Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:6960

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
31-08-2016
Datum publicatie
31-08-2016
Zaaknummer
21-005412-15
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2015:5807, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een tweetal plofkraken. Bij de eerste is wel en bij de tweede geen geld buitgemaakt. Beide plofkraken zijn professioneel voorbereid. Het hof legt - gelet op de ernst van de feiten en de proces-houding van verdachte - in hoger beroep een hogere straf op dan de rechtbank in eerste aanleg heeft opgelegd. Strafoplegging: drie jaren en zes maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-005412-15

Uitspraak d.d.: 31 augustus 2016

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 14 september 2015 met parketnummer 05-880459-15 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1989] ,

wonende te [woonplaats] ,

thans verblijvende in [PI. verblijfplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 16 februari 2016 en 17 augustus 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 32 maanden en tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in haar vordering.

De vordering van de advocaat-generaal is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. J.G.M. Dassen, naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Verdachte is bij vonnis waarvan beroep vrijgesproken van de onder 1 ten eerste en het onder 3 ten eerste, cumulatief tenlastegelegde feiten. Hoger beroep tegen deze gegeven vrijspraken staat niet open. Het hof zal verdachte daarom in zoverre niet-ontvankelijk verklaren.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, omdat het hof tot een andere bewijsbeslissing komt. Daarnaast komt het hof tot een andere strafoplegging. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep- tenlastegelegd dat:

1:

ten tweede:

hij op of omstreeks 06 maart 2015 te Nijkerk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk vanuit gasflessen een brandbaar en/of explosief mengsel van gassen in een geldautomaat van de [naam bank 1] en/of een bij die geldautomaat behorende kluis gebracht en/of (vervolgens) dat mengsel van gassen door middel van een ontstekingsmechanisme ontstoken en/of tot ontploffing gebracht, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten die geldautomaat en/of die kluis en/of het gebouw waarin die geldautomaat en/of die kluis zich bevond(en) en/of de belendende en/of nabij die geldautomaat gelegen panden, te duchten was;

en/of

ten derde:

hij op of omstreeks 06 maart 2015 te Nijkerk, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit (een kluis van) een geldautomaat van de [naam bank 1] , weg te nemen een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan de [naam bank 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die plaats des misdrijfs te verschaffen en/of voormeld(e) goed(eren) onder hun of verdachtes bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, tezamen en in vereniging met verdachtes mededader(s), althans alleen, met gas en/of zuurstof, althans een of meer brandbare stof(fen) een explosie/ontploffing heeft/hebben veroorzaakt, waardoor (de kluis van) voornoemde geldautomaat geheel of gedeeltelijk is geopend, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2 primair:
hij op of omstreeks 03 november 2014 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een motorvoertuig (Audi), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een (nog) onbekend persoon, in elk

2 subsidiair:
hij in of omstreeks de periode van 03 november 2014 tot en met 06 maart 2015 te Amsterdam en/of te Nijkerk en/of te Amersfoort, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een motorvoertuig (Audi) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat voertuig wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

3

ten tweede:

hij op of omstreeks 19 december 2014 te Middelburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk vanuit gasflessen een brandbaar en/of explosief mengsel van gassen in een geldautomaat van de [naam bank 2] en/of een bij die geldautomaat behorende kluis gebracht en/of vervolgens dat mengsel van gassen door middel van een ontstekingsmechanisme ontstoken en/of tot ontploffing gebracht, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten die geldautomaat en/of die kluis en/of het gebouw waarin die geldautomaat en/of die kluis zich bevond(en) en/of de belendende en/of nabij die geldautomaat gelegen panden te duchten was en/of terwijl daarvan levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (toevallige) voorbijgangers en/of één of meer bewoner(s) van bovenliggende woning(en) te duchten was;

en/of

ten derde:

hij op of omstreeks 19 december 2014 te Middelburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een geldautomaat(gelegen en/of gevestigd in een pand aan de [adres] ) heeft weggenomen ongeveer 80.400 Euro, althans een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam bank 2] ., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s)zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 2 primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Op grond van het onderzoek ter terechtzitting kan niet worden vastgesteld dat verdachte betrokken is geweest bij de diefstal van de Audi op 3 november 2014. Ook is niet vast te stellen wanneer verdachte de Audi heeft verworven of voorhanden heeft gekregen en dat verdachte ten tijde van het verwerven of voorhanden krijgen van de auto wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof, hetgeen is vereist voor een bewezenverklaring van de ten laste gelegde opzetheling.

Bewijsoverweging

Verdachte heeft met betrekking tot de onder 1 ten tweede en ten derde ten laste gelegde feiten, de plofkraak in Nijkerk, ter terechtzitting in hoger beroep zijn betrokkenheid daarbij toegegeven. Met betrekking tot de onder 3 ten tweede en ten derde tenlastegelegde feiten, de plofkraak in Middelburg, ontkent verdachte zijn betrokkenheid. Hij heeft verklaard dat hij na de plofkraak weliswaar op 22 en 23 december 2014 twee keer op en neer naar Middelburg is gereden, maar dat dat was omdat medeverdachte [medeverdachte 1] (verder [medeverdachte 1] ) daar toen een Audi ging kopen en hij, verdachte, [medeverdachte 1] daar beide keren naartoe heeft gebracht.

Het hof is van oordeel dat op grond van de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen, er sprake is van medeplegen door verdachte van beide feiten. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof overweegt in het bijzonder het volgende.

Verdachte heeft voor het eerst in hoger beroep toegegeven betrokken te zijn geweest bij de plofkraak in Nijkerk. Hij bestuurde de in november 2014 in Amsterdam gestolen Audi (kenteken [kenteken] ), die is gezien bij de bank. Verdachte is in Amersfoort met deze auto uit de bocht gevlogen. Twee inzittenden, medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , zijn daarbij gewond geraakt, verdachte is te voet gevlucht en is pas later aangehouden. In de auto zijn onder andere gasflessen en een jerrycan en een houten balk gevonden die bij de plofkraak zijn gebruikt.

Door [aangever] is namens de [naam bank 2] . aangifte gedaan van de op 19 december 2014 gepleegde plofkraak in Middelburg, waarbij de geldautomaat is opgeblazen en aan de binnen- en buitenzijde grotendeels is vernield. De daders hebben € 80.400,00 buitgemaakt.

Uit politieonderzoek is komen vast te staan dat de plofkraak in Middelburg, gepleegd op 19 december 2014, grote gelijkenis vertoont met die in Nijkerk. Bij dat feit is dezelfde Audi gebruikt die later ook in Nijkerk is gebruikt. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij bij de plofkraak in Middelburg betrokken is geweest, onder andere samen met verdachte. Hij heeft in zijn verhoor bij de politie (in het onderzoek “Wedel”) van 14 juli 2015 gedetailleerd verklaard over de rol en aanwezigheid van verdachte bij deze plofkraak. Verdachte heeft flessen in de Audi gezet en heeft de Audi in een box gezet. De vriendin van [medeverdachte 1] , getuige [getuige] , heeft verklaard dat zij in Middelburg was op de dag van de plofkraak en dat verdachte er toen ook bij was. Verdachte heeft toen in de Audi gereden. [medeverdachte 1] reed destijds in een huurauto, een Opel Corsa. Deze auto is blijkens Track en Trace gegevens op 19 december 2014 in Middelburg geweest.

Uit ANPR-gegevens blijkt dat de Audi op 19 december 2014 samen met de Opel van [medeverdachte 1] Zeeland is binnengekomen. De Audi heeft pas op 23 december 2014 Zeeland verlaten. Verdachte had destijds ook de beschikking over de VW Polo van zijn in Amsterdam woonachtige vriendin. Deze auto is blijkens de ANPR-gegevens op 22 december 2014 Zeeland binnengereden en twee uur later weer uitgereden. Op 23 december 2014 is de VW Polo om 21.44 uur op de A58 Zeeland in gereden, en op 22.55 uur Zeeland weer uit gereden, dus kort voordat de bij de plofkraak in Middelburg betrokken Audi de provincie Zeeland verliet.

Op basis van deze bewijsmiddelen acht het hof bewezen dat verdachte ook als medepleger bij de plofkraak in Middelburg betrokken is geweest.

Het hof hecht, gelet op het hiervoor genoemde, geen enkel geloof aan de ter terechtzitting van het hof op 17 augustus 2016 door verdachte afgelegde verklaring dat hij op 22 en 23 december 2014 in Zeeland is geweest omdat [medeverdachte 1] daar een Audi had gekocht en dat hij, verdachte, die ging ophalen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 3 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1:
ten tweede

hij op of omstreeks 06 maart 2015 te Nijkerk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk vanuit gasflessen een brandbaar en/of explosief mengsel van gassen in een geldautomaat van de [naam bank 1] en/of een bij die geldautomaat behorende kluis gebracht en/of (vervolgens) dat mengsel van gassen door middel van een ontstekingsmechanisme ontstoken en/of tot ontploffing gebracht, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten die geldautomaat en/of die kluis en/of het gebouw waarin die geldautomaat en/of die kluis zich bevond(en) en/of de belendende en/of nabij die geldautomaat gelegen panden, te duchten was;

en/of

ten derde:

hij op of omstreeks 06 maart 2015 te Nijkerk, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit (een kluis van) een geldautomaat van de [naam bank 1] , weg te nemen een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan de [naam bank 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die plaats des misdrijfs te verschaffen en/of voormeld(e) goed(eren) onder hun of verdachtes bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, tezamen en in vereniging met verdachtes mededader(s), althans alleen, met gas en/of zuurstof, althans een of meer brandbare stof(fen) een explosie/ontploffing heeft/hebben veroorzaakt, waardoor (de kluis van) voornoemde geldautomaat geheel of gedeeltelijk is geopend, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3:
ten tweede:

hij op of omstreeks 19 december 2014 te Middelburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk vanuit gasflessen een brandbaar en/of explosief mengsel van gassen in een geldautomaat van de [naam bank 2] en/of een bij die geldautomaat behorende kluis gebracht en/of vervolgens dat mengsel van gassen door middel van een ontstekingsmechanisme ontstoken en/of tot ontploffing gebracht, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten die geldautomaat en/of die kluis en/of het gebouw waarin die geldautomaat en/of die kluis zich bevond(en) en/of de belendende en/of nabij die geldautomaat gelegen panden te duchten was en/of terwijl daarvan levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (toevallige) voorbijgangers en/of één of meer bewoner(s) van bovenliggende woning(en) te duchten was;

en/of

ten derde:

hij op of omstreeks 19 december 2014 te Middelburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een geldautomaat (gelegen en/of gevestigd in een pand aan de [adres] ) heeft weggenomen ongeveer 80.400 Euro, althans een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam bank 2] ., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak verbreking en/of inklimming.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 ten tweede en ten derde en het onder 3 ten tweede en ten derde bewezen verklaarde levert op:

1 ten tweede:

medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;

en

1 ten derde:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

3 ten tweede:

medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;

en

3 ten derde:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

In eerste aanleg heeft de officier van justitie gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaar en zes maanden voor betrokkenheid bij twee plofkraken (de feiten 1 en 3).

De rechtbank heeft verdachte voor de feiten 1, 2 en 3 veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tweeëndertig maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld voor dezelfde feiten en tot dezelfde straf als de rechtbank heeft opgelegd, dus tot tweeëndertig maanden, met aftrek van voorarrest.

Namens verdachte is een lagere straf bepleit, alleen al omdat verdachte slechts voor feit 1 zou kunnen worden veroordeeld en hij voor de feiten 2 en 3 zou moeten worden vrijgesproken.

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen -en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven aanmerkelijke duur leiden.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan twee plofkraken. In Nijkerk is in maart 2015 de geldautomaat wel tot ontploffing gebracht, maar is geen geld buitgemaakt. In Middelburg is in december 2014 bij de plofkraak een bedrag van ruim

€ 80.000 weggenomen.

Beide plofkraken zijn professioneel voorbereid.

Naar het oordeel van het hof betreft het twee ernstige strafbare feiten. Bij de plofkraken is gevaar voor goederen ontstaan en is zeer veel materiële schade veroorzaakt.

Hoewel uit dit dossier niet kan worden afgeleid dat er ook direct gevaar is ontstaan voor personen behoeft het geen betoog dat een plofkraak, eens te meer wanneer die midden in de nacht plaatsvindt, zeer veel onrust veroorzaakt voor omwonenden.

Verdachte is eerder ter zake van vermogens- en andere delicten veroordeeld.

Verdachte heeft zijn betrokkenheid bij de plofkraak in Nijkerk in hoger beroep toegegeven, zij het na gebruikmaking van zijn zwijgrecht en ontkenning in eerste aanleg. Hij heeft zijn aandeel in de plofkraak in Middelburg willen verhullen door in hoger beroep een andere uitleg te geven aan vaststaande zaken, zoals zijn aanwezigheid in Zeeland op 22 en 23 december 2014. Daarmee heeft hij naar het oordeel van het hof geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor zijn betrokkenheid bij de geslaagde plofkraak.

Alle omstandigheden in aanmerking genomen is het hof van oordeel dat de straf die door de advocaat-generaal is gevorderd en door de rechtbank is opgelegd onvoldoende recht doet aan de ernst van de feiten. Het hof is van oordeel dat aan verdachte een gevangenisstraf dient te worden opgelegd die gelijk is aan de eis van de officier van justitie in eerste aanleg. Het hof acht een gevangenisstraf voor de duur van drie jaar en zes maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden.

Benadeelde partij

De benadeelde partij de [naam bank 1] is in eerste aanleg niet-ontvankelijk in haar vordering verklaard. De vordering is in hoger beroep niet gehandhaafd zodat die verder geen bespreking behoeft.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 45, 47, 57, 63, 157, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet ontvankelijk in zijn hoger beroep, voor zover gericht tegen de onder 1 ten eerste en 3 ten eerste tenlastegelegde feiten.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 ten tweede en ten derde en het onder 3 ten tweede en ten derde ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 ten tweede en ten derde en het onder 3 ten tweede en ten derde bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren en 6 (zes) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door

mr. A. van Waarden, voorzitter,

mr. M. Barels en mr. M.L.H.E. Roessingh-Bakels, raadsheren,

in tegenwoordigheid van J.R.M. Roetgerink, griffier,

en op 31 augustus 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. Barels is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.