Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:6964

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
30-08-2016
Datum publicatie
13-10-2016
Zaaknummer
200.187.211
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bewind. Ontslag bewindvoerder op eigen verzoek, ontslag van verplichting tot eindrekening en verantwoording.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PFR-Updates.nl 2016-0273

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.187.211

(zaaknummer rechtbank Gelderland 4633117)

beschikking van 30 augustus 2016

inzake

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats],
verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: de rechthebbende,

advocaat: mr. I.M.M. Verhaak te Huissen, gemeente Lingewaard,

en

[verweerster]

in haar hoedanigheid van ontslagen bewindvoerder over de goederen van de rechthebbende,

wonende te [woonplaats],

verweerster in hoger beroep, verder te noemen: [verweerster],

en

de besloten vennootschap [verweerster] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

verweerster in hoger beroep, verder te noemen: [verweerster] B.V.,

advocaat: mr. M.T. Lamers te Nijmegen.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland (team bewind en erfrecht, locatie Zutphen) van 2 december 2015, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift met producties, ingekomen op 2 maart 2016;

- het verweerschrift van [verweerster] B.V. met producties, ingekomen op 14 juni 2016.

2.2

De mondelinge behandeling heeft op 21 juli 2016 plaatsgevonden. De rechthebbende is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn advocaat. Voorts is verschenen [verweerster], zowel in haar hoedanigheid van ontslagen bewindvoerder als in die van statutair bestuurder van [verweerster] B.V., de opvolgend bewindvoerder. [verweerster] B.V. is bijgestaan door haar advocaat.

3 De vaststaande feiten

3.1

De rechthebbende is geboren op [geboortedatum] 1976.

3.2

Bij beschikking van 3 juni 2013 heeft de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, over alle tegenwoordige en toekomstige goederen die toebehoren aan de rechthebbende een bewind in de zin van artikel 1:431 Burgerlijk Wetboek (BW) ingesteld en [verweerster] tot bewindvoerder benoemd.

3.3

Bij beschikking van 13 februari 2015 heeft de kantonrechter het verzoek van de rechthebbende om [verweerster] als bewindvoerder te ontslaan en [A.] tot opvolgend bewindvoerder te benoemen, afgewezen. Bij beschikking van 13 oktober 2015 heeft dit hof deze beschikking bekrachtigd.

3.4

Bij verzoekschrift, ingekomen bij de rechtbank op 2 september 2015, heeft [verweerster] de kantonrechter verzocht haar te ontslaan als bewindvoerder met gelijktijdige benoeming van [verweerster] B.V. tot opvolgend bewindvoerder. [verweerster] is statutair bestuurder van deze vennootschap.

3.5

Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter [verweerster] ontslagen als bewindvoerder met gelijktijdige benoeming van [verweerster] B.V. tot opvolgend bewindvoerder, een en ander met ingang van 3 december 2015. Voorts heeft de kantonrechter bij deze beschikking [verweerster] ontslagen van de verplichting eindrekening en verantwoording af te leggen.

3.6

Op 26 januari 2016 heeft [verweerster] aan de kantonrechter rekening en verantwoording afgelegd over de periode van 3 juni 2013 tot en met 31 december 2013 en over de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014. De kantonrechter heeft daaraan op 3 maart 2016 goedkeuring verleend.

4 De omvang van het geschil

4.1

De rechthebbende is met twee grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Hij verzoekt het hof deze beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, het inleidend verzoek van [verweerster] alsnog af te wijzen.

4.2

[verweerster] B.V. en [verweerster] hebben verweer gevoerd. [verweerster] B.V. heeft in haar verweerschrift het hof verzocht om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het hoger beroep van de rechthebbende af te wijzen als zijnde ongegrond en de bestreden beschikking te bekrachtigen dan wel in stand te laten,

* primair zonder proceskostenveroordeling met de expliciete bepaling dan wel overweging

dat de kosten van het hoger beroep onder de bewindskosten vallen;

* subsidiair met veroordeling van de rechthebbende in de proceskosten, waarbij de

proceskosten worden vastgesteld op de werkelijke advocaatkosten plus de extra

bewindskosten die niet onder de reguliere bewindsvergoeding vallen;

* meer subsidiair met veroordeling van de rechthebbende in de proceskosten vast te stellen

conform het liquidatietarief althans op een bedrag dat het hof juist acht.

5 De motivering van de beslissing

5.1

Op grond van artikel 1:448 lid 2 BW kan een bewindvoerder zich op eigen verzoek te allen tijde door de kantonrechter laten ontslaan.

5.2

De grieven van de rechthebbende, die zich voor gezamenlijke bespreking lenen, komen in de kern op het volgende neer. Volgens de rechthebbende had de kantonrechter niet mogen overgaan tot ontslag van [verweerster] als bewindvoerder en benoeming van [verweerster] B.V. tot opvolgend bewindvoerder voordat [verweerster] eindrekening en verantwoording had afgelegd over de periode waarin zijzelf bewindvoerder is geweest. De aansprakelijkheid van een (natuurlijk) persoon voor eventuele fouten is anders dan die van een besloten vennootschap en uit de in januari 2016 ingediende rekening en verantwoording over de perioden van 3 juni 2013 tot en met 31 december 2013 en 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014 blijkt van een ernstig tekortschieten van [verweerster] in de uitvoering van haar taak, aldus de rechthebbende.

5.3

Het hof oordeelt hieromtrent als volgt.

5.4

De rechthebbende heeft blijkens zijn betoog op zichzelf geen bezwaar tegen een overdracht van het bewind aan [verweerster] B.V., maar meent dat een dergelijke overdracht niet mag plaatsvinden voordat eindrekening en verantwoording door [verweerster] is afgelegd. Dit standpunt is onjuist omdat voor het ontslag van een bewindvoerder met gelijktijdige benoeming van een opvolgend bewindvoerder het afleggen van eindrekening en verantwoording geen voorwaarde is.

5.5

Op grond van artikel 1:445 lid 1 BW brengt het ontslag van [verweerster] mee dat [verweerster] ten overstaan van de kantonrechter eindrekening en verantwoording dient af te leggen aan de opvolgend bewindvoerder [verweerster] B.V. Ter mondelinge behandeling in hoger beroep is gebleken dat [verweerster] in haar hoedanigheid van statutair bestuurder van [verweerster] B.V. inmiddels de rekening en verantwoording over het volledige jaar 2015 bij de kantonrechter heeft ingediend. Daarmee is het afzonderlijk afleggen van eindrekening en verantwoording door [verweerster] aan [verweerster] B.V. overbodig geworden.

5.6

De klacht van de rechthebbende dat uit de afgelegde rekening en verantwoording over 2013 en 2014 blijkt van een ernstig tekortschieten door [verweerster] in haar taakvervulling en dat om die reden [verweerster] niet had mogen worden ontslagen, faalt. De vraag of [verweerster] zich op behoorlijke wijze van haar taak heeft gekweten leent zich niet voor een beoordeling in deze procedure in hoger beroep. Bovendien maakt een eventuele ondeugdelijke taakuitoefening niet dat de kantonrechter [verweerster] niet op haar eigen verzoek had mogen ontslaan.

5.7

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de beschikking van de kantonrechter zal worden bekrachtigd.

5.8

[verweerster] B.V. heeft primair verzocht te bepalen dan wel te overwegen dat de kosten van het hoger beroep onder de bewindskosten vallen. Blijkens de toelichting bij dit verzoek verstaat zij onder de kosten van het hoger beroep de door haarzelf vanwege het hoger beroep gemaakte extra uren, haar advocaatkosten en het verschuldigde griffierecht. Enige bedragen heeft zij niet genoemd noch zijn daartoe onderliggende stukken overgelegd.

5.9

Het hof zal dit verzoek afwijzen. [verweerster] B.V. dient zich in het onderhavige geval met dit verzoek alsnog tot de kantonrechter te wenden. Deze zal dan beoordelen of en, zo ja, in hoeverre de bewuste kosten ten laste van het onder bewind gestelde vermogen van de rechthebbende mogen worden gebracht.

5.10

Ook het subsidiaire en het meer subsidiaire verzoek van [verweerster] B.V. om de rechthebbende in de proceskosten te veroordelen zullen worden afgewezen. Het hof ziet in de bijzondere aard van de onderhavige procedure aanleiding om geen proceskostenveroordeling uit te spreken.

6 De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland (team bewind en erfrecht, locatie Zutphen) van 2 december 2015;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. P.M.M. Mostermans, R. Feunekes en B.F. Keulen, bijgestaan door de griffier, en is op 30 augustus 2016 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.