Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:7507

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
04-05-2016
Datum publicatie
20-09-2016
Zaaknummer
TBS P15/0406
Rechtsgebieden
Penitentiair strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 38d Sr. Verlenging terbeschikkingstelling met twee dan wel een jaar. Gebleken is dat de terbeschikkingstelling niet op korte termijn zal kunnen eindigen. Het hof heeft als uitgangspunt dat, wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling van de terbeschikkinggestelde meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar, de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren. Het hof ziet in dit geval geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. Het hof zal daarom de beslissing waarvan beroep vernietigen en de terbeschikkingstelling met twee jaar verlengen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

TBS P15/0406

Beslissing d.d. 4 mei 2016

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[naam terbeschikkinggestelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1953] ,

verblijvende in [kliniek] .

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 22 oktober 2015, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

- de uitspraak van het gerechtshof te Arnhem van 8 augustus 2003, waarbij de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege werd opgelegd.

- het verlengingsadvies van de [kliniek] van 14 juli 2015, met als bijlage de wettelijke aantekeningen van 25 juli 2014 tot en met 30 maart 2015 en van 8 april 2015 tot en met 28 mei 2015;

- een pro justitia rapport van 17 juni 2015 van [deskundige 1] , Gz-psycholoog;

- een pro justitia rapport van 2 juli 2015 van [deskundige 2] , psychiater;

- de vordering van de officier van justitie, ingekomen op 6 augustus 2015;

- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

- de beslissing waarvan beroep;

- de akte van beroep van 4 november 2015;

- de aanvullende informatie van de [kliniek] van 9 februari 2016, met als bijlage de wettelijke aantekeningen van 28 mei 2015 tot 22 januari 2016;

- het proces-verbaal van de zitting van het hof van 25 februari 2016;

- een pro justitia rapport van het Pieter Baan Centrum van 14 april 2016;

- de brief van de raadsman aan het hof van 20 april 2016.

Het hof heeft ter zitting van 21 april 2016 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. drs. O.O. van der Lee, advocaat te Amsterdam, en de advocaat- generaal mr. M.J.M van der Mark.

Overwegingen:

Het advies van de kliniek

Kernproblematiek

De terbeschikkinggestelde is een intelligente man met een stoornis in de psychoseksuele ontwikkeling met een pedofiele gerichtheid op jonge meisjes. Naast pedofilie is er bij de terbeschikkinggestelde sprake van een persoonlijkheidsstoornis NAO, met narcistische trekken. Voorts heeft de terbeschikkinggestelde een beperkt inlevingsvermogen. Door een lacunaire gewetensfunctie, het gebrek aan terughoudendheid en empathie met anderen, is hij voornamelijk uit op eigen gewin, waarbij hij manipulatief gedrag niet schuwt. De terbeschikkinggestelde kan de ontoelaatbaarheid van zijn handelen inzien, maar heeft een beperkt ziekte-inzicht. Hij ontkent en bagatelliseert zijn delicten.

De terbeschikkinggestelde wekt de indruk zijn behandeling niet serieus te nemen. Er is bij hem geen sprake van intrinsieke motivatie. De terbeschikkinggestelde blijft veel hangen in frustraties uit het verleden over zijn behandelverloop. Hiermee externaliseert hij zijn problematiek. De parafilie is onveranderbaar en de terbeschikkinggestelde geniet nog steeds van de herinneringen aan zijn delicten. Hij geeft aan geen pedofiele voorkeur meer te hebben, maar zijn daden, namelijk het opsporen van zijn slachtoffers, doen anders geloven. De cognitieve vervormingen zijn nog altijd aanwezig. Hij blijft van mening de kinderen geen kwaad te hebben gedaan en dat ze zelf naar hem toe kwamen voor seksueel contact. Het niet willen vervallen in delictgedrag is egoïstisch van aard. Hij wil namelijk niet weer naar de gevangenis. Schade voor de slachtoffers wordt hierin niet als motivatie meegenomen. Zelf beschrijft de terbeschikkinggestelde zich als een altruïstisch persoon, wat laat zien dat zijn introspectief vermogen zeer gering is en groeiend inzicht in de weg staat.

Recidivegevaar

Bij een (voorwaardelijke) beëindiging van de verpleging van overheidswege wordt het recidiverisico als hoog ingeschat. De terbeschikkinggestelde beschikt op dit moment niet over interne beschermende factoren die delictgedrag zullen voorkomen. Het delictgedrag wordt op dit moment voorkomen door externe sturing en controle en met name beveiliging in de huidige setting. Alleen dit maakt dat de terbeschikkinggestelde geen delicten pleegt. Wanneer hij de kans krijgt, zal hij mogelijk weer contact zoeken met kinderen dan wel slachtoffers. Blijvende intensieve controle, goede samenwerking en goed ingesteld zijn op libidoremmende medicatie zijn essentiële onderdelen in het risicomanagement. De terbeschikkinggestelde is echter niet gemotiveerd om zich hier in de toekomst langdurig aan te committeren.

Advies

De terbeschikkinggestelde verblijft inmiddels met een longstay-status binnen de LFPZ van de Pompestichting te Zeeland. De stoornis is nog onverminderd aanwezig. De terbeschikkinggestelde kan en wil niet veranderen. De prognose is somber en een op verandering gerichte behandeling wordt niet zinvol geacht. Gelet op het voorgaande en op de nog immer aanwezige en onveranderbaar gebleken pathologie, het hoge recidiverisico, het gebrek aan inzicht en de hoge mate van zorg en beveiliging die nodig is, wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen voor de duur van twee jaar

Uit het aanvullend advies van de kliniek van 9 februari 2016 blijkt dat het recidiverisico nog altijd als hoog wordt ingeschat. Er is bij de terbeschikkinggestelde geen sprake van ziekte-inzicht en de problematiek is nog altijd onveranderbaar. Ook is er geen overeenstemming over het indexdelict, delictscenario en de risicofactoren. De terbeschikkinggestelde bagatelliseert nog immer zijn delicten en hij blijft nog altijd contact zoeken met één van zijn slachtoffers. Of er bij de terbeschikkinggestelde nu sprake is van persoonlijkheids-problematiek of van een mogelijke autistische stoornis (zoals door de zesjaars rapporteurs wordt geopperd), is volgens de kliniek niet relevant voor de inschatting van het huidige recidivegevaar. De kliniek geeft aan dat wanneer mocht blijken dat er een stoornis in het autisme spectrum aanwezig is, dit met name gevolgen heeft voor het aanbrengen van extern risicomanagement aangezien een autistische stoornis niet te behandelen is. Wel is het mogelijk om vaardigheden aan te leren om te leren omgaan met de problematiek, maar daarvoor is ziekte-inzicht noodzakelijk, hetgeen de terbeschikkinggestelde ontbeert.

Het advies om de maatregel met twee jaar te verlengen wordt gehandhaafd.

De externe deskundigen

In het kader van de vordering tot verlenging van de maatregel hebben de deskundigen [deskundige 1] , Gz-psycholoog, en [deskundige 2] , psychiater, een zesjaarsrapport opgemaakt. Bij beide deskundigen bestaat twijfel over de door de kliniek gestelde diagnose. Zij zijn van mening dat een klinische observatie nodig is om beter zicht te krijgen op de huidige diagnostische stand van zaken, het recidiverisico en de noodzaak de maatregel te verlengen. De deskundigen hebben geadviseerd de terbeschikkinggestelde ter observatie op te laten nemen in het Pieter Baan Centrum (PBC) voor beantwoording van -onder meer- de vraag of bij de terbeschikkinggestelde naast pedofilie sprake is van een autismespectrum stoornis of een persoonlijkheidsstoornis, en ten behoeve van een gericht milieuonderzoek.

Het pro justitia rapport van het Pieter Baan Centrum

De terbeschikkinggestelde is in het PBC onder anderen onderzocht door [deskundige 3] , psycholoog, en [deskundige 4] , psychiater. Zij hebben op 14 april 2016 over hem gerapporteerd.

Beide deskundigen concluderen dat er bij de terbeschikkinggestelde sprake is van pedofilie van het niet-exclusieve type. Ondanks de gevorderde leeftijd van de terbeschikkinggestelde en het feit dat hij zijn geaardheid al lang niet heeft kunnen praktiseren, is de pedofilie bij de terbeschikkinggestelde nog nadrukkelijk aanwezig. In zijn persoonlijkheid staan rigiditeit, verzet, zelfoverschatting, zelfingenomenheid, afwezigheid van inzicht, een beperkte wederkerigheid en een opvallend gebrek aan empathie centraal. Deze kenmerken zijn zo langdurig en nadrukkelijk aanwezig en beperken de terbeschikkinggestelde zodanig in zijn functioneren, dat er van een persoonlijkheidsstoornis moet worden gesproken. Beide deskundigen concluderen voorts dat er bij de terbeschikkinggestelde sprake is van een persoonlijkheidsstoornis NAO met narcistische kenmerken. Hoewel de beschreven persoonlijkheidskenmerken in hun verschijningsvorm op sommige punten doen denken aan een autismespectrumstoornis, is uit het onderzoek gebleken dat een dergelijke stoornis bij de terbeschikkinggestelde niet kan worden vastgesteld. Ook is er geen sprake van een sociale communicatiestoornis.

Beide deskundigen zien thans geen reële behandelmogelijkheden die kunnen bijdragen aan een aanmerkelijke vermindering van recidivegevaarlijkheid. De deskundigen beschouwen de recidivegevaarlijkheid van de terbeschikkinggestelde als onverminderd hoog nu er recent, in zowel de pathologie van de terbeschikkinggestelde als in zijn omstandigheden, geen wezenlijke veranderingen of ontwikkelingen hebben plaatsgevonden. In de al bijna tien jaar durende behandeling heeft de terbeschikkinggestelde, vanwege zijn diepgewortelde pathologie, nauwelijks kunnen profiteren van de behandeling. De behandeling van de pathologie van de terbeschikkinggestelde en daarmee samenhangend zijn delict- gevaarlijkheid, wordt bemoeilijkt vanwege de nog steeds nadrukkelijk aanwezige pedofilie. De terbeschikkinggestelde heeft zich daarmee vereenzelvigd en hij beleeft deze op geen enkel punt als problematisch. Daar komt bij dat de terbeschikkinggestelde zich, in samenhang met zijn persoonlijkheidsstoornis, slecht afstemt op anderen en zich in behandelingen telkens weer van de oppositionele kant laat zien. De onderliggende problematiek kan daardoor niet of nauwelijks bewerkt worden. Gelet hierop valt volgens beide deskundigen niet te verwachten dat de terbeschikkinggestelde in de nabije toekomst wél van een behandeling zou kunnen profiteren. De deskundigen merken daarbij op dat de terbeschikkinggestelde reeds alle voor de hand liggende behandelmodules aangeboden heeft gekregen en dat er geen aanwijzingen zijn dat eventueel andere behandelmodules tot een doorbraak of ten minste tot een aanmerkelijke vermindering van het recidiverisico zouden kunnen leiden. Hetzelfde geldt voor de behandelingen in de vorm van libidoremmende medicatie. Deze behandelingen liepen tot nu toe steeds vast en brachten bij de terbeschikkinggestelde geen wezenlijke veranderingen teweeg in het recidivegevaar, vooral omdat deze behandelingen geen invloed hadden op zijn pedofiele identiteit en zijn gerichtheid op jonge meisjes.

Beide deskundigen geven daarnaast aan dat de terbeschikkinggestelde zelf volstrekt niet gemotiveerd is voor een nieuw behandeltraject. Op dit moment zou het opnieuw in gang zetten van een behandeling zelfs onvermijdelijk leiden tot een herhaling van zetten en tot een hernieuwde impasse.

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

De terbeschikkinggestelde verblijft op de longstay afdeling van de Pompestichting en als het aan de kliniek ligt, zit hij daar de rest van zijn leven. De externe deskundigen [deskundige 1] en [deskundige 2] hebben geadviseerd de terbeschikkinggestelde ter observatie op te laten nemen in het PBC om zicht te krijgen op de vraag of er bij de terbeschikkinggestelde naast een persoonlijkheidsstoornis mogelijk sprake zou zijn van een stoornis in het autisme spectrum. De terbeschikkinggestelde is in het PBC onderzocht. De uitkomst blijkt zeer negatief voor de terbeschikkinggestelde. Nu het rapport kort voor de zitting beschikbaar is gekomen, heeft de terbeschikkinggestelde er echter nog niet goed kennis van kunnen nemen. De raadsman heeft daarom primair verzocht de behandeling van de zaak aan te houden teneinde de terbeschikkinggestelde in de gelegenheid te stellen kennis te laten nemen van de inhoud van het PBC rapport en zijn proceshouding te bepalen. Subsidiair heeft de raadsman bepleit de beslissing van de rechtbank tot verlenging van de terbeschikkingstelling met een jaar te bevestigen. Over (ruim) een half jaar is de volgende verlengingszitting bij de rechtbank en in die tussentijd kan de terbeschikkinggestelde het PBC rapport bestuderen en bepalen wat er volgens hem nu zou moeten gebeuren. Eigenlijk wenst de terbeschikkinggestelde niet te persisteren in zijn hoger beroep.

Het standpunt van het openbaar ministerie

Het rapport van het PBC is een goed onderbouwd rapport en bevestigt de diagnostiek van de kliniek. Bij de terbeschikkinggestelde is naast pedofilie sprake van een persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken. Een stoornis in het autismespectrum is niet vastgesteld. Uit de risicoanalyse van zowel de kliniek als het PBC komt naar voren dat het recidiverisico bij het wegvallen van het kader van de terbeschikkingstelling hoog is. Gelet op de ernst van de stoornis, het feit dat het recidivegevaar bij een eventuele beëindiging van de terbeschikkingstelling als hoog wordt ingeschat en het gegeven dat de terbeschikkinggestelde nog veel zorg en begeleiding nodig heeft, is voortzetting van de maatregel geïndiceerd. Zowel de kliniek als de deskundigen van het PBC zien geen reële behandelmogelijkheden die kunnen bijdragen aan een aanmerkelijke vermindering van de recidivegevaarlijkheid. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot een verlenging van de terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar. De advocaat-generaal heeft zich verzet zich tegen aanhouding. De terbeschikkinggestelde was betrokken bij de totstandkoming van het rapport en de inhoud is met hem besproken. Voorts is een kleine week geleden het rapport digitaal verspreid en er was dus tijd genoeg om één en ander te bestuderen en te bespreken.

Het oordeel van het hof

Afwijzen verzoek

Het verzoek tot schorsing dan wel heropening van het onderzoek teneinde de terbeschikkinggestelde meer tijd te geven om zich op de behandeling voor te bereiden wordt afgewezen, nu de noodzakelijkheid daarvan niet is gebleken. Het hof acht het niet aannemelijk geworden dat de terbeschikkinggestelde zich onvoldoende op de behandeling van het hoger beroep heeft kunnen voorbereiden. Het hof wijst er op dat uit de brief van de raadsman van 20 april 2016 blijkt dat de terbeschikkinggestelde van de inhoud heeft kennisgenomen en dat hij daarover heeft gesproken met zijn raadsman.

Vernietiging

Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen, daar het tot een andere beslissing komt.

Indexdelict

De terbeschikkingstelling is door het gerechtshof te Arnhem bij arrest van 8 augustus 2003 opgelegd ter zake van misdrijven die zijn gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, te weten: telkens met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt plegen van ontuchtige handelingen.

Stoornis en recidivegevaar

De terbeschikkinggestelde is gediagnosticeerd met pedofilie van het niet-exclusieve type. Daarnaast is er sprake van een persoonlijkheidsstoornis NAO met narcistische kenmerken.

Bij een (voorwaardelijke) beëindiging van de verpleging van overheidswege wordt het recidive risico hoog ingeschat. De terbeschikkinggestelde beschikt op dit moment niet over interne beschermende factoren die delictgedrag zullen voorkomen. Het delictgedrag wordt op dit moment voorkomen door externe sturing en controle en met name beveiliging in de huidige setting. Alleen dit maakt dat de terbeschikkinggestelde geen delicten pleegt.

Verlenging

Gelet op het advies van de kliniek, het rapport van het Pieter Baan Centrum en op hetgeen overigens ter zitting naar voren is gekomen, is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

Gebleken is dat de terbeschikkingstelling niet op korte termijn zal kunnen eindigen. Het hof heeft als uitgangspunt dat, wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling van de terbeschikkinggestelde meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar, de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren. Het hof ziet in dit geval geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. Het hof zal daarom de beslissing waarvan beroep vernietigen en de terbeschikkingstelling met twee jaar verlengen.

Beslissing

Het hof:

Wijst af het verzoek tot schorsing dan wel heropening van het onderzoek.

Vernietigt de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwardens, van 22 oktober 2015 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [naam terbeschikkinggestelde].

Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.

Aldus gedaan door

mr. E.A.K.G. Ruys als voorzitter,

mr. P.R. Wery en mr. J.W. Rijkers als raadsheren,

en drs. R. Poll en dr. W.J. Canton als raden,

in tegenwoordigheid van mr. J.P. Fuchs-van Dis als griffier,

en op 4 mei 2016 in het openbaar uitgesproken.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.