Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:7935

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
04-10-2016
Datum publicatie
12-09-2019
Zaaknummer
200.159.783
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:GHARL:2019:7155
Einduitspraak: ECLI:NL:GHARL:2018:10337
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afrekening kosten van na aanbesteding gesloten overeenkomst tussen ROC Twente en Ricoh over multifunctionals. Ricoh heeft te veel in rekening gebracht en moet een bedrag restitueren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.159.783

(zaaknummer rechtbank Overijssel 430008)

arrest van 4 oktober 2016

in de zaak van

de stichting

Stichting Regionaal Opleidingencentrum van Twente,

gevestigd te Hengelo (Ov),

appellante,

in eerste aanleg: gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

hierna: ROC Twente,

advocaat: mr. M.F. Groen,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RICOH Nederland B.V.,

gevestigd te ‘s-Hertogenbosch,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

hierna: Ricoh,

advocaat: mr. O.J.W Reijnders.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van 10 december 2013, 11 maart 2014 en 12 augustus 2014 die de kantonrechter (rechtbank Overijssel team kanton en handelsrecht, locatie Almelo) heeft gewezen.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

■ de dagvaarding in hoger beroep d.d. 7 november 2014,

■ de memorie van grieven met producties,

■ de memorie van antwoord.

2.2

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

3 De vaststaande feiten

3.1

ROC Twente is in juli 2006 een - verplichte - openbare Europese aanbesteding gestart voor de levering van kopieermachines/multifunctionals. NRG Benelux B.V. - hierna conform haar handelsnaam: Nashuatec - heeft op de aanbesteding ingeschreven. Bijlage 4 van de inschrijving bevat haar prijsoverzicht. Nashuatec heeft daarin voor 8 typen repromachines een huurprijs per maand vermeld, variërend van € 45,00 tot € 245,00, en van de prijs per kopie (€ 0,069 voor zwart/wit en € 0,09 voor kleur). Daarin is ook vermeld dat in het 4e en 5e jaar een korting van 60%, respectievelijk 70% op de maandhuur wordt verleend. De inschrijving van Nashuatec kwam als beste uit de aanbesteding. ROC Twente en Nashuatec hebben hun rechtsverhouding vastgelegd in een mantelovereenkomst. De inschrijving van Nashuatec is als bijlage 2 aan de mantelovereenkomst gehecht en bepaalt mede de rechtsverhouding tussen partijen. In artikel 3 lid 1van de mantelovereenkomst is bepaald dat de overeenkomst ingaat op 1 april 2007 en een looptijd heeft van 3 jaren tot 31 maart 2010 met daarna een optie van verlenging van 2 keer 1 jaar. In artikel 10 lid 1 mantelovereenkomst wordt voor de prijzen verwezen naar een bijlage, in lid 2 van dat artikel is vermeld dat deze prijzen gedurende de eerste 3 jaar vast zijn. De algemene leverings- en betalingsvoorwaarden van Nashuatec worden in artikel 21 lid 1 uitdrukkelijk van toepassing uitgesloten. Als gevolg van een fusie is Ricoh Nashuatec in 2008 opgevolgd als partij bij de mantelovereenkomst.

3.2

Ricoh heeft ROC Twente bij brief van 31 augustus 2008 onder meer het volgende geschreven:

“Hierbij wil ik u graag het besproken voorstel doen toekomen om de 2 optiejaren te lichten en de kleurencondities aan te scherpen.

In onze aanbieding naar aanleiding van de Europese aanbesteding stond dat we 60% korting op de maandhuur geven in het eerste optiejaar en 70% in het tweede jaar.

Wat ik u wil aanbieden is om dit nu al concreet te maken en het laatste jaar aan deze 2 optiejaren te “plakken”.

Concreet krijgt u dan per direct een korting van 60% en 70% en 0:3 is 43,3% korting.

Uw voordeel zit hem dan in uw directe en blijvende voordeel in de aanpassing van de kleurenprijs.

Deze prijs willen wij aanpassen van 0,077 naar 0,059 per full color afdruk (op basis van de 300.000 afdrukken bespaart u dat € 5.400,- per maand en dus € 194.000,- over de totale looptijd).

Daarnaast zijn wij bereid om de huidige overeenkomst, welke gescheiden loopt van de standaard overeenkomst, op de lokatie Rijssen te integreren in de centrale overeenkomst. Deze overeenkomst loopt nog door tot en met 31 juli 2011.

De kosten gaan dan terug van € 5.500,- nu, naar € 3.600,- in de nieuwe situatie.

Daarnaast zullen wij zonder extra huurkosten in de repro in Almelo een PROc900s plaatsen, deze zéér zware kleurenrepromachine is véél beter geschikt voor het huidige afdrukvolume aldaar en ook zeer geschikt om kleine oplages van drukwerk, wat nu buiten de deur gebeurd, intern te houden, met alle financiële voordelen van dien.

Nogmaals, genoemde voordelen zijn extra en waren niet vastgelegd in onze aanbieding destijds.”

3.3

Ricoh heeft ROC Twente bij e-mail van 15 mei 2009 onder meer het volgende geschreven:

“Bij deze kom ik graag nog even terug op ons gesprek van vorige week om de 2 optiejaren alvast bij de huidige overeenkomst aan te plakken zodat wij 100% zekerheid hebben dat we de komende 3 jaar nog met elkaar verder gaan (is toch ook jullie intentie??) en het voor jullie uiteraard ook interessant is.

Jullie voordeel is het volgende:

Eerste optiejaar 60% korting op maandhuur en tweede optiejaar 70% korting als je dat middelt over het nog één jaar te gaan kontrakt dan kom je op (60 + 70 + 0 : 3) 43,4% korting direkt vanaf nu.

Dat is dus hetgeen je sowieso recht op hebt.

Om het voor jullie interessant te maken wil ik de kleurenprijs verlagen van 0,077 naar 0,059, gebaseerd op een maandelijks volume van 300.000 afdrukken betekent dat een extra besparing van 5400 euro per maand. Daarnaast wil ik de huidige machinepopulatie vernieuwen en de maandlasten verlagen met zo’n 2000 euro bij de lokatie in Rijssen .

Kortom voor het ROC zelf betekent dit voorstel een verlaging direkt van 7400 euro per maand en over de restant looptijd dus zo’n 266.400 euro excl. BTW!!!!!!!!!!!!”

3.4

Bij e-mail van 29 oktober 2009 heeft Ricoh daaraan het volgende toegevoegd:

“[De] machinebijlage is de huidige bijlage en daar komen dan nog de te leveren machines (6 stuks) bij. (maandhuur is 270 en dat delen we dan direkt door 2)

Daarnaast staat er de grote nieuwe kleurencopier model PROC900s voor de Wierdensestraat bij op (zonder extra kosten) en de nieuwe machines voor de lokatie Rijssen waar nu Infotec staat (huidige maandlasten 5500 euro en dat gaat nu terug naar 3000 euro)

Zo is in de nieuwe situatie dus alle maandhuurbedragen gedeeld door 2 en komt er 3000 euro [bij] van Rijssen .”

3.5

ROC Twente heeft in een interne e-mail van 4 november 2009 het volgende geschreven:

“Binnen de overeenkomst met Ricoh zijn een aantal zaken gewijzigd.

De overeenkomst is verlengd met twee optie jaren.

De prijs van een kleurenkopie is met bijna 25% naar beneden gebracht van 0,077 naar 0,059. Dit levert een besparing op van ca. € 5.400,-- p/m

Voor de repro aan de Pr. Bernhardstraat te Rijssen zullen de kosten van de machines worden teruggebracht van € 5.500,-- naar € 3.600,-- p/m

De repro in Wierdensestraat zal zonder meerkosten worden vervangen door een machine met een capaciteit die beter is afgestemd op het gebruik.

De huurkosten zullen met onmiddellijke ingang met 50% dalen tot aan het einde van de overeenkomst. Op deze wijze zijn de prijzen voor de resterende periode voor gelijk. Deze korting geldt ook voor de huur van printers.”

3.6

In januari 2010 heeft ROC Twente een door Ricoh opgestelde huurovereenkomst getekend, waarin de afspraken voor “een periode van 36 maanden” zijn vastgelegd. Bij de huurovereenkomst behoort een machinebijlage, waarin de gehuurde machines staan vermeld met typeaanduiding, serienummer en locatie. Verder staat vermeld onder “Extra huurbedrag” een prijs van € 11.967,50. Voorbedrukt op de huurovereenkomst staat de volgende zin vermeld: “Relatie verklaart door ondertekening van de overeenkomst kennis te hebben genomen van de algemene voorwaarden van Ricoh, alsmede de toepasselijkheid daarvan op deze overeenkomst.” Eveneens voorbedrukt is op de huurovereenkomst vermeld: “Bijlage 1: Algemene voorwaarden”. Onder “Diversen” staan de volgende afspraken vermeld:

“Overige bestaande mantelafspraken blijven van kracht.

(…)

Ricoh zal een creditnota verstrekken van 23.353,57 euro vanwege te veel gefactureerde afdrukken m.b.t. de PRO1356 in verband met ondervolume in 2009.

(…)

Tevens zal de Danka apparatuur in Rijssen per 01/07/2010 worden afgekocht. (…) De financiële afkoop van € 54.523,25 is voor rekening van Ricoh Nederland.”

4 De motivering van de beslissing in hoger beroep

4.1

Ricoh heeft in eerste aanleg in conventie na enkele wijzigingen van eis veroordeling van ROC Twente gevorderd tot betaling van primair € 268.483,34 en subsidiair € 249.309,13, vermeerderd met rente en kosten. ROC Twente heeft in conventie verweer gevoerd en in reconventie na enkele wijzigingen van eis veroordeling van Ricoh gevorderd tot betaling van € 801.070,02, vermeerderd met PM-posten, rente en kosten. Ricoh heeft daartegen verweer gevoerd. De kantonrechter heeft bij eindvonnis van 12 augustus 2014 in conventie ROC Twente veroordeeld tot betaling aan Ricoh van € 272.483,34, te vermeerderen met de contractuele rente van 1,25% per maand over € 229.589,98 vanaf 17 januari 2013 en met de proceskosten en in reconventie de vordering afgewezen onder veroordeling van ROC Twente in de proceskosten. ROC Twente is van dit eindvonnis in hoger beroep gekomen onder aanvoering van 17 grieven. Zij heeft haar eis in reconventie aldus gewijzigd dat zij vordert dat Ricoh wordt veroordeeld tot betaling van € 574.749,90, vermeerderd met PM-posten en de proceskosten. Ricoh heeft verweer gevoerd.

4.2

De grieven leggen het geschil in volle omvang voor aan het hof. In de kern genomen houdt partijen - naast een geschil over de juistheid van facturering - vooral verdeeld wat zij eind 2009/begin 2010 hebben afgesproken over de verlenging van de mantelovereenkomst. Het komt aan op uitleg van de verlengingsafspraak. Daarvoor geldt de Haviltex-norm: voor de beantwoording van de vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding tussen partijen is geregeld, komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen in het contract mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (HR 13 maart 1981, NJ 1981/635, Haviltex). Voorts volgt uit HR 20 februari 2004 (LJN: AO1427, NJ 2005/493, DSM/Fox) dat bij de uitleg van een geschrift telkens van beslissende betekenis zijn alle omstandigheden van het concrete geval, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen, alsmede dat in praktisch opzicht vaak van groot belang is de taalkundige betekenis van de bewoordingen van het geschrift, gelezen in de context ervan als geheel, die deze in (de desbetreffende kring van) het maatschappelijk verkeer normaal gesproken hebben. Verder komt bij de uitleg betekenis toe aan de aard van de transactie, de omvang en gedetailleerdheid van de contractsbevestiging, de wijze van totstandkoming ervan - waarbij van belang is of partijen werden bijgestaan door (juridisch) deskundige raadslieden - en de overige bepalingen ervan (HR 29 juni 2007, LJN: BA4909, NJ 2007/576, Derksen/Homburg, HR 19 januari 2007, LJN: AZ3178, NJ 2007/575, Meyer Europe/Pont Meyer en HR 5 april 2013, LJN BY8101, NJ 2013/124, Lundiform/Mexx).

4.3

Het hof merkt het volgende op naar aanleiding van de overgelegde stukken en stellingen van partijen. Ricoh is de discussie gestart over verlenging van de mantelovereenkomst over de optiejaren. Dat was in haar belang, want ROC Twente had de mogelijkheid om na drie jaar op te zeggen. Zij bood daarom voordelen bij verlenging aan ROC Twente aan, bovenop de al uitonderhandelde kortingen over het vierde en vijfde jaar (zie de correspondentie van Ricoh, geciteerd in 3.2, 3.3 en 3.4). Uit die correspondentie blijkt dat Ricoh de kortingsperiode eerder wilde laten ingaan en dus langer wilde laten duren, maar dan tegen een lager percentage. In de e-mail van 29 oktober 2009 spreekt Ricoh over het delen door twee van de maandhuur, derhalve een korting van 50% (zie 3.4), waarvan ROC Twente in zijn interne e-mail ook uitgaat (zie 3.5). In de huurovereenkomst van januari 2010 ziet het bedrag van € 11.967,50 kennelijk op de maandhuur van alle op dat moment in gebruik zijnde machines. Ricoh heeft in haar productie 28 uiteengezet in hoeverre zij korting heeft verleend op de aanvankelijk overeengekomen huurprijzen. Daaruit volgt dat zij op de huur van de opties voor de machines geen korting heeft verleend en op die van de machines een korting van € 15.527,73 per maand naar € 11.135,00 per maand. Het verlaagde bedrag is (€ 11.135,00 + € 352,50 =) € 11.487,50 : ((€ 15.527,73 + € 352,50 = € 15.880,23) : 100) = 72,34% van het totaal, zodat de korting 27,66% is. Ricoh stelt dat de prijzen per machine blijken uit de machinebijlage die hoort bij de huurovereenkomst. Ricoh en ROC Twente hebben beide een versie van de machinebijlage overgelegd, waarvan ROC Twente stelt dat het deze in januari 2010 heeft ontvangen (productie 2 inleidende dagvaarding, respectievelijk productie 4 conclusie van antwoord). ROC Twente heeft aangevoerd dat het bij ontvangst van de door Ricoh ondertekende huurovereenkomst in april 2012 een andere versie van de machinebijlage heeft ontvangen (productie 5 conclusie van antwoord). In beide versies van de machinebijlage ontbreken prijzen. Tijdens het hierna te vermelden getuigenverhoor zal aan de orde komen, in hoeverre ROC Twente de prijzen voor de machines heeft kunnen afleiden uit de machinebijlage.

4.4

Op het eerste gezicht lijkt uit de onder 4.3 genoemde documenten te volgen dat Ricoh minder korting heeft verleend dan volgt uit de in 3.2, 3.3 en 3.4 geciteerde correspondentie, maar ook dat ROC Twente meer zou krijgen dan was overeengekomen indien zij over de in de huurovereenkomst genoemde maandhuur van € 11.967,50 een korting van 43,3% zou toepassen, zoals zij aan de gewijzigde eis ten grondslag legt. Hoe de prijsvorming in de laatste fase van de totstandkoming van de huurovereenkomst is verlopen, is voor het hof onduidelijk. Het hof zal daarom Ricoh in conventie toelaten tot het bewijs van feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat ROC Twente heeft moeten begrijpen dat partijen in januari 2010 een maandhuur van € 11.967,50 exclusief BTW, leidend tot een kortingspercentage van ± 28%, zijn overeengekomen voor de op dat moment aanwezige repromachines. Partijen verschillen er niet over van mening dat voor onderwerpen die niet in de huurovereenkomst zijn geregeld, de mantelovereenkomst haar werking behield, zie de passage in de huurovereenkomst: “Overige bestaande mantelafspraken blijven van kracht.”. Voor zover de kantonrechter bijvoorbeeld in rechtsoverweging 4.8 van het bestreden vonnis ervan uit is gegaan dat de mantelovereenkomst helemaal geen gelding meer had, wordt daarover in de grieven 1a tot en met 4 terecht geklaagd.

4.5

Volgens Ricoh heeft het verschil tussen € 11.487,50 en € 11.967,50 te maken met bijgeplaatste machines met een totale maandhuur van € 480,00, waarvoor de kortingsregeling volgens haar niet geldt. ROC Twente heeft betwist dat de kortingsregeling niet geldt voor bijgeplaatste machines. Ricoh zal daarom ook worden toegelaten tot bewijs van feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat ROC Twente heeft moeten begrijpen dat de kortingsregeling niet geldt voor bijgeplaatste machines.

4.6

Omdat partijen ook onenigheid hebben over de strekking van de afspraak over de Danka-apparatuur, zal Ricoh worden toegelaten tot het bewijs van feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat ROC Twente heeft moeten begrijpen, dat zij gerechtigd was in verband met de commerciële afkoop van de Danka apparatuur naast de huur van de door haar aldaar geplaatste machines € 3.000,00 per maand bij ROC Twente in rekening te brengen. Het hof is overigens benieuwd op welke manier dit bedrag bij ROC Twente in rekening werd gebracht.

4.7

Partijen strijden verder over de vraag of de algemene voorwaarden van Ricoh van toepassing zijn op de huurovereenkomst. Ricoh heeft onbetwist aangevoerd dat ROC Twente meer dan 50 werknemers in dienst heeft en dat het daarom geen beroep kan doen op de vernietigingsgrond van artikel 6:234 BW (artikel 6:235 lid 1 BW). Ricoh zal worden toegelaten tot het bewijs van feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat ROC Twente heeft moeten begrijpen dat haar algemene voorwaarden zouden gaan gelden onder de huurovereenkomst onder uitsluiting van de inkoopvoorwaarden van ROC Twente. De toepasselijkheid van de algemene voorwaarden speelt, voor zover het hof kan overzien, alleen een rol bij de bepaling van de vertragingsrente. Als de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden niet komt vast te staan, is ROC Twente als vertragingsrente de wettelijke handelsrente verschuldigd en niet de contractuele rente. De vraag of Ricoh’s algemene voorwaarden aanspraak geven op een hogere vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten dan uit Voor-werk I volgt, is in hoger beroep zonder belang. De kantonrechter heeft de omvang van deze kosten gematigd tot het niveau van Voor-werk I. Ricoh heeft daartegen geen incidenteel hoger beroep ingesteld. Ricoh wordt uitgenodigd vóór het getuigenverhoor aan te geven of zij ondanks het beperkte belang bewijs wil bijbrengen ten aanzien van dit thema.

4.8

In reconventie zal ROC Twente worden toegelaten tot bewijs van haar stelling dat Ricoh heeft moeten begrijpen dat zij gerechtigd was om 43,3% in te houden op het nominale huurbedrag en dat de kortingsregeling vanaf 1 april 2009, althans 1 november 2009 heeft gegolden.

4.9

ROC Twente betwist niet langer dat het iedere maand meer dan 300.000 kleurenkopieën heeft afgenomen (nr. 70 memorie van grieven), zodat de vraag wat geldt als het minder dan 300.000 kleurenkopieën per maand zou hebben afgenomen, zonder belang is. Als het hof het goed begrijpt, verschillen partijen er ook niet over van mening dat het overvolume van de ene machine wordt verrekend met het ondervolume van de andere machine (artikel 10 lid 3 mantelovereenkomst). Wel betwist ROC Twente de door Ricoh berekende omvang van de restitutie van ten onrechte niet verrekend ondervolume. Partijen liggen op dat punt € 85.621,31 uit elkaar (nr. 72 memorie van grieven). Aan de berekeningswijze zal aandacht worden besteed tijdens de comparitie na afloop van de getuigenverhoren, evenals aan de bezwaren van ROC Twente tegen de door Ricoh in conventie berekende som van de facturen (zie nrs. 52-53 conclusie van dupliek in conventie).

4.10

Beide partijen krijgen de gelegenheid bewijs te leveren. Het hof stelt op praktische gronden voor dat eerst de getuigen van Ricoh worden gehoord over alle bewijsthema’s, dus ook degene waarvoor ROC Twente de bewijslast draagt, en daarna de getuigen van ROC Twente over alle bewijsthema’s. Mocht Ricoh behoefte hebben aan het aanvullend horen van getuigen in contra-enquête over een bewijsthema, waarvoor ROC Twente de bewijslast draagt, dan zal daarvoor gelegenheid zijn.

4.11

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

laat Ricoh toe tot het bewijs van feiten en omstandigheden waaruit blijkt:

1. dat ROC Twente redelijkerwijs heeft moeten begrijpen dat partijen in januari 2010 een maandhuur van € 11.967,50 exclusief BTW, leidend tot een kortingspercentage van ± 28%, zijn overeengekomen voor de op dat moment aanwezige repromachines,

2. dat ROC Twente redelijkerwijs heeft moeten begrijpen dat de kortingsregeling niet geldt voor bijgeplaatste machines,

3. dat ROC Twente redelijkerwijs heeft moeten begrijpen, dat zij gerechtigd was in verband met de commerciële afkoop van de Danka apparatuur naast de huur van de door haar aldaar geplaatste machines € 3.000,00 per maand bij ROC Twente in rekening te brengen, en

4. dat ROC Twente redelijkerwijs heeft moeten begrijpen dat haar algemene voorwaarden zouden gaan gelden onder de huurovereenkomst onder uitsluiting van de inkoopvoorwaarden van ROC Twente;

laat ROC Twente toe tot het bewijs van feiten en omstandigheden waaruit blijkt:

1. dat Ricoh redelijkerwijs heeft moeten begrijpen dat zij gerechtigd was om 43,3% in te houden op het nominale huurbedrag en

2. dat Ricoh redelijkerwijs heeft moeten begrijpen dat de kortingsregeling vanaf 1 april 2009, althans 1 november 2009 heeft gegolden;

bepaalt dat, indien Ricoh of ROC Twente uitsluitend bewijs door bewijsstukken wenst te leveren, zij/het die stukken op de roldatum 1 november 2016 in het geding dient brengen,

bepaalt dat, indien Ricoh of ROC Twente dat bewijs (ook) door middel van getuigen wenst te leveren, het verhoor van deze getuigen zal geschieden ten overstaan van het hierbij tot raadsheer-commissaris benoemde lid van het hof mr. F.J. de Vries, die daartoe zitting zal houden in het paleis van justitie aan de Walburgstraat 2-4 te Arnhem en wel op een nader door deze vast te stellen dag en tijdstip;

bepaalt dat partijen (vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte en tot het beantwoorden van vragen in staat is) bij het getuigenverhoor aanwezig dienen te zijn opdat hen naar aanleiding van de getuigenverklaringen vragen kunnen worden gesteld;

bepaalt dat Ricoh het aantal voor te brengen getuigen alsmede de verhinderdagen van beide partijen, van hun advocaten en van de getuigen zullen opgeven op de roldatum 18 oktober 2016, waarna dag en uur van het verhoor (ook indien voormelde opgave van een of meer van partijen ontbreekt) door de raadsheer-commissaris zullen worden vastgesteld;

bepaalt dat Ricoh overeenkomstig artikel 170 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de namen en woonplaatsen van de getuigen tenminste een week voor het verhoor aan de wederpartij en de griffier van het hof dient op te geven;

bepaalt dat, in het geval er getuigen worden voorgebracht, partijen (vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte is en bevoegd is tot het aangaan van een schikking) samen met hun advocaten bij het verhoor van de getuigen aanwezig zullen zijn om partijen zelf zo nodig nadere inlichtingen te laten geven over de punten waarover de getuigen zullen worden gehoord en die genoemd in 4.9 en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden;

bepaalt dat indien een partij bij gelegenheid van het getuigenverhoor nog een proceshandeling wenst te verrichten of producties in het geding wenst te brengen, deze partij ervoor dient te zorgen dat het hof en de wederpartij uiterlijk twee weken voor de dag van de zitting een afschrift van de te verrichten proceshandeling of de in het geding te brengen producties hebben ontvangen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. F.W.J. Meijer, S.B. Boorsma en F.J. de Vries, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 4 oktober 2016.