. In totaal bedroeg het jaarsalaris over 2007

€ 12.419.

1.3.2.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer 2009114784-1, d.d. 4 november 2009 opgemaakt in wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, opgenomen op de pagina’s 4975 en 4976 van het dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [aangever 1] :

Ik ben namens Internationale Nederland Groep NV, gevestigd te Amsterdam, gerechtigd tot

het doen van aangifte. Ik heb de aangifte op schrift gesteld en doe deze als bijlage hierbij.

1.3.3.

een bij het onder 1.3.2. vermelde proces-verbaal gevoegd schriftelijk bescheid met als

onderwerp aangifte ter zake valsheid in geschrifte en oplichting, opgenomen op de pagina’s

4977 tot en met 4994 van het dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik, [aangever 1] , ben als onderzoeker bancaire criminaliteit in dienstbetrekking werkzaam bij de Internationale Nederlanden Groep NV, waartoe ook Postbank (thans ING) behoort. Als zodanig ben ik bevoegd tot het doen van aangifte van strafbare feiten gepleegd tegen ING en Postbank. Namens ING wil ik aangifte doen tegen: [verdachte] en [partner] , aangezien de heer [verdachte] en mevrouw [partner] vermoedelijk middels valse, dan wel vervalste documenten en valse informatieverstrekking meerdere hypothecaire leningen verstrekt hebben gekregen. Door deze bescheiden en informatie als echt en onvervalst te laten doorgaan hebben de heer [verdachte] en mevrouw [partner] ING (waaronder ING bank en Postbank) bewogen tot afgifte (verstrekking van diverse hypothecaire kredieten) van (onder meer) € 300.000,00.

Voor het verstrekken van hypotheken verzamelt de bank gegevens van de aanvrager, nodig om een offerte te maken. Naast onder andere de persoonsgegevens dient de bank te beschikken over gegevens over het inkomen. Aan de hand van het inkomen wordt berekend of voor het gevraagde bedrag een hypothecaire geldlening kan worden verstrekt. Voor deze berekening wordt een vaste methodiek gehanteerd. Is de aanvrager in loondienst dan wordt voor het verzamelen van de inkomensgegevens gebruik gemaakt van een werkgeversverklaring. Deze verklaring dient door de werkgever ingevuld te worden en te worden voorzien van een handtekening van de werkgever en een firmastempel. Ook dient een recente salarisstrook overgelegd te worden. Op basis van het ingevulde aanvraagformulier wordt een offerte uitgebracht. Deze offerte wordt door de bank gezonden aan de aanvrager ter acceptatie of aan de tussenpersoon die de offerte ter ondertekening voorlegt aan de aanvrager. Als de offerte wordt geaccepteerd en wordt ondertekend door de aanvrager dan zendt deze of de tussenpersoon de offerte terug naar de bank. De offerte dient onder andere vergezeld te zijn van een kopie van een legitimatiebewijs en de werkgeversverklaring met (originele) loonstrook indien er sprake is van loondienst. Na ontvangst door de bank wordt gecontroleerd of alle benodigde gegevens aanwezig en akkoord zijn. Is dit het geval dan wordt de hypothecaire geldlening verstrekt.

Uit het derde hypotheekdossier op naam van mevrouw [partner] met betrekking tot onderpand [adres 1] , blijkt onder andere het volgende. Op 27 december 2006 vraagt mevrouw [partner] bij Postbank (thans ING) een hypothecaire lening aan ad. € 300.000,00 voor de aankoop van een nieuwbouw eengezinswoning.

Koopaanneemovereenkomst met [bedrijf 1] met aanneemsom € 270.000,00.

Uit het overzicht van de financiële historie met betrekking tot de depotbetalingen blijkt op 29 november 2008 dat € 294.201,02 is opgenomen voor de bouw van de woning. Dit is nagenoeg het gehele hypotheekbedrag ad. € 300.000,00. De eerste uitbetaling uit het depot

was op 19 oktober 2007 en de laatste was op 7 november 2008.

Door [verdachte] worden op 30 september 2009 aan ING de kopieën gestuurd van IB-aangiftes, te weten 2006 en 2007 van [partner] en 2006 van [verdachte] .

1.3.4.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer G12, d.d. 23 april 2012 opgemaakt in wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, opgenomen op de pagina’s 4995 tot en met 4999 van het dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [naam 2] :

Eind 2006 werd ik telefonisch benaderd door een man die zich bekend maakte als de heer [verdachte] van [bedrijf 3] . Bedrijfsmatig was hij op een te koop staand bouwperceel gestuit waar een werkneemster van hem graag een woning op wilde bouwen. Ik ontving een mail met een opdracht waarbij [verdachte] vroeg om een hypotheek van

€ 300.000,00. Op 27 december 2006 heb ik een aanvraag hypotheek verstuurd naar de Postbank. De offerte heb ik op 6 januari 2007 verstuurd aan het kantooradres van [bedrijf 3]

[bedrijf 3] BV t.a.v. van mevrouw [partner] . Vervolgens kwam ik er achter dat de getekende offerte en verschillende stukken rechtstreeks naar de Postbank waren gestuurd. Ik heb toen contact gezocht met de Postbank, afdeling hypotheken, en heb hen geïnformeerd dat de stukken rechtstreeks waren ingestuurd en gevraagd de ingeleverde stukken mij te doen toekomen. Een deel van deze stukken ontving ik per fax, d.d. 26 januari 2007 ( [naam 2] -12, 13 en 14). Na telefonisch overleg is mevrouw [partner] op 26 maart 2007 bij mij op kantoor geweest. Ze heeft zich geïdentificeerd en ik heb haar identiteit vastgesteld aan de hand van haar paspoort. levens had zij de door mij gemailde werkgeversverklaring bij zich waar alle kruisjes wet ingevuld stonden ( [naam 2] -19). Ik heb met haar de opzet van de financiering en de offerte besproken. Ze gaf duidelijk te kennen dat ze het geheel ook al met de heer [verdachte] had doorgesproken en dat dit een prima opzet was. Ze heeft mij een deel van de ontbrekende stukken overhandigd waaronder in ieder geval de originele werkgeversverklaring. Ik heb de werkgeversverklaring opgestuurd naar de Postbank op 28 maart 2007. In het dossier tref ik ook een fax van Nautica Finance d.d. 10 april 2007. Bij deze fax hoort een aannememingsovereenkomst ( [naam 2] -27). Kennelijk is niet de hele fax aangekomen want in het dossier tref ik het complete pakket, inclusief de volledige aannemingsovereenkomst aan die verzonden is op dezelfde datum door dezelfde afzender ( [naam 2] -28 tot en met 34). Ik concludeer uit mijn dossier dat ik op 10 april 2007 de laatste

stukken heb verstuurd naar de Postbank.

1.3.5.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer 2007125828-1 (V1-06), d.d. 6 februari 2012

opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgenomen op

de pagina’s 5008 tot en met 5020 van het dossier, voor zover inhoudende, zakelijk

weergegeven, als verklaring van verdachte:

Ik denk dat ik de werkgeversverklaring d.d. 15 januari 2007 (ING-57) heb ingevuld. Ik herken mijn handschrift. Ik heb de werkgeversverklaring ook ondertekend. [partner] en ik hebben de factuur ING-62 naar de bank gestuurd. Ik denk dat het handschrift op het betalingsformulier van mij is. Ik denk dat het nieuwe bankrekeningnummer dat op de factuur is gezet niet van [bedrijf 1] is. Ik heb deze actie gedaan. Het is een rekening van mij, [partner] of een aan ons gerelateerde zakelijke rekening. Ik heb zelfde controle over de bouw genomen. Voor de factuur ING-63 van [bedrijf 1] geldt hetzelfde verhaal.

1.3.6.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer V2-09, d.d. 28 februari 2012 opgemaakt in

wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgenomen op de pagina’s

5048 tot en met 5055 van het dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als

verklaring van [partner] :

Ik heb feitelijk niet gewerkt voor de makelaardij. Het is [verdachte] ’s handschrift op de werkgeversverklaring d.d. 15 januari 2007. Het uitbetalen van mijn eigen salaris heb ik nooit gedaan. Ik weet niet eens hoe je een taxatierapport zou moeten uitwerken. Ik heb nog nooit salaris naar mezelf overgemaakt. Ik heb sporadisch werkzaamheden verricht.

1.3.7.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer V2-10. d.d. 29 februari 2012 opgemaakt in

wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgenomen op de pagina’s

5056 tot en met 5069 van het dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als

verklaring van [partner] :

Ik herken de overeenkomst met [bedrijf 1] niet. Het is in ieder geval niet mijn handtekening.

Ik herken het handschrift op pagina 2 van het notabegeleidingsformulier bij factuur ING-62

als zijnde het handschrift van [verdachte] . Ik heb de handtekening op pagina 2 niet gezet. Ik herken het handschrift op het notabegeleidingsformulier bij factuur ING-63 als dat van [verdachte] en de handtekening herken ik niet als de mijne en die heb ik zeker niet gezet.

1.3.8.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer V2-20, d.d. 6 maart 2012 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgenomen op de pagina’s 4177 tot en met 4183 van het dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [partner] :

Ik was feitelijk nooit werkzaam voor [bedrijf 3] . Het klopt niet dat ik over 2006

en 2007 een inkomen had van respectievelijk € 41.300 en € 30.000 uit [bedrijf 3] .

1.3.9.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer 201201271 500-JDG-Z 10-01 (V3-03), d.d. 27 januari 2012 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgenomen op de pagina’s 5073 tot en met 5079 van het dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [medeverdachte] :

De overeenkomst tussen [bedrijf 1] en [partner] is compleet fake. Dit is mijn

handtekening niet. De enige die bevoegd was te tekenen was ik. Ik heb geen idee wie factuur ING-62 gemaakt heeft. Ik zie dit voor het eerst. Het rekeningnummer is niet van mijzelf.

[verdachte] heeft zonder mijn toestemming geld naar zijn eigen rekening over laten boeken. Deze

factuur is vals. Ik heb het geld niet ontvangen en mijn bedrijf [bedrijf 1] ook niet. Voor

factuur ING-63 van [bedrijf 1] geldt hetzelfde antwoord. Ik had geen enkele overeenkomst

met [partner] of mijn zoon [verdachte] .

1.3.10.

een schriftelijk bescheid, aangeduid als ING-56, opgenomen op de pagina’s 5219 tot en met 5221 van het dossier, zijnde een hypotheekaanvraagformulier voor Postbank N.V., voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Datum aanvraag: 27 december 2006

Intermediair: Hypotheek Heerenveen

Contactpersoon: [naam 2]

Aanvrager: [partner]

Werksituatie: loondienst fulltime vast

Bruto vast jaarinkomen: € 38.241,00

Type Woning: nieuwbouw

Adres: [adres 1] (het hof begrijpt: [adres 1] )

Gewenst hypotheekbedrag: € 300.000

Naam geldverstrekker: Postbank N.V.

1.3.11.

een schriftelijk bescheid, aangeduid als [naam 2] -37, opgenomen op de pagina’s 5179 tot en met 5184 van het dossier, kort gezegd en zakelijk weergegeven inhoudende een namens de Postbank ondertekende offerte aan [partner] d.d. 18 april 2007 voor een hypotheek van € 300.000,00 met als onderpand het project [adres 1] te [plaats] en met een bouwdepot van € 297.000,00.

1.3.12.

een schriftelijk bescheid, aangeduid als ING-57, opgenomen op pagina 5222 van het

dossier (tevens aangeduid als [naam 2] -12, opgenomen op pagina 5154 van het dossier),

zijnde een werkgeversverklaring 2006, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Naam werkgever: [bedrijf 3] BV

Gegevens werknemer: [partner]

In dienst sinds: 01-11-2006

Functie: kantoormanager/ass. makelaar

Aard van het dienstverband: De werknemer heeft een arbeidsovereenkomst voor

onbepaalde tijd of is aangesteld in vaste dienst sinds 1-11-2006.

Bruto jaarsalaris: € 35.400,00

Getekend te: [plaats] d.d. 15-01-2007

Naam ondertekenaar: [verdachte]

1.3.13.

een schriftelijk bescheid, aangeduid als ING-59, opgenomen op pagina 5224 van het

dossier (tevens aangeduid als [naam 2] -14, opgenomen op pagina 5156 van het dossier),

zijnde een salarisspecificatie d.d. 31 december 2006 van [bedrijf 3] BV met

betrekking tot mevrouw [partner] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Loon december 2006 € 2.950,00

€ 2.008,19 betaald op rekeningnummer: [nummer] .

1.3.14.

een schriftelijk bescheid, aangeduid als ING-60, opgenomen op pagina 5225 van het dossier (tevens aangeduid als [naam 2] -19, opgenomen op pagina 5160 van het dossier), zijnde een werkgeversverklaring, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Naam werkgever: [bedrijf 3] BV

Gegevens werknemer: [partner]

In dienst sinds: 01-11-2006

functie: kantoormanager/ass. makelaar

Aard van het dienstverband: De werknemer heeft een arbeidsovereenkomst voor

onbepaalde tijd of is aangesteld in vaste dienst sinds 1-11-2006.

Bruto jaarsalaris: € 35.400,00

Getekend te: [plaats] d.d. 26-03-2007

Naam ondertekenaar: [verdachte] .

1.3.15.

een schriftelijk bescheid, aangeduid als ING-61, opgenomen op de pagina’s 5226 tot

en met 5232 van het dossier (tevens onderdeel van de stukken aangeduid als [naam 2] -27 tot

en met 34, waarbij de eerste pagina is opgenomen op pagina 5168 en het gehele document is

opgenomen op pagina 5170 tot en met 5175 van het dossier), zijnde een

aannemingsovereenkomst voor eengezinshuizen, kort gezegd en zakelijk weergegeven

inhoudende dat ondergetekenden [bedrijf 1] BV, de ondernemer, en [partner] , de verkrijger, per 11-04-2007 zijn overeengekomen dat [partner] opdracht geeft en [bedrijf 1] BV aanneemt op het perceel, kadastraal bekend [plaats] A 5362, de daarop geprojecteerde/in aanbouw zijnde opstal(len) zoals die is/zijn aangegeven op de bij deze overeenkomst behorende situatietekening te bouwen voor een aanneemsom van € 270.000,00, welke overeenkomst is voorzien van handtekeningen van de ondernemer en de verkrijger.

1.3.16.

een schriftelijk bescheid, opgenomen op pagina’s 5299 tot en met 5304 van het dossier, zijnde een akte van hypotheek, gedateerd 19 april 2007, inhoudende -kort gezegd en zakelijk weergegeven- de verstrekking door Postbank NV aan [partner] van een hypotheek van € 300.000,00, met als onderpand een perceel grond aan [adres 1] te [plaats] , kadastraal bekend als gemeente [plaats] , sectie A, nummer 5362.

1.3.17.

een schriftelijk bescheid, aangeduid als ING-62, opgenomen op pagina 5233 van het

dossier, zijnde een aan [partner] gerichte factuur van [bedrijf 1] , voor zover inhoudende,

zakelijk weergegeven:

Bank: (opmerking hof: tekst doorgehaald)

Datum: 10-10-07

Factuur no. 611

Gelieve te voldoen binnen 5 dagen op bankrekening: [nummer]

Termijn 1 ad 10% conform aannemingsovereenkomst € 27.000,00.

1.3.18.

een schriftelijk bescheid, aangeduid als ING-62, opgenomen op de pagina’s 5234 en 5235 van het dossier, zijnde een ondertekend formulier van de Postbank voor het aanvragen van een betaling uit depot, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Welke bedrag(en) wilt u laten overschrijven: € 27.000,00

Giro/bankrekeningnummer: [nummer]

Naam: J.G. Bouw

Over uzelf, naam: [partner]

Ondertekening, datum: 16-10-07.

1.3.19.

een schriftelijk bescheid, aangeduid als ING-63, opgenomen op pagina 5236 van het

dossier, zijnde een aan F, [partner] gerichte factuur van [bedrijf 1] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Bank: (opmerking hof: tekst doorgehaald)

Datum: 30-10-07

factuur no. 627

Gelieve binnen 5 dagen te voldoen op bankrekening: [nummer]

Termijn 2 ad 20% conform aannemingsovereenkomst € 54.000,00.

1.3.20.

een schriftelijk bescheid, aangeduid als ING-64, opgenomen op de pagina’s 5237 en

5238 van het dossier, zijnde een ondertekend formulier van de Postbank voor het aanvragen

van een betaling uit depot, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Welke bedrag(en) wilt u laten overschrijven: € 54.000,00

Giro/bankrekeningnummer: [nummer]

Naam: J.G. Bouw

Over uzelf, naam: [partner]

Ondertekening, datum: 30-10-07.

1.3.2 1.

een schriftelijk bescheid, aangeduid als ING-53, opgenomen op pagina 5210 van het

dossier, zijnde een brief d.d. 30 september 2009 aan de ING Bank, ondertekend door

verdachte, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Naar aanleiding van ons prettig gesprek d.d. 1 juli 2009 waarin u mij verzocht om de door ons ( [verdachte] en [partner] ) opgegeven inkomsten te onderbouwen bericht ik u als volgt. Op uw verzoek heb ik door mijn financieel adviseur de aangiftes van 2006 en 2007 van mw. [partner] opgevraagd, alsmede de aangifte 2006 van mijzelf. Desbetreffende aangiftes bleken nog niet gedaan en derhalve heb ik verzocht deze alsnog op te maken en in te dienen bij de belastingdienst. De uitkomsten van deze fiscale aangiftes zijn bijgevoegd. De aangiftes zijn inmiddels verzonden aan de belastingdienst. De aangiftes die u nu van ons

gekregen heeft, zijn wel de definitieve stukken ten aanzien van het inkomen van zowel mijzelf als [partner] .

1.3.22.

een schriftelijk bescheid, aangeduid als ING-54, opgenomen op de pagina’s 5211 tot

en met 5213 van het dossier, getiteld “Aangifte [partner] 2006”, voor zover inhoudende,

zakelijk weergegeven:

Belastingdienst Aangifteprogramma 2006

Inkomensgegevens van [partner]

Datum 09-09-2009

Naam: [partner]

Loon [bedrijf 3] B.V. € 41.300

Totaal inkomsten uit tegenwoordige dienstbetrekking: € 41.300.

1.3.23.

een schriftelijk bescheid, aangeduid als ING-55, opgenomen op de pagina’s 5214 tot

en met 5217 van het dossier, getiteld “Aangifte 2007 [partner] ”, voor zover inhoudende,

zakelijk weergegeven:

Belastingdienst Aangifteprogramma 2007

Inkomensgegevens van [partner]

Datum 29-09-2009

Naam: [partner]

[bedrijf 3] B.V. € 30.000

Question en Answer € 10.000

Totaal inkomsten uit tegenwoordige dienstbetrekking: € 40.000.

1.3.24.

een schriftelijk bescheid, aangeduid als ING-85, opgenomen op de pagina’s 5286 tot

en met 5288 van het dossier, zijnde een verslag van een interview, ondertekend door

verdachte, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Van [aangever 1] en [aangever 2]

Datum interview 1 juli 2009

Geïnterviewde [verdachte]

Dhr. [verdachte] verklaarde: U vraagt mij wat ik kan zeggen over het inkomen van mevrouw

[partner] ten tijde van de hypotheekaanvraag met betrekking tot [adres 1] 58 in [plaats] . De

werkgeversverklaring is door mijzelf opgesteld en klopt. Het inkomen is niet gestort op SNS

rekening [nummer] t.n.v. mevrouw [partner] . U vraagt mij het inkomen van mevrouw [partner]

aan te laten tonen door mevrouw [partner] door middel van rekeningafschriften, aangifte IB en of (definitieve) belastingaanslagen.

Voorts met betrekking tot feit 2

2.1.

De door verdachte op de terechtzitting in eerste aanleg van 20 oktober 2014 afgelegde verklaring, voor

zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik heb de facturen van [bedrijf 5] ingediend bij de Postbank en de Postbank gevraagd de

daarop vermelde bedragen uit te betalen. Voor zover op de opdrachten aan de Postbank tot uitbetalingen uit het depot handtekeningen van [partner] staan, denk ik dat ik die voor haar heb gezet. Volgens mij heeft [partner] nooit dergelijke opdrachten ondertekend. Er mag dus wel vanuit worden gegaan dat ik ze allemaal heb ondertekend. De Postbank heeft die bedragen uitbetaald. Na overleg met [naam 3] hebben we besloten dat [naam 3] het geld aan mij zou doorstorten zodra het op zijn rekening kwam. [naam 3] heeft een paar keer geld doorgestort naar een bouwrekening of een privérekening van mij. Volgens mij is dat gebeurd op een rekening van [bedrijf 6] B.V. Vervolgens heb ik van de rekening waarop dat geld binnenkwam betalingen gedaan.

2.2

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 7 oktober 2014, RC-nummer 14/2710, 14/2711,

14/2712 en 14/2713, opgemaakt en ondertekend door de rechter-commissaris en de griffier,

voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [naam 3] :

Ik verrichtte werkzaamheden voor het pand aan [adres 1] via mijn bedrijf [bedrijf 5] . Er

hebben veel meer bedrijven aan de dubbele woning aan [adres 1] gewerkt. Die bedrijven

factureerden niet via mij. Zij factureerden direct.

2.3.

De inhoud van een zaaksdossier, OPS-dossiernummer 2009114784, gesloten op

15 december 2012, bestaande uit diverse processen-verbaal en andere schriftelijke

bescheiden waaronder:

2.3.1.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer 2009114784, d.d. 15 december 2012

opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, voor zover

inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verbalisanten dan wel één van hen:

(op pagina 4961, in het gedeelte van het proces-verbaal aangeduid als relaas [adres 1] te

[plaats] ):

Volgens de omzetgegevens van [bedrijf 5] werd in het 2e kwartaal van 2008 een omzet

opgegeven van € 15.000. Volgens de omzetgegevens van [bedrijf 5] werd in het 3

kwartaal van 2008 geen omzet opgegeven.

2.3.2.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer V1-28, d.d. 26 maart 2012 opgemaakt in

wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgenomen op de pagina’s

272 tot en met 275 van het dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als

verklaring van verdachte:

Tijdens de bouw van [adres 1] heb ik alles geregeld. Ik leidde de bouw en stuurde de

aanvragen voor uitbetaling uit het bouwdepot naar de bank. Ik tekende namens [partner] de

stukken. Hiermee bedoel ik dat ik [partner] handtekening onder de stukken heb gezet. De

bankrekeningen op naam van [bedrijf 6] beheerden [naam 4] en ik.

2.3.3.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer V2-10, d.d. 29 februari 2012 opgemaakt in

wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgenomen op de pagina's

5056 tot en met 5069 van het dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als

verklaring van [partner] :

Over de notabegeleidingsformulieren bij de facturen ING-70, ING-72, ING-74 en ING-76

kan ik zeggen dat op deze formulieren het handschrift van [verdachte] staat en de ondertekening

niet door mij is gebeurd.

2.3.4.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer 20120128101 0-AH-05 (V4-05). d.d. 28 januari 2012 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgenomen op de pagina’s 5080 tot en met 5092 van het dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [naam 3] :

(Opmerking: We tonen u de facturen ING- 70, ING- 72, ING- 74 en ING- 76. Vraag: Welke

werkzaamheden zijn verricht door het bedrijf [bedrijf 5] . Antwoord:) Ik heb de bouw

begeleid en meegewerkt aan die twee-onder-een-kap woningen aan [adres 1] in [plaats] . Ik was eigenaar van het bedrijf [bedrijf 5] . Voor zover ik mij kan herinneren heb ik één of twee facturen gemaakt. U laat mij vier facturen zien en wij constateren alle drie, dat de lay-out van alle vier facturen anders is. De lay-out van de factuur genummerd ING-74 herken ik als zijnde van mij afkomstig. Gebaseerd op de verschillen, die wij nu constateren, ga ik er vanuit, dat ik 1 factuur zelf heb gemaakt en dat die andere drie vervalst zijn of valselijk opgemaakt zijn. Ik wist, dat [verdachte] een bouwdepot had. Hij kwam bij mij en vroeg om een factuur. Daarbij zei hij, dat dat geld van hem was en dat hij daarvan wat nodig had. Ik heb daar wet werkzaamheden verricht, maar niet voor € 159.200,01. (Opmerking: Kort nadat voornoemde bedragen zijn bijgeboekt op de rekening van [bedrijf 5] , worden de volgende bedragen doorgeboekt naar de rekening van [bedrijf 6] , te weten [nummer] . 01-07-2008 € 50.000. 31-07-2008 € 50.000. 05-09-2008 € 30.000. 08-09-2008 € 4.585. 12-11-2008 € 13.000. Vraag: Wat was hiervan de bedoeling? Antwoord:) Destijds was het verhaal: Ik heb een bouwdepot, ik heb geld nodig dus een factuur, dan kan ik jou ook betalen. Ik heb zelf die overboekingen gedaan. Het geld zou bij mij binnenkomen en ik zou het meteen doorstorten.

2.3.5.

een schriftelijk bescheid, aangeduid als ING-70, opgenomen op pagina 5246 van het

dossier, zijnde een factuur van [bedrijf 5] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Datum: 19 juni 2008

Factuurnr. 20080618

Factuuradres: Mw. [partner]

Beschrijving: Bouwwerkzaamheden woning [adres 1] [plaats]

Totaal: € 54.000,00

Rabobank Rek.nr. [nummer] .

2.3.6.

een schriftelijk bescheid, aangeduid als ING-71, opgenomen op de pagina’s 5247 en

5248 van het dossier, zijnde een ondertekend formulier van de Postbank voor het aanvragen

van een betaling uit depot, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Welke bedrag(en) wilt u laten overschrijven: € 54.000,00

Giro/bankrekeningnummer: [nummer]

Naam: [bedrijf 5]

Over uzelf, naam: [partner]

Ondertekening, datum: 19-06-2008.

2.3.7.

een schriftelijk bescheid, aangeduid als ING-72, opgenomen op pagina 5249 van het

dossier, zijnde een factuur van [bedrijf 5] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Datum: 22 juli 2008

Factuurnr. 20080719

Factuuradres: Mw. [partner]

Beschrijving: Bouwwerkzaamheden woning [adres 1] [plaats]

Totaal: € 54.000,00

Rabobank Rek.nr. [nummer] .

2.3.8.

een schriftelijk bescheid, aangeduid als ING-73, opgenomen op de pagina’s 5250 en

5251 van het dossier, zijnde een ondertekend formulier van de Postbank voor het aanvragen

van een betaling uit depot, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Gegevens aanvrager: [partner]

Gegevens nota 1: € 54.000,00

Giro/bankrekeningnummer: [nummer]

Naam rekeninghouder(s): [bedrijf 5]

Factuur-/notadatum: 22-07-2008

Ik verklaar dit formulier naar waarheid te hebben ingevuld

Datum: 22-07-2008.

2.3.9.

een schriftelijk bescheid, aangeduid als ING-74, opgenomen op pagina 5252 van het

dossier, zijnde een factuur van [bedrijf 5] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Datum: 27 augustus 2008

Factuurnr. 20080823

Factuuradres: Mw. [partner]

Beschrijving: Bouwwerkzaamheden woning [adres 1] [plaats]

Totaal: € 35.700,00

Rabobank Rek.nr. [nummer] .

2.3.10.

een schriftelijk bescheid, aangeduid als ING-75, opgenomen op de pagina’s 5253 en

5254 van het dossier, zijnde een ondertekend formulier van de Postbank voor het aanvragen

van een betaling uit depot, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Gegevens aanvrager: [partner]

Gegevens nota 1: € 35.700,00

Giro/bankrekeningnummer: [nummer]

Naam rekeninghouder(s): [bedrijf 5]

Factuur-/notadatum: 27-08-2008

Ik verklaar dit formulier naar waarheid te hebben ingevuld

Datum: 27-08-2008.

2.3.11.

een schriftelijk bescheid, aangeduid als ING-76, opgenomen op pagina 5255 van het

dossier, zijnde een factuur van [bedrijf 5] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Datum: 31 oktober 2008

factuurnr. 20081036

Factuuradres: [partner]

Beschrijving: Bouwwerkzaamheden woning [adres 1] [plaats]

Totaal: € 15.500,01

Rabobank Rek.nr. [nummer] .

2.3.12.

een schriftelijk bescheid, aangeduid als ING-77, opgenomen op de pagina’s 5256 en

5257 van het dossier, zijnde een ondertekend formulier van de Postbank voor het aanvragen

van een betaling uit depot, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Gegevens aanvrager: [partner]

Gegevens nota 1: € 15.500,00

Giro/bankrekeningnummer: [nummer]

Naam rekeninghouder(s): [bedrijf 5]

Factuur-/notadatum: 31-10-2008

Ik verklaar dit formulier naar waarheid te hebben ingevuld

Datum: 01-11-2008.

2.3.13.

een schriftelijk bescheid, opgenomen op de pagina’s 8059 tot en met 8126 van het

dossier, zijnde een uitdraai van een Excel-bestand betreffende rekening 3288.19.034 t.n.v.

[naam 3] over de periode van 1 januari 2007 tot en met 1 december 2010, voor zover

inhoudende, zakelijk weergegeven:

- dat op 27 juni 2008 € 13.498,99 is ontvangen van Postbank/Hypotheken/ [partner] (p. 8064);

- dat op 27 juni 2008 € 40.501,01 is ontvangen van Postbank/Hypotheken/ [partner] (p. 8065);

- dat op 1 juli 2008 € 50.000 is overgemaakt naar rekening [nummer] (p. 8065);

- dat op 30 juli 2008 € 54.000 is ontvangen van Postbank/Hypotheken/ [partner] (p. 8066);

- dat op 31 juli 2008 € 50.000 is overgemaakt naar rekening [nummer] (p. 8067);

- dat op 2 september 2008 € 35.700 is ontvangen van Postbank/Hypotheken/ [partner]

(p. 8068);

- dat op 5 september 2008 € 30.000 is overgemaakt naar rekening [nummer] (p. 8068);

- dat op 8 september 2008 € 4.585 is overgemaakt naar rekening [nummer] (p. 8068);

- dat op 11 november 2008 € 15.500,01 ontvangen van Postbank/Hypotheken/ [partner]

(p. 8070);

- dat op 12 november 2008 € 13.000 is overgemaakt naar rekening [nummer] (p. 8071).

2.3.14.

een schriftelijk bescheid, opgenomen op de pagina’s 8434 tot en met 8457 van het

dossier, zijnde een uitdraai van een Excel-bestand betreffende rekening [nummer] t.n.v.

[bedrijf 6] over de periode van 7 februari 2006 tot en met 20 maart 2009, voor

zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

- dat het beginsaldo op datum eerste afschrift € 0,00 bedroeg (p. 8435);

- dat op 1 juli 2008 € 50.000,00 is ontvangen van rekening [nummer] (p. 8444);

- dat op 1 augustus 2008 € 50.000,00 is ontvangen van rekening [nummer] (p. 8447);

- dat op 5 september 2008 € 30.000,00 is ontvangen van rekening [nummer] (p. 8449);

- dat op 8 september 2008 € 4.585,00 is ontvangen van rekening [nummer] (p. 8449);

- dat op 12 november 2008 € 13.000,00 is ontvangen van rekening [nummer] (p. 8455);

- dat in de periode van 1 juli 2008 tot en met 20 maart 2009 op deze rekening ook een groot

aantal bedragen binnenkwam van andere rekeningen (p. 8444 tot en met 8457);

- dat in de periode van 1 juli 2008 tot en met 20 maart 2009 vanaf deze rekening een groot

aantal betalingen is gedaan (p. 8444 tot en met 8457);

- dat de rekening op 20 maart 2009 is opgeheven en het resterende saldo van € 3.830,50 toen

is overgeboekt naar rekening [nummer] (p. 8457).

Voorts met betrekking tot feit 3

3.1.

De door verdachte op de terechtzitting in eerste aanleg van 20 en 21 oktober 2014 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik heb het op me genomen om de hypotheek op naam van [partner] voor het pand

[adres 2] te [plaats] te regelen. Daarbij is gebruik gemaakt van de tussenpersoon Qua

[bedrijf 7] . De hypotheekaanvraag bij de Westland Utrecht Hypotheekbank is mij bekend.

De tussenpersoon gaf aan welke stukken nodig waren en ik zorgde voor de gegevens voor de aanvraag. Ik heb de werkgeversverklaring van [bedrijf 8] met betrekking tot [partner] in overleg met [naam 4] opgesteld. Mijn telefoonnummer staat onder de werkgeversverklaring. Mijn telefoonnummer was destijds [telefoonnummer] . Ik was op de hoogte van de inhoud van die werkgeversverklaring. Ik denk dat ik [naam 4] om een salarisspecificatie van [bedrijf 8] op naam van [partner] heb gevraagd en die van hem heb gekregen. Op de rekening die vermeld staat op die salarisspecificatie is geen salaris betaald, aangezien die rekening toen al niet meer actief was. Op een gegeven moment zei de tussenpersoon dat de hypotheekverstrekker om bankafschriften vroeg. Toen zijn de afschriften/overzichten van de SNS-bank aangeleverd. De hypotheek is nooit tot stand gekomen.

3.2.

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 8 oktober 2014, RC-nummer 14/2711, 14/2712 en

14/2713, opgemaakt en ondertekend door de rechter-commissaris en de griffier, voor zover

inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring verdachte:

[partner] heeft niet specifiek als projectmanager voor [bedrijf 8]

gewerkt.

3.3.

De inhoud van een zaaksdossier, OPS-dossiernummer 2009114784, gesloten op

15 december 2012, bestaande uit diverse processen-verbaal en andere schriftelijke

bescheiden waaronder:

3.3.1.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer 2009114784-1, d.d. 4 november 2009

opgemaakt in wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, opgenomen

op de pagina’s 5943 en 5944 van het dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven,

als verklaring van [aangever 1] :

Ik ben namens Internationale Nederland Groep NV, gevestigd te Amsterdam, gerechtigd tot

het doen van aangifte. Ik heb de aangifte op schrift gesteld en doe deze als bijlage hierbij.

3.3.2.

een bij het onder 3.3.1 vermelde proces-verbaal gevoegd schriftelijk bescheid met als

onderwerp aangifte ter zake valsheid in geschrifte en oplichting, opgenomen op de pagina’s

5945 tot en met 5961 van het dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik, [aangever 1] , ben als onderzoeker bancaire criminaliteit in dienstbetrekking werkzaam bij de Internationale Nederlanden Groep NV, waartoe ook Westland Utrecht Hypotheekbank NV (WUH) en Postbank (thans ING) behoren. Als zodanig ben ik bevoegd tot het doen van aangifte van strafbare feiten gepleegd tegen ING, WUH en Postbank. Namens ING wil ik aangifte doen tegen [verdachte] en [partner] .

Voor het verstrekken van hypotheken verzamelt de bank gegevens van de aanvrager, nodig

om een offerte te maken. Naast onder andere de persoonsgegevens dient de bank te beschikken over gegevens over het inkomen. Aan de hand van het inkomen wordt berekend

of voor het gevraagde bedrag een hypothecaire geldlening kan worden verstrekt. Voor deze

berekening wordt een vaste methodiek gehanteerd. Bij het inkomen is het van belang of dit

inkomen in loondienst wordt verdiend of dat de aanvrager zelfstandig ondernemer is. Is de

aanvrager in loondienst dan wordt voor het verzamelen van de inkomensgegevens gebruik

gemaakt van een werkgeversverklaring. Deze verklaring dient door de werkgever ingevuld te worden en te worden voorzien van een handtekening van de werkgever en een firmastempel.

Ook dient een recente salarisstrook overgelegd te worden. Op basis van het ingevulde

aanvraagformulier wordt een offerte uitgebracht. Deze offerte wordt door de bank gezonden

aan de aanvrager ter acceptatie of aan de tussenpersoon die de offerte ter ondertekening

voorlegt aan de aanvrager. Als de offerte wordt geaccepteerd en wordt ondertekend door de

aanvrager dan zendt deze of de tussenpersoon de offerte terug naar de bank. De offerte dient

onder andere vergezeld te zijn van een kopie van een legitimatiebewijs en de werkgeversverklaring met (originele) loonstrook indien er sprake is van loondienst. Na

ontvangst door de bank wordt gecontroleerd of alle benodigde gegevens aanwezig en akkoord zijn. Is dit het geval dan wordt de hypothecaire geldlening verstrekt.

Uit het vierde dossier op naam van mevrouw [partner] met betrekking tot het pand [adres 2]

te [plaats] blijkt onder andere het volgende:

Op 25 november 2008 wordt via intermediair [bedrijf 7] een hypothecaire lening aangevraagd voor [partner] ad. € 435.000,00 voor de aankoop van een bestaande eengezinswoning ad. € 399.000,00. Met betrekking tot het inkomen uit loondienst wordt een

totaal bruto inkomen ad € 73.872,00 genoemd voor de functie van projectmanager bij [bedrijf 8]

[bedrijf 8] .

Inkomensbescheiden:

Werkgeversverklaring

Werkgever: [bedrijf 8]

Werknemer: [partner]

In dienst sinds: 01-07-2008

Functie: Projectmanager

Bruto jaarsalaris: € 73.872,-

Getekend op: 18-11-2008

Getekend door: [naam 4] (directeur)

Salarisspecificatie

Werkgever: [bedrijf 8]

Werknemer: [partner]

Loon juli t/m oktober 2008: bruto € 5.700,-

netto € 3.513,05

Gestort op rekeningnummer: [nummer]

De transactie overzichten zijn door de bank extra opgevraagd in verband met het hoge inkomen op de werkgeversverklaring en door [bedrijf 7] (tussenpersoon) verzonden aan

WUH. Deze transactieoverzichten vermelden onder meer de volgende transacties:

Ten name van: [partner]

Rekening nummer: [nummer]

Storting 04-08-2008: € 3.513,05

01-09-2008: € 3.513,05

01-10-2008: € 3.513,05

03-11-2008: € 3.513,05

Met omschrijving: OVB: Overboeking per bank/giro [nummer] [bedrijf 8]

[bedrijf 8] BV - Salaris mw. [partner]

Op 1 december 2008 vraagt een medewerker van ING / de heer [naam 5] aan SNS Bank per

mail of het inkomen volgens de salarisspecificaties en bijgevoegde transactieoverzichten ook worden gestort op de rekening van mevrouw [partner] . Het antwoord per mail van SNS Bank / [naam 6] op 1 december 2008 is als volgt: “Hierbij bevestig ik dat het opgegeven inkomen van mevrouw [partner] niet op opgegeven rekening gestort wordt. Dit is niet mogelijk omdat deze rekening per januari 2007 al afbetaald is.”

Op 4 december 2008 stuurt [verdachte] aan ING, wanneer hij telefonisch van ING heeft

vernomen van de ontdekking van zijn valse SNS-transactieoverzichten en de voorgenomen

opeising van de hypothecaire lening, een brief waarin hij uiteenzet wat zijn bedoeling is

geweest met betrekking tot de SNS-transactieoverzichten. Daarbij is een bijlage gevoegd,

zijnde een brief aan [bedrijf 7] , volgens [verdachte] gezonden aan Westland Utrecht op

27-11-2008. In de [bedrijf 7] -brief verklaart [verdachte] dat het geen originele

bankafschriften zijn. Deze [bedrijf 7] -brief is niet door WUH ontvangen en van deze brief

wordt pas voor het eerst kennisgenomen bij de ontvangst van de verklaring van [verdachte] .

3.3.3.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer 2007125828-1 (V1-37), d.d. 3 april 2012

opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgenomen op

de pagina’s 5969 tot en met 5971 van het dossier, voor zover inhoudende, zakelijk

weergegeven, als verklaring van verdachte:

[partner] heeft nauwelijks of geen werkzaamheden verricht voor [bedrijf 8] .

3.3.4.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer V2-14, d.d. 1 maart 2012 opgemaakt in

wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgenomen op de pagina’s

5972 tot en met 5978 van het dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als

verklaring van [partner] :

Ik ben naar mijn mening nog nooit werkzaam geweest voor [bedrijf 8] . Dat ik

werkzaam zou zijn geweest als projectleider klopt dus niet. Het handschrift op de

werkgeversverklaring herken ik als het handschrift van [verdachte] . [naam 4] was directeur van [bedrijf 8]

[bedrijf 8] . Ik heb nooit met [naam 4] een werkgevers-werknemers relatie gehad.

(Vraag: [verdachte] heeft tegen de bank verklaard dat u op een andere wijze uw salaris heeft

gehad. Op welke wijze volgens u en van welke rekening is dat betaald? Antwoord:) Ik zou

niet weten wat hij daarmee bedoelt. Ik denk eigenlijk dat er helemaal geen geld is betaald aan mij.

3.3.5.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer 201201311330-HNK-SVH-6 (V1-07; het hof

begrijpt V5-09), d.d. 31 januari 2012 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe

bevoegde opsporingsambtenaren, opgenomen op de pagina’s 5979 tot en met 5992, voor

zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [naam 4] :

De werkgeversverklaring ING-105 zegt me niets. Dit is mijn handtekening ook niet. Het

schrijven ING-107 is niet van mij. Ik weet zeker dat ik [partner] nooit op de loonlijst heb

gehad.

3.3.6.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer 201205220950-HNK-02 (V5-15), d.d. 22 mei

2012 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren,

opgenomen op de pagina’s 5993 tot en met 5996, voor zover inhoudende, zakelijk

weergegeven, als verklaring van [naam 4] :

[partner] is geen projectmanager geweest bij [bedrijf 8] [partner] heeft geen

salaris gehad uit [bedrijf 8]

3.3.7.

een schriftelijk bescheid, opgenomen op de pagina’s 7064 tot en met 7066 van het

dossier, zijnde een hypotheekaanvraagformulier d.d. 25 november 2008 voor Westland

Utrecht, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Intermediair: [bedrijf 7] B.V.

1e aanvrager: [partner]

beroepsuitoefening: loondienst

dienstverband: vast fulltime

functie: projectmanager

bruto inkomen: € 73.872,00

werkgever: [bedrijf 8]

soort onderpand: eengezinswoning

adres: [adres 2] te [plaats]

hypotheekbedrag: € 435.000,00.

3.3.8.

een schriftelijk bescheid, aangeduid als ING-105, opgenomen op pagina 6007 van het

dossier, zijnde een werkgeversverklaring, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Naam werkgever: [bedrijf 8]

Gegevens werknemer: [partner]

In dienst sinds: 1-7-2008

Functie: projectmanager

Aard van het dienstverband: De werknemer heeft een arbeidsovereenkomst voor

onbepaalde tijd of is aangesteld in vaste dienst

Bruto jaarsalaris: € 68.400,00

Getekend te: [plaats] d.d. 18-11-2008

Naam ondertekenaar: [naam 4]

Tel.: 06-23338383.

3.3.9.

een schriftelijk bescheid, aangeduid als ING-107, opgenomen op pagina 6010 van het

dossier, zijnde een ondertekend(e) brief of faxbericht aan Qua [bedrijf 7] , voor zover

inhoudende, zakelijk weergegeven:

Betreft: werkgeversverklaring mw. [partner]

Datum: 19-11-2008

voor bovenstaande werknemer heb ik de werkgeversverklaring 18 november 2008 ingevuld.

Bij het ontbreken van een bedrijfsstempel wil ik u middels dit schrijven bevestigen dat ik de

werkgeversverklaring persoonlijk en naar waarheid heb ingevuld.

Met vriendelijke groet,

[bedrijf 8]

Dhr. [naam 4] .

3.3.10.

een schriftelijk bescheid. aangeduid als ING-115, opgenomen op pagina 6017 van het dossier, zijnde een salarisspecificatie d.d. 31 juli 2008 van [bedrijf 8] met betrekking tot mevrouw [partner] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Periode 7 (juli)

Bruto loon € 5.700

Netto loon, met loonheffingskorting € 3.513,05

€ 3.513,05 betaald op rekeningnummer [nummer] .

3.3.11.

een schriftelijk bescheid, aangeduid als ING-113, opgenomen op pagina 6015 van het dossier, zijnde een salarisspecificatie d.d. 31 augustus 2008 van [bedrijf 8] met betrekking tot mevrouw [partner] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Loon augustus 2008 € 5.700

Netto loon, met loonheffingskorting € 3.513,05

€ 3.513,05 betaald op rekeningnummer [nummer] .

3.3.12.

een schriftelijk bescheid, aangeduid als ING-111, opgenomen op pagina 6013 van het dossier, zijnde een salarisspecificatie d.d. 30 september 2008 van [bedrijf 8] met betrekking tot mevrouw [partner] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Loon september 2008 € 5.700

Netto loon, met loonheffingskorting € 3.513,05

€ 3.513,05 betaald op rekeningnummer [nummer] .

3.3.13.

een schriftelijk bescheid, aangeduid als ING-106, opgenomen op pagina 6008 van het dossier, zijnde een salarisspecificatie d.d. 31 oktober 2008 van [bedrijf 8] met betrekking tot mevrouw [partner] . voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Loon oktober 2008 € 5.700

Netto loon, met loonheffingskorting € 3.513,05

€ 3.513,05 betaald op rekeningnummer [nummer] .

3.3.14.

een schriftelijk bescheid, aangeduid als ING-116, opgenomen op pagina 6019 van het dossier, zijnde een zogenaamd “overzicht transacties” van SNS-bank, voor zover

inhoudende, zakelijk weergegeven, dat op 4 augustus 2008 € 3.513,05 is bijgeboekt onder de omschrijving “OVB: Overboeking per bank/giro [nummer] [bedrijf 8] - SALARIS MW [partner] ”.

3.3.15.

een schriftelijk bescheid, aangeduid als ING-114, opgenomen op pagina 6016 van het dossier, zijnde een zogenaamd “overzicht transacties” van SNS-bank, voor zover

inhoudende, zakelijk weergegeven, dat op 1 september 2008 € 3.513,05 is bijgeboekt op

rekening [nummer] t.n.v. [partner] onder de omschrijving “OVB: Overboeking per

bank/giro [nummer] [bedrijf 8] - SALARIS MW [partner]

[partner] ”.

3.3.16.

een schriftelijk bescheid. aangeduid als ING-112. opgenomen op pagina 6014 van het dossier, zijnde een zogenaamd “overzicht transacties” van SNS-bank, voor zover

inhoudende, zakelijk weergegeven, dat op 1 oktober 2008 € 3.513,05 is bijgeboekt op

rekening [nummer] t.n.v. [partner] onder de omschrijving “OVB: Overboeking per bankgiro [nummer] [bedrijf 8] - SALARIS MW [partner]

[partner] ”.

3.3.17.

een schriftelijk bescheid, aangeduid als ING-110, opgenomen op pagina 6012 van het dossier, zijnde een zogenaamd “overzicht transacties” van SNS-bank, voor zover

inhoudende, zakelijk weergegeven, dat op 3 november 2008 € 3.513,05 is bijgeboekt op

rekening [nummer] t.n.v. [partner] onder de omschrijving “OVB: Overboeking per

bankgiro [nummer] [bedrijf 8] - SALARIS MW [partner]

[partner] ”.

3.3.18.

een schriftelijk bescheid, aangeduid als ING-124, opgenomen op de pagina’s 6028 tot en met 6030 van het dossier, zijnde een verslag van een interview, ondertekend door

verdachte, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Van [aangever 1] en [aangever 2]

Datum interview 1 juli 2009

Geïnterviewde [verdachte]

[verdachte] verklaarde: U vraagt mij hoe de hypotheek van [adres 2] te [plaats] is verlopen. Bij deze aanvraag zijn er vragen gekomen over het inkomen en ik heb ter verduidelijking SNS-overzichten bijgevoegd die door mij zijn aangepast voor wat betreft het

inkomen en het rekeningnummer. Dit inkomen ontvangt ze niet maandelijks. De SNS

overzichten heb ik via mijn tussenpersoon aan u laten toesturen.

3.3.19.

een schriftelijk bescheid, aangeduid als UWV03, opgenomen op de pagina’s 6035 tot en met 6037 van het dossier, zijnde een uitdraai van het Uwv, voor zover inhoudende,

zakelijk weergegeven:

Naam: [partner] , F.

Zie hieronder werkgevers- en uitkeringsgegevens

Periode: 01/07/2008 -

Inhoudingsplichtige: [bedrijf 8]

Van tot en met SV-loon

1 01/12/2008 - 31/12/2008 EUR 0,00

2 01/11/2008 - 30/11/2008 EUR 0,00

3 01/10/2008 - 31/10/2008 EUR 0,00

4 01/09/2008 - 30/09/2008 EUR 0,00

5 01/08/2008 - 31/08/2008 EUR 0,00

6 01/07/2008 - 31/07/2008 EUR 0,00.

Voorts met betrekking tot feit 4

4.1.

De door verdachte op de terechtzitting in eerste aanleg van 21 oktober 2014 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik wist kort na december 2008 dat de aankoop van het pand [adres 2] te [plaats] door mij en [partner] niet doorging, omdat het niet lukte om daarvoor een hypotheek te krijgen op naam van [partner] . Ik heb dit verteld aan [naam 3] . Hij wist dat ik dit erg vervelend vond. Ik heb de situatie met hem besproken. Ik denk dat dat in januari of februari 2009 was. Daar is toen uitgekomen dat hij het huis zou kopen en ik en [partner] er in eerste instantie in zouden gaan wonen. [naam 3] en ik hebben niet afgesproken hoe lang [partner] en ik in de woning zouden blijven wonen. Ik heb een tussenpersoon gezocht en [naam 3] met deze tussenpersoon in contact gebracht. De hypotheek is uiteindelijk afgesloten bij Nationale Nederlanden. [partner] en ik zijn in de woning gaan wonen. Ik betaalde de kosten die [naam 3] had aan de woning. Het grootste deel van die kosten bestond uit de hypotheeklasten.

4.2.

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 7 oktober 2014, RC-nummer 14/2710, 14/2711,

14/2712 en 14/2713, opgemaakt en ondertekend door de rechter-commissaris en de griffier,

voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [naam 3] :

Ik heb wel met [verdachte] gesproken over het aankopen van de woning van de [adres 2] (het hof begrijpt: [adres 2] ). U vraagt mij wat daartoe de aanleiding was. Ik meen dat

[verdachte] de aankoop van de woning niet rond kon krijgen en dat hij een boete had moeten

betalen als hij die woning niet op tijd zou kopen. Ik weet dat [verdachte] daar heeft gewoond. Dit

gebeurde tegen vergoeding van de hypotheekkosten aan mij. Het is inderdaad zo dat [verdachte] en [partner] eerder hadden getracht om deze woning zelf te kopen. Het was zo dat [verdachte] er belang bij had dat hiervoor een hypotheek beschikbaar kwam en hij dat huis kon kopen, zodat hij die boete niet hoefde te betalen. Ik heb papieren getekend om die hypotheek te krijgen. Voor het ondertekenen van de hypotheekaanvraag ben ik bij een tussenpersoon in [plaats] geweest waar de financiering rond is gemaakt. De hypotheek werd volgens mij gesloten via Nationale Nederlanden. [verdachte] en [partner] hebben aan de Santplaet gewoond. Ik wist niet dat dat tijdelijk was. Ik wist niet voor welke periode dat was.

4.3.

De inhoud van een zaaksdossier, OPS-dossiernummer 2009114784, gesloten op

15 december 2012, bestaande uit diverse processen-verbaal en andere schriftelijke

bescheiden waaronder:

4.3.1.

een schriftelijk bescheid, zijnde een brief, ondertekend door [aangever 1] , met

als onderwerp aangifte ter zake valsheid in geschrifte en oplichting, opgenomen op de

pagina’s 6088 tot en met 6096 van het dossier, voor zover inhoudende, zakelijk

weergegeven:

Ik, [aangever 1] , ben als onderzoeker bancaire criminaliteit in dienstbetrekking werkzaam bij de Internationale Nederlanden Groep NV (ING), gevestigd te Amsterdam, waartoe ook Nationale Nederlanden N.V. (NN) behoort. Als zodanig ben ik bevoegd tot het doen van aangifte van strafbare feiten gepleegd tegen ING. Namens ING doe ik aangifte. aangezien de heer [naam 3] vermoedelijk middels valse, dan wel vervalste documenten en valse informatieverstrekking een hypothecaire lening verstrekt heeft gekregen. Door deze

bescheiden en informatie als echt en onvervalst te laten doorgaan heeft de heer [naam 3] ING

bewogen tot afgifte (verstrekking van een hypothecair krediet) van het geld ad.

€ 425.828,00.

Medio april 2009 is gebleken dat met betrekking tot het onderpand [adres 2] te [plaats]

alsnog een hypothecaire lening is verstrekt aan de heer [naam 3] door NN.

Voor het verstrekken van hypotheken verzamelt de bank gegevens van de aanvrager, nodig

om een offerte te maken. Naast onder andere de persoonsgegevens dient de bank te

beschikken over gegevens over het inkomen, Op basis van het ingevulde aanvraagformulier

wordt een offerte uitgebracht. Deze offerte wordt door de bank gezonden aan de aanvrager

ter acceptatie of aan de tussenpersoon die de offerte ter ondertekening voorlegt aan de

aanvrager. Als de offerte wordt geaccepteerd en wordt ondertekend door de aanvrager dan

zendt deze of de tussenpersoon de offerte terug naar de bank. Na ontvangst door de bank

wordt gecontroleerd of alle benodigde gegevens aanwezig en akkoord zijn. Is dit het geval

dan wordt de hypothecaire geldlening verstrekt.

Het hypotheekdossier bevat onder meer:

- een aanvraagformulier d.d. 20 februari 2009 voor een hypothecaire lening van

€ 425.828,00 met als onderpand de eengezinswoning [adres 2] te [plaats] ;

- een offerte d.d. 18 maart 2009 voor een leningbedrag van € 425.828,00, waarin als

voorwaarde is vermeld: dat uit de stukken blijkt dat u eigenaar van de woning bent of wordt

en deze geheel zelf bewoont/gaat bewonen;

- een op 3 april 2009 gepasseerde hypotheekakte met betrekking tot een hypothecaire lening

ad. € 425.828,00 bestemd voor de woning gelegen aan [adres 2] te [plaats] met als

schuldenaren [naam 3] en [naam 7] , waarin onder het punt zekerheidstelling staat:

de schuldenaar verklaart dat het onderpand niet is en niet zal worden verhuurd, in huurkoop

verkocht, verpacht, in vruchtgebruik gegeven, belast met een recht van gebruik en bewoning

of in gebruik gegeven op andere wijze en dat het door de schuldenaar zelf zal worden

bewoond.

Met betrekking tot voornoemde bevindingen merk ik het volgende op. Door [naam 3] wordt op 9 september verklaard dat de verkoopster [partner] woonachtig is in zijn nieuwe woning,

terwijl [verdachte] in juli 2009 verklaarde dat mevrouw [partner] en [verdachte] zelf woonachtig

zijn op het adres aan de [adres 3] te [plaats] . Door [naam 3] is geen toestemming gevraagd aan de bank voor het laten bewonen van de woning door een ander, te weten mevrouw [partner] .

Hiermee handelt [naam 3] niet overeenkomstig hetgeen beschreven staat in de hypotheekakte,

die [naam 3] op 3 april 2009 heeft getekend.

4.3.2.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer 201202221000-G-0l (G05), d.d. 5 maart 2012

opgemaakt in wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, opgenomen

op de pagina’s 6098 tot en met 6104 van het dossier, voor zover inhoudende, zakelijk

weergegeven, als verklaring van [naam 7] :

Ik ben met [naam 3] en [verdachte] bij de notaris geweest en heb daar een

handtekening gezet. Bij de notaris had ik kunnen weten dat wij tekenden voor de aankoop

van de woning [adres 2] te [plaats] . [naam 3] vroeg een keer of ik akkoord ging met het op

onze naam zetten van een woning, voor [verdachte] . Dit betrof de woning Santpleat 12 te [plaats] .

Ik wilde de woning niet op onze naam hebben. [naam 3] ging met mijn antwoord terug naar

[verdachte] en [verdachte] is toen kort daarna voor een gesprek met mij, bij ons thuis geweest. [verdachte] heeft mij toen overgehaald.

4.3.3.

een ambtsedig proces-verbaal, V2-16, d.d. 1 maart 2012 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgenomen op de pagina’s 6112 tot en met 6116 van het dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van

[partner] :

Het was niet de bedoeling van [naam 3] om zelf in de woning te gaan wonen. Het was de

bedoeling dat wij daar gingen wonen. Ik weet alleen maar hoe [verdachte] het aan mij vertelde. Ik

geloofde dat [verdachte] het zo wilde doen omdat hij de woning al had gekocht en toen hoorde dat

wij de financiering niet konden krijgen.

4.3.4.

een ambtsedig proces-verbaal, 201201291355-AH-08 (V4-08), d.d. 29 januari 2012

opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgenomen op

de pagina’s 6119 tot en met 6124 van het dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [naam 3] :

[verdachte] kwam op een gegeven moment bij mij en zei dat er even een woning op mijn naam

moest komen te staan. In eerste instantie heb ik daar afwijzend op gereageerd. [verdachte] kwam

met argumenten, dat ik een goede baan had en dat hij mij daaraan had geholpen en dat hij

toch iets van mij verwachtte. Na een aantal dagen heb ik uiteindelijk toegestemd. Thuis heb

ik het overlegd met mijn vrouw, [naam 7] . Mijn vrouw gaf er geen toestemming voor. Daarmee ging ik weer naar [verdachte] . [verdachte] heeft met haar gesproken en heeft haar weten te overtuigen. Het volgende verhaal was, dat er een hypotheek bij moest komen. [verdachte] zou alles regelen. Dat heeft hij ook gedaan. Ik weet, dat er druk op de ketel zat, want [verdachte] had het huis al gekocht. Er moest een hypotheek komen, anders had [verdachte] boeterente moeten betalen wegens het niet afnemen van dat pand. [verdachte] heeft toen bij diverse geldverstrekkers een aanvraag voor een hypotheek ingediend. [verdachte] had iemand gevonden in [plaats] , genaamd de Jonge. Daar heeft hij uiteindelijk ook de hypotheek door gekregen. Ik heb mijn handtekening gezet op de benodigde papieren. Het is een hypotheek geworden bij Nationale Nederlanden. [verdachte] heeft alles geregeld. Ik heb zelf niet in deze woning gewoond. [verdachte] en [partner] hebben in de woning gewoond. [verdachte] zou alle lasten voor zijn rekening nemen.

4.3.5.

een ambtsedig proces-verbaal, 201201291530-AH-09 (V4-09), d.d. 29 januari 2012

opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgenomen op

de pagina’s 6125 tot en met 6131 van het dossier, voor zover inhoudende, zakelijk

weergegeven, als verklaring van [naam 3] :

[verdachte] heeft alles geregeld tot aan het zetten van de handtekening bij de notaris toe. [verdachte] heeft die hypotheek geregeld. [verdachte] heeft tegen mij gezegd dat hij alle lasten van die hypotheek voor zijn rekening zou nemen. Het idee om deze constructie op te zetten en uit te voeren kwam van [verdachte] .

4.3.6.

een schriftelijk bescheid, aangeduid als ING-125, opgenomen op de pagina’s 6180 tot

en met 6182 van het dossier, zijnde een verslag van een interview, ondertekend door

[naam 3] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Van [aangever 1] en [aangever 2]

Datum interview 9 september 2009

Geïnterviewde [naam 3]

[naam 3] verklaarde: Ik woon nog steeds in mijn huurwoning [adres 4] te [plaats] . Op

het adres [adres 2] woont mevrouw [partner] . U zegt hierover verbaasd te zijn omdat volgens u mevrouw [partner] op een ander adres woont.

4.3.7.

een schriftelijk bescheid, opgenomen op de pagina’s 7130 tot en met 7133 van het

dossier, zijnde een uitdraai van een digitale aanvraag hypothecaire geldlening van Nationale

Nederlanden d.d. 20 februari 2009, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Intermediair: [bedrijf 9]

1e aanvrager: [naam 3]

soort onderpand: eengezinswoning

adres: [adres 2] te [plaats]

hypotheekbedrag: € 425.828,00.

4.3.8.

een schriftelijk bescheid, opgenomen op de pagina’s 7135 tot en met 7149 van het

dossier, zijnde een hypotheekofferte van Nationale Nederlanden voor [naam 3] en P. van

der Woude d.d. 18 maart 2009 met bijlagen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Via: [bedrijf 9] te [plaats] . Wij doen u hierbij een aanbieding voor een

lening. De financier en levensverzekeraar is Nationale-Nederlanden Levensverzekering

Maatschappij NV. Het totale leningsbedrag van uw hypotheek is € 425.828,00. U verleent

de financier het recht van 1e hypotheek op het woonhuis [adres 2] te [plaats] . In de

Bijlage zijn de Voorbehouden en Voorwaarden vermeld waaraan moet worden voldaan

voordat de financier tot geldverstrekking overgaat.

Bijlage Voorbehouden en Voorwaarden: Deze lening wordt gedaan onder de voorwaarde dat uit de stukken blijkt dat u eigenaar van de woning bent of wordt en deze geheel zelf

bewoont/gaat bewonen of gebruikt/gaat gebruiken.

Bijlage Ondertekening: op 25 maart 2009 voor akkoord ondertekend door [naam 3] en

[naam 7] .

4.3.9.

een schriftelijk bescheid, opgenomen op de pagina's 7192 tot en met 7200 van het

dossier, zijnde een akte van hypotheek, gedateerd 3 april 2009, kort gezegd en zakelijk

weergegeven inhoudende de verstrekking door Nationale-Nederlanden Levensverzekering

Maatschappij N.V. aan [naam 3] en [naam 7] van een hypotheek van

€ 425.828,00, met als onderpand de vrijstaande woning [adres 2] te [plaats] , waarbij de schuldenaar [naam 3] heeft verklaard dat het onderpand niet is en niet zal worden verhuurd, in huurkoop verkocht, verpacht, in vruchtgebruik gegeven, belast met een recht van gebruik en bewoning of in gebruik gegeven op andere wijze en dat het door de schuldenaar zelf zal worden bewoond.

Feit 5

5.0

De door verdachte op de terechtzitting van het hof op 21 september 2016 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Er waren destijds meerdere rekeningen bij de Oostenrijkse bank. Ik heb [slachtoffer] het rekeningnummer doorgegeven waar het geld op kon worden gestort. Die rekening stond op naam van mijn partner [partner] , maar ik gebruikte die rekening meer dan zij.

5.1.

De door verdachte op de terechtzitting in eerste aanleg van 22 oktober 2014 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik heb tegen [slachtoffer] gezegd dat hij het bedrag kon overmaken op mijn Oostenrijkse

bankrekening en ik heb hem het rekeningnummer gegeven. Die bankrekening stond destijds

op naam van [partner] . Vervolgens heeft [slachtoffer] een bedrag van ruim € 167.000,00

overgemaakt naar die rekening. Daardoor kreeg ik dat geld tot mijn beschikking. Ik heb er

toen meteen aandelen/wertpapiere van gekocht. Ik heb dat bedrag tot op de dag van vandaag

niet teruggestort. Ik heb later in de stukken gelezen dat [slachtoffer] eigenlijk [slachtoffer] heette.

5.2.

De door getuige [naam 1] op de terechtzitting in eerste aanleg van 22 oktober 2014 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik heb namens [slachtoffer] , die ook wel [slachtoffer] wordt genoemd, aangifte gedaan. [slachtoffer]

vertelde mij dat [naam 8] in 2009 was overleden en een bedrag van ruim

€ 167.000,00 had nagelaten. [slachtoffer] was gehuwd met de zuster van de weduwe van

[naam 8] . Zij heette [naam 9] . [slachtoffer] vertelde mij dat hij met [verdachte] een

afspraak had gemaakt over het geld van de nalatenschap. Volgens [slachtoffer] hield die afspraak

onder meer in dat hij het geld zou overmaken naar een rekening van mevrouw [partner] bij een

Oostenrijkse bank. [verdachte] zou het geld teruggeven aan [slachtoffer] . [slachtoffer] vertelde dat hij het

geld niet terugkreeg van [verdachte] en dat [verdachte] hem ontweek. Ik heb [verdachte] per

aangetekende brief verzocht het geld over te maken op mijn derdenrekening. Hij heeft dat

niet gedaan.

5.3.

De inhoud van een zaaksdossier, OPS-dossiernummer 2009114784, gesloten op

15 december 2012, bestaande uit diverse processen-verbaal en andere schriftelijke

bescheiden waaronder:

5.3.1.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer PL02EJ 2010088037-1, d.d. 31 augustus 2010

opgemaakt in wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, opgenomen

op de pagina’s 6377A tot en met 6381 van het dossier, voor zover inhoudende, zakelijk

weergegeven, als verklaring van [naam 1] :

Elsa [naam 9] is erfgename van de op 24 juni 2009 overleden [naam 8] . Zij is

zwaar dement en staat onder curatele. De curator is haar zus [naam 9] . [naam 9] is erg ziek. Haar man [slachtoffer] behartigt deze zaak namens haar. Het geld werd

overgemaakt naar het rekeningnummer dat door [verdachte] genoemd werd en op naam staat van

[partner] . In een schrijven van de BGL BNP Paribas de dato 15 juni 2010 staat vermeld

dat een bedrag van 167.621 euro en 93 eurocent is overgemaakt op de rekening van Frau

[partner] te Oostenrijk. Het IBAN-nr. dat hierbij vermeld is, is 84204.0200000.519348.

[slachtoffer] heeft na het overmaken van bovengenoemd bedrag meerdere malen telefonisch contact gehad met [verdachte] . In deze contacten bleef [verdachte] herhalen dat alles goed zou komen. Na verloop van tijd nam [verdachte] de telefoon niet meer op als [slachtoffer] belde. Als [slachtoffer] in de Wildeman kwam en om [verdachte] vroeg, dan was [verdachte] er steeds niet. Na 17 juli 2010 heeft [slachtoffer] geen contact meer met [verdachte] kunnen krijgen. Ik heb een aantal malen een brief gestuurd met de mededeling dat ik aangifte doe, tenzij hij voor een bepaalde datum het bedrag terugbetaald zou hebben.

5.3.2.

een schriftelijk bescheid, aangeduid als SMB-2, opgenomen op de pagina’s 6421 en

6422 van het dossier, zijnde een overzicht met betrekking tot rekeningnummer

00000519348, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

- dat het saldo van de rekening op 14 juni 2010 € 47.143,49 negatief bedroeg;

- dat op 14 juni 2010 een bedrag van € 167.621,93 is overgemaakt van de rekening van [naam 9] , waardoor het saldo van de rekening met € 167.049,73 is

toegenomen en € 119.906.24 positief bedroeg.

5.4.

een schriftelijk bescheid, overgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 22 oktober 2014 door getuige [getuige] , zijnde een brief d.d. 28 september 2010 van

[naam 1] aan mevrouw [partner] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Het bedrag van ruim € 167.000,00 is op uw rekening in Oostenrijk overgemaakt, weshalve,

strikt genomen, u ook degene bent die gehouden is dit bedrag terug te betalen. Tenzij ik

binnen één week na dagtekening van dit schrijven betaling ontvang van het volledige bedrag

met rente, dan wel een onderbouwd voorstel tot betaling anderszins van u heb ontvangen, zal ik rechtsmaatregelen tegen u nemen.

5.5.

een schriftelijk bescheid, overgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 22 oktober 2014 door getuige [getuige] , zijn de een brief d.d. 26 oktober 2010 van [getuige] aan [naam 1] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Mijn cliënten, mevrouw [partner] alsmede de heer [verdachte] hebben mij gevraagd uw

brief van 28 september 2010 te beantwoorden.

Strafmotivering

In plaats van de door de rechtbank gehanteerde strafmotivering overweegt het hof op dat onderdeel als volgt.

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich in een periode van een aantal jaren schuldig gemaakt aan het indienen van valse geschriften in het kader van een hypotheekaanvraag, aan (het medeplegen van) oplichting van een hypotheekverstrekker en aan een poging tot daartoe. Daarnaast heeft verdachte een bedrag van € 147.585,00 (afkomstig uit een bouwdepot van één van zijn hypotheken) witgewassen. Tot slot heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan verduistering van een bedrag ter grootte van € 167.049,73, afkomstig uit een erfenis.

Verdachte heeft met zijn handelen de erfgenamen en de hypotheekverstrekkers financieel ernstig benadeeld. Verdachte heeft bovendien het vertrouwen dat bedrijven en personen in elkaar moeten kunnen stellen, teneinde de markt van financiële dienstverlening en het handelsverkeer in het algemeen op een juiste wijze te laten functioneren, op ernstige wijze beschaamd.

Kenmerkend voor het gedrag van verdachte is dat hij anderen heeft bewogen tot het begaan van strafbare feiten ten behoeve van zijn eigen financieel gewin. Verdachte heeft daarover ter zitting verklaard dat het niet zijn bedoeling was om anderen te benadelen. Met zijn handelen heeft hij evenwel het financiële risico vrijwel volledig bij derden neergelegd.

Bovendien heeft het financiële risico zich verwezenlijkt: de woning aan [adres 1] is executoriaal verkocht, waardoor de bank een aanzienlijke restschuld heeft opgelopen.

Uit het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie van 23 augustus 2016 is (ten gunste van verdachte) gebleken dat hij niet eerder ter zake van strafbare feiten onherroepelijk tot een straf of maatregel is veroordeeld.

Het hof heeft voorts kennis genomen van het op 17 september 2016 omtrent verdachte opgemaakt reclasseringsrapport. Daaruit en uit het verhandelde ter zitting volgt dat verdachte inmiddels zijn leven weer heeft opgebouwd. Hij heeft een gezin, betaald werk en lost af op zijn schulden.

Door en namens verdachte is aangevoerd dat oplegging van een gevangenisstraf het door hem opnieuw opgebouwde leven, en met name het gezinsleven, zal doorkruisen. De verdediging heeft oplegging van een straf gelijk aan het voorarrest, eventueel gecombineerd met een voorwaardelijke straf, en een taakstraf bepleit.

Gezien de aard en de omvang van de bewezen verklaarde feiten is de in eerste aanleg opgelegde straf, een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, alleszins passend en geboden. De door verdachte aangevoerde omstandigheden van persoonlijke aard zijn voorts niet zo klemmend dat tot verdere inperking van het onvoorwaardelijk deel van de straf moet worden overgegaan. Daarbij komt dat verdachte niet het vertrouwen heeft weten te scheppen dat hij het strafwaardige karakter van zijn handelen inmiddels inziet. Weliswaar heeft hij ter terechtzitting zelf verklaard de feiten 1 tot en met 4 gepleegd te hebben, maar spijt of inzicht heeft hij daarbij niet betoond. Ook overigens ziet het hof dan ook geen reden tot matiging van de straf.

Hoewel het hof - anders dan de rechtbank en de advocaat-generaal - geen overschrijding van de redelijke termijn van berechting aanwezig acht, wordt daarin geen aanleiding gevonden een hogere straf op te leggen dan de rechtbank heeft gedaan.

De op de inleidende dagvaarding ad informandum gevoegde strafbare feiten zijn niet bij voormelde straffen betrokken, omdat deze niet door verdachte zijn erkend.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep met aanvulling/verbetering van gronden zoals hiervoor overwogen.

Aldus gewezen door

mr. T.H. Bosma, voorzitter,

mr. W.P.M. ter Berg en mr. G. Dam, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. I.N. Koers, griffier,

en op 5 oktober 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken.