Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:4746

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
07-06-2016
Datum publicatie
15-06-2016
Zaaknummer
200.191.204/01, 200.191.204/01 en 200.191.204/03
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Pilot complexe scheidingen. Benoeming bijzondere curator.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummers gerechtshof 200.191.204/01, 200.191.204/02 en 200.191.204/03

(zaaknummer rechtbank C/17/125677 / FA RK 13-405)

beschikking van 7 juni 2016

inzake


[verzoekster] ,

wonende te [A] ,

verzoekster in het hoger beroep,

verder te noemen: de moeder,
advocaat: mr. A. van der Pol te Leeuwarden,


en

[verweerder] ,

wonende te [A] ,

verweerder in het hoger beroep,
verder te noemen: de vader,

advocaat: mr. R.R.J.A. Olie-Hallmans te Meppel.

1 Het geding in eerste aanleg

1.1

Bij - uitvoerbaar bij voorraad verklaarde - beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 17 februari 2016, uitgesproken onder voormeld zaaknummer, heeft de rechtbank de zorgregeling tussen de vader en de minderjarigen [de minderjarige1] , geboren te [A] [in] 2002 (verder te noemen: [de minderjarige1] ) en [de minderjarige2] , geboren te [A] [in] 2004 (verder te noemen: [de minderjarige2] ) aldus bepaald dat [de minderjarige1] en [de minderjarige2] bij de vader verblijven een weekend per veertien dagen van zaterdag 09.00 uur tot zondag 19.00 uur en de eerste twee weken van de zomervakantie.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 2 mei 2016, heeft de moeder het hof verzocht:
I. overeenkomstig artikel 360 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

(Rv) de tenuitvoerlegging van de bestreden beschikking, ziende op de zorgregeling, te schorsen totdat op het onderhavige hoger beroep zal zijn beslist;

II. over [de minderjarige1] en [de minderjarige2] een bijzondere curator te benoemen;
III. de bestreden beschikking (gedeeltelijk) te vernietigen en opnieuw beschikkende te

bepalen dat [de minderjarige1] en [de minderjarige2] één zondag in de twee weken van 10.00 uur tot 20.00 uur bij de vader verblijven.

2.2

De vader is door het hof in de gelegenheid gesteld om in de zaak met zaaknummer 200.191.204/02 (schorsingsverzoek) uiterlijk op 13 juni 2016 en in de zaak met zaaknummer 200.191.204/01 uiterlijk op 15 juli 2016 een verweerschrift in te dienen

2.3

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de volgende stukken:

- een journaalbericht van 30 mei 2016 van mr. Van der Pol;

- een journaalbericht van 31 mei 2016 van mr. Olie-Hallmans;

- een journaalbericht van 2 juni 2016 van mr. Olie-Hallmans.

3 De motivering van de beslissing

3.1

In het kader van een pilot "complexe scheidingen" heeft een raadsheer de stukken beoordeeld in het licht van de vraag of al in dit vroege stadium van de appelprocedure op korte termijn maatregelen kunnen worden genomen die een snellere en de-escalerende afhandeling bevorderen.

3.2

Artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt - voor zover hier van
belang - het volgende. Wanneer in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding van de minderjarige de belangen van de met het gezag belaste ouders in strijd zijn met die van de minderjarige, kan, indien de zaak reeds aanhangig is, de desbetreffende rechter, indien dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk wordt geacht, daarbij in het bijzonder de aard van de belangenstrijd in aanmerking genomen, op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve een bijzondere curator benoemen om de minderjarige ter zake, zowel in als buiten rechte te vertegenwoordigen.

3.3

Het hof is van oordeel dat zich in deze procedure, die zich blijkens de overgelegde stukken toespitst op de zorgregeling tussen de vader en [de minderjarige1] en [de minderjarige2] , met betrekking tot [de minderjarige1] en [de minderjarige2] een belangenstrijd in de zin van artikel 1:250 BW voordoet. Het hof acht het daarom, zonder vooruit te lopen op de verdere procedure, wenselijk dat in de onderhavige zaak een bijzondere curator wordt benoemd die de belangen van de minderjarigen in deze kan behartigen en hen zowel in als buiten rechte kan vertegenwoordigen. Het hof heeft dit op 27 mei 2016 aan partijen bericht.

3.4

Mevrouw [B] , kantoorhoudend te [C] , is bereid gevonden om in deze procedure als bijzondere curator op te treden en zal hiertoe door het hof, alvorens verder te beslissen, worden benoemd. Beide partijen hebben zich akkoord verklaard met de benoeming van mevrouw [B] tot bijzondere curator.

3.5

Het hof verzoekt de bijzondere curator om te bezien, gelet op de verzoeken die aan het hof voorliggen, welke zorgregeling in het belang van de kinderen moet worden geacht. Het hof verzoekt de bijzondere curator daarbij de Leidraad werkwijze en verslag bijzondere curatoren ex artikel 1:250 BW in acht te nemen, met dien verstande dat het wenselijk zou zijn dat de bijzondere curator, indien dat op deze korte termijn mogelijk is, reeds vóór de zitting van 16 juni 2016 (behandeling schorsingsverzoek) gesprekken voert met de kinderen, zodat daarvan ter zitting verslag kan worden gedaan.

3.6

Het hof verzoekt de advocaat van de moeder om zo spoedig mogelijk na de datum van deze beschikking (een afschrift van) de processtukken ter beschikking van de bijzondere curator te stellen.

3.7

Het hof roept de bijzondere curator bij deze tevens op om naar de mondelinge behandeling van het schorsingsverzoek bij het gerechtshof te komen. Deze wordt gehouden op 16 juni 2016 om 9.30 uur in het Paleis van Justitie, Wilhelminaplein 1 in Leeuwarden.

3.8

Ten overvloede overweegt het hof nog dat de benoeming van mevrouw [B] tot bijzondere curator een tussenbeschikking is in de zaken met zaaknummers 200.191.204/01 en 200.191.204/02 en (hoewel het in deze zaak feitelijk een ambtshalve benoeming door het hof betreft) een eindbeschikking in de zaak met zaaknummer 200.191.2014/03 (betreffende het verzoek van de moeder tot benoeming van een bijzondere curator).

4 De beslissing

Het gerechtshof:

benoemt tot bijzondere curator over de minderjarigen [de minderjarige1] , geboren te [A] [in] 2002 en [de minderjarige2] , geboren te [A] [in] 2004:
mevrouw [B]

[a-straat] 8

[C]

Telefoonnummer: [0000000]

E-mailadres: [------] ,

om in deze procedure de belangen van deze minderjarigen te behartigen;

bepaalt dat de advocaat van de moeder zo spoedig mogelijk na de datum van deze beschikking (een afschrift van) de processtukken ter beschikking van de bijzondere curator zal stellen;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

houdt iedere verdere beslissing aan;

roept de bijzondere curator op voor de mondelinge behandeling van 16 juni 2016 om 9.30 uur in het Paleis van Justitie, Wilhelminaplein 1 in Leeuwarden.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.G. Idsardi, M.P. den Hollander en I.A. Vermeulen, bijgestaan door mr. L.S. Veldmans als griffier, en is op 7 juni 2016 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.