Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:630

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
03-02-2016
Datum publicatie
03-02-2016
Zaaknummer
21-000697-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Woninginbraak, in vereniging gepleegd.

Medeplegen? Het hof komt op grond van de gebezigde bewijsmiddelen tot het oordeel dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking en dat verdachtes bijdrage van voldoende gewicht is geweest om hem als medepleger aan te merken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-000697-14

Uitspraak d.d.: 3 februari 2016

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland van 4 februari 2014 met parketnummer 06-940345-12 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Frankrijk) op [1980] ,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 20 januari 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman, mr. C.T. Pittau, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

primair:
hij op of omstreeks 01 september 2012 te Harderwijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning ( [adres] ) heeft weggenomen een hoeveelheid geld en/of een hoeveelheid

sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (het forceren van een raam);

subsidiair:
hij op of omstreeks 01 september 2012 te Harderwijk, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een hoeveelheid geld en/of sieraden heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde hoeveelheid geld en/of sieraden wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

meer subsidiair:
hij op of omstreeks 01 september 2012 te Harderwijk, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een hoeveelheid geld en/of sieraden heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde hoeveelheid geld en/of sieraden redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof overweegt daarbij in het bijzonder het volgende.

De raadsman van verdachte heeft betoogd dat – kort gezegd – uit de bewijsmiddelen niet blijkt van een nauwe en bewuste samenwerking van verdachte met de medeverdachten, en evenmin van enige bewustheid van de aanwezigheid van gestolen goederen, zodat verdachte van alle feiten moet worden vrijgesproken.

In het arrest van 2 december 2014 (ECLI:NL:HR:2014:3474) heeft de Hoge Raad een aantal aandachtspunten geformuleerd die zien op de vraag wanneer van medeplegen kan worden gesproken (r.o. 3.2.1 t/m 3.3.2). Samengevat overweegt de Hoge Raad dat voor medeplegen is vereist dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking.

De kwalificatie medeplegen is slechts dan gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde

- intellectuele en/of materiële - bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is. Dat geldt in vergelijkbare zin indien het medeplegen - bijvoorbeeld in de vorm van "in vereniging" - een bestanddeel vormt van de delictsomschrijving.

Uit de bewijsmiddelen blijkt het volgende:

Getuige [getuige] heeft gezien dat er drie personen in de achtertuin van de woning aan de

[adres] in Harderwijk richting het huis lopen. Eén van hen had een donkerblauw jack

aan en één had een wit shirt aan. Hij zag dat de voorste man witte handschoenen aantrok. Hij zag dat één van deze mannen een blauw met witte biezen gekleurde schoudertas om zijn

schouder droeg. Volgens [getuige] is dit dezelfde man die later op het dak klom met deze tas bij zich. Hij zag dat het raam van de woning open ging. Hij zag even later dat de drie mannen door diezelfde achtertuin in de richting van de achterpoort liepen. Hij zag dat de man met het witte shirt ter hoogte van [adres] op een aanbouw klom. Direct daarna zag hij dat de man met het donkerblauwe jack op datzelfde dak klom. Hij zag dat deze man een schoudertas bij zich droeg. Even later zag hij de man met het witte shirt met zijn handen in de lucht en heeft de politie beide mannen aangehouden.1

Op 1 september 2012 omstreeks 18:38 uur ontvingen verbalisanten de melding dat op dat

moment vermoedelijk werd ingebroken in de woning aan de [adres] te Harderwijk.

Verbalisant [verbalisant 1] zag vanuit een smal gangpad/steegje drie personen aan komen rennen.

Hij zag dat de personen ook de [straat] oprenden en dat ze donkere kleding droegen. Hij

zag dat een aantal van hen blauwe met witte tassen droegen.2 De personen hadden een

getinte huidskleur en voldeden aan het signalement. Verbalisant [verbalisant 1] riep hen aan met:

“politie, staan blijven”. Hij zag dat drie personen voor hen uit renden, kennelijk om

aanhouding te voorkomen. Hij zag dat twee personen op de [straat] rechtsaf een steegje inrenden. [verbalisant 1] zag dat één persoon rechtdoor rende. [verbalisant 1] rende achter deze ene persoon

aan. Hij was de persoon inmiddels zo dicht genaderd dat hij het lichaam van deze persoon

kon pakken. Doordat de verdachte doorrende kon [verbalisant 1] hem niet vastpakken. maar viel hij

op zijn romp en benen. De man, naar later bleek [medeverdachte 1] werd als verdachte

aangehouden.3

Verbalisant [verbalisant 2] hoorde in een melding dat een van de verdachten ter plaatse door

collega’s was aangehouden en dat de twee andere verdachten zich mogelijk zouden bewegen richting de [straat] . Verbalisant is ter plaatse gegaan. Hij zag dat een persoon komende vanuit de richting van de [straat] plotseling verscheen op het dak van de garage behorende bij het perceel [straat] 10. Hij zag op het platte dak van de garage twee mannen liggen. Zij hadden een Roemeens uiterlijk. Hij heeft de mannen met luide stem aangesproken en hen gesommeerd naar beneden te komen.4 Beide aangetroffen personen, te weten [verdachte] en [medeverdachte 2] , werden aangehouden.5

In zijn aangifte heeft [benadeelde] verklaard dat hij op 2 september 2012 werd gebeld door de politie te Harderwijk met de mededeling dat in zijn woning aan de [adres] in

Harderwijk was ingebroken. Er zijn een ring met nepbriljantjes, een horloge van Dolce &

Gabana, een ketting voorzien van nepbriljantjes en muntgeld weggenomen. Aangever

werden een horloge van het merk Dolce en Gabana, een ring met nepbriljantjes en een

ketting met nepbriljantjes getoond en hij heeft deze goederen herkend als zijnde zijn

eigendom en weggenomen uit zijn woning.6

Op het dak van de uitbouw behorende bij [adres] werd een blauwe schoudertas met witte biezen aangetroffen. Dit betrof de locatie waar [verdachte] en [medeverdachte 2] waren aangehouden. In deze tas werd een horloge aangetroffen van het merk Dolce&Gabana, welke door de aangever werd herkend als zijn eigendom.7

Uit het proces-verbaal van sporenonderzoek komt naar voren dat onderzoek is verricht aan

de woning. Verbalisant [verbalisant 5] zag indrukken en beschadigingen in de sluitnaad van de

tuindeur en de sponning. Deze indrukken vanaf de brandgangzijde richting de achtertuin

gezet. hij zag dat de sloten kapot waren.8 Hij zag dat er in de sluitnaad van de achterdeur, ter

hoogte van de dag- en nachtschoot, indrukken van een breek/steekvoorwerp bevonden. Hij

zag diverse indrukken en beschadigingen in de sluitnaad van het naar buiten draaiende

woonkamerraam en kozijn.9

Uit het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 3] komt naar voren dat hij bij de

aanhouding van [medeverdachte 1] zag en hoorde dat er klein muntgeld op het asfalt viel en dat

er een goudkleurige ketting bij lag.10

Uit het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 4] blijkt dat in de ruimte waar verdachte op dat moment ter insluiting werd gefouilleerd, in de hoek van de zitbank een zilverkleurige ring werd aangetroffen.11

Uit het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 2] komt naar voren dat [verbalisant 2] verdachte [medeverdachte 2] na zijn aanhouding naar het politiebureau heeft vervoerd.

Verdachte [medeverdachte 2] zat als enige verdachte in de auto. Direct nadat deze verdachte de auto had verlaten, werd door verbalisant [verbalisant 1] onder de stoel direct voor de verdachte witte stoffen handschoenen aangetroffen.

Verdachte heeft verklaard dat hij in een auto met een meisje en twee jongens in Harderwijk terecht is gekomen. De twee jongens zijn de jongens die door de politie zijn aangehouden. Hij had hen enkele dagen eerder ontmoet in een café waar veel zigeuners bij elkaar komen.12

Het hof acht deze verklaring niet aannemelijk nu de auto van de medeverdachte [medeverdachte 2] in de onmiddellijke omgeving van de woning waarin de inbraak plaatsvond, is aangetroffen.

Uit voormelde bewijsmiddelen leidt het hof af:

  • -

    dat verdachte zijn medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] kende;

  • -

    dat zij samen in een auto naar Harderwijk zijn gereden;

  • -

    dat zij degenen zijn geweest die door getuige [getuige] in de achtertuin van de woning aan de [adres] te Harderwijk zijn waargenomen;

  • -

    dat verdachte degene was met het witte shirt;

  • -

    dat in bovengenoemde woning door de door getuige [getuige] beschreven personen is ingebroken;

  • -

    dat alle drie verdachten hebben geprobeerd aan de gearriveerde politie te ontkomen;

  • -

    dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] daartoe op het platte dak van een garage zijn geklommen;

  • -

    dat de op het platte dak aangetroffen blauwe tas dezelfde tas is die getuige [getuige] eerder had gezien bij een van de mannen in de achtertuin;

  • -

    dat zich in die tas een van de inbraak afkomstig horloge bevond;

  • -

    dat het [medeverdachte 2] is geweest die de blauwe tas bij zich droeg;

  • -

    dat alle drie verdachten door de politie zijn aangehouden;

  • -

    dat bij twee van de drie verdachten voorwerpen zijn aangetroffen die afkomstig waren uit de woning aan de [adres] te Harderwijk.

Naar het oordeel van het hof is op grond van het vorenstaande buiten redelijke twijfel komen vast te staan dat verdachte een van de medeplegers van de inbraak is geweest.

Uit de wijze van opereren (samen gekomen, samen in de achtertuin, samen vertrokken en samen getracht te vluchten), blijkt naar het oordeel van het hof een nauwe en bewuste samenwerking van verdachten gericht op het plegen van de inbraak, waarbij hun rollen als volkomen uitwisselbaar kunnen worden aangemerkt en verdachtes bijdrage van voldoende gewicht is om hem medepleger van de inbraak aan te merken.

Het hof verwerpt het verweer.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

primair:
hij op of omstreeks 01 september 2012 te Harderwijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning ( [adres] ) heeft weggenomen een hoeveelheid geld en/of een hoeveelheid sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (het forceren van een raam);

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het primair bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen -en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden- de volgende omstandigheden.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een woninginbraak. Daarbij past – ook volgens de oriëntatiepunten van het LOVS – een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Verdachte woont in het buitenland en heeft geen verantwoordelijkheid willen nemen voor zijn gedrag. Anders dan de politierechter ziet het hof geen aanleiding om een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door

mr. H.H.M. van Dijk, voorzitter,

mr. A. van Waarden en mr. M. van Seventer, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A.C. Wormgoor, griffier,

en op 3 februari 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. M. van Seventer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 3 februari 2016.

Tegenwoordig:

mr. P.R. Wery, voorzitter,

mr. A.H.J.M. Damen, advocaat-generaal,

J.R.M. Roetgerink, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

1 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] p. 65.

2 Proces-verbaal van aanhouding van medeverdachte [medeverdachte 1] p. 40.

3 Proces-verbaal van aanhouding van medeverdachte [medeverdachte 1] p. 41.

4 Proces-verbaal van aanhouding van verdachte p. 29.

5 Proces-verbaal van aanhouding van verdachte p. 30.

6 Proces-verbaal van aangifte van [benadeelde] p. 59

7 Proces-verbaal van bevindingen p. 73

8 Proces-verbaal van sporenonderzoek p. 69.

9 Proces-verbaal van sporenonderzoek. p. 70.

10 Proces-verbaal van bevindingen p. 79.

11 Proces-verbaal van bevindingen p. 80.

12 Proces-verbaal van verhoor verdachte p. 154