Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:4682

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
16-03-2016
Datum publicatie
14-06-2016
Zaaknummer
16-659123-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Art. 67a, lid 2 sub 2 Sv. Opheffing voorlopige hechtenis wegens ontoereikende motivering van het herhalingsgevaar

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

locatie Arnhem

pkn: 16-659123-16

avnr: 000386-16

Het gerechtshof heeft te beslissen op het hoger beroep ingesteld door

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1996] ,

verblijvende in het huis van bewaring te [verblijfplaats] .

Het hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht van 25 februari 2016, voor zover houdende het bevel tot gevangenhouding van verdachte.

Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door

mr A.C. Vingerling, advocaat te Utrecht, in raadkamer van heden.

Het hof heeft gezien bovengenoemde beschikking en de akte opgemaakt door de griffier bij die rechtbank van 26 februari 2016.

OVERWEGINGEN:

De voorlopige hechtenis is - kort samengevat - bevolen ter zake van een diefstal in vereniging met braak. Het hof is na onderzoek gebleken dat er sprake is van ernstige bezwaren ter zake van dat feit. De rechter-commissaris heeft als grond in het bevel tot bewaring opgenomen dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte een misdrijf zal begaan waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaren of meer is gesteld. Hij heeft daaraan de motivering ten grondslag gelegd dat verdachte geen openheid van zaken heeft gegeven over de achtergrond van de verdenking en dat derhalve niet duidelijk is geworden welke mogelijke problematiek aan de verdenking ten grondslag ligt. De raadkamer van de rechtbank heeft die grond en de motivering overgenomen, maar daaraan niets toegevoegd. Gelet op de beperkte documentatie van verdachte, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld, is het hof van oordeel dat de gronden waarop de rechtbank het bevel tot gevangenhouding van verdachte heeft gegeven in dit geval, gezien ook de aard van het delict, niet toereikend zijn voor het aannemen van herhalingsgevaar, zodat de beschikking van de rechtbank moet worden vernietigd en de vordering tot gevangenhouding moet worden afgewezen, met opheffing van de voorlopige hechtenis.

Het hof heeft gelet op het bepaalde in de artikelen 65, 66, 67, 67a, 69 en 71 van het Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING:

Het hof vernietigt de beschikking waarvan beroep, wijst af de vordering tot gevangenhouding en heft op de voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Aldus gegeven op 16 maart 2016 door mrs E.A.K.G. Ruys, voorzitter, Y.A.J.M. van Kuijck en M.M.L.A.T. Doll, raadsheren, in tegenwoordigheid van B.F. Peters, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.