Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:6174

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
27-07-2016
Datum publicatie
28-07-2016
Zaaknummer
21-006683-15
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2018:246, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verduistering bij werkgever en sportvereniging

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-006683-15

Uitspraak d.d.: 27 juli 2016

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 10 november 2015 met parketnummer 16-700463-14 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1958] ,

wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep.

Door verdachte is partieel hoger beroep ingesteld tegen de veroordeling ter zake van feit 1 en feit 2. De vrijspraken van de feiten 3 en 4 maken daarom geen onderdeel uit van het hoger beroep.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 13 juli 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende dat het gerechtshof verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. M.J.N. Vermeij, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2011 tot en met 10 augustus 2013 te [plaats] , althans (elders) in Nederland, (telkens) opzettelijk (een) geldbedrag(en) tot een totaalbedrag van (ongeveer) 98.231,76 euro, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf] en/of [bedrijf] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte, en welk(e) geldbedrag(en) hij, verdachte, uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking van Financial en Operations Manager, in elk geval anders dan door misdrijf, in de kas(sen) en/of op de bankrekening(en) van genoemde vennootschap(pen), onder zich had, (telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

2:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 januari 2012 tot en met 8 oktober 2013 te [plaats] en/of [plaats] , althans (elders) in Nederland, (telkens) opzettelijk (een) geldbedrag(en) tot een totaalbedrag van (ongeveer) 46.145,00 euro, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan voetbalclub [naam voetbalvereniging] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte, en welk(e) geldbedrag(en) hij, verdachte, uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking als penningmeester van voornoemde sportvereniging, in elk geval anders dan door misdrijf, onder zich had, (telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde onder feit 2 wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. Het hof overweegt hiertoe in het bijzonder het volgende.

Verdachte heeft bekend dat hij in de periode van 8 mei 2013 tot en met 18 juni 2013

€ 65.849,14, afkomstig van [bedrijf] en/of [bedrijf] (hierna: [bedrijf] ) heeft gestort op de rekening van de voetbalvereniging [naam voetbalvereniging] (hierna: [naam voetbalvereniging] ). Dit geld behoorde verdachte noch [naam voetbalvereniging] toe. In de periode van 10 januari 2012 tot en met 8 oktober 2013 heeft verdachte gelden van de rekening van [naam voetbalvereniging] opgenomen en zich toegeëigend.

Door de raadsman is betoogd dat het geld dat door de verdachte op de rekening van [naam voetbalvereniging] is gestort was bedoeld als lening aan [naam voetbalvereniging] ter overbrugging van liquiditeitsproblemen van [naam voetbalvereniging] , welke bedragen weer teruggestort zouden worden op het moment dat er bij [naam voetbalvereniging] sponsorgelden binnen kwamen.

Het hof verwerpt dit verweer.

Het door verdachte gestorte geld op de rekening van [naam voetbalvereniging] was afkomstig van [bedrijf] . Deze firma was niet op de hoogte van de storting van de gelden en had hier dus ook op geen enkele manier mee ingestemd. Ook het bestuur van [naam voetbalvereniging] , met uitzondering van verdachte, was niet op de hoogte van de storting van de gelden, laat staan van de lening. Daarnaast is het verweer van de raadsman in tegenspraak met zijn later in het pleidooi, en hieronder onder a) weergegeven verweer dat verdachte de rekening van [naam voetbalvereniging] slechts gebruikte om de verduisterde bedragen van [bedrijf] te 'parkeren'.

Gelet op het bovenstaande wijst het hof het horen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] , zoals door de raadsman voorwaardelijk is verzocht, af nu het horen van deze getuigen in redelijkheid niet van belang kunnen zijn voor enige in deze strafzaak te nemen beslissing. Door het niet horen van de getuigen is de verdachte niet in zijn verdediging geschaad.

Door de raadsman is naar voren gebracht dat verdachte van het onder feit 2 tenlastegelegde

dient te worden vrijgesproken omdat niet bewezen kan worden dat verdachte:

a. opzet had op wederrechtelijke toe-eigening van de bedragen die door verdachte op de rekening van [naam voetbalvereniging] zijn gestort. De raadsman stelt hiertoe dat door verdachte de rekening van [naam voetbalvereniging] slechts is gebruikt om de gelden afkomstig van [bedrijf] te parkeren.

b. het geld dat hij van de rekening van [naam voetbalvereniging] heeft opgenomen door misdrijf onder zich had, zodat niet bewezen kan worden dat dit geld anders dan door misdrijf is verkregen. De raadsman stelt hiertoe dat het geld dat door verdachte op de rekening van [naam voetbalvereniging] is gestort door misdrijf (verduistering van [bedrijf] ) is verkregen en verdachte het geld in zijn hoedanigheid van penningmeester van [naam voetbalvereniging] dus niet 'anders dan door misdrijf' onder zich had.

Het hof verwerpt verweren als genoemd onder a) en b).

Verdachte heeft het verduisterde geld van [bedrijf] , zonder dat het op één of ander wijze is geoormerkt, gestort op de rekening van [naam voetbalvereniging] . Door deze storting heeft er vermenging plaats gevonden met de al op de die rekening aanwezige gelden. Vanaf dat moment was het [naam voetbalvereniging] die de beschikkingsmacht had over het geld op de rekening en niet meer verdachte. Dat verdachte penningmeester was van [naam voetbalvereniging] maakt dit niet anders.

Vervolgens heeft verdachte gelden van deze rekening kunnen overboeken naar zijn eigen privérekening omdat hij als penningmeester van [naam voetbalvereniging] daartoe de mogelijkheid had. Niet is gebleken dat verdachte op de één of andere wijze door [naam voetbalvereniging] gerechtigd was om deze gelden aan de rekening van [naam voetbalvereniging] te onttrekken ten behoeve van zichzelf.

Verdachte heeft door zo te handelen opzettelijk gelden die een derde toebehoorden zich wederrechtelijk toegeëigend en omdat verdachte door zijn functie als penningmeester daartoe de mogelijkheid had, heeft verdachte deze gelden die verdachte niet toebehoorden, anders dan door misdrijf verkregen.

Gelet op het bovenstaande wijst het hof het door de raadsman voorwaardelijke gedane verzoek om overlegging te bevelen van de boekhouding van [naam voetbalvereniging] , althans van alle opeenvolgende bankafschriften van [naam voetbalvereniging] uit de tenlastegelegde periode af, nu het hof de noodzaak van inwilliging van het verzoek niet is gebleken.

Nu verdachte zijn werkzaamheden als vrijwilliger verrichtte en niet (als werknemer) in dienst was van de vereniging, acht het hof niet bewezen dat er bij het penningmeesterschap van de verdachte sprake was van een persoonlijke dienstbetrekking als bedoeld in artikel 322 van het Wetboek van Strafrecht, zodat verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging wordt vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2011 tot en met 10 augustus 2013 te [plaats] , althans (elders) in Nederland, (telkens) opzettelijk (een) geldbedrag(en) tot een totaalbedrag van (ongeveer) 98.231,76 euro, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf] en/of [bedrijf] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte, en welk(e) geldbedrag(en) hij, verdachte, uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking van Financial en Operations Manager, in elk geval anders dan door misdrijf, in de kas(sen) en/of op de bankrekening(en) van genoemde vennootschap(pen), onder zich had, (telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

2:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 januari 2012 tot en met 8 oktober 2013 te [plaats] en/of [plaats], althans (elders) in Nederland, (telkens) opzettelijk (een) geldbedrag(en) tot een totaalbedrag van (ongeveer) 46.145,00 euro, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan voetbalclub [naam voetbalvereniging] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte, en welk(e) geldbedrag(en) hij, verdachte, uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking als penningmeester van voornoemde sportvereniging, in elk geval anders dan door misdrijf, onder zich had, (telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft, meermalen gepleegd.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

verduistering, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verduistering van geldbedragen van zijn werkgever, die hij uit hoofde van zijn dienstbetrekking als Financial en Operations Manager onder zich had. Door aldus te handelen heeft de verdachte zijn werkgever, bij wie hij gedurende langere tijd werkzaam was, financiële schade toegebracht. Verdachte heeft daarnaast het vertrouwen dat door zijn werkgever in hem werd gesteld, ernstig geschaad.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan verduistering van geldbedragen die hij als penningmeester van de voetbalvereniging [naam voetbalvereniging] onder zich had. Daarmee heeft de verdachte ernstig misbruik gemaakt van het in hem als penningmeester en bestuurslid gestelde vertrouwen. Daarmee heeft hij de vereniging grote financiële schade berokkend en de vereniging ernstig benadeeld.

In totaal heeft de verdachte voor ongeveer € 129.000 verduisterd waarvan een aanzienlijk bedrag aan hem zelf is toegekomen. Gelet op de duur, de aard en de omvang van de verduistering en het feit dat de verduistering slechts is gestopt omdat de verduistering door zijn werkgever is ontdekt, is het hof van oordeel dat voor afdoening van deze zaak slechts een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats is. Bestraffing enkel in de vorm van een werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf als door de verdediging bepleit, doet geen recht aan de ernst van het feit.

Bij de straftoemeting houdt het hof rekeningen met de rechterlijke oriëntatiepunten waarin bij een benadelingsbedrag van tussen de € 125.000 en € 250.000 een gevangenisstraf van tussen de negen en 12 maanden wordt geadviseerd. Ten voordele van verdachte houdt het hof rekening met het feit dat verdachte niet eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld.

Alles afwegende acht het hof een gevangenisstraf van tien maanden waarvan vier maanden voorwaardelijk op zijn plaats. Het voorwaardelijk deel van de gevangenisstraf wordt opgelegd om verdachte, die thans weer een administratiekantoor beheert, er van te weerhouden om in de toekomst wederom de fout in te gaan.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 321 en 322 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 4 (vier) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Aldus gewezen door

mr. R. de Groot, voorzitter,

mr. B.J.J. Melssen en mr. W. Foppen, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. G.W. Jansink, griffier,

en op 27 juli 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. Foppen is buiten staat dit arrest te ondertekenen.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 27 juli 2016.

Tegenwoordig:

mr. R. de Groot, voorzitter,

mr. L.H.J. Vijlbrief-Smit, advocaat-generaal,

B.J. Berendsen, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte:

[verdachte] ,

geboren te Haarlem op [1958] ,

wonende te [woonplaats] ,

is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.