Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:6983

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
30-08-2016
Datum publicatie
07-09-2016
Zaaknummer
200.174.202/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geschil over kostbare bruidsjurk van beroemde ontwerper. De jurk is na het huwelijk gestoomd. De onderzijde is daarbij door de stomerij in verband met beschadigingen afgezoomd. De eigenaresse zegt daartoe geen opdracht te hebben gegeven en stelt zich op het standpunt dat de stomerij de jurk onherstelbaar heeft beschadigd. Zij doet een beroep op de garantie, die strekt tot terugbetaling door de stomerij van de gehele aanschafwaarde. Die vordering wordt afgewezen omdat geen beroep op de contractuele garantie kan worden gedaan voor (volgens de eigenaresse) niet overeengekomen herstelwerkzaamheden. Op grond van onrechtmatige daad is een beperkte schadevordering echter wel denkbaar. Rolverwijzing om daar nadere informatie over te verschaffen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.174.202/01

(zaaknummer rechtbank Assen 3352467 CV EXPL 14-7225)

arrest van 30 augustus 2016

in de zaak van

[appellante] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellante,

in eerste aanleg: eiseres in conventie en verweerster in reconventie,

hierna: [appellante],

advocaat: mr. M.A. Vrieling, kantoorhoudend te Eindhoven,

tegen

1 V.O.F. [naam VOF/geintimeerde 1] ,

tevens h.o.d.n. [handelsnaam vof] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

hierna: [handelsnaam vof],

2. [geïntimeerde 2] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna: [geïntimeerde 2],

3. [geïntimeerde 3] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna: [geïntimeerde 3],

geïntimeerden,

in eerste aanleg: gedaagden in conventie en eisers in reconventie,

hierna gezamenlijk te noemen: [geïntimeerden] . ,

advocaat: mr. N. Bouwman, kantoorhoudend te Assen.

1 Het geding in eerste aanleg

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis van 14 april 2015 van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen (hierna: de kantonrechter).

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure is als volgt:

- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 9 juli 2015,

- de memorie van grieven (met producties),

- de memorie van antwoord.

2.2

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2.3

De vordering van [appellante] luidt:

"Dat het Uw Gerechtshof moge behagen het vonnis d.d. 14 april 2015 van de rechtbank Noord-Nederland, kamer voor Kantonzaken, zittingsplaats Assen d.d. 14 april 2015 met zaakkenmerk / rolnummer: 3352467/ CV EXPL 14-7225, gewezen in conventie en in reconventie tussen appellante als eiseres in conventie, tevens gedaagde in reconventie en geïntimeerde als gedaagden in conventie, tevens eisers in reconventie, te vernietigen en opnieuw rechtdoende bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad:

1. de vorderingen van appellante in eerste aanleg alsnog volledig toe te wijzen en de vorderingen van geïntimeerden in reconventie niet ontvankelijk te verklaren, althans hen deze als ongegrond te ontzeggen, met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van beide instanties, daaronder begrepen de kosten van voormelde advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten vanaf veertien dagen na dagtekening van het in deze te wijzen arrest;

2. met (hoofdelijke) veroordeling van geïntimeerden in de kosten van beide instanties, daaronder begrepen de kosten van voormelde advocaat, (des dat de een betalende de ander voor dat bedrag zal zijn gekweten), te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten vanaf 14 dagen na betekening van het in dezen te wijzen arrest."

3 De feiten (de grieven 2 en 8)

3.1

De grieven 2 en 8 hebben als strekking dat de feitenvaststelling van de kantonrechter onvolledig is. Deze grieven falen. De rechter is immers niet verplicht alle door de ene partij gestelde en door de andere partij erkende of niet weersproken feiten als vaststaand in de uitspraak te vermelden. Het staat de rechter vrij uit de tussen partijen vaststaande feiten die selectie te maken welke hem voor de beoordeling van het geschil relevant voorkomt.

Het volgende staat in hoger beroep vast.

3.1.1

[appellante] heeft voor haar huwelijk een couturebruidsjurk van Jan Taminiau aangeschaft (hierna: de jurk) ter waarde van € 16.400,- inclusief btw.

3.1.2

[handelsnaam vof] drijft een onderneming in bruidsmodereiniging. Zij is gespecialiseerd in het reinigen van bruidsjurken. Op de website van [handelsnaam vof] staat vermeld dat, mocht tijdens het reinigen iets misgaan, zij voor herstel zorgt en dat indien herstel niet mogelijk is, 100 % van het aankoopbedrag wordt vergoed.

3.1.3

Na haar bruiloft heeft [appellante] door middel van een online intakeformulier d.d.
3 september 2013 contact opgenomen met [handelsnaam vof] voor het laten reinigen van de jurk.

3.1.4

[handelsnaam vof] heeft de jurk van [appellante] vervolgens opgehaald en geschouwd.
[handelsnaam vof] heeft vervolgens het volgende per e-mail d.d. 20 september 2013 aan [appellante] bericht:

'Wij hebben uw bruidsjapon van Jan Taminiau bekeken. Voordat we hiermee aan de gang gaan heb ik contact gezocht met [X] (hoofd coupeuzeafdeling) bij Jan Taminiau over de stroken met kant die met kralen en strasstenen en alpenca wollen stroken bewerkt is. Zij stuurt ons allereerst een paar stukken daarvan op zodat wij proeven kunnen doen zodat we weten wat de mogelijkheden zijn voor de reiniging van deze bijzondere bruidsjapon. Bij zulke kostbare kledingstukken zoals uw bruidsjapon vragen wij altijd een kopie van de rekening ivm de 100% garantie die wij geven.

U heeft zelf het intakeformulier ingevuld waarvan de prijs uitkwam tussen de € 515,00 en € 575,00. De doorsnee bruidsjaponnen kun je op deze intakeformulier vertalen maar uw bruidsjapon is een ander verhaal. De prijs voor het reinigen van deze couturejaponnen liggen normaal tussen de € 500,00 en € 1.000,00 voor de reiniging en soms hoger. De prijs is vaak afhangend van de bijzondere bewerkingen, apllicatie's en kostbaarheid van de japon waar we met de uiterste zorgvuldigheid mee omgaan en vooreerst vaak proeven doen wat tijd en extra aandacht vraagt. Als alles lukt dan kunt u een nieuwe bruidsjapon retour verwachten. Echter mogen wij daar wat méér tijd voor nemen ivm de proeven? Ik dacht dat november/december a.s. haalbaar zal zijn! Als u vragen of opmerkingen heeft dan kunt u mij bellen en sta ik u graag te woord. Fijne dag gewenst!'

3.1.5

In reactie daarop heeft [appellante] [handelsnaam vof] in haar e-mail van
26 september 2013 als volgt bericht:

'Naar aanleiding van uw mail is mij niet duidelijk wat de kosten nu zijn. Me dunkt dat aangezien u de jurk nu zelf heeft u heel wat nauwkeuriger kan zijn dan een marge van ergens tussen de 500 en de 1000 euro. Ik wens een duidelijke prijsopgave voor de jurk, immers ik was uitgegaan van een bedrag van ergens tussen de € 515 en € 575. Graag verneem ik van u. Bij voorbaat dank.'

3.1.6

In de e-mail van 7 oktober 2013 heeft [handelsnaam vof] als volgt gereageerd:

'Wij hebben de proef gedaan van de paar stukjes kant die wij hebben gekregen van [X] van Jan Taminiau. Het kant blijft goed bij de reiniging; echter komt er wél een bescherming overheen. De rok van de japon heeft inclusief de voering en onderlagen 16 lagen over elkaar heen. Een aantal lagen gaan wij opnieuw van een sierrand voorzien omdat een aantal zoomranden door het slepen over de grond beschadigd zijn. Er zullen ook een aantal arbeidsuren gaan zitten om van deze bijzondere bruidsjapon en sluier weer wat moois te maken. De reinigingsprijs voor deze bruidsjapon komt op € 750,00 te liggen en de lange sluier komt op € 125,00. Als u nog vragen of opmerkingen heeft dan kunt u mij bellen. Wilt u ons anders een accoord geven dan kunnen wij met de reiniging beginnen? Kunt u vertellen wat de bruidsjapon met sluier gekost heeft of anders een kopie van de tekening sturen?'

3.1.7

[appellante] heeft daarop in haar e-mail van 9 oktober 2013 als volgt gereageerd:

'Bedankt voor uw mail en goed te horen dat het gaat lukken. Ik ga akkoord met de prijzen voor het stomen. De jurk is betaald door mijn moeder, ik kan dus op het moment geen rekening kopie sturen want mijn ouders zijn er niet. Ik kan dit wel over een paar weken doen. De prijs van de jurk was € 13.900,00 en de sluier kostte € 2.500,00.

Wanneer denk u dat de jurk en sluier klaar zijn?"

3.1.8.

[handelsnaam vof] heeft [appellante] in haar e-mail van 9 oktober 2013 als volgt bericht:

'Met genoegen gaan wij je bruidsjapon reinigen. Je hebt de aankoopprijs al gemaild dus hoef je geen kopie van de aankoopbon te sturen hoor! Dit is voldoende. Mogen we even de tijd hebben voor deze bijzondere bruidsjapon? Ik denk dat medio december/januari de bruidsjapon klaar is en retour gebracht wordt. Je krijgt ruim vtvt hier een mail over welke dag en tijd dit is. We gaan er wat moois van maken. Fijne dag gewenst!'

3.1.9

[handelsnaam vof] heeft de bruidsjurk van [appellante] gereinigd en de (boven)rok en een aantal onderlagen (tule) voorzien van een sierrand. [handelsnaam vof] heeft de bruidsjurk vervolgens naar het atelier van Jan Taminiau gebracht.

3.1.10

[appellante] heeft [handelsnaam vof] vervolgens door middel van de e-mail van
15 november 2013 het volgende bericht:

'Vandaag ben ik bij Jan Taminiau geweest waar vorige week donderdag mijn jurk door u is afgeleverd. Reeds op woensdag kreeg ik melding via het kantoor van Jan Taminiau dat de jurk afweek van hoe zij hem afgeleverd hadden. Vandaag bleek dat jullie de handgerolde zoom verwijderd/afgeknipt hebben en de jurk afgelockt is aan de onderkant. Tevens zijn de tule onderrokdelen afgelockt wat niet oorspronkelijk het geval was. Het tule is daarna vastgemaakt aan de bovenrok, wat ook niet het geval was oorspronkelijk. Het meest schadelijk is de verwijdering/afknippen van de handgerolde zoom, dit is een couture jurk welke door het afknippen en daarna aflocken verpest is. Dit is onherstelbaar omdat nu zeker een centimeter stof mist als men een nieuw handgerolde zoom zou willen maken. Het is onbegrijpelijk dat jullie dit op eigen initiatief hebben gedaan. Ik wilde enkel een

reiniging van mijn jurk: Ik wil bij deze mijn machtiging van de betaling van het reinigen herroepen en ga ervanuit dat jullie de 100% garantie waar gaan maken.'

3.1.11

In de e-mail van 21 november 2013 heeft [handelsnaam vof] als volgt gereageerd:

'(...) We hebben met alle zorg en trots én in vertrouwen je schone en mooie bruidsjapon weer nar Jan Taminiau gebracht en hadden deze reactie totaal niet verwacht. We hebben met uiterste zorgvuldigheid v.t.v. duidelijk alles met je besproken via de mail want per telefoon was je meestal niet te bereiken. We hebben je verteld wat er allemaal moest gebeuren voordat we jouw bruidsjapon weer schoon, gerepareerd en onbeschadigd bij je retour

kunnen brengen. Dat betekende ook dat we beschadigingen die op de trouwdag veroorzaakt zijn weer gaan herstellen en hoe we verdere beschadigingen tijdens de reiniging kunnen voorkomen. Dat maakt [handelsnaam vof] ook bijzonder omdat wij daarmee de puntjes op de i zetten zodat een bruidsjapon er weer als nieuw uit komt te zien. Vandaar dat wij o.a. organza lagen en een aantal grove tule lagen die verruwd waren door het slepen over de

grond en niet afgezoomd of gelockt waren, vóór de reiniging eerst gelockt hebben om verder rafelen te voorkomen bij de reiniging. Evenzo de zijden gerolde zoom die op diverse plekken beschadigd was door het slepen over de grond. Je begrijpt dat er bij zo'n reparatie de rok wat korter wordt echter bij het aflocken is dat hooguit tussen de 2 mm en halve centimeter. Bij een nieuwe rolzoom in zetten zou er het dubbele afgaan vandaar de keuze van de sierlock wat wij jou voorstelden. Dit alles heb ik van te voren met je overlegt en je bent ermee

akkoord gegaan zie onderstaande mailtjes.'

3.1.12

[appellante] heeft [handelsnaam vof] in reactie daarop bij brief van 22 november 2013

bericht:

'(...) U zegt dat ik had moeten begrijpen dat de jurk korter wordt, hoe had ik dat moeten begrijpen? Wanneer heeft u dat gezegd en wanneer ben ik daarmee akkoord gegaan? U kunt duidelijk lezen dat ik akkoord ga met het stomen van de jurk. Nergens spreekt u over het aflocken van het tule ter voorkoming van het rafelen tijdens het stomen. Dit had u mij voor moeten leggen en mij de keuze moeten geven of ik wilde dat u de handgerolde zoom

eraf zou knippen en of u de tule onderrok mocht aflocken ter voorkoming van rafelen en of u de bovenrok mocht vastnaaien op het tule, dit alles heeft u niet gedaan noch heb ik hiervoor mijn toestemming gegeven. U heeft eigenhandig aanpassingen gepleegd aan een couturejurk. Van het atelier van Jan Taminiau heb ik begrepen dat het herstellen van de jurk onmogelijk is daarom spreek ik u wederom aan op uw 100% garantie, ik verwacht een passende reactie van u voor 29.11.2013.'

3.1.13

[handelsnaam vof] heeft vervolgens bij e-mail van 2 december 2013 als volgt gereageerd:

'Wij hebben even de tijd genomen voordat we jouw laatste brief beantwoorden.

[handelsnaam vof] is een bedrijf wat zich bewust is dat zij werk doet wat nauw verbonden is met de emotie van de klant, haar trouwjapon. Ondanks alle zorg en communicatie die er aan u en aan uw trouwjapon is besteed, bent u niet tevreden en dat vinden we jammer. Want ons streven is niet ons gelijk, maar een tevreden klant. Een klant die mooie herinneringen overhoud van haar trouwdag, haar trouwjurk en daardoor ook aan [handelsnaam vof] .

We stellen daarom voor dat mijn man [geïntimeerde 2] , die ook uw bruidsjapon heeft afgehaald, persoonlijk naar u toekomt voor een gesprek. Met als doel om samen naar mogelijkheden te zoeken om uit de ontstane situatie te komen. Wij denken we dan sneller een bevredigend resultaat kunnen bereiken dan communiceren per mail en/of brief.

Wilt u ons laten weten of u hiervoor voelt en wanneer en waar dit het beste voor u kan plaatsvinden.'

3.1.14

[appellante] heeft [handelsnaam vof] vervolgens aangesproken tot vergoeding van de waarde van haar trouwjurk, zijnde een bedrag van € 14.659. [handelsnaam vof] heeft aansprakelijkheid van de hand gewezen.

3.1.15

In een brief van 12 februari 2015 schrijft [X] , coupeuse bij het atelier van Taminiau onder meer het volgende.

"Met betrekking tot de bovenstof van het rokdeel zijn er twee opties.

1. De zoom is losgehaald en vervolgens is er tijdens het locken een randje afgesneden waarbij de japon bij de stomerij minimaal 5 millimeter korter geworden is.

2. De zoom is niet is losgehaald en de lokmachine heeft de oude zoem er af gesneden waarbij de japon bij de stomerij minimaal 10 millimeter korter geworden is.

Om de zoom in originele staat te herstellen zal de zoom bij het verwijderen van de machinale lockrand minimaal 5 millimeter korter worden. Opnieuw handzomen neemt ongeveer 10 millimeter stof waardoor de japon in totaal minimaal 20 millimeter korter wordt. Dit is niet acceptabel voor een op maat gemaakt kledingstuk waarvan de zoom precies op de vloer moet vallen. Voor een juiste reparatie zal het gehele rokdeel vervangen moeten worden."

4 Het geschil en de beoordeling van de (overige) grieven

4.1

[appellante] heeft gevorderd dat [handelsnaam vof] wordt veroordeeld tot betaling van het aankoopbedrag van de jurk, te vermeerderen met kosten en rente. Zij heeft daartoe gesteld dat de jurk onherstelbaar is beschadigd door de aanpassingen die [handelsnaam vof] heeft verricht (hierna 'verstelwerk' te noemen) zonder daartoe opdracht te hebben gehad. Zij beroept zich op de door [handelsnaam vof] gegeven garantie. De kantonrechter heeft de vordering afgewezen, kort gezegd omdat [handelsnaam vof] redelijkerwijs heeft mogen begrijpen dat [appellante] akkoord ging met het voorstel om, in verband met slijtage aan de randen, een aantal lagen van de jurk van een sierrand te voorzien. De grieven komen vanuit diverse invalshoeken tegen dat oordeel op. Het standpunt van [appellante] komt er ook in hoger beroep op neer dat zij de jurk onbeschadigd bij [handelsnaam vof] heeft afgeleverd en dat zij daarna - anders dan de kantonrechter heeft aangenomen - uitsluitend de reiniging van de bruidsjurk met [handelsnaam vof] is overeengekomen.

4.2

Bij de beantwoording van de vraag of de verstelwerkzaamheden zijn overgekomen, komt het aan op de zin die partijen ter zaken over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

4.3

Het hof stelt vast dat [appellante] op geen enkel moment uitdrukkelijk heeft ingestemd met het door [handelsnaam vof] beschreven verstelwerk. Uit de mailwisseling tussen partijen heeft [handelsnaam vof] dat ook niet kunnen afleiden. Toen [appellante] op
26 september 2013 om een duidelijke prijsopgave vroeg, refereerde zij immers aan een mail van [handelsnaam vof] waarin uitsluitend over het reinigen van de jurk werd gesproken. In antwoord hierop spreekt [handelsnaam vof] over een prijs voor het reinigen van € 750,- respectievelijk € 125,-. In die mail is een onderscheid gemaakt tussen reiniging en verstelwerk. In verband met dat laatste wordt over arbeidsuren gesproken, zonder dat duidelijk wordt gemaakt of die uren in de prijs voor het reinigen zijn inbegrepen, dan wel of die uren afzonderlijk zullen worden gedeclareerd. Om die reden had [handelsnaam vof] er niet voetstoots van mogen uitgaan dat [appellante] ook met die herstelwerkzaamheden instemde, toen zij antwoordde dat zij de met de prijzen voor het stomen akkoord ging, zonder daarbij op het verstelwerk in te gaan; gegeven de mogelijkheid van een bij [appellante] op dat punt levend misverstand had [handelsnaam vof] bij haar moeten navragen of die veronderstelling juist was. Een enkele mail had daartoe volstaan. Omdat zij dat niet heeft gedaan, kan [appellante] niet geacht worden met het verstelwerk te hebben ingestemd.

4.4

Het voorgaande betekent dat de grieven slagen.

4.5

Het feit dat de grieven slagen, betekent niet dat daarmee ook het beroep op de garantie slaagt. Om de navolgende reden is dat ook niet het geval.

4.6

Het verweer van [handelsnaam vof] houdt kortgezegd in dat de garantie uitsluitend ziet op het reinigen van de jurk, althans dat het verstelwerk waarvoor de garantie ook geldt, tussen partijen wel degelijk is overeengekomen. In dat standpunt ligt besloten dat de garantie is gegeven ter zake van schade die ontstaat bij de uitvoering van tussen partijen overeengekomen werkzaamheden. De garantie beperkt zich volgens [handelsnaam vof] dus tot de werkingssfeer van de overeenkomst.

4.7

De stellingen van [appellante] komen erop neer dat de overeenkomst zich tot de reiniging beperkte. In de lezing van [handelsnaam vof] was in dat geval ook de garantie tot die werkzaamheden beperkt. Omdat [handelsnaam vof] niet is tekortgeschoten bij het reinigen van de jurk (partijen zijn het daarover eens), komt [appellante] dan ook geen beroep op de garantie toe indien enerzijds van de stellingen van [appellante] en anderzijds van het verweer van [handelsnaam vof] zou moeten worden uitgegaan.

4.8

In het licht van dit verweer van [handelsnaam vof] had het op de weg van [appellante] gelegen haar standpunt te onderbouwen dat de garantie ziet op alle door [handelsnaam vof] verrichte werkzaamheden - dus ook op werkzaamheden die volgens haar zélf niet zijn overeengekomen. Zonder dergelijke onderbouwing kan zij in dat standpunt niet worden gevolgd. Omdat die onderbouwing ontbreekt, faalt het beroep op de garantie.

4.9

Voor zover [appellante] heeft bedoeld (subsidiair) te stellen dat [handelsnaam vof] onrechtmatig schade aan de jurk heeft veroorzaakt, geldt het volgende.

4.10

Indien [handelsnaam vof] zonder daar opdracht toe te hebben de originele staat van de jurk heeft veranderd, is dat tegenover [appellante] onrechtmatig. De vraag of - en zo ja, in hoeverre - daaruit schade is voortgevloeid, zal hierna worden besproken.

4.11

[appellante] heeft niet bestreden dat het mogelijk is (i) het aflocken van enkele onderrokken (tule) en van de bovenrok ongedaan te maken, (ii) de tule en bovenrok weer los te maken en (iii) de rolzoom opnieuw aan te brengen. In dat geval zou de jurk volgens haar echter minimaal twee centimeter korter worden. Daarmee zou de jurk 'technisch gezien' onherstelbaar zijn beschadigd. Het gaat immers om een op maat gemaakt unicum met museale waarde, dat als investeringsobject is aangeschaft, aldus [appellante] . Dit standpunt is onverenigbaar met de uitlatingen van mw. [X] , waar [appellante] zich op beroept. [X] gaat immers uit van de mogelijkheid van een 'juiste reparatie' (vervanging van het gehele rokdeel). In zoverre is het standpunt van [appellante] dat de jurk onherstelbaar is beschadigd onbegrijpelijk. Daar komt het volgende bij.

4.12

Dat de jurk (kennelijk vanwege de 'museale waarde', en enkel in originele staat) als investeringsobject kan worden beschouwd, is in geen enkel opzicht onderbouwd. Voorop staat het vaststaande feit dat de jurk is gemaakt om te dienen als huwelijksjurk voor [appellante] , en als zodanig ook heeft dienst gedaan. In dat licht had [appellante] moeten toelichten wat de veronderstelde museale kwaliteiten van de jurk nadien waren en waarop dat standpunt is gebaseerd. Hetzelfde geldt voor de door haar uitgesproken 'verwachting' dat de jurk (kennelijk opnieuw: uitsluitend in originele staat) in waarde zal stijgen. Het enkele feit dat het gaat om een kostbare, op maat gemaakte jurk van een beroemd couturier, volstaat wat dat aangaat geenszins als onderbouwing. Bovendien valt zonder toelichting niet in te zien dat, en in hoeverre, de jurk zijn waarde zou verliezen als deze twee centimeter is ingekort.

4.13

De stelling dat de 'val' van de jurk anders is geworden, is niet onderbouwd in de situatie dat de aanpassingen ongedaan zijn gemaakt. Betoogd is immers dat de val door die aanpassingen is veranderd.

4.14

[handelsnaam vof] heeft gemotiveerd bestreden dat de jurk na herstel als bedoeld in de eerste volzin van rechtsoverweging 4.10 (minimaal) twee centimeter korter zou zijn. [appellante] heeft van die stelling geen bewijs aangeboden, en het hof ziet geen reden haar ambtshalve tot bewijslevering toe te laten.

4.15

Al het voorgaande betekent dat de onderbouwing van de schadevordering tekort schiet waar het gaat om de aantasting van de oorspronkelijke staat van de jurk. Aannemelijk is, dat de kosten van vervanging van een compleet rokdeel aanzienlijk hoger zouden liggen dan de kosten die zijn gemoeid met het ongedaan maken van het aflocken van enkele onderrokken en de bovenrok, het weer los maken van de tule en bovenrok en het opnieuw aanbrengen van de rolzoom. Tot die laatste kosten is de schade dan ook beperkt. Omdat het hof geen inzicht heeft in die kostenpost, zal de zaak naar de rol worden verwezen om [appellante] in de gelegenheid te stellen zich daar over uit te laten en haar vordering er aan de hand van bewijsstukken op toe te spitsen.

5 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

alvorens nader te beslissen:

stelt [appellante] in de gelegenheid zich bij akte ter rolle uit te laten in de hiervoor onder 4.15 bedoelde zin;

verwijst daartoe de zaak naar de rolzitting van dinsdag 27 september 2016 voor akte aan de zijde van [appellante] .

Dit arrest is gewezen door mrs. M.W. Zandbergen, R.E. Weening en J. Smit en is uitgesproken door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 30 augustus 2016.