Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:521

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
22-01-2016
Datum publicatie
29-01-2016
Zaaknummer
21-007398-14
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2017:2958, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Voor het plegen van diefstallen, belagingen, oplichting en valsheid in geschrift waar zijn inmiddels ex-partners slachtoffer van zijn geworden veroordeelt het hof de verdachte tot 24 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-007398-14

Uitspraak d.d.: 22 januari 2016

TEGENSPRAAK

Promis

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 3 december 2014 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 16-712257-11 en 16-661395-13, tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1973] ,

wonende te [woonplaats] , [adres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 8 januari 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M. Lochs, naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Verdachte is bij vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 3 december 2014 vrijgesproken voor feit 4 onder parketnummer 16/712257-11. Tegen het voornoemde vonnis is door verdachte hoger beroep ingesteld. Voor zover het hoger beroep van verdachte is gericht tegen de vrijspraak van het onder 4 van parketnummer 16/712257-11 tenlastegelegde feit, zal het hof verdachte in het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren nu op grond van artikel 404 van het Wetboek van Strafvordering tegen een vrijspraak voor de verdachte geen hoger beroep is opengesteld.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen vernietigen omdat het op enkele punten tot een andere beslissing komt.

Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg- tenlastegelegd dat:

Zaak met parketnummer 16-712257-11:

1 primair:
hij op een of meer tijdstippen in de periode van 19 januari 2010 tot en met 28 februari 2011 te Amersfoort, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (telkens)

- vanaf bankrekeningnummer(s) [rekeningnummer 1] en/of [rekeningnummer 2] en/of [rekeningnummer 3] en/of [rekeningnummer 4] en/of [rekeningnummer 5] bij de SNS Bank 65, in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en) geld (van (in totaal) 41178,25 euro), in elk geval enig goed, en/of

- vanaf bankrekeningnummer [rekeningnummer 6] bij de Triodos Bank zes, in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en) geld (van (in totaal) 3000,10 euro), in elk geval enig goed, toebehorende aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander dan verdachte,

zulks terwijl hij (telkens) die hoeveelhe(i)d(en) geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel (te weten (een) bankpas(sen) ten name van die [benadeelde 1] met de bijbehorende pincode(s) en/of de bankrekeningnummer(s) van die [benadeelde 1] en/of de (daarbij behorende) toegangcode(s) tot internetbankieren met (de daarbij behorende) zogenaamde identifier(s) en/of digipas(sen));

1 subsidiair:
hij op een of meer tijdstippen in de periode van 19 januari 2010 tot en met 28 februari 2011 te Amersfoort, in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse hoedanigheid de SNS Bank en/of de Triodos Bank heeft bewogen tot de afgifte van (een) geldbedrag(en),

immers heeft verdachte (telkens) met hiervoor omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven – opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk zich voorgedaan als rechtmatige houder/bevoegde gebruiker van (een) bankpas(sen) (van SNS Bank en/of Triodos Bank) ten name van [benadeelde 1] , en

- die pas(sen) in (een) geldautoma(a)t(en)/pinautoma(a)t(en) ingebracht en de bij die pas(sen) behorende en aan de rechtmatige houder van die pas opgegeven geheime pincode ingetoetst, en/of

- met gebruikmaking van die pas(sen) meerdere, althans een overboeking(en) overgemaakt/overgeboekt naar verscheidene, in elk geval een of meer begunstigde(n),

waardoor die bank(en) telkens werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte.

2:
hij op één of meer tijdstip(pen) in om of omstreeks de periode van 8 juni 2011 tot en met 12 juni 2011 te Amersfoort, in elk geval in Nederland, een schriftelijk stuk dat een onderzoeksrapport van [onderzoeksbureau] moest voorstellen, in elk geval een schriftelijk stuk - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst,

immers heeft verdachte toen en daar valselijk/in strijd met de waarheid zelf een stuk geschreven wat een onderzoeksrapport van [onderzoeksbureau] moest voorstellen en dit stuk voorzien van (onder meer) de naam en/of de adresgegevens en/of het logo van [onderzoeksbureau] ,

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken

en/of

hij op of omstreeks 12 juni 2011 te Amersfoort, in elk geval in Nederland, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals of vervalst onderzoeksrapport van [onderzoeksbureau] , in elk geval een vals of vervalst schriftelijk stuk - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat geschrift echt en onvervalst,

bestaande die valsheid uit het vermeld zijn van de gegevens van [onderzoeksbureau] op dit niet door [onderzoeksbureau] geschreven stuk en bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij dit onderzoeksrapport/schriftelijk stuk heeft getoond/overhandigd aan [benadeelde 1] teneinde die [benadeelde 1] te overtuigen van zijn onschuld en/of te bewegen tot het teniet doen van een inschuld.

3 primair:
hij in of omstreeks de periode van 15 juni 2010 tot en met 17 juni 2010 te Amersfoort, in elk geval in Nederland, een overeenkomst niet-doorlopend geldkrediet, in elk geval een schriftelijk stuk - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst,

immers heeft verdachte toen en daar valselijk/in strijd met de waarheid op deze/dit overeenkomst/schriftelijk stuk (onder meer) de naam en/of de adresgegevens en/of de geboortedatum geplaatst/gezet en/of voorzien van een handtekening, die de handtekening van [benadeelde 1] moest voorstellen, althans van een andere handtekening dan die van hem zelf,

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken

en/of

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 juni 2010 tot en met 17 juni 2010 te Amersfoort, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een valse of vervalste overeenkomst niet-doorlopend geldkrediet, in elk geval een vals of vervalst schriftelijk stuk - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat geschrift echt en onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij deze/dit overeenkomst/schriftelijk stuk heeft opgestuurd naar [kredietverstrekker 1] B.V. en/of [kredietverstrekker 2] B.V. teneinde [kredietverstrekker 1] B.V. en/of [kredietverstrekker 2] B.V. te bewegen tot de afgifte van een geldlening en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat op die overeenkomst/dat schriftelijk stuk valselijk/in strijd met de waarheid (onder meer) de naam en/of de adresgegevens en/of de geboortedatum en/of de handtekening van [benadeelde 1] was/waren ingevuld;

3 subsidiair:
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 juni 2010 tot en met 17 juni 2010 te Amersfoort, in elk geval in Nederland,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [kredietverstrekker 1] B.V. en/of [kredietverstrekker 2] B.V. heeft bewogen tot de afgifte van een geldlening van 20.000,- Euro, in elk geval enig geldbedrag, hebbende verdachte met voornoemd oogmerk - zakelijk weergegeven –

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid ten behoeve van voornoemde geldlening op een overeenkomst niet-doorlopend geldkrediet ingevuld

- de naam (van) [benadeelde 1] , en/of

- de adresgegevens van die [benadeelde 1] , en/of

- de geboortedatum van die [benadeelde 1] , en/of

- een handtekening, die de handtekening van [benadeelde 1] moest voorstellen, althans van een andere handtekening dan die van hem zelf,

en deze aan [kredietverstrekker 1] B.V. en/of [kredietverstrekker 2] B.V. toegezonden, en/of (een) (kopie van) loonstr(o)ok(en) en/of een kopie van de identiteitskaart en/of een (kopie van) (een) bankafschrift(en) (bij deze overeenkomst) aan [kredietverstrekker 1] B.V. en/of [kredietverstrekker 2] B.V. toegezonden/meegezonden, waaruit zou moeten blijken dat die [benadeelde 1] de geldlening met deze [kredietverstrekker 1] B.V. aanging, zulks terwijl deze [benadeelde 1] hier niet van op de hoogte was, waardoor [kredietverstrekker 1] B.V. werd bewogen tot voornoemde afgifte.

(4: feit waarvan de rechtbank heeft vrijgesproken en ten aanzien waarvan verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in hoger beroep).


5:
hij een of meermalen in of omstreeks de periode van 13 april 2011 tot en met 4 september 2011 te Amersfoort en/of Rotterdam, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van een persoon, genaamd [benadeelde 1] , in elk geval van een ander, (telkens) met het oogmerk die persoon, in elk geval die ander, te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen,

immers heeft verdachte wederrechtelijk opzettelijk stelselmatig met voornoemd oogmerk,

- op een aantal verschillende tijdstippen voornoemd persoon per (mobiele en/of vaste) telefoon gebeld en/of tekstberichten gestuurd, en/of

- op een aantal verschillende tijdstippen naar/langs de door voornoemd persoon in Amersfoort bewoonde woning gegaan en/of gelopen en/of gefietst, en/of

- op een aantal verschillende tijdstippen een e-mail aan voornoemd persoon gestuurd, en/of

- op verschillende tijdstippen bloemen aan voornoemd persoon gestuurd, en/of

- op verschillende tijdstippen buren van, althans een ander dan voornoemd persoon verzocht hem, verdachte, toe te laten tot de/het (gemeenschappelijke) hal/trappenhuis van voornoemd persoon.

Zaak met parketnummer 16-661395-13 (gevoegd):

1:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 oktober 2012 tot en met 16 oktober 2012 te Utrecht en/of Nes, in elk geval in Nederland,

(telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit meerdere, althans een geldautoma(a)t(en) heeft weggenomen

- een geldbedrag van 250 euro op 29 september 2012, en/of

- een geldbedrag van 100 euro op 6 oktober 2012, en/of

- een geldbedrag van 250 euro op 13 oktober 2012, en/of

- een geldbedrag van 100 euro op 15 oktober 2012, en/of

- een geldbedrag van 350 euro op 15 oktober 2012, en/of

- een geldbedrag van 250 euro op 16 oktober 2012,

in elk geval meerdere, althans (een), hoeveelhe(i)d(en) geld (van in totaal 1300 euro), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte,

waarbij hij, verdachte (telkens) dat/die weg te nemen (een) hoeveelhe(i)d(en) geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel (te weten een bankpas en/of creditcard ten name van [benadeelde 2] met de bijbehorende pincode(s)).

2:
hij op of omstreeks 25 juli 2012 te Utrecht, in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[benadeelde 2] heeft bewogen tot het aangaan van een schuld, hebbende en/of zijnde verdachte met voornoemd oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid ten behoeve van voornoemde schuld (telkens)

- zich voorgedaan als hebbende de achternaam [valse achternaam] , althans met een andere achternaam als verdachte heeft, en/of

- voorgewend dat hij in het bezit was van een rijbewijs, en/of

- onder het voorwendsel dat hij (op eigen naam) een auto (voor zijn werk) wilde huren met die [benadeelde 2] naar een autoverhuurbedrijf gegaan, en/of

- voorgewend dat hij zijn eigen creditcard was vergeten, en/of

- gevraagd of die [benadeelde 2] haar creditcard beschikbaar wilde stellen voor het huurcontract, waarbij hij een dag later zijn creditcard aan dit huurcontract zou koppelen in plaats van de creditcard van die [benadeelde 2] , en/of

- de (NAW-)gegevens van die [benadeelde 2] op een huurcontract ingevuld, zulks terwijl die [benadeelde 2] hier niet van op de hoogte was,

waardoor die [benadeelde 2] werd bewogen tot het aangaan van voornoemde schuld.

3:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 juli 2012 tot en met 28 oktober 2012 te Utrecht, in elk geval in Nederland, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[autoverhuurbedrijf] B.V. heeft bewogen tot het aangaan van meerdere, althans (een) (huur)overeenkomst(en), in elk geval (een) schuld(en), hebbende de verdachte met voornoemd oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid ten behoeve van het aangaan van voornoemde (huur)overeenkomst(en)

- zich voorgedaan als hebbende de achternaam [valse achternaam] , althans met een andere achternaam als verdachte heeft, en/of

- zich valselijk voorgedaan als (een gemachtigde van) [benadeelde 2] , en/of

- verklaard dat hij in het bezit was van een geldig rijbewijs gedurende de huurperiode, en/of

- een huurauto meegenomen,

waardoor [autoverhuurbedrijf] B.V. (telkens) werd bewogen tot het aangaan van voornoemde (huur)overeenkomst(en), in elk geval die schuld(en).

4:
hij een of meermalen in of omstreeks de periode van 27 oktober 2012 tot en met 26 december 2012 te Utrecht en/of Rotterdam, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van een persoon, genaamd [benadeelde 2] , in elk geval van een ander dan verdachte, (telkens) met het oogmerk die [benadeelde 2] , in elk geval die ander, te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen,

immers heeft/is verdachte toen en daar (telkens) wederrechtelijk met dat opzet en voornoemd oogmerk,

- op een aantal verschillende tijdstippen voornoemd persoon op haar (mobiele en/of vaste) telefoon gebeld en/of tekstberichten gestuurd, en/of

- op een aantal verschillende tijdstippen, althans eenmaal, het (nieuwe) mobiele telefoonnummer van voornoemd persoon weten te achterhalen, en/of

- op een aantal verschillende tijdstippen naar het bedrijf waar voornoemd persoon werkzaam was gebeld en/of zich heeft voorgedaan als iemand anders dan verdachte om voornoemd persoon aan de telefoon te krijgen, en/of

- op een aantal verschillende tijdstippen een e-mail aan voornoemd persoon gestuurd, en/of

- op een aantal verschillende tijdstippen een brief en/of postkaart aan voornoemd persoon gestuurd, en/of

- op een aantal verschillende tijdstippen naar de door voornoemd persoon in Utrecht bewoonde woning gegaan.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

(Deel)vrijspraak

Het hof zal de verdachte vrijspreken van het bij parketnummer 16-712257-11 onder 1 tenlastegelegde voor zover dit ziet op de diefstal door middel van het onbevoegdelijk gebruik van de pinpas van aangeefster, nu de verklaring van aangeefster op dit punt onvoldoende wordt ondersteund door ander bewijsmateriaal.

Het hof spreekt de verdachte ook deels vrij van bij parketnummer 16-661395-13 onder 1 tenlastegelegde, namelijk voor zover deze ziet op het bedrag van € 250 dat op 29 september 2012 werd gepind. Die datum valt niet in de tenlastegelegde periode.

Verder zal het hof de verdachte vrijspreken van het bij parketnummer 16-661395-13 onder 3 tenlastegelegde, nu onvoldoende vaststaat dat verdachte door één of meer oplichtingsmiddelen [autoverhuurbedrijf] heeft bewogen overeenkomsten of schulden aan te gaan.

Overwegingen met betrekking tot het bewijs

Het hof hecht geloof aan de aangiften en de verklaringen van de aangeefsters [benadeelde 1] en [benadeelde 2] , omdat zij in voldoende mate worden bevestigd door andere bewijsmiddelen, en vanwege de overeenkomsten in de modus operandi, waaronder het buiten weten van de aangeefster overgeboekt of gepind worden van geldbedragen ten gunste van verdachte in combinatie met het ter kennis van aangeefsters komen van kennelijk valse geschriften van banken of anderen waarin wordt gesteld dat het om administratieve fouten van de bank gaat. In verband met de zeer specifieke kenmerken doet hieraan niet af dat het in casu (slechts) om twee aangeefsters gaat. Het hof geeft eerst de bewijsmiddelen weer voor de bewezen verklaarde feiten. Vervolgens bespreekt het hof de door de verdediging gevoerde bewijsverweren.

Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting blijken de volgende bewijsmiddelen:

[benadeelde 1] heeft aangifte gedaan van oplichting door verdachte in de periode tussen 18 januari 2010 en 28 februari 2011 te Amersfoort. Aangeefster heeft verklaard dat zij [verdachte] anderhalf jaar geleden leerde kennen via een datingsite en dat hij in mei 2010 bij haar is komen wonen in [plaats] . Vanaf januari 2010 kon zij niet meer inloggen via Internetbankieren van de SNS-bank, omdat haar identifier niet meer werkte. Zij heeft vervolgens meerdere nieuwe identifiers aangevraagd, maar de ene keer werkte deze niet, de andere keer wel en dan was deze alweer na een week geblokkeerd. Tot en met mei 2010 heeft zij acht identifiers aangevraagd. Toen zij op 27 mei 2010 telefonisch contact had met een medewerker van de SNS-bank, werd haar verteld dat er geldbedragen waren overgeschreven met identifier nummer [identifier] , welke niet in haar bezit was. Vervolgens is zij naar de SNS-bank gegaan, waar zij constateerde dat al haar spaargeld van haar spaarrekeningen was afgeschreven. De rekeningnummers waar het geld heen was gegaan stonden op naam van [verdachte] en [naam] . [naam] zou de moeder van [verdachte] zijn.

Aangeefster had twee betaalrekeningen (nummers [rekeningnummer 1] en [rekeningnummer 2] ) en drie spaarrekeningen (nummers [rekeningnummer 3] , [rekeningnummer 4] en [rekeningnummer 5] ).

Nadat zij in mei 2010 bij de SNS-bank was geweest, gingen de afschrijvingen gewoon door.

Aangeefster wilde eerst geen aangifte tegen verdachte doen, omdat zij dacht dat de SNS-Bank fouten maakte. Verdachte vertelde haar dat hij met zijn advocaat had gesproken en dat de advocaat het geregeld had. De SNS-Bank had fouten gemaakt en zij zou een schadevergoeding krijgen.1

Verdachte had haar ook gevraagd geen aangifte te doen, omdat hij bezig was met een nieuwe baan bij een woningbouwvereniging in Deventer. Deze baan zou niet doorgaan als ze wisten dat er een aangifte tegen hem was gedaan. Verdachte vertelde ook dat waarschijnlijk de afdeling Private Banking, bij wie zijn ouders bankierden, van de SNS-Bank fouten had gemaakt met koppelingen waardoor bedragen van haar bankrekening werden afgeschreven in plaats van die van verdachte. Verdachte heeft haar in periode juli 2010 tot en met februari 2011 aan het lijntje gehouden. Regelmatig belde hij zogenaamd met zijn advocaat of kreeg ze brieven waarin stond dat het een en ander in behandeling was. Op een gegeven moment zou volgens verdachte zijn advocaat hebben geadviseerd om een bankrekening te openen bij de Triodos bank, omdat de SNS-Bank grove fouten had gemaakt.2

Aangeefster heeft daarna een rekeningnummer bij de bank Triodos geopend met nummer [rekeningnummer 6] , waar de afschrijvingen, die aangeefster zelf niet deed en waarvoor zij geen toestemming had gegeven, gewoon weer verder gingen. De bedragen die werden afgeschreven, werden overgeschreven naar het rekeningnummer van [verdachte] . Ook deze overschrijvingen moeten gedaan zijn met een identifier. Dit gaat op dezelfde manier zoals het bij de SNS-bank werkte.3

In haar aanvullende verklaring heeft aangeefster verklaard dat verdachte het geld van haar spaarrekeningen overboekte naar haar betaalrekening en vanuit deze rekening het geld weer overboekte naar zijn eigen bankrekening of derden ervan betaalde. Verdachte heeft een deel van de opgenomen bedragen op zijn eigen bankrekeningnummer gestort met nummer [rekeningnummer 8] , een deel op de rekening van zijn ouders genaamd [ouders verdachte] en voor een deel een aantal openstaande schulden betaald aan derden. Zij heeft [verdachte] geen toestemming gegeven geldbedragen van haar rekening af te halen.4

Volgens aangeefster zijn de volgende betalingen gedaan, waarbij zij rekeningoverzichten van de periode tussen 1 oktober 2010 tot en met 14 april 2011 heeft bijgevoegd van haar rekeningen bij de SNS-bank met nummer [rekeningnummer 1] , [rekeningnummer 2] , [rekeningnummer 4] , [rekeningnummer 5] en [rekeningnummer 3] en waaruit de hieronder genoemde betalingen blijken.5

Betalingen aan derden:

  • -

    19-01-2010 [bedrijf] 5.435,35

  • -

    04-06-2010 [bedrijf] 565,50

  • -

    18-08-2010 [bedrijf] 240,90

  • -

    20-08-2010 [bedrijf] 164,00

  • -

    20-08-2010 [bedrijf] 31,08

  • -

    30-08-2010 [bedrijf] 500,00

  • -

    01-09-2010 [bedrijf] 91,10

  • -

    21-10-2010 [bedrijf] 110,50

  • -

    22-12-2010 [bedrijf] 1000,00

  • -

    27-12-2010 [bedrijf] 600,00

Totaal: 8738,25

Betaling aan ouders:

19-01-2010 [ouders verdachte] 300,00

Totaal: 300,00

Overschrijvingen naar rekeningnummer [rekeningnummer 8] in de periode van 03-05-2010 tot en met 25-01-2011 voor ruim € 30.000.6

Volgens aangeefster heb je bij de SNS bank alleen pincode en een identifier nodig om via het Internet te kunnen bankieren, waarbij je de bankpas niet in de identifier hoeft te stoppen. De SNS bank stuurt je altijd een nieuwe code als je een nieuwe identifier aanvraagt.7

Uit het overzicht van het bankrekeningnummer [rekeningnummer 8] van verdachte blijkt onder meer het volgende:8

  • -

    Op 3 mei 2010 wordt van rekeningnummer [rekeningnummer 1] een bedrag van € 3.000 bijgeschreven. Daarvoor was het saldo - € 1,95.

  • -

    Op 4 mei 2010 wordt van rekeningnummer [rekeningnummer 1] een bedrag van € 4.000 bijgeschreven.

  • -

    Op 4 mei 2010 wordt € 4.848,79 van de rekening van verdachte overgeboekt naar een ander bankrekeningnummer met als omschrijving ‘lening ING’.

  • -

    Tussen 19 mei 2010 en 26 mei 2010 worden verschillende bedragen (totaal € 1200) van rekeningnummer [rekeningnummer 1] bijgeschreven. Op 19 mei 2010 bedroeg het saldo aanvankelijk € 1,18.

  • -

    Op 15 juni 2010 wordt van rekeningnummer [rekeningnummer 1] een bedrag van € 1200 bijgeschreven (saldo was € 1, 83). Dezelfde dag wordt van de rekening van verdachte een bedrag van € 836,42 naar een andere rekening overgemaakt in verband met de betaling van een factuur. Vervolgens wordt van rekeningnummer [rekeningnummer 1] € 150 overgeschreven naar de bankrekening van verdachte.

  • -

    Op 17 juni 2010 wordt van rekeningnummer [rekeningnummer 1] een bedrag van € 50 bijgeschreven (saldo was € 1, 83).

  • -

    Op 19 juni 2010 wordt van rekeningnummer [rekeningnummer 1] een bedrag van € 5.200 bijgeschreven (saldo was € 25,62). Dezelfde dag wordt van de rekening van verdachte een bedrag van € 1.200 overgeschreven naar [bedrijf] .

  • -

    Op 20 juni 2010 wordt van rekeningnummer [rekeningnummer 1] een bedrag van € 1.500 bijgeschreven

  • -

    Op 21 juni 2010 wordt van rekeningnummer [rekeningnummer 1] een bedrag van € 1.000 bijgeschreven

  • -

    Op 29 juni 2010 wordt van rekeningnummer [rekeningnummer 1] een bedrag van € 3.000 bijgeschreven (saldo was € 156,89). Op 1 juli 2010 wordt aan [bedrijf] een bedrag overgemaakt van € 1.200.

  • -

    Op 2 juli 2010 wordt van rekeningnummer [rekeningnummer 1] een bedrag van € 1.000 bijgeschreven.

  • -

    Ook na 2 juli 2010 - tot 26 januari 2010 - worden bedragen van rekeningnummer [rekeningnummer 1] overgeschreven naar de bankrekening van verdachte, kennelijk met het doel om het saldo te verhogen en/of om facturen te betalen.

Het totaalbedrag dat is overgeschreven van het rekeningnummer [rekeningnummer 1] van [benadeelde 1] naar het rekeningnummer [rekeningnummer 10] van verdachte bedraagt € 30.475. Daarnaast werden bedragen overgeschreven van rekeningnummer [rekeningnummer 2] van [benadeelde 1] naar bovengenoemd rekeningnummer van verdachte. Het totaalbedrag was € 1.182.9

Volgens aangeefster is het geldbedrag dat bij de Triodosbank is overgeboekt van haar rekeningnummer [rekeningnummer 6] naar het rekeningnummer [rekeningnummer 7] van [verdachte] ruim 3.000 euro.10

Bij de Triodos Bank werden eveneens de bankgegeven van verdachte opgevraagd. Op de bankrekening van verdachte ( [rekeningnummer 7] ) werd op 15 december 2010 van de bankrekening van [benadeelde 1] ( [rekeningnummer 6] ) € 0,10 bijgeschreven. Van dezelfde bankrekening van [benadeelde 1] werden op 25-1-2011, 16-2-2011, 17-2-2011, 25-2-2011 en 28-2-2011 bedragen bijgeboekt van respectievelijk € 1300, € 100, € 200, € 900 en € 500.11

Aangeefster heeft verklaard dat verdachte haar op 12 juni 2011 een rechercherapport heeft overhandigd van bureau [onderzoeksbureau] , waarbij hij opmerkte dat het recherchebureau dat hij had ingeschakeld met de conclusie was gekomen dat [verdachte] onschuldig was en dat het allemaal de schuld van de schuldeisers was vooronder de SNS bank en kredietverstrekker [kredietverstrekker 1] . Verdachte overhandigde haar een rapport met op het voorblad de tekst [onderzoeksbureau] . Op 27 juli 2011 is aangeefster met het rapport naar [onderzoeksbureau] in Nieuwegein gegaan en heeft zij met de directeur, [directeur] , gesproken, die haar vertelde dat zij geen onderzoek hebben gedaan in opdracht van [verdachte] en dat het zogenaamde onderzoeksrapport valselijk was opgemaakt.12

[directeur] , algemeen directeur bij [onderzoeksbureau] B.V., heeft aangifte gedaan van valsheid in geschrift. Aangever heeft van [benadeelde 1] een rapport overhandigd gekregen, ingebonden in een plastic mapje met op de voorste pagina het logo van het bedrijf van aangever. Hij zag meteen dat het rapport niet door hen was opgemaakt. Hij zag dat het logo van groot formaat was en dat er niet onder stond ‘quality solutions’. Bovendien ontbrak de bedrijfsnaam onderaan de pagina en was het rapport ingebonden. Iets wat zij zelf nooit doen. Bovendien was geen enkele pagina geparafeerd en ook kwam de naam van aangever er niet in voor.13

Het door verdachte aan aangeefster overhandigde rapport is gericht aan [verdachte] met als onderwerp ‘Samenvatting van reeds uitgevoerd onderzoek’. Op de voorpagina van het rapport staat de naam [onderzoeksbureau] als logo en daarnaast staat vermeld: Hoofdvestiging [onderzoeksbureau] Utrecht, [adres] .

Als datum staat vermeld: 8 juni 2011.

Het rapport begint als volgt: ‘Geachte heer [verdachte] , Hierbij treft u samenvatting van het door ons reeds uitgevoerde onderzoek, op dit moment zal binnen een aantal dagen nog een toevoeging volgen, welke betrekking heeft op het uitgevoerde onderzoek naar u ex-partner.’

In het rapport wordt ingegaan op de handelwijze van de SNS bank in verband met de navraag die gedaan zou zijn naar onterechte overboekingen. Opgemerkt wordt dat bij de SNS bank sprake was van een lakse houding, dat er alles aan werd gedaan om de schuld op de verdachte af te schuiven en dat bij het verzenden van codes en readers het nodige is fout gegaan en dat het gekoppeld zijn van [verdachte] zijn bankrekening nooit prioriteit heeft gehad. Het advies is om de bank te laten vervolgen voor grote nalatigheid zowel naar verdachte toe als [benadeelde 1] (het hof begrijpt: [benadeelde 1] ). Ook wordt nog ingegaan op de werkzaamheden van de advocaat van verdachte. De in rekening gebrachte kosten zouden niet overeenkomen met de hoeveelheid tijd die de advocaat heeft besteed aan de kwestie. Tevens staat in het rapport vermeld dat onderzoek is gedaan naar de lening bij [kredietverstrekker 1] , die verdachte zakelijk wilde aanwenden om diverse zakelijke rekeningen te doen betalen, en dat de lening zou zijn aangevraagd op naam van [verdachte] . Daarnaast vermeldt het rapport ook dat verdachte een aangetekend stuk verzonden zou hebben aan [benadeelde 1] met als inhoud een bedrag van € 45.000 euro, maar dat met hoge waarschijnlijkheid vast is te stellen dat de bewuste envelop moedwillig is achter gehouden en dat de inhoud is verwijderd.14

Het hof leidt uit het voorgaande af dat het om een door verdachte gemaakt rapport gaat dat door hem vervolgens is gebruikt om te bemantelen dat hij degene was die verantwoordelijk is voor de onrechtmatige onttrekkingen.

[benadeelde 1] heeft verklaard dat zij in maart 2011 werd gebeld door een medewerker van het bedrijf [kredietverstrekker 1] , die haar vertelde dat er een lening op haar naam was afgesloten.15 Uit de aanvullende verklaring van aangeefster, waarin zij ook aangifte doet van valsheid in geschrift terzake de lening bij [kredietverstrekker 1] , blijkt dat zij zelf geen lening heeft afgesloten bij [kredietverstrekker 1] . Volgens aangeefster heeft verdachte haar opgelicht door haar gegevens te misbruiken door deze naar [kredietverstrekker 1] te versturen en het contract te ondertekenen door middel van een valse handtekening. Zij heeft in een contact met [kredietverstrekker 1] vernomen dat de aanvraag voor de lening via Internet is gedaan en ook op die manier is goedgekeurd. De handtekening op het contract van [kredietverstrekker 1] is niet de handtekening van aangeefster. Het geldbedrag van [kredietverstrekker 1] is zonder medeweten van aangeefster op haar bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] gestort op 18 juni 2010. Verdachte heeft dit geldbedrag daarna in delen overgeboekt naar zijn betaalrekening met rekeningnummer [rekeningnummer 8] zonder medeweten van [benadeelde 1] .16

In het dossier bevindt zich een ‘Overeenkomst Niet-Doorlopend Geldkrediet (Verkoop op Afstand) met als kredietnemer 1: Naam: [benadeelde 1] , Adres: [adres] , Postcode/Woonplaats: [woonplaats] , Geboortedatum: [geboortedatum] met als kredietsom € 20.000,00 met als datum: 17 juni 2010 en met als handtekening Kredietnemer 1 [benadeelde 1] .17 Daarnaast bevat het dossier een brief van [kredietverstrekker 2] betreffende ‘Goedkeuring aanvraag lening’ van 17 juni 2010 gericht aan aangeefster, waarin onder andere staat:

‘Geachte heer/mevrouw [benadeelde 1] , Hartelijk dank voor het opsturen van uw gegevens. Met genoegen laten we u weten dat uw aanvraag voor een lening is goedgekeurd. U vindt hierbij de definitieve overeenkomst. Op bijgaande specificatie kunt u zien op welke wijze het beschikbaar gekomen bedrag is overgemaakt.’ Tevens is een bijlage aangehecht waarin staat dat op naam van [benadeelde 1] op bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] een bedrag van

€ 20.000,00 is overgemaakt.18

Uit het rekeningoverzicht van [benadeelde 1] van de periode van 1 januari 2010 tot en met 14 april 2011 met rekeningnummer [rekeningnummer 1] blijkt dat op 18 juni 2010 voornoemd bedrag van [kredietverstrekker 1] is gestort.19

Verdachte heeft verklaard dat hij het contract van de geldlening met de naam van aangeefster heeft ondertekend.20

[benadeelde 1] heeft tevens aangifte gedaan van stalking door verdachte in de periode tussen 13 april 2011 en 4 september 2011 te Amersfoort. Aangeefster heeft verklaard dat zij op 13 april 2011 aangifte heeft gedaan tegen verdachte en dat hij haar sinds die dag dagelijks lastig valt. Hij belt en sms’t haar stelselmatig en achtervolgt haar. Vanaf april tot en met de dag van de aangifte heeft verdachte haar ruim 700 sms berichten gestuurd en heeft hij heel vaak haar voicemail ingesproken. Zowel op 9 als op 16 juli 2011 heeft aangeefster een sms van verdachte ontvangen waarin staat dat hij haar in de gaten houdt.

In de periode van 23 juli 2011 tot en met 7 augustus 2011 heeft aangeefster bijgehouden wat verdachte allemaal heeft gedaan:

  • -

    Hij kwam met de OV-fiets en fietste de hele dag om mijn appartement heen;

  • -

    Aanbellen/sms’en;

  • -

    IJsje in de brievenbus doen en aanbellen en zeggen: “Hij smelt hoor, kom hem nou eruit halen”;

  • -

    Ontbijt aan de deur hangen;

  • -

    Mij opwachten als ik boodschappen ging doen;

  • -

    Op het bankje in de gezamenlijke tuin gaan zitten terwijl ik aan het verven ben. Ik heb hem gevraagd om weg te gaan, maar hij bleef gewoon zitten en op me inpraten;

  • -

    Op 30 juli 2011 ging ik naar het station en is hij mij echt gevolgd. Hij ging toen naast mij fietsen en tegen mij praten. Hij stapte toen ook in de trein en volgde mij;

  • -

    Op 30 juli 2011 heeft [verdachte] ook ’s nachts steentjes tegen mijn ramen gegooid en op mijn deur staan bonken.

  • -

    Op 1, 2 en 3 augustus heeft hij bij mij thuis en op mijn werk bloemen laten bezorgen.

De buren van de [adres] vertelden dat [verdachte] ook regelmatig bij hun aanbelde om op deze manier het portiek in te komen.21

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat zij er rond juli 2011 achter is gekomen dat [verdachte] [benadeelde 1] aan het stalken was. Volgens [getuige 1] reed verdachte veelvuldig op zijn fiets langs haar huis en stapte hij ook diverse keren af en belde of sms’te dan. In die tijd gebeurde dat dagelijks en diverse keren op een dag. Hij liep dan rond het huis of stond in de tuin van getuige [getuige 1] , die aan de [adres] woont te [plaats] , of aan de overkant bij het kanaal. Hij belde ook bij [getuige 1] aan om het gebouw binnen te komen.22

Verdachte heeft verklaard dat er na de aangifte veel werd gebeld en ge-sms’t en als antwoord op de vraag waarom hij haar zoveel sms’jes heeft gestuurd heeft hij verklaard dat hij boos was en antwoorden wilde die hij niet kreeg. Als verdachte een viertal e-mails uit 2011 (van 4 augustus, 7 augustus, 10 augustus en 28 augustus) wordt getoond, verklaart hij dat het klopt dat hij die verzonden heeft en dat hij zich kan voorstellen dat zij dat stalking vindt.23

Door [benadeelde 2] is aangifte gedaan van oplichting door verdachte, die zij heeft leren kennen via datingsite [datingsite] en die zich voorstelde als [verdachte] [valse achternaam] .24

Ter terechtzitting van de meervoudige kamer in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 19 november 2014 heeft [benadeelde 2] verklaard dat zij haar bankpas een keer aan verdachte heeft uitgeleend. De bedragen zoals deze in de tenlastelegging onder feit 1 staan vermeld heeft zij niet zelf gedaan, omdat zij zeker weet dat zij op de momenten van die betalingen op andere plekken is geweest. Zij heeft dat in haar agenda teruggezocht.25

Aangeefster heeft een overzicht opgesteld, met als bijlagen onder andere rekeningafschriften van de Rabo TotaalRekening op naam van [benadeelde 2] , van de financiële schade die zij heeft geleden naar aanleiding van de oplichtingspraktijken van verdachte.26

Uit dat overzicht en de bijlagen blijkt het volgende:

Op 6 oktober 2012 werd bij de ING Bank te Utrecht € 100,= opgenomen van rekeningnummer [rekeningnummer 9] ten name van [benadeelde 2] .

Op 13 oktober 2012 werd van ditzelfde rekeningnummer bij een geldautomaat te Utrecht € 250,= opgenomen en op 15 oktober 2012 bij een geldautomaat zowel € 100,= als € 350,=. Tenslotte werd op 16 oktober nog bij een geldautomaat € 250,= opgenomen van rekeningnummer [rekeningnummer 9] ten name van [benadeelde 2] .27

[benadeelde 2] heeft verder verklaard dat op 19 oktober 2012 verdachte haar vertelde dat hij gebeld was door de Rabobank. Een medewerker zou hem gezegd hebben dat er door de Rabobank een fout was gemaakt, waardoor de bedragen die verdachte pinde bij [benadeelde 2] werden afgeschreven. [benadeelde 2] zou hierover een excuusbrief ontvangen. [benadeelde 2] zei tegen verdachte dat de medewerker van de Rabobank haar zelf wel had kunnen bellen. Van verdachte kreeg ze toen de naam [naam] en een telefoonnummer. Zij belde dit telefoonnummer en dat nummer bleek het algemene nummer van de Rabobank te zijn. Mevrouw [naam] bleek niet werkzaam te zijn bij de Rabobank.

Op 27 oktober 2012 ontving [benadeelde 2] een brief via de post. Deze brief zou zogenaamd afkomstig zijn van de Rabobank. In die brief maakt de Rabobank excuses omdat er onterecht bedragen waren afgeschreven van haar rekening, terwijl die bedragen gepind waren door verdachte. [benadeelde 2] constateerde dat die brief vol spelfouten stond.

Op 26 oktober 2012 ontving zij van verdachte via WhatsApp een foto met een bos bloemen met een kaartje van de Rabobank eraan. Deze bos bloemen zou [benadeelde 2] ontvangen hebben van de Rabobank om zo excuses te maken.28

Op pagina 17 van het dossier bevindt zich een geschrift met daarop het logo van de Rabobank en onder meer de volgende tekst:29

‘Rabobank Utrecht en Omstreken

Postbus 223, 3500 AE Utrecht

[benadeelde 2]

(…)

Rekeningnummer [rekeningnummer 9]

Betreft: Administratieve onjuistheden

Geachte mevrouw [benadeelde 2]

Op dinsdag 23 oktober jl heeft u contact gehad met onze klantenservice, u heeft hier aangegeven dat op uw rekening (met bovenstaand rekeningnummer) diverse bedragen waren afgeschreven.

Na onderzoek blijkt dat er op 19 oktober contact is geweest over deze onjuistheden. Tijdens het gesprek is aan u aangegeven dat wij door een administratieve fout twee losstaande bankrekeningen hebben gekoppeld. Inmiddels hebben wij deze fout hersteld en de bedragen welke in de week van de gemaakte foutieve handeling zijn gepind bij de betaalautomaat, zullen op 25 oktober naar u bankrekening ( [rekeningnummer 9] ) worden overgemaakt. Uiteraard ontvangt u hierover ook de boekrente op u rekening terug.’

Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij een keer gebruikt heeft gemaakt van de pinpas van aangeefster en dat hij toen haar pincode heeft gekregen. 30

Het hof leidt uit het voorgaande – waaronder met name de onrechtmatigheid van de pinuitbetalingen, de onaannemelijkheid dat het om een echte brief van de Rabobank gaat en het feit dat verdachte over de pinpas en pincode heeft beschikt – af dat dat hij degene was die verantwoordelijk is voor de onrechtmatige onttrekkingen.

Aangeefster heeft verklaard dat zij op 25 juli 2012 met verdachte naar het [autoverhuurbedrijf] filiaal te Utrecht is gegaan en dat verdachte aan had gegeven dat hij daar een auto moest huren voor zijn werk. Hij vulde alle gegevens in en zei dat alles via zijn werk betaald zou worden. Aangeefster zag dat verdachte de adresgegevens van zijn eigen bedrijf invulde. Toen verdachte met zijn creditcard wilde afrekenen zei hij ineens dat hij zijn creditcard niet bij zich had. Verdachte vroeg daarop aan aangeefster of hij haar creditcard hier even voor mocht gebruiken en zei dat hij dit de volgende dag zou omzetten naar zijn eigen creditcard. Aangeefster vroeg de volgende dag aan verdachte of hij het al had omgezet naar zijn eigen creditcard. Zij hoorde dat verdachte zei dat hij dit inderdaad had gedaan. Op 26 oktober 2012 heeft aangeefster op een overzicht van haar creditcardrekening gezien dat er verschillende keren een bedrag is afgeschreven door het autoverhuurbedrijf. Toen zij verdachte daar een dag later mee confronteerde beloofde hij de auto gelijk terug te brengen naar het autoverhuurbedrijf. Toen zij twee uur later langs voornoemd bedrijf is gegaan, zag zij dat de auto inderdaad weer bij het autoverhuurbedrijf stond. Vervolgens is aangeefster op 28 oktober 2012 weer naar het autoverhuurbedrijf gegaan, waar de medewerker die haar en verdachte de eerste keer ook had geholpen haar bevestigde dat verdachte steeds een andere auto huurde en dat het niet had mogen gebeuren dat hiervoor steeds de creditcardgegevens van aangeefster werden gebruikt.31

Uit het rekeningoverzicht Rabocard op naam van [benadeelde 2] blijkt dat er op 23 september 2012 een bedrag van € 1.793,55 en op 5 oktober 2012 een bedrag van € 1.285,38 ten behoeve van [autoverhuurbedrijf] werd afgeschreven.32

Getuige [getuige 2] heeft op 1 april 2014 verklaard dat twee jaar geleden via Internet een reservering werd gedaan bij [autoverhuurbedrijf] verhuurbedrijf te Utrecht op naam van [valse achternaam] en dat op 25 juli 2012 twee personen zich meldden bij de balie. Het betrof een man en een vrouw. De man stelde zich voor als ‘ [valse achternaam] ’ en vertelde dat hij via Internet een reservering had gedaan en dat zij op dat moment de auto kwamen halen. Uit de administratie blijkt dat de creditcard van mevrouw [benadeelde 2] was gebruikt en dat via Internet de verlenging steeds werd geregeld. Uiteindelijk is er voor een periode van meer dan drie maanden een auto geleend en in de tussentijd werd de auto steeds omgewisseld voor een andere. De auto’s werden steeds op naam van [benadeelde 2] meegegeven en op 28 oktober 2012 werd de auto ingeleverd.33

Verdachte heeft ten overstaan van de politie verklaard dat hij zich [verdachte] [valse achternaam] noemde, omdat zijn naam was beschadigd door een uitzending van Tros opgelicht en hij onder zijn eigen naam niets meer kon.34

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft verdachte verklaard dat hij bij het huren van de auto, zoals onder feit 2 is tenlastegelegd, bedrijfsgegevens heeft ingevuld en dat dat op dat moment niet juist was, omdat hij toen niet in het bezit was van werk. Tevens heeft verdachte verklaard dat hij op het moment van het huren van de auto niet voldoende saldo op zijn rekening had staan, dat de auto vervolgens op naam van [benadeelde 2] is gezet en dat het klopt dat de huur van de auto is blijven doorlopen. Volgens verdachte reed hij in de auto’s die gehuurd werden.35

Op 6 december 2012 heeft [benadeelde 2] aangifte gedaan van stalking met het verzoek tot vervolging van dit feit van [verdachte] .36 Volgens aangeefster heeft zij op 27 oktober 2012 haar relatie met verdachte verbroken en sindsdien werd zij tot 3 december 2012 dagelijks door hem gestalkt door haar in die periode 200 keer op te bellen, twintig mails te sturen, via WhatsApp 133 berichtjes te sturen en drie kaartjes te sturen. Zij heeft daarvan een overzicht gemaakt.37

Uit dat overzicht blijkt onder andere dat verdachte haar op 27 oktober 32 keer op haar mobiel heeft gebeld en 28 WhatsApp berichten heeft gestuurd en dat aangeefster op laatstgenoemde berichten drie keer heeft gereageerd dat hij haar met rust moet laten.38

Aangeefster heeft tevens verklaard dat zij op een dag drie keer haar telefoonnummer heeft veranderd en dat zij merkte dat verdachte zelfs na een uur achter haar nieuwe nummer kwam. Zij verklaart dat verdachte naar een T-mobile winkel in Tilburg is gegaan waar hij met haar geboortedatum en postcode het scherm heeft gezien waarop haar nieuwe nummer en wachtwoord te zien waren. Ook heeft hij een keer via de klantenservice haar nummer gekregen door haar wachtwoord te noemen. Ook heeft verdachte naar de school waar aangeefster werkzaam is gebeld met een valse naam om haar zo aan de lijn te krijgen. Ook heeft hij regelmatig haar voicemail ingesproken.39

In het dossier bevinden zich (uitgeprinte) mails van verdachte aan aangeefster, namelijk van 19 november 201240, 15 november 201241, 12 november (2012)42, 11 november 201243, 10 november 201244, 9 november 201245, 8 november 201246, 7 november 201247, 5 november 201248, 3 november 2012 en 29 oktober 201249.

In het dossier bevinden zich eveneens kopieën van kaartjes van verdachte aan aangeefster, namelijk een kaartje van 14 november 201250 en van 31 oktober 201251.

In haar aanvullende verklaring heeft [benadeelde 2] aangegeven dat zij na haar aangifte van 6 december 2012 nog door verdachte is benaderd. Zij heeft op 21 december 2012 een kerstkaart van hem ontvangen en zij is op Tweede Kerstdag twee keer door hem gebeld.52

Verdachte heeft verklaard dat hij haar wel een aantal keren gebeld en best wel gesms’t en gemaild heeft nadat de relatie was beëindigd. Als verdachte wordt voorgehouden dat hij haar 200 keer gebeld heeft, 133 WhatsApp berichten heeft gestuurd en 20 mails en 3 kaartjes heeft gestuurd, geeft hij aan dat hij zich kan voorstellen dat dat een inbreuk is op haar privacy.53

Verwerping bewijsverweren

Parketnummer 16-712257-11

Feit 1

In de eerste plaats is door de raadsvrouw aangevoerd dat de wederrechtelijkheid zoals tenlastegelegd onder feit 1 van parketnummer 16-712257-11 onvoldoende is komen vast te staan. Volgens de raadsvrouw blijkt slechts uit de verklaring van [benadeelde 1] dat de overboekingen wederrechtelijk zouden zijn, terwijl er redenen zijn om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van die verklaringen van [benadeelde 1] .

Het hof is het op beide punten niet eens met de raadsvrouw. Zo is er wel sprake van ander bewijs dat de verklaringen van [benadeelde 1] met betrekking tot de wederrechtelijkheid bevestigt. Dit bewijs betreft het door verdachte opgestelde ‘ [onderzoeksbureau] - rapport’. Verdachte heeft dit rapport overhandigd aan [benadeelde 1] en gedaan alsof dit rapport in opdracht van hem door het onderzoeksbureau [onderzoeksbureau] was opgesteld. In dat rapport staat vermeld dat de SNS-Bank fouten heeft gemaakt en wordt gesproken over gekoppelde bankrekeningen. Verdachte heeft hiermee getracht aangeefster te overtuigen van zijn verhaal dat hij haar eerder had verteld. Dat verhaal luidde dat bij de SNS-Bank fouten waren gemaakt waardoor er verkeerde koppelingen waren ontstaan en het geld dat bij verdachte afgeschreven had moeten worden bij aangeefster werd afgeschreven. Dit verhaal dat verdachte – nadat aangeefster aangifte had gedaan - probeerde te onderbouwen met het ‘ [onderzoeksbureau] -rapport’, was niet nodig (en zelfs niet logisch) geweest als aangeefster zelf (of verdachte met toestemming van aangeefster) de bedragen had overgeboekt van haar rekening naar de rekening van de verdachte. Hetgeen verdachte in het [onderzoeksbureau] rapport heeft geschreven past geheel bij de verklaring van aangeefster dat het geld zonder dat zij het wist (en dus zonder dat zij daar toestemming voor had gegeven) van haar bankrekeningen werd afgeschreven en verdachte haar door allerlei verhalen er van trachtte te overtuigen dat niet hij, maar de bank fouten had gemaakt.

De raadsvrouw acht het onbegrijpelijk dat aangeefster pas in april 2011 aangifte doet, terwijl zij al in mei 2010 zou hebben ontdekt dat het spaargeld van haar rekeningen was verdwenen, welke onbegrip er toe leidt dat de raadsvrouw de verklaringen van aangeefster minder geloofwaardig acht.

Aangeefster heeft bij de politie echter uitgelegd waarom zij zo laat aangifte heeft gedaan. Dat was niet omdat zij er pas in april 2011 achter kwam dat er (opnieuw) geldbedragen van haar rekening waren overgeschreven, maar omdat verdachte haar al die tijd aan het lijntje had gehouden, onder meer door net te doen alsof hij contact had met zijn advocaat en hij van die advocaat te horen had gekregen dat aangeefster een schadevergoeding zou ontvangen van de bank als gevolg van de fouten die de bank had gemaakt. Hoe ver verdachte ging met zijn pogingen om aangeefster er van te overtuigen dat de overschrijvingen een gevolg waren van fouten van de bank, blijkt uit het door hem opgestelde ‘ [onderzoeksbureau] -rapport’ dat hij in juni 2011 aan aangeefster overhandigde. De reden dat aangeefster zo laat aangifte heeft gedaan was dus een gevolg van de leugens die verdachte aangeefster vertelde en welke leugens aangeefster een tijd lang heeft geloofd of heeft willen geloven.

Het hof vindt verder – anders dan de raadsvrouw – dat voldoende vaststaat dat verdachte gebruik heeft gemaakt van een valse sleutel, namelijk het gebruik van identifiers die behoorden bij bankrekeningen van aangeefster zonder toestemming van aangeefster. Aangeefster heeft namelijk verklaard dat toen zij op 27 mei 2010 telefonisch contact had met een medewerker van de SNS-bank, haar werd verteld dat er geldbedragen waren overgeschreven met identifier nummer [identifier] , welk nummer niet in haar bezit was. Ten aanzien van de bedragen die overgemaakt zijn van de rekening van aangeefster bij de Triodos Bank naar de rekening van verdachte, gaat het hof er eveneens van uit dat verdachte daarbij ook onbevoegdelijk gebruik heeft gemaakt van de identifier die hoorde bij de bankrekening van aangeefster. Aangeefster heeft verklaard dat het geld zonder haar toestemming werd overgemaakt en dat de (normale) handelwijze met betrekking tot het overmaken van het geld bij de Triodos Bank hetzelfde was als bij de SNS Bank. Niet is gebleken dat het geld op andere wijze kon worden overgemaakt dan met behulp van een identifier, waardoor het hof er van uitgaat dat ook ten aanzien van de bankrekening bij de Triodosbank de verdachte het geld heeft overgemaakt door onbevoegdelijk gebruik te maken van de identifier van aangeefster.

Voorwaardelijk verzoek

Het verzoek om Mangan te horen wijst het hof af. Verdachte is niet in enig belang geschaad door Mangan niet te horen, dan wel het verzoek is onvoldoende onderbouwd. Het hof gaat er daarbij van uit dat de verdediging Mangan wil horen omtrent de bijzonderheden van internetbankieren bij de SNS-Bank en niet ten aanzien van de bijzonderheden bij de Triodos Bank, nu Mangan bij die laatste bank (voor zover bekend) niet werkzaam is of was.

Voor de bewezenverklaring is niet relevant of verdachte in de bewezenverklaarde periode slechts gebruik maakte van de identifier met nummer [identifier] of ook nog onbevoegd gebruik maakte van een andere identifier. De vraag of het zonder identifier mogelijk is om kennis te nemen van het saldo, acht het hof eveneens niet relevant voor enig in de zaak te nemen beslissing. De vraag of zonder identifier overschrijvingen gedaan zouden kunnen worden, zou wel relevant kunnen zijn, ware het niet dat het verzoek op dat punt onvoldoende onderbouwd is. Immers hierboven is al uiteen gezet dat de wederrechtelijkheid van het handelen van verdachte vast staat. Verdachte heeft zonder toestemming van aangeefster bedragen van haar rekening naar zijn rekening overgeschreven. Het kan daarbij in de ogen van het hof niet anders dan dat verdachte (onbevoegdelijk) de beschikking heeft gehad over de identifiers die destijds hoorden bij de bankrekeningen van aangeefster. In het volgens het hof zeer onwaarschijnlijke geval dat het geld op andere wijze overgemaakt werd naar de bankrekening van verdachte dan met behulp van een identifier, heeft verdachte dit dus geweten. Het is het hof dan- in verband met het ontbreken van een nadere onderbouwing - niet duidelijk geworden waarom de verdediging informatie wil, die de verdachte zelf al heeft.

Feit 2

Het hof acht – anders dan is betoogd door de raadsvrouw - voldoende vaststaan dat verdachte het ‘ [onderzoeksbureau] -rapport’ heeft opgesteld en heeft gebruikt door het aan [benadeelde 1] te overhandigen. Dat gebruik blijkt niet alleen uit het feit dat [benadeelde 1] dit verklaard heeft, maar past ook binnen de context van haar verklaringen die er op neer komen dat verdachte wederrechtelijk bedragen heeft overgemaakt van haar bankrekeningen naar zijn bankrekeningen en vervolgens getracht heeft haar wijs te maken dat die bedragen naar zijn bankrekeningen waren overgemaakt als gevolg van fouten bij de bank.

Dat het verdachte was die het rapport valselijk heeft opgemaakt leidt het hof af uit de inhoud, waarvoor kennis van de betreffende feiten nodig was, (welke kennis verdachte had), de omstandigheid dat verdachte belang had bij de inhoud van het rapport (welke inhoud in het verlengde lag van de leugens die verdachte aangeefster had verteld) en het taalgebruik. Het taalgebruik in het rapport komt namelijk overeen met het taalgebruik in de brief die aangeefster [benadeelde 2] zogenaamd van de Rabobank (maar feitelijk van verdachte) ontving. In beide documenten valt op dat daar waar ‘uw’ moet staan ‘u’ staat.

Ook is het hof – anders dan de raadsvrouw – van oordeel dat het document een bewijsbestemming had. Het document, dat zogenaamd afkomstig was van een (onafhankelijk) onderzoeksbureau – moest (onder meer) aantonen en (daardoor) aangeefster er van overtuigen dat er fouten waren gemaakt door de SNS Bank, door [kredietverstrekker 1] , door de advocaat van verdachte en dat verdachte op 6 mei 2011 aan aangeefster een aangetekende brief heeft verzonden met daarin € 45.000 (maar welke brief niet bij aangeefster is aangekomen).

Feit 5

De verklaring van aangeefster [benadeelde 1] dat zij door de verdachte in de tenlastegelegde periode werd belaagd vindt voldoende steun in ander bewijsmateriaal, met name de verklaring die de toenmalige buurvrouw van aangeefster heeft afgelegd. Het hof ziet geen aanleiding om de periode, zoals betoogd door de raadsvrouw, te verkorten. In ieder geval was in die periode sprake van belaging. Dat verdachte en aangeefster mogelijk contact hebben gehad in verband met de financiële afwikkeling van het een en ander, zoals in het kader van het opstellen van het convenant, maakt niet dat van belaging geen sprake kan zijn. Aangeefster kreeg sms’jes waarin stond dat verdachte haar in de gaten hield en verdachte hield haar ook daadwerkelijke in de gaten door zich vaak in de buurt van haar woning op te houden. Verdachte moet hebben geweten dat hij (ook) daardoor wederrechtelijk inbreuk maakte op de levenssfeer van aangeefster. Gelet op de door aangeefster gegeven opsomming van inbreuken, is sprake van stelselmatigheid.

parketnummer 16-661395-13

Feit 1

Anders dan de raadsvrouw is het hof van oordeel dat de verklaring van [benadeelde 2] – namelijk dat verdachte zonder haar toestemming geld van haar rekening heeft gepind - voldoende bevestiging vindt in ander bewijsmateriaal. In het dossier bevindt zich een brief, zogenaamd van de Rabobank, waarin wordt gezegd dat er door de Rabobank fouten zijn gemaakt met betrekking tot de pintransacties. Deze brief zou het verhaal van verdachte aan aangeefster moeten bevestigen dat door een fout van de bank bedragen die verdachte (met zijn pinpas) pinde bij aangeefster werden afgeschreven. Het kan niet anders dan dat deze brief is opgesteld door de verdachte. Hierboven is al opgemerkt dat in die brief – net als in het ‘ [onderzoeksbureau] -rapport’ dat verdachte had overhandigd aan [benadeelde 1] – in plaats van ‘uw’ ‘u’ wordt geschreven. Het opstellen van een dergelijke brief past ook geheel bij de handelwijze van verdachte zoals die is gebleken in de zaak van [benadeelde 1] , namelijk het zich wederrechtelijk toe-eigenen van geldbedragen en vervolgens het slachtoffer ervan proberen te overtuigen dat hij als gevolg van een fout bij de bank in het bezit is gekomen van het geld van het slachtoffer.

Feit 2

Het hof is van oordeel dat verdachte door het aannemen van een valse naam en samenweefsel van verdichtsels [benadeelde 2] heeft bewogen tot het aangaan van een schuld. Verdachte noemde zich tegenover [benadeelde 2] [verdachte] [valse achternaam] . Zijn eigen naam wilde hij niet gebruiken omdat hij als gevolg van het programma ‘Opgelicht’ negatief in het nieuws was gekomen. Aangeefster, die niet wist dat ze te maken had met [verdachte] , vertrouwde de man die zij kende als [verdachte] [valse achternaam] en heeft met dat vertrouwen gedacht dat hij inderdaad zijn creditcard was vergeten en dat hij inderdaad de gegevens later zou veranderen, zodat niet zij maar hij (of zijn bedrijf) de autohuur zou betalen. Verdachte – die ter zitting heeft verklaard dat hij in die tijd geen inkomsten had – moet reeds bij het aangaan van de huurovereenkomst hebben geweten dat niet hij, maar zij de huur zou gaan betalen. De combinatie van leugens die verdachte aangeefster vertelde, namelijk dat hij zijn creditcard was vergeten en dat hij later de gegevens van zijn creditcard zou doorgeven (zodat niet zij zou opdraaien voor de huur) vormt een samenweefsel van verdichtsels.

Dat verdachte gebruik wilde maken van de gehuurde auto die hij als gevolg van zijn bedrog tot zijn beschikking kreeg, maakt dat sprake was van het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling. Dat mogelijk ook aangeefster gebruik heeft gemaakt van die auto doet daaraan niet af.

Feit 4

De verklaring van aangeefster dat zij gedurende de tenlastegelegde periode is belaagd, vindt voldoende steun in andere bewijsmiddelen, zoals hierboven is weergegeven. Anders dan de raadsvrouw is het hof van oordeel dat aan het vereiste van artikel 342 lid 2 Sv is voldaan.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 16-712257-11 onder 1 primair, 2, 3 primair en 5 en in de zaak met parketnummer 16-661395-13 onder 1, 2 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

Zaak met parketnummer 16-712257-11:

1 primair:
hij op een of meer tijdstippen in de periode van 19 januari 2010 tot en met 28 februari 2011 te Amersfoort, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (telkens)

- vanaf bankrekeningnummer(s) [rekeningnummer 1] en/of [rekeningnummer 2] en/of [rekeningnummer 3] en/of [rekeningnummer 4] en/of [rekeningnummer 5] bij de SNS Bank 65, in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en) geld (van (in totaal) 40.695 euro), in elk geval enig goed, en/of

- vanaf bankrekeningnummer [rekeningnummer 6] bij de Triodos Bank zes, in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en) geld (van (in totaal) 3000,10 euro), in elk geval enig goed, toebehorende aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander dan verdachte,

zulks terwijl hij (telkens) die hoeveelhe(i)d(en) geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel (te weten (een) bankpas(sen) ten name van die [benadeelde 1] met de bijbehorende pincode(s) en/of de bankrekeningnummer(s) van die [benadeelde 1] en/of de (daarbij behorende) toegangcode(s) tot internetbankieren met (de daarbij behorende) zogenaamde identifier(s) en/of digipas(sen)).

2:
hij op één of meer tijdstip(pen) in om of omstreeks de periode van 8 juni 2011 tot en met 12 juni 2011 te Amersfoort, in elk geval in Nederland, een schriftelijk stuk dat een onderzoeksrapport van [onderzoeksbureau] moest voorstellen, in elk geval een schriftelijk stuk - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst,

immers heeft verdachte toen en daar valselijk/in strijd met de waarheid zelf een stuk geschreven wat een onderzoeksrapport van [onderzoeksbureau] moest voorstellen en dit stuk voorzien van (onder meer) de naam en/of de adresgegevens en/of het logo van [onderzoeksbureau] ,

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken

en/of

hij op of omstreeks 12 juni 2011 te Amersfoort, in elk geval in Nederland, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals of vervalst onderzoeksrapport van [onderzoeksbureau] , in elk geval een vals of vervalst schriftelijk stuk - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat geschrift echt en onvervalst,

bestaande die valsheid uit het vermeld zijn van de gegevens van [onderzoeksbureau] op dit niet door [onderzoeksbureau] geschreven stuk en bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij dit onderzoeksrapport/schriftelijk stuk heeft getoond/overhandigd aan [benadeelde 1] teneinde die [benadeelde 1] te overtuigen van zijn onschuld en/of te bewegen tot het teniet doen van een inschuld.

3 primair:
hij in of omstreeks de periode van 15 juni 2010 tot en met op 17 juni 2010 te Amersfoort, in elk geval in Nederland, een overeenkomst niet-doorlopend geldkrediet, in elk geval een schriftelijk stuk - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst,

immers heeft verdachte toen en daar valselijk/in strijd met de waarheid op deze/dit overeenkomst/schriftelijk stuk (onder meer) de naam en/of de adresgegevens en/of de geboortedatum geplaatst/gezet en/of voorzien van een handtekening, die de handtekening van [benadeelde 1] moest voorstellen, althans van een andere handtekening dan die van hem zelf,

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken

en/of

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 juni 2010 tot en met 17 juni 2010 te Amersfoort, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een valse of vervalste overeenkomst niet-doorlopend geldkrediet, in elk geval een vals of vervalst schriftelijk stuk - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat geschrift echt en onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij deze/dit overeenkomst/schriftelijk stuk heeft opgestuurd naar [kredietverstrekker 1] B.V. en/of [kredietverstrekker 2] B.V. teneinde [kredietverstrekker 1] B.V. en/of [kredietverstrekker 2] B.V. te bewegen tot de afgifte van een geldlening en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat op die overeenkomst/dat schriftelijk stuk valselijk/in strijd met de waarheid (onder meer) de naam en/of de adresgegevens en/of de geboortedatum en/of de handtekening van [benadeelde 1] was/waren ingevuld.

5:
hij een of meermalen in of omstreeks de periode van 13 april 2011 tot en met 4 september 2011 te Amersfoort en/of Rotterdam, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van een persoon, genaamd [benadeelde 1] , in elk geval van een ander, (telkens) met het oogmerk die persoon, in elk geval die ander, te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen,

immers heeft verdachte wederrechtelijk opzettelijk stelselmatig met voornoemd oogmerk,

- op een aantal verschillende tijdstippen voornoemd persoon per (mobiele en/of vaste) telefoon gebeld en/of tekstberichten gestuurd, en/of

- op een aantal verschillende tijdstippen naar/langs de door voornoemd persoon in [plaats] bewoonde woning gegaan en/of gelopen en/of gefietst, en/of

- op een aantal verschillende tijdstippen een e-mail aan voornoemd persoon gestuurd, en/of

- op verschillende tijdstippen bloemen aan voornoemd persoon gestuurd, en/of

- op verschillende tijdstippen buren van, althans een ander dan voornoemd persoon verzocht hem, verdachte, toe te laten tot de/het (gemeenschappelijke) hal/trappenhuis van voornoemd persoon.

Zaak met parketnummer 16-661395-13 (gevoegd):

1 :
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 oktober 2012 tot en met 16 oktober 2012 te Utrecht en/of Nes, in elk geval in Nederland,

(telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit meerdere, althans een geldautoma(a)t(en) heeft weggenomen

- een geldbedrag van 250 euro op 29 september 2012, en/of

- een geldbedrag van 100 euro op 6 oktober 2012, en/of

- een geldbedrag van 250 euro op 13 oktober 2012, en/of

- een geldbedrag van 100 euro op 15 oktober 2012, en/of

- een geldbedrag van 350 euro op 15 oktober 2012, en/of

- een geldbedrag van 250 euro op 16 oktober 2012,

in elk geval meerdere, althans (een), hoeveelhe(i)d(en) geld (van in totaal 1050 euro), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte,

waarbij hij, verdachte (telkens) dat/die weg te nemen (een) hoeveelhe(i)d(en) geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel (te weten een bankpas en/of creditcard ten name van [benadeelde 2] met de bijbehorende pincode(s)).

2:
hij op of omstreeks 25 juli 2012 te Utrecht, in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[benadeelde 2] heeft bewogen tot het aangaan van een schuld, hebbende en/of zijnde verdachte met voornoemd oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid ten behoeve van voornoemde schuld (telkens)

- zich voorgedaan als hebbende de achternaam [valse achternaam] , althans met een andere achternaam als verdachte heeft, en/of

- voorgewend dat hij in het bezit was van een rijbewijs, en/of

- onder het voorwendsel dat hij (op eigen naam) een auto (voor zijn werk) wilde huren met die [benadeelde 2] naar een autoverhuurbedrijf gegaan, en/of

- voorgewend dat hij zijn eigen creditcard was vergeten, en/of

- gevraagd of die [benadeelde 2] haar creditcard beschikbaar wilde stellen voor het huurcontract, waarbij hij een dag later zijn creditcard aan dit huurcontract zou koppelen in plaats van de creditcard van die [benadeelde 2] , en/of

- de (NAW-)gegevens van die [benadeelde 2] op een huurcontract ingevuld, zulks terwijl die [benadeelde 2] hier niet van op de hoogte was,

waardoor die [benadeelde 2] werd bewogen tot het aangaan van voornoemde schuld.

4:
hij een of meermalen in of omstreeks de periode van 27 oktober 2012 tot en met 26 december 2012 te Utrecht en/of Rotterdam, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van een persoon, genaamd [benadeelde 2] , in elk geval van een ander dan verdachte, (telkens) met het oogmerk die [benadeelde 2] , in elk geval die ander, te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen,

immers heeft/is verdachte toen en daar (telkens) wederrechtelijk met dat opzet en voornoemd oogmerk,

- op een aantal verschillende tijdstippen voornoemd persoon op haar (mobiele en/of vaste) telefoon gebeld en/of tekstberichten gestuurd, en/of

- op een aantal verschillende tijdstippen, althans eenmaal, het (nieuwe) mobiele telefoonnummer van voornoemd persoon weten te achterhalen, en/of

- op een aantal verschillende tijdstippen naar het bedrijf waar voornoemd persoon werkzaam was gebeld en/of zich heeft voorgedaan als iemand anders dan verdachte om voornoemd persoon aan de telefoon te krijgen, en/of

- op een aantal verschillende tijdstippen een e-mail aan voornoemd persoon gestuurd, en/of

- op een aantal verschillende tijdstippen een brief en/of postkaart aan voornoemd persoon gestuurd, en/of

- op een aantal verschillende tijdstippen naar de door voornoemd persoon in Utrecht bewoonde woning gegaan.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 16-712257-11 onder 1 primair bewezen verklaarde levert op:

diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.

Het in de zaak met parketnummer 16-712257-11 onder 2 en 3 primair bewezen verklaarde levert op:

telkens:

de voortgezette handeling van

valsheid in geschrift

en

opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst.

Het in de zaak met parketnummer 16-712257-11 onder 5 bewezen verklaarde levert op:

belaging.

Het in de zaak met parketnummer 16-661395-13 onder 1 bewezen verklaarde levert op:

diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.

Het in de zaak met parketnummer 16-661395-13 onder 2 bewezen verklaarde levert op:

oplichting.

Het in de zaak met parketnummer 16-661395-13 onder 4 bewezen verklaarde levert op:

belaging.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen -en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden- de volgende omstandigheden.

Verdachte heeft van twee van zijn voormalige vriendinnen tijdens de relatie met hun geldbedragen weggenomen. Een van de aangeefsters heeft hij bestolen door met door hem onderschepte identifiers en codes bedragen van haar bankrekeningen over te boeken naar hemzelf, familie en derden aan wie hij betalingen schuldig was. Toen de aangeefster daar achter kwam heeft verdachte een rapport met de naam van een recherchebureau opgesteld en dat aan haar overhandigd, waarmee hij wilde aantonen dat de geldbedragen door een fout van de bank bij hem terecht zijn gekomen. Daarnaast heeft hij op naam van aangeefster [benadeelde 1] een lening afgesloten van 20.000 euro, waarbij hij haar handtekening heeft vervalst, en heeft hij dat geldbedrag in delen naar zichzelf overgeschreven nadat de kredietverstrekker het aan aangeefster had uitgekeerd. Daarnaast heeft hij de andere aangeefster bestolen door meermalen zonder haar toestemming geld te pinnen met haar bankpas en pincode die zij een keer aan hem had gegeven en heeft hij [benadeelde 2] meegenomen naar een autoverhuurbedrijf en haar bewogen een schuld aan te gaan, omdat hij zogenaamd zijn creditcard was vergeten.

Verdachte heeft zich hiermee schuldig gemaakt aan een hele reeks diefstallen van personen met wie hij een liefdesrelatie onderhield en die hem vertrouwden. Tijdens deze relaties heeft verdachte op allerlei manieren geprobeerd deze feiten aan een ander toe te schrijven, waarbij hij niet schroomde valselijk stukken op te maken. Verdachte heeft uit het plegen van deze strafbare feiten eigen financieel voordeel getrokken en onderhavige feiten hebben grote financiële gevolgen gehad voor de slachtoffers. Daarnaast heeft verdachte het vertrouwen geschonden van aangeefsters. Uit de slachtofferverklaring zoals aangeefster [benadeelde 1] deze tijdens de terechtzitting in hoger beroep heeft voorgelezen blijkt dat zij thans nog dagelijks zowel materieel als psychisch de gevolgen van het handelen van verdachte ondervindt. Het hof rekent dit verdachte zwaar aan.

Daarnaast heeft verdachte zich na het beëindigen van de relaties door aangeefsters gedurende een langere periode schuldig gemaakt aan de belaging van hen onder andere door veelvuldig te bellen en berichten te sturen. Daarmee heeft verdachte bij aangeefsters gevoelens van angst en onveiligheid veroorzaakt. Het hof neemt het de verdachte kwalijk dat hij zich in die periodes volledig heeft laten leiden door zijn eigen gevoelens en zich onvoldoende rekenschap heeft gegeven van de gevoelens van de slachtoffers.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft het hof rekening gehouden met het beknopte Reclasseringsadvies dat op 20 mei 2014 over verdachte is opgemaakt en waarin staat vermeld dat het ondoenlijk is de situatie van verdachte goed in kaart te brengen, aangezien de door verdachte verstrekte informatie onvolledig is en in een enkel geval onjuist. Daarnaast heeft het hof acht geslagen op de gegevens zoals deze blijken uit het Uittreksel Justitiële Documentatie van 7 december 2015, waaruit blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld terzake verduistering, oplichting en flessentrekkerij.

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat gelet op de bewezenverklaarde feiten en de persoon van verdachte geen andere straf past dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Ter zitting heeft de advocaat-generaal verzocht het onderzoek ter zitting aan te houden zodat een onderzoek gedaan zou kunnen worden naar de persoon van de verdachte. Het hof heeft ter zitting dat verzoek afgewezen. Na de behandeling ter zitting is het hof niet alsnog tot het oordeel gekomen dat het onderzoek noodzakelijk is. Het heeft daarbij rekening gehouden met verschillende belangen. Eén van die belangen betreft de voortvarendheid van de procedure. Het hof merkt op dat het gaat om feiten die langer geleden zijn gepleegd en dat de verdediging zowel in eerste aanleg als in hoger beroep gesteld heeft dat het recht van verdachte op behandeling binnen een redelijke termijn is geschonden. In hoger beroep is de behandeling van de zaak (op verzoek van de verdachte) reeds twee maal aangehouden. Ook bij de rechtbank is de behandeling van de zaak een keer op verzoek van de verdachte aangehouden. Het belang van een voortvarende afhandeling komt verder in het gedrang als het onderzoek ter zitting zou worden heropend.

Een ander belang waarmee het hof rekening heeft gehouden, betreft het belang van een juiste strafoplegging, in die zin dat de straf bijdraagt aan het tegengaan van recidive. Gelet op dat belang was rapportage over de verdachte (er van uitgaande dat verdachte had meegewerkt aan het onderzoek) op zich wenselijk geweest en had rapportage kunnen leiden tot het opleggen van bijzondere voorwaarden. Het is evenwel niet zo dat slechts het opleggen van bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijk strafdeel kunnen bijdragen aan het terugdringen van recidive. Het hof wijst er op dat de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf een preventief effect kan hebben en

dat reeds in de detentiefase en/of in het kader van de voorwaardelijke invrijheidstelling een begin kan worden gemaakt met een eventuele behandeling en dat na afloop hiervan deze op vrijwillige basis kan worden voortgezet. Het belang van het tegengaan van recidive noopt daarom naar het oordeel van het hof niet tot heropening van het onderzoek ter zitting.

Door de verdediging is nog aangevoerd dat er sprake is van overschrijding van de redelijke termijn, nu verdachte reeds op 1 maart 2012 voor het eerst als verdachte is gehoord en in eerste aanleg meer dan twee en een half jaar later vonnis is gewezen.

Met de verdediging is het hof van oordeel dat de berechting van de zaak in eerste aanleg lang heeft geduurd, nu het vonnis dateert van 3 december 2014 en verdachte, zoals hiervoor is verwoord, reeds op 1 maart 2012 als verdachte is gehoord en verdachte vanaf dat moment in redelijkheid de verwachting kon ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Het hof is evenwel niet van oordeel dat het recht op een behandeling binnen een redelijke termijn is geschonden, nu verdachte na zijn verhoor in maart 2012 verder is gegaan met het plegen van strafbare feiten, waardoor nieuw onderzoek nodig was. Verdachte is na maart 2012 in verband met een nieuwe aangifte tegen hem op 25 februari 2013 verhoord. Dat is tevens het laatste verhoor van verdachte geweest. Daarbij komt dat de zaak – ondanks het feit dat de zaak twee keer op verzoek van verdachte is aangehouden en er op verzoek van verdachte bij de raadsheer-commissaris getuigen zijn gehoord - in hoger beroep met voortvarendheid is behandeld, zodat binnen vier jaar na het eerste verhoor en binnen drie jaar na het laatste verhoor arrest wordt gewezen.

Het hof zal ten aanzien van de feiten in de zaak met parketnummer 16-712257-11 onder 2 en 3 primair toepassing geven aan artikel 56 (voortgezette handeling) van het Wetboek van Strafrecht, nu het hof van oordeel is, dat deze bewezenverklaarde feiten in een zodanig verband met elkaar staan, dat zij kunnen worden geacht te zijn voortgekomen uit één ongeoorloofd wilsbesluit.

Op de dagvaarding in eerste aanleg zijn als ad informandum gevoegde strafbare feiten opgenomen een oplichting in de periode van 23 september tot en met 16 november 2011 te Amsterdam en een verduistering op 27 oktober 2012 te Utrecht. Nu verdachte beide ad informandum gevoegde feiten niet bekent, zal het hof bij de bepaling van de strafmaat daar geen rekening mee houden.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 29.777,50. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 29.777,50. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 16-712257-11 onder 1 primair, 2, 5 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Ten aanzien van de door [benadeelde 1] gevorderde bedragen betreffende de gepinde geldbedragen is het hof van oordeel dat geen sprake is van rechtstreekse schade in verband met de vrijspraak van verdachte op dit punt en wat betreft het eigen risico zorgverzekering is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering op dit punt een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [kredietverstrekker 1] Bv

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 19.500,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 16-712257-11 onder 3 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 7.837,87. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 7.203,07. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 16-661395-13 onder 1, 2 en 4 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Ten aanzien van het door [benadeelde 2] gevorderde bedrag betreffende een bril die verdachte gekocht zou hebben, is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering op dat punt een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 56, 57, 63, 225, 285b, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 16-712257-11 onder 4 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 16-661395-13 onder 3 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 16-712257-11 onder 1 primair, 2, 3 primair en 5 en in de zaak met parketnummer 16-661395-13 onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 16-712257-11 onder 1 primair, 2, 3 primair en 5 en in de zaak met parketnummer 16-661395-13 onder 1, 2 en 4 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] ter zake van het in de zaak met parketnummer 16-712257-11 onder 1 primair, 2, 5 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 28.375,50 (achtentwintigduizend driehonderdvijfenzeventig euro en vijftig cent) bestaande uit € 27.095,50 (zevenentwintigduizend vijfennegentig euro en vijftig cent) materiële schade en € 1.280,00 (duizend tweehonderdtachtig euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 28 februari 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 13 april 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 1] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 16-712257-11 onder 1 primair, 2, 5 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 28.375,50 (achtentwintigduizend driehonderdvijfenzeventig euro en vijftig cent) bestaande uit

€ 27.095,50 (zevenentwintigduizend vijfennegentig euro en vijftig cent) materiële schade en € 1.280,00 (duizend tweehonderdtachtig euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 170 (honderdzeventig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 28 februari 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 13 april 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Vordering van de benadeelde partij [kredietverstrekker 1] Bv

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [kredietverstrekker 1] Bv ter zake van het in de zaak met parketnummer 16-712257-11 onder 3 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 19.500,00 (negentienduizend vijfhonderd euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 15 juni 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [kredietverstrekker 1] Bv, ter zake van het in de zaak met parketnummer 16-712257-11 onder 3 primair bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 19.500,00 (negentienduizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 127 (honderdzevenentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 15 juni 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 2] ter zake van het in de zaak met parketnummer 16-661395-13 onder 1, 2 en 4 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 7.203,07 (zevenduizend tweehonderddrie euro en zeven cent) bestaande uit € 6.203,07 (zesduizend tweehonderddrie euro en zeven cent) materiële schade en € 1.000,00 (duizend euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 28 oktober 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 28 oktober 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 2] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 16-661395-13 onder 1, 2 en 4 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 7.203,07 (zevenduizend tweehonderddrie euro en zeven cent) bestaande uit € 6.203,07 (zesduizend tweehonderddrie euro en zeven cent) materiële schade en € 1.000,00 (duizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 68 (achtenzestig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 28 oktober 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 28 oktober 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Aldus gewezen door

mr. J.D. den Hartog, voorzitter,

mr. J.A.W. Lensing en mr. H.H.M. van Dijk, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. H.J. Rosmalen-Jansen, griffier,

en op 22 januari 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

1 De hieronder onder 1 tot en met 23 genoemde bewijsmiddelen zijn als bijlagen gevoegd bij het stamproces-verbaal, nummer 2011082735 (pagina 2-15), in de wettelijke vorm opgemaakt op 7 maart 2012 door [verbalisant 1] , buitengewoon opsporingsambtenaar. Het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 1] , nummer PL0940-2011082735-1 (pagina 16-19), in de wettelijke vorm opgemaakt op 13 april 2011 door [verbalisant 2] , buitengewoon opsporingsambtenaar.

2 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 1] , nummer 2011082735 (pagina 42-44), in de wettelijke vorm opgemaakt op 3 februari 2012 door [verbalisant 1] , voornoemd.

3 Idem noot 1 (p. 19-20).

4 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 1] , nummer PL0940 2011082735-2 (pagina 25-26), in de wettelijke vorm opgemaakt op 23 augustus 2011 door [verbalisant 3] , hoofdagent.

5 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, te weten rekeningoverzichten van SNS bank op naam van [benadeelde 1] van rekening-courant [rekeningnummer 1] , van SNS basis betalen [rekeningnummer 2] , van SNS spaarmixrekening [rekeningnummer 4] , van SNS maxisparen [rekeningnummer 5] en van SNS internetsparen [rekeningnummer 3] , allen van 01-01-2010 t/m 14-04-2011. (pagina 49-66)

6 Idem noot 4.

7 Idem noot 4 (p. 29).

8 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, te weten een overzicht van rekeningnummer [rekeningnummer 8] . (pagina 134-140).

9 Het proces-verbaal van bevindingen ex artikel 126nd Strafvordering, nummer 2011082230 (pagina 132-133), in de wettelijke vorm opgemaakt op 26 januari 2012 door [verbalisant 12] .

10 Idem noot 4 (p. 30).

11 Het proces-verbaal van bevindingen ex artikel 126nd Strafvordering, nummer 2011082230 (pagina 163-164), in de wettelijke vorm opgemaakt op 20 januari 2012 door [verbalisant 1] , voornoemd.

12 Idem noot 4 (pagina 29-30).

13 Het proces-verbaal van aangifte van [directeur] , nummer PL0960 2011168993-1 (pagina 45-48), in de wettelijke vorm opgemaakt op 27 juli 2011 door [verbalisant 4] , buitengewoon opsporingsambtenaar.

14 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering. (pagina 99-106).

15 Idem noot 1 (pagina 21).

16 Idem noot 4 (pagina 32-33).

17 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering. (pagina 171).

18 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering. (pagina 172-173).

19 Idem noot 5 (pagina 53).

20 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, nummer 2011082735 (pagina 218), in de wettelijke vorm opgemaakt op 1 maart 2012 door [verbalisant 5] , buitengewoon opsporingsambtenaar, en [verbalisant 1] , voornoemd.

21 Het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 1] , nummer PL0940-2011199487-1 (pagina 248-251), in de wettelijke vorm opgemaakt op 4 september 2011 door [verbalisant 6] , surveillant van politie.

22 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] (pagina 276-277), in de wettelijke vorm opgemaakt op 13 februari 2012 door [verbalisant 1] , voornoemd.

23 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, nummer 2011082735 (pagina 270), in de wettelijke vorm opgemaakt op 2 maart 2012 door [verbalisant 5] en [verbalisant 1] , beiden voornoemd. De hieronder onder 24 tot en met 34 en 36 tot en met 53 genoemde bewijsmiddelen zijn als bijlagen gevoegd bij het stamproces-verbaal, nummer PL091A 2013048926 (pagina 02-03), in de wettelijke vorm opgemaakt op 3 maart 2013 door [verbalisant 7] , hoofdagent van politie.

24 Het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 2] , nummer PL0910 2012241210-1 (pagina 08), in de wettelijke vorm opgemaakt op 28 oktober 2012 door [verbalisant 8] , buitengewoon opsporingsambtenaar.

25 Het proces-verbaal van de terechtzitting van de meervoudige kamer in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 19 november 2014.

26 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering (pagina 105-107).

27 Geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, te weten rekeningafschriften van Rabo TotaalRekening [rekeningnummer 9] op naam van [benadeelde 2] over de periode van 05-10-2012 tot en met 05-11-2012 (pagina 108-110).

28 Idem noot 24 (pagina 11).

29 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering (pagina 17).

30 Het proces-verbaal van de terechtzitting van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem, van 8 januari 2016.

31 Idem noot 23 (pagina 10-11).

32 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, te weten een rekeningafschrift Rabocard met rekeningnummer [rekeningnummer 9] op naam van [benadeelde 2] over de periode van 23-09-2012 tot en met 08-10-2012 (pagina 18).

33 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] (pagina 102-103), in de wettelijke vorm opgemaakt op 1 april 2014 door [verbalisant 9] , voornoemd.

34 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, nummer 2012260353 (pagina 98-99), in de wettelijke vorm opgemaakt op 25 februari 2013 door [verbalisant 7] , voornoemd.

35 Het proces-verbaal van de terechtzitting van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem, van 8 januari 2016.

36 Het proces-verbaal ontvangst klacht door hulpofficier van justitie, nummer PL0910 2012260353-2 (pagina 90), in de wettelijke vorm opgemaakt op 6 december 2012 door [verbalisant 10] , hoofdinspecteur van politie.

37 Het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 2] , nummer PL0910 2012260353-1 (pagina 41-42), in de wettelijke vorm opgemaakt op 14 december 2012 door [verbalisant 11] , brigadier van politie.

38 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering (pagina 43).

39 Idem noot 38.

40 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering (pagina 49).

41 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering (pagina 50).

42 Geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering (pagina 53-54).

43 Geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering (pagina 55-56).

44 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering (pagina 57).

45 Geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering (pagina 58-60).

46 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering (pagina 60).

47 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering (pagina 80).

48 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering (pagina 76).

49 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering (pagina 78).

50 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering (pagina 51).

51 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering (pagina 77).

52 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 2] , nummer PL091A 2012260353-3 (pagina 88-89), in de wettelijke vorm opgemaakt op 27 februari 2013 door [verbalisant 7] , voornoemd.

53 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, nummer PL091A 2012260353-4 (pagina 96), in de wettelijke vorm opgemaakt op 3 maart 2013 door [verbalisant 7] , voornoemd.