Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:5037

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
21-06-2016
Datum publicatie
28-06-2016
Zaaknummer
200.151.338/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Pensioenzaak. Werkgever dient forfaitaire schadevergoeding (boete) te betalen als gevolg van het niet tijdig verschaffen van gevraagde informatie. Beroep op matiging afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/1826
PJ 2016/124
AR-Updates.nl 2016-0717
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.151.338/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 2237505 \ CV EXPL 13-5755)

arrest van 21 juni 2016

in de zaak van

Personenvervoer L. Wolters B.V.,

gevestigd te Drachten,

appellante in het principaal hoger beroep,

geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,

in eerste aanleg: gedaagde in conventie en eiseres in reconventie,

hierna: Personenvervoer Wolters,

advocaat: mr. L.T. den Hollander, kantoorhoudend te Zwolle,

tegen

Stichting Sociaal Fonds Taxi,

gevestigd te Culemborg,

geïntimeerde in het principaal hoger beroep,

appellante in het incidenteel hoger beroep,

in eerste aanleg: eiseres in conventie en verweerster in reconventie,

hierna: SFT,

advocaat: mr. M.W.M. Heijlaerts, kantoorhoudend te Amsterdam.

Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 2 februari 2016 hier over.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Ingevolge het vermelde tussenarrest heeft op 22 maart 2016 een meervoudige comparitie van partijen plaatsgevonden.

1.2

SFT heeft een korte pleitnota overgelegd en de griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen is besproken.

1.3

Vervolgens hebben partijen arrest gevraagd op het comparitiedossier.

1.4

Personenvervoer Wolters heeft gevorderd om bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

- het vonnis van de kantonrechter, locatie Leeuwarden, van 21 maart 2014 te vernietigen, en opnieuw recchtdoende:

- SFT alsnog niet-ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen, althans haar vorderingen alsnog af te wijzen;

- SFT te veroordelen tot terugbetaling van hetgeen op grond van het beroepen vonnis reeds is voldaan, te vermeerderen met wettelijke rente;

- met veroordeling van SFT in de kosten van beide instanties.

1.5

SFT heeft in incidenteel hoger beroep, zakelijk weergegeven, vernietiging van het vonnis gevorderd op het punt van de proceskostenveroordeling, met veroordeling van Personenvervoer Wolters in de kosten van beide instanties, zulks uitvoerbaar bij voorraad.

2 De feiten

2.1

Tegen de door de kantonrechter onder 2.1 tot en met 2.18 vastgestelde feiten is, behoudens tegen hetgeen is opgenomen onder 2.6, geen grief gericht en ook overigens is niet van bezwaar daartegen gebleken. Rekening houdend met de grieven tegen randnummer 2.6 zijn de vaststaande feiten als volgt.

2.2

Het bedrijf van Wolters valt onder de werkingssfeer van de CAO Taxivervoer en de CAO Sociaal Fonds Taxi (hierna te noemen CAO SFT). De CAO Taxivervoer 2009 t/m 2013 is bij besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 19 april 2012 opnieuw algemeen verbindend verklaard tot en met december 2013. De CAO SFT is bij besluit van 1 april 2010 opnieuw algemeen verbindend verklaard tot en met 31 december 2013, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 13 maart 2012.

2.3

SFT heeft tot doel het toezicht houden op zowel de naleving van de CAO Taxivervoer als de CAO SFT.

2.4

Artikel 3 lid 2 van de CAO SFT luidt:

"De werkgever is verplicht op de wijze, vermeld in een nader daartoe door de SFT op te stellen reglement, aan te tonen dat hij de bepalingen van de Collectieve Arbeidsovereenkomst Taxivervoer, alsmede deze Collectieve Arbeidsovereenkomst, getrouwelijk naleeft."

Artikel 4B van Bijlage 1 Reglement met betrekking tot de uitvoering van het bepaalde in artikel 3, lid 1, onder B, van de Statuten (hierna te noemen het Reglement) bij de CAO SFT luidt:

"Op de werkgever rust de bewijslast met betrekking tot het aantonen, dat de CAO Taxivervoer en de CAO SFT worden nageleefd."

2.5

Artikel 9 van het Reglement luidt onder meer:

"2. Indien een werkgever na ingebrekestelling door of namens SFT gedurende tenminste 14 dagen nalatig blijft de vanwege SFT verzochte gegevens met betrekking tot de wijze waarop hij de CAO naleeft te verstrekken, dan wel onjuiste gegevens verstrekt, is hij verplicht door dat enkele feit aan SFT een forfaitaire schadevergoeding te betalen. SFT kan besluiten geheel of gedeeltelijk af te zien van het innen van deze schadevergoeding indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven.

3. Indien een werkgever na ingebrekestelling door of namens SFT gedurende tenminste 14 dagen volhardt bij het niet naleven van de CAO op de in de ingebrekestelling vermelde punten, is hij onverminderd het gestelde onder 2 verplicht aan SFT een door deze Stichting te bepalen schadevergoeding te betalen. Bij het bepalen van de schadevergoeding wordt in ieder geval rekening gehouden met de aard, de omvang en de duur van de niet-naleving, alsmede met de loonsom van de onderneming van de betrokken werkgever. Daarnaast kan rekening gehouden worden met de mate waarin die werkgever alsnog achterstallige verplichtingen jegens zijn personeel nakomt dan wel zekerheid stelt voor een correcte naleving van de CAO"

en het eerste lid van artikel 9B:

"De forfaitaire schadevergoeding (S) genoemd in artikel 9, lid 2, wordt als volgt berekend:

S = A x W x € 1 waarin

A = de laatste voor de betrokken werkgever vastgestelde jaarlijkse premieafdracht SFT (werkgevers en werknemersdeel), of bij gebreke daarvan 0,6% van de jaarlijkse loonsom in de onderneming, of bij gebreke daarvan een door het SFT forfaitair vast te stellen bedrag, gebaseerd op een schatting van de laatstelijk voor de betrokken werkgever veronderstelde premieafdracht SFT-fonds, met dien verstande de A tenminste € 125 zal bedragen.

W= het aantal weken dat de werkgever in gebreke blijft."

2.6

SFT heeft bij brief van 12 april 2011 onderzoek aangekondigd naar de naleving van de CAO Taxivervoer en de CAO SFT binnen Personenvervoer Wolters. Verzocht is om bepaalde documenten van de voorgaande 12 maanden toe te zenden, dan wel contact op te nemen met SFT voor het inplannen van een controle ter plaatse. SFT heeft op 31 mei 2011 ter plaatse een onderzoek uitgevoerd, vervolgd op 22 augustus 2011. Volgens SFT bleek daaruit dat de CAO op verschillende punten werd overtreden, onder meer ten aanzien van de looninschaling, vakantiedagen, vakantietoeslag, overwerktoeslag, afrekening meeruren en pensioen. SFT heeft hierover gerapporteerd per brief van 7 september 2011, waarin onder meer staat:

"Bijvoorbeeld de heer [X] is in januari 2011 ingeschaald in loontrede 7. Bij loontrede 7 hoort per 1 januari 2011 een uurloon van € 10,53. Aan de hand van de loonspecificatie van januari 2011 hebben wij gezien dat hij een bruto uurloon van € 10,19 heeft ontvangen, dit komt overeen met loontrede 7 exclusief 3,40% loonsverhoging en prijscompensatie. (…)

Wij verzoeken u vanaf januari 2010 voor alle werknemers met uitbetaald verlof dit verlof ook op te geven aan TKP Pensioen. Ter controle verzoeken wij u de gecorrigeerde pensioennota en achterliggende pensioenspecificaties toe te sturen. (…) Wij verzoeken u vanaf januari 2010 voor alle werknemers met provisieloon cq. weekendtoeslag dit ook op te geven aan TKP Pensioen. Ter controle verzoeken wij u de gecorrigeerde pensioennota en achterliggende pensioenspecificaties toe te sturen."

Bij brieven van 12 oktober 2011, 9 november 2011 en 8 december 2011 (waarbij SFT tevens de forfaitaire schadevergoeding op grond van artikel 9 lid 2 van het Reglement heeft aangezegd) heeft SFT, wegens het (vermeende) uitblijven van een reactie van Personenvervoer Wolters, gerappelleerd.

2.7

De (toenmalige) administrateur van Personenvervoer Wolters, de heer [Y] , heeft bij e-mailbericht van 5 december 2011 aan SFT meegedeeld:

"Naar aanleiding van de enige tijd geleden uitgevoerde controle van de administratie van Personenvervoer Wolters b.v. heb ik de volledige loonadministratie van deze bv omgewerkt volgens het stramien van onze andere bv, Taxicentrale L. Wolters b.v..

Hiermee zijn mijns inziens alle op- en aanmerkingen die tijdens de controle naar voren kwamen ondervangen."

De door Personenvervoer Wolters per e-mail aangeleverde stukken zijn aanvankelijk abusievelijk terechtgekomen in het dossier van SFT van het lopende onderzoek van Taxicentrale L. Wolters.

2.8

Bij brief van 26 maart 2012 heeft SFT aan Personenvervoer Wolters meegedeeld dat inmiddels gebleken is dat de toegestuurde stukken wel zijn ontvangen op 5 december 2011, en dat SFT daarom niet overgaat tot opvordering van de in haar brief van 8 december 2011 aangezegde forfaitaire schadevergoeding. De brief vervolgt echter aldus:

"Wij stellen vast dat wij een overzicht met netto bedragen en 139 loonspecificaties hebben ontvangen. Wij kunnen op basis hiervan niet vaststellen in hoeverre de in onze brief d.d. 7 september 2011 genoemde punten zijn uitgevoerd. Bovendien zijn een aantal van de gevraagde stukken niet aangeleverd. Dit betreft kort samengevat: (…)

 De gecorrigeerde pensioennota's en bijbehorende pensioendetails met betrekking tot de opgave van het uitbetaalde verlof en provisieloon / weekendtoeslag. (…)

U wordt verzocht en zo nodig gesommeerd onder gelijktijdige ingebrekestelling om de gevraagde stukken binnen 14 dagen na dagtekening van deze brief alsnog aan te leveren. Dit op straffe van het verbeuren van een forfaitaire schadevergoeding in overeenstemming met artikel 9 Reglement SFT. (…)

De forfaitaire schadevergoeding is gebaseerd op de premieafdracht 2011 en bedraagt

€ 1.319,96 voor elke week dat u in gebreke blijft."

2.9

Na een uitvoerige correspondentie tussen partijen heeft op 23 juli 2012 een bedrijfsbezoek plaatsgevonden.

2.10

Bij brief van 25 juli 2012 heeft Personenvervoer Wolters gereageerd op het schrijven van SFT van 7 september 2011, en daarbij onder meer aangegeven dat de opmerking van SFT over het loon van [X] niet klopt en dat het loon van [X] over 2011 € 10,54 per uur bedroeg.

2.11

Op 16 augustus 2012 heeft SFT naar aanleiding van de in juli 2012 door Personenvervoer Wolters toegezonden stukken schriftelijk gereageerd en daarbij opmerkingen gemaakt over de lonen, vakantiedagen, vakantiedagen en vakantietoeslag over uitbetaalde vakantiedagen, vakantietoeslag, overuren, uitbetaling van de in tijd weggezette meeruren en overuren, alsmede inhouding en afdracht van pensioenpremie. Ook heeft SFT aangegeven dat zij bepaalde stukken nog niet heeft ontvangen en opgemerkt dat er nog 10% extra moet worden nabetaald, behalve voor gecorrigeerde opgaven aan het pensioenfonds.

2.12

De gemachtigde van Personenvervoer Wolters heeft vervolgens bij brief van 9 januari 2013 aan SFT geschreven:

"Zoals bekend heeft het SFT recent een nieuwe systematiek doorgevoerd waarin met betrekking tot de CAO-controle een beoordeling plaatsvindt waarbij het predicaat "slecht", "onvoldoende", "voldoende" of "goed" wordt afgegeven. In de praktijk betekent dit dat opdrachtgevers deze nieuwe beoordeling verlangen wanneer zij besluiten welke taxi-ondernemer kan meedingen. Ook voor het WMO-vervoer van de Gemeente Leeuwarden volstaan de oude afsluitende verklaringen van Wolters niet meer, en worden verklaringen met bovengenoemde nieuwe beoordelingssystematiek verlangd.

Gelet op het bovenstaande heeft SFT geen grond om dit verzochte nieuwe bedrijfsonderzoek te weigeren."

2.13

SFT heeft op 10 januari 2013 geantwoord dat SFT geen nieuw onderzoek zal uitvoeren zolang het oude onderzoek nog niet is afgerond, anders zou een werkgever in een lopende onderzoek waarbij CAO overtredingen zijn geconstateerd gemakkelijk onder zijn correctieverplichtingen uitkomen door een nieuw onderzoek over een latere controleperiode aan te vragen, en daarnaast zou een scheef beeld ontstaan als het bedrijfsoordeel "voldoende" zou worden afgegeven, terwijl het lopende onderzoek over een eerdere periode nog niet is afgerond, waarbij een substantieel bedrag aan nabetalingen openstaat.

2.14

Bij brief van 6 februari 2013 heeft SFT, naar aanleiding van door Personenvervoer Wolters op 23 januari 2013 toegezonden stukken, opmerkingen gemaakt. Deze brief vermeldt onder meer dat voor wat betreft [Z] geen stukken zijn aangetroffen met betrekking tot de afdracht pensioenpremie.

In reactie hierop heeft Wolters bij brief van 13 februari 2013 aan SFT meegedeeld (voor zover van belang):

"Afdracht pensioenpremie

Met betrekking tot dhr. [Z] is dit nimmer ter sprake gebracht waardoor ook kopieën van de pensioenopgave niet zijn toegestuurd. Met genoegen, hoewel ook SFT dit rechtstreeks in de "TKP Tool" kan zien, stuur ik graag een afdruk van de opgave t/m 2011 toe."

2.15

Bij brief van 22 februari 2013 heeft SFT aan Personenvervoer Wolters onder meer meegedeeld dat de pensioenaangifte van [Z] over januari 2012 nog ontbreekt.

2.16

Vervolgens is tussen de gemachtigden van partijen nog gecorrespondeerd over met name de hoogte van het loon van [X] en de pensioenopgave van [Z] .

2.17

De gemachtigde van SFT heeft - lopende de procedure - bij brief van 11 november 2013 aan de gemachtigde van Personenvervoer Wolters meegedeeld:

"Hiermee bevestig ik ons gesprek van afgelopen donderdag ten kantore van SFT inzake Personenvervoer L. Wolters.

1.

Na de toelichting van Wolters is aangetoond dat het loon van [X] op CAO is. Wolters heeft vandaag per email aangetoond dat de verschuldigde toeslag van 10% is voldaan waarmee dit punt wordt afgerond

2.

Het onderzoek blijft openstaan op de opgave van de tijd voor tijd uren van januari 2012 bij [Z] aan het pensioenfonds.

U heeft mijn voorstel om de zaak alsnog buiten rechte af te doen middels het overleggen van de pensioenstukken onder 2 en tegen betaling van € 7.500,- afgewezen en aangegeven dat Wolters de voorkeur geeft om de beslissing van de rechter af te wachten.

Ik verzoek uw cliënte om de ontbrekende pensioenstukken per ommegaande te overleggen omdat de forfaitaire schadevergoeding wekelijks verder oploopt."

3 De vordering en beoordeling door de kantonrechter

3.1

SFT heeft, zakelijk weergegeven, gevorderd Personenvervoer Wolters te veroordelen:

- tot naleving van de CAO Taxi en de CAO SFT, meer specifiek tot overlegging van bepaalde stukken, op straffe van een dwangsom;

- tot betaling van € 7.500,- forfaitaire schadevergoeding en € 847,- inclusief btw voor buitengerechtelijke kosten, een en ander met wettelijke rente vanaf dagvaarding;

- in de proceskosten.

3.2

Personenvervoer Wolters heeft in reconventie, na wijziging van eis, gevorderd dat SFT wordt veroordeeld tot afsluiting van het lopende onderzoek over 2010-2011 en tot het opstarten van een nieuw onderzoek ten behoeve van het afgeven van een bedrijfsoordeel.

3.3

De kantonrechter heeft in conventie de vordering tot betaling van de forfaitaire schadevergoeding en de buitengerechtelijke kosten toegewezen, met wettelijke rente vanaf 23 juli 2013, zulks uitvoerbaar bij voorraad, en SFT in reconventie tot afsluiting van het lopende onderzoek veroordeeld, met compensatie van kosten in conventie en in reconventie en onder afwijzing van het overige.

4 De beoordeling in hoger beroep

4.1

Nu het hof de volgens Personenvervoer Wolters onjuiste bewoordingen van de kantonrechter in diens feitenvaststelling onder randnummer 2.6 anders heeft geformuleerd, heeft Personenvervoer Wolters geen belang meer bij haar grieven 1 en 2 in principaal hoger beroep. Die gewraakte bewoordingen waren overigens niet dragend voor het oordeel van de kantonrechter, zodat de grieven ook niet tot vernietiging van dat vonnis zouden kunnen leiden.

4.2

Met de grieven 3 tot en met 6 in principaal hoger beroep komt Personenvervoer Wolters op tegen de toewijzing van € 7.500,- aan forfaitaire schadevergoeding en, voor zover deze vordering van SFT al toewijsbaar is, tegen het feit dat deze niet is gematigd.

Het hof zal deze grieven gezamenlijk behandelen.

4.3

Voor zover Personenvervoer Wolters de vordering betwist met de stelling dat zij voor 26 maart 2012 alle informatie had verstrekt waarom SFT bij brief van 7 september 2011 had gevraagd, ziet zij over het hoofd dat de vordering betrekking heeft op de forfaitaire schadevergoeding die in het vooruitzicht werd gesteld bij de onder 2.8 aangehaalde brief van SFT van 26 maart 2012, waarin staat vermeld welke informatie SFT nog mist en binnen 14 dagen alsnog wenst te ontvangen. Personenvervoer Wolters heeft, zoals de kantonrechter heeft overwogen, met betrekking tot haar werknemer [Z] pas op 13 februari 2013 de -ook al op 7 september 2011 gevraagde- gecorrigeerde pensioennota met achterliggende pensioenspecificaties aan SFT toegestuurd. Personenvervoer Wolters heeft niet gesteld en onderbouwd dat zij binnen de door SFT gestelde termijn van 14 dagen wel alle informatie, zoals gevraagd in de brief van 26 maart 2012, heeft verstrekt, en evenmin heeft zij daarvan concreet bewijs aangeboden. Sterker nog: tijdens de mondelinge behandeling bij het hof heeft directeur Wolters erkend dat niet alles op tijd was aangeleverd en dat zulks fout was. SFT kon daarom gebruik maken van haar bevoegdheid een forfaitaire schadevergoeding op te leggen zoals beschreven in art. 9 lid 2 van het Reglement. Tussen partijen is niet in geschil dat de forfaitaire vergoeding op zichzelf correct is berekend.

4.4

Dat het om een boetebeding gaat in de zin van art. 6:91 BW, zoals Wolters stelt, is naar het oordeel van het hof juist. Daarmee is evenwel niet gegeven dat de boete een vervangende schadevergoeding is, waarnaast op grond van art. 6:92 BW geen ruimte is voor een vordering tot nakoming van de verplichting om de gevraagde informatie te verstrekken. Niet alleen is art. 6:92 BW van regelend recht, ook de strekking van het beding zelf dient zo nodig te worden uitgelegd, in dit geval aan de hand van de zogenaamde CAO-norm (zie HR

1 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR1049). In het onderhavige geval heeft de boete een meerduidige strekking: in de context van het Reglement gaat het niet om boete in plaats van nakoming, maar ook om een, met het oplopen van de boete, steeds sterker wordende prikkel tot nakoming, om een vergoeding van onderzoekskosten en een vergoeding ter compensatie van bij voorbeeld verlies aan wervingskracht en vertrouwen, zoals SFT terecht heeft aangevoerd. SFT mocht dan ook zowel nakoming van de informatieverlichting eisen als aanspraak maken op de forfaitaire schadevergoeding. Het door de CAO-partijen overeengekomen en vervolgens algemeen verbindend verklaarde boetebeding is, anders dan Personenvervoer Wolters betoogt, ook geen beding waarbij één partij de hoogte van de schadevergoeding bepaalt.

4.5

Personenvervoer Wolters heeft een beroep op matiging gedaan. Het hof verwerpt dat beroep, nu niet gezegd kan worden dat toepassing van het boetebeding in de gegeven omstandigheden, waarbij SFT de teller heeft gestopt bij € 7.500,-, tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt (vgl. het toetsingscriterium van de Hoge Raad op dit punt, zoals kenbaar uit HR 27 april 2007, ECLI:NL:HR:2007: AZ6638 en HR 13 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012: BW4986). Personenvervoer Wolters heeft geen steekhoudende argumenten naar voren gebracht waaruit volgt dat van zo'n onaanvaardbaar resultaat sprake is. Dat Personenvervoer Wolters uiteindelijk maar een gering bedrag bij moest betalen aan haar werknemer [Z] maakt de omvang van de boete, mede gelet op het doel waartoe deze verder nog strekt, niet onaanvaardbaar. De grieven 3 tot en met 6 van Personenvervoer Wolters falen.

4.6

Gelet op het voorgaande faalt eveneens grief 7 in principaal hoger beroep, gericht tegen de toewijzing van buitengerechtelijke incassokosten wanneer de hoofdsom niet toewijsbaar is, nu de hoofdsom wel verschuldigd is.

4.7

De compensatie van proceskosten heeft beide partijen tot een grief gebracht. Voor zover Personenvervoer Wolters meent dat SFT veroordeeld had moeten worden in de proceskosten van het geschil in conventie, blijkt uit het voorgaande dat dit standpunt onjuist is. Voor zover Personenvervoer Wolters met grief 8 in principaal hoger beroep betoogt dat SFT ten onrechte niet in de proceskosten van reconventie is veroordeeld, heeft zij haar grief niet onderbouwd. De grief faalt.

SFT betoogt met haar grief in incidenteel hoger beroep dat de kantonrechter in reconventie ten onrechte tot compensatie van proceskosten is overgegaan, nu Personenvervoer Wolters in reconventie op het voor haar belangrijkste punt (de opdracht aan SFT om een nieuw onderzoek te starten teneinde een bedrijfsoordeel te krijgen) ongelijk heeft gekregen.

Personenvervoer Wolters heeft evenwel gemotiveerd betwist dat het onderdeel waarop zij in reconventie in het gelijk is gesteld, slechts een ondergeschikt punt betrof.

Het hof stelt vast dat beide vorderingen in reconventie vorderingen van onbepaalde waarde betroffen, en dat er geen klip en klare aanwijzingen zijn waaruit volgt dat de ene een aanmerkelijk belangrijker waarde vertegenwoordigde.

Het hof is dan ook van oordeel dat de kantonrechter terecht tot compensatie van kosten in reconventie is overgegaan. SFT heeft, gelet op de toelichting op haar grief, niet kenbaar geklaagd over de compensatie van kosten in conventie, zodat het hof ervan uitgaat dat het incidenteel hoger beroep tot de kostenveroordeling in reconventie beperkt is. De grief in incidenteel hoger beroep mist doel.

4.8

Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt, dat de beslissing van de kantonrechter, voor zover aan principaal en incidenteel hoger beroep onderworpen (tegen de afwijzing van het in oorspronkelijke reconventie gevorderde nieuwe onderzoek is immers geen grief gericht), bekrachtigd moet worden.

Personenvervoer Wolters wordt, als de in het ongelijk te stellen partij, veroordeeld in de proceskosten van principaal hoger beroep (€ 704,- griffierecht en € 1.788,- salaris advocaat volgens liquidatietarief, 2 punten, tarief II). SFT wordt veroordeeld in de kosten van incidenteel hoger beroep (de helft van principaal hoger beroep, derhalve € 632,- salaris advocaat, 0,5 x 2 punten, tarief I).

5. De beslissing

Het hof, rechtdoende in hoger beroep:

bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter te Leeuwarden van 21 maart 2014, voor zover aan hoger beroep onderworpen;

veroordeelt Personenvervoer Wolters in de kosten van principaal hoger beroep, tot op heden aan de zijde van SFT vastgesteld op € 704,- griffierecht en € 1.788,- salaris advocaat;

veroordeelt SFT in de kosten van incidenteel hoger beroep, tot op heden aan de zijde van Personenvervoer Wolters vastgesteld op € 632,- salaris advocaat;

verklaart de proceskostenveroordelingen in dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af wat meer of anders is gevorderd.

Dit arrest is gewezen door mr. M.E.L. Fikkers, mr. L. Groefsema en mr. P. Vestering, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 21 juni 2016.