Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:4523

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
07-06-2016
Datum publicatie
11-08-2016
Zaaknummer
200.181.883
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Curatele. Machtiging om uit vermogen van curandus schenking te doen. Geen schenkingstraditie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2016-0170
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.181.883/01

(zaaknummer rechtbank Gelderland 4393953)

beschikking van 7 juni 2016

inzake

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats],

verzoeker in hoger beroep,

verder te noemen: de curator,

advocaat: mr. J.R. Laoût te Baarn.

Belanghebbende:

[belanghebbende] ,

wonende te [woonplaats],

verder te noemen: de curandus.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 15 september 2015, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 4 december 2015, is de curator in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking. De curator verzoekt het hof die beschikking te vernietigen en opnieuw beschikkende, de curator op de voet van artikel 1:441 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek machtiging te verlenen om over het jaar 2015 uit het vermogen van de curandus een schenking te doen ten bedrage van € 32.000,-- aan de broer van de curandus, tevens de curator.

2.2

Voorts is ter griffie van het hof binnengekomen:

- een aanvullend beroepschrift, ingekomen op 4 december 2015;

- een journaalbericht van 18 april 2016 met bijlagen van mr. Laoût;

- een journaalbericht van 21 april 2016 met bijlagen van mr. Laoût.

2.3

De mondelinge behandeling heeft op 28 april 2016 plaatsgevonden. De curator is verschenen, bijgestaan door zijn advocaat.

3 De vaststaande feiten en de procedure in eerste aanleg

3.1

De curandus is geboren op [geboortedatum] 1928. Op 4 januari 1960 is hij (curandus was destijds 31 jaar oud) onder curatele gesteld, met benoeming van [moeder] (te weten: zijn moeder) tot curator. Bij beschikking van 8 maart 1983 is de huidige curator (te weten: de broer van de curandus) tot curator benoemd.

3.2

Het vermogen van de curandus bedraagt per 1 januari 2015 circa € 334.000,--.

3.3

De curator heeft bij brief, ingekomen bij de kantonrechter op 25 augustus 2015, verzocht machtiging te verlenen om uit het vermogen van de curandus een schenking te doen ten bedrage van € 32.000,-- aan hemzelf.

3.4

Bij de bestreden beschikking van 15 september 2015 heeft de kantonrechter dit verzoek afgewezen.

4 De motivering van de beslissing

4.1

Het hof stelt het volgende voorop. Blijkens de door het LOVCK (Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel en Kanton) vastgestelde Aanbevelingen curatele, versie 8 juni 2015, in combinatie met de Aanbevelingen meerderjarigenbewind, versie 15 december 2015, wordt een door de curator ingediend verzoek om te worden gemachtigd tot het doen van een schenking namens de curandus, in beginsel afgewezen indien er geen schenkingstraditie wordt aangetoond. Van een schenkingstraditie is volgens de aanbevelingen sprake indien er voor het instellen van de curatele reeds een aantal jaren sprake is geweest van schenkingen ter hoogte van desbetreffende bedragen. Aangetekend is dat ook indien er sprake is van een schenkingstraditie, een schenking niet tot gevolg mag hebben dat het vrije vermogen van de curandus daalt onder een bedrag van € 30.000,--. Van deze grens kan worden afgeweken indien de kantonrechter van oordeel is dat daarmee de toekomstige verzorging van de curandus geen gevaar loopt, waarbij enerzijds op de verwachte inkomsten en anderzijds het behoeftepatroon van de curandus wordt gelet.

4.2

Hoewel van een schenkingstraditie voorafgaand aan de ondercuratelestelling geen sprake is, kan dit gegeven naar het oordeel van het hof in de onderhavige zaak niet in de weg staan aan de verlening van de door de curator verzochte machtiging. Immers, in de onderhavige zaak is sprake van een curandus die reeds in 1960, op 31-jarige leeftijd, onder curatele is gesteld. Uit de brief van 6 augustus 2004 van notaris [A] blijkt dat er in 2004 (curandus was toen 76 jaar oud) afspraken zijn gemaakt over jaarlijkse schenkingen uit het vermogen van de curandus aan de broer van de curandus, tevens de curator. Op voorstel van notaris [A] zou er over een periode van vijftien jaar jaarlijks een bedrag van € 32.000,-- geschonken kunnen worden teneinde een belastingvoordeel te realiseren, nu de curator enig erfgenaam is van de curandus. Na deze periode zou er nog een aanzienlijk deel aan vrij vermogen resteren. Uit de overgelegde bescheiden blijkt dat de kantonrechter over de jaren 2004 tot en met 2014 machtiging heeft verleend voor deze jaarlijkse schenkingen. De curandus is thans 87 jaar oud, staat al ruim 56 jaar onder curatele en zijn vrije vermogen bedroeg per 1 januari 2015 circa € 334.000,--. Niet is gebleken dat de verzochte schenking niet in het belang van de curandus zou zijn. Gelet op voornoemde omstandigheden is het hof van oordeel dat niets eraan in de weg staat om de door de curator verzochte machtiging te verlenen tot het doen van een schenking over het jaar 2015 ten bedrage van € 32.000,-- uit het vermogen van de curandus aan hem.

5 De slotsom

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, zal het hof de bestreden beschikking vernietigen en opnieuw beslissen als hierna zal worden vermeld.

6 De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 15 september 2015 en opnieuw beschikkende:

verleent de curator machtiging tot het doen van een schenking ten bedrage van € 32.000,-- uit het vermogen van de curandus aan de broer van de curandus, tevens de curator, toe te rekenen aan het jaar 2015;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is op 7 juni 2016 gegeven door mr. J.H. Lieber, mr. A. Smeeïng-van Hees en mr. G.J. Rijken, is bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door mr. A. Smeeïng-van Hees, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken

op 7 juni 2016.