Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:7535

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
13-09-2016
Datum publicatie
23-09-2016
Zaaknummer
200.179.623
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verwijzing zaak wegens betrokkenheid hof. Privé-geschil advocaat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2016/436
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.179.623

(zaaknummer rechtbank Overijssel C/08/175707)

arrest van 13 september 2016

in de zaak van

1 [appellante 1] ,
2. [appellant 2] ,

3. [appellante 3] ,

4. [appellante 4] ,

5. [appellant 5] ,

6. [appellante 6] ,

allen wonende te [plaatsnaam] ,

appellanten in de hoofdzaak,

eisers in het incident,

advocaat: mr. drs. S.J.P. Kukolja,

tegen:

1 [geïntimeerde 1] ,

wonende te [plaatsnaam] ,

2. [geïntimeerde 2] ,

wonende te [plaatsnaam] ,

3. [geïntimeerde 3] ,

wonende te [plaatsnaam] ,

4. de publiekrechtelijke rechtspersoon Gemeente Borne,

zetelend te Borne,

geïntimeerden in de hoofdzaak,

verweerders in het incident,

advocaat: mr. B.S. ten Kate.

Appellanten in de hoofdzaak zullen hierna gezamenlijk appellanten worden genoemd.

Geïntimeerden in de hoofdzaak zullen hierna gezamenlijk geïntimeerden worden genoemd.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het gerechtshof naar de inhoud van het vonnis van
2 oktober 2015 dat de voorzieningenrechter in de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, tussen appellanten als eisers en geïntimeerden als gedaagden heeft gewezen.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep van 19 oktober 2015,

- de memorie van grieven houdende een incidentele grief tot verwijzing en houdende een wijziging van eis,

- de memorie van antwoord tevens in het incident.

2.2

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest in het incident aan het gerechtshof overgelegd en heeft het gerechtshof arrest bepaald.

3 De beoordeling

3.1

Bij memorie van grieven hebben appellanten geconcludeerd dat het gerechtshof bij arrest in het incident, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de zaak zal verwijzen in de stand waarin deze zich bevindt naar het gerechtshof Amsterdam. Zij hebben daartoe aangevoerd, kort gezegd, dat partijen vanaf 2007 in een lange en bittere strijd zijn verwikkeld met de gemeente Borne en dat het handelen van geïntimeerden erop gericht is geweest om appellanten te schaden door hun advocaten in diskrediet te brengen (onder meer door het zenden van stukken uit een strafdossier tegen een van de advocaten van appellanten naar de deken), welk handelen onderwerp is van het geschil tussen partijen. Daarmee worden de advocaten van appellanten en hun processtrategie (ook privé) onderwerp van dat geschil. Omdat de advocaten van appellanten regelmatig pleiten bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, wensen zij verwijzing naar een ander gerechtshof. Bij memorie van antwoord hebben geïntimeerden geconcludeerd tot afwijzing van de vordering tot verwijzing. Geïntimeerden hebben daartoe, kort gezegd, aangevoerd dat de advocaten van appellanten geen partij zijn bij het onderhavige geschil tussen partijen.

3.2

In de parlementaire geschiedenis van artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie (hierna: RO) gelezen in verband met die van artikel 46b RO (TK, vergaderjaar 2010-2011, 32 891, nr. 3, blz. 52 en 53) staat beschreven dat op grond van genoemde artikelen verwijzing mogelijk wordt gemaakt wanneer naar het oordeel van het verwijzende gerechtshof door “betrokkenheid van het gerechtshof” behandeling van de zaak door een ander gerechtshof gewenst is. Deze formulering maakt het niet alleen mogelijk te verwijzen wanneer een medewerker van het gerechtshof partij of betrokkene is bij een zaak, maar ook wanneer bijvoorbeeld sprake is van een geschil van een advocaat die regelmatig bij het bevoegde gerechtshof pleit voor zijn cliënten en nu een privégeschil heeft. In deze zaak is dat alles niet aan de orde. Van een privégeschil van de advocaten van appellanten is geen sprake. Het gerechtshof ziet in het door appellanten in dit incident geschetste onderwerp van het geschil en het feit dat de advocaten van appellanten van partijen regelmatig voor dit gerechtshof pleiten, op zichzelf noch in onderling verband gezien aanleiding de zaak op grond van artikel 62b RO in verband met betrokkenheid van het gerechtshof bij de zaak voor verdere behandeling te verwijzen naar het gerechtshof Amsterdam. De vordering in het incident tot verwijzing zal daarom worden afgewezen. De beslissing over de proceskosten in het incident zal worden aangehouden tot hierover bij eindarrest zal worden beslist.

3.3

Het gerechtshof zal de hoofdzaak naar de rol verwijzen voor partijberaad in de zin van artikel 2.19 van het (met ingang van 1 september 2016 geldende) Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven. Verder zal het gerechtshof iedere beslissing aanhouden.

4. De beslissing

Het gerechtshof, recht doende in hoger beroep:

in het incident:

wijst de vordering tot verwijzing af;

houdt de beslissing over de proceskosten aan tot hierover bij eindarrest zal worden beslist;

in de hoofdzaak:

verwijst de zaak naar de roldatum 27 september 2016 voor partijberaad als onder 3.3 genoemd;

houdt verder iedere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. P.L.R. Wefers Bettink, C.J.H.G. Bronzwaer en K.J. Haarhuis en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 13 september 2016.