Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:4421

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
07-06-2016
Datum publicatie
07-06-2016
Zaaknummer
21-000746-15
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2015:785, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof veroordeelt verdachte wegens overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 tot een geldboete van € 1.000,-- en een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van zes maanden met een proeftijd van twee jaren. Het hof gaat uit van een lagere mate van schuld dan de rechtbank en anders dan de rechtbank acht het hof niet bewezen dat het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Bij de strafoplegging heeft het hof ten voordele van verdachte meegewogen dat hij niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest, dat hij blijk heeft gegeven van schuldbesef en dat hij zich uitermate verantwoordelijk heeft gedragen jegens het slachtoffer. Voorts heeft het hof in zijn oordeel betrokken de uitzonderlijke persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die ter terechtzitting in hoger beroep naar voren zijn gekomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-000746-15

Uitspraak d.d.: 7 juni 2016

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 30 januari 2015 met parketnummer 05-820603-14 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1946] ,

wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 24 mei 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. R. Walet, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewezenverklaring komt. Voorts komt het hof tot een andere strafoplegging. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

primair:
hij op of omstreeks 8 april 2014 te Nijkerk in de gemeente Nijkerk, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, merk Volvo, kleur zwart), daarmede komende uit de richting Melkrijder en gaande in de richting Beurtschipper, heeft gereden over de weg, Touwslager en gekomen ter hoogte van de kruising/splitsing van deze weg en de weg, Tabaksplanter, zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend

in strijd met het gestelde in artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, niet zoveel mogelijk rechts heeft gehouden en/of geheel of gedeeltelijk over het voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van die Touwslager heeft gereden en/of

in strijd met een voor de kruising/splitsing van deze weg (Touwslager) en de weg, Tabaksplanter staand bord B6 van bijlage 1 van voormeld reglement inhoudende: "Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg" en/of

in strijd met de kort voor voormelde kruising/splitsing, op het wegdek van die Touwslager aangebrachte haaientanden, als bedoeld in artikel 80 van voormeld reglement, inhoudende: "De bestuurders moeten voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg"

voormelde kruising/splitsing op zodanige wijze is opgereden, dat hij, verdachte met dat motorrijtuig (Volvo, kleur zwart) op de kruisende weg, Touwslager/Tabaksplanter geheel of gedeeltelijk op het voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van die weg is terecht gekomen en/of

geen voorrang heeft verleend aan een over dat voor het tegemoetkomende verkeer bestemde weggedeelte van die weg, Touwslager/Tabaksplanter, rijdende, hem, verdachte op korte afstand genaderd zijnde bestuurder van een ander motorrijtuig (personenauto, merk Volvo, kleur blauw) en/of

is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat hem tegemoetkomende andere motorrijtuig (personenauto, merk Volvo, kleur blauw)

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en/of

welk feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat hij, verdachte toen aldaar in strijd met dat bord B6 en/of voormelde haaientanden, geen voorrang heeft verleend aan voormelde hem tegemoetkomende bestuurder van dat ander motorrijtuig (personenauto, merk Volvo, kleur blauw);

subsidiair:

hij op of omstreeks 8 april 2014 te Nijkerk in de gemeente Nijkerk,

als bestuurder van een motorrijtuig(personenauto, merk Volvo, kleur zwart),

daarmede komende uit de richting Melkrijder en gaande in de richting

Beurtschipper, heeft gereden over de weg, Touwslager en gekomen ter hoogte van

de kruising/splitsing van deze weg en de weg, Tabaksplanter,

in strijd met het gestelde in artikel 3 van het Reglement verkeersregels en

verkeerstekens 1990, niet zoveel mogelijk rechts heeft gehouden en/of geheel

of gedeeltelijk over het voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte

van die Touwslager heeft gereden en/of

in strijd met een voor de kruising/splitsing van deze weg (Touwslager) en de

weg, Tabaksplanter staand bord B6 van bijlage 1 van voormeld reglement

inhoudende: "Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg" en/of

in strijd met de kort voor voormelde kruising/splitsing, op het wegdek van die

Touwslager aangebrachte haaientanden, als bedoeld in artikel 80 van voormeld

reglement, inhoudende: "De bestuurders moeten voorrang verlenen aan bestuurders

op de kruisende weg"

voormelde kruising/splitsing op zodanige wijze is opgereden, dat hij,

verdachte met dat motorrijtuig (Volvo, kleur zwart) op de kruisende weg,

Touwslager/Tabaksplanter geheel of gedeeltelijk op het voor het tegemoetkomend

verkeer bestemde weggedeelte van die weg is terecht gekomen en/of

geen voorrang heeft verleend aan een over dat voor het tegemoetkomende verkeer

bestemde weggedeelte van die weg, Touwslager /Tabaksplanter, rijdende, hem,

verdachte op korte afstand genaderd zijnde bestuurder van een ander

motorrijtuig (personenauto, merk Volvo, kleur blauw) en/of

is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat hem tegemoetkomende

andere motorrijtuig (personenauto, merk Volvo, kleur blauw),

door welke gedraging(en) van hem, verdachte gevaar op die weg werd

veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd

gehinderd, althans kon worden gehinderd.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen volgt dat het slachtoffer [slachtoffer] als gevolg van het ongeval zijn wijsvinger en een aantal middenhandsbeentjes heeft gebroken. Het slachtoffer is aan zijn hand geopereerd. Hierbij zijn een plaatje en zogeheten zelftappers ingebracht. Door de chirurg werd de duur van het herstel geschat op ongeveer 12 weken. Uit de schriftelijke verklaring van het slachtoffer van 18 december 2014 volgt dat hij op die datum nog steeds verhinderd was zijn normale bezigheden uit te voeren. Hoewel de duur van het herstel langer is dan de chirurg had aangegeven, heeft het hof geen nadere (medische) informatie op grond waarvan het moet twijfelen aan de genezing van de hand van het slachtoffer. Gezien het voorgaande is het letsel van [slachtoffer] naar het oordeel van het hof aan te merken als “zodanig lichamelijk letsel, dat daaruit tijdelijke verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan” in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

primair:

hij op of omstreeks 8 april 2014 te Nijkerk in de gemeente Nijkerk, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, merk Volvo, kleur zwart), daarmede komende uit de richting Melkrijder en gaande in de richting Beurtschipper, heeft gereden over de weg, Touwslager en gekomen ter hoogte van de kruising/splitsing van deze weg en de weg, Tabaksplanter, zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend

in strijd met het gestelde in artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, niet zoveel mogelijk rechts heeft gehouden en/of geheel of gedeeltelijk over het voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van die Touwslager heeft gereden en/of

in strijd met een voor de kruising/splitsing van deze weg (Touwslager) en de weg, Tabaksplanter staand bord B6 van bijlage 1 van voormeld reglement inhoudende: "Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg" en/of

in strijd met de kort voor voormelde kruising/splitsing, op het wegdek van die Touwslager aangebrachte haaientanden, als bedoeld in artikel 80 van voormeld reglement, inhoudende: "De bestuurders moeten voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg"

voormelde kruising/splitsing op zodanige wijze is opgereden, dat hij, verdachte met dat motorrijtuig (Volvo, kleur zwart) op de kruisende weg, Touwslager/Tabaksplanter geheel of gedeeltelijk op het voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van die weg is terecht gekomen en/of

geen voorrang heeft verleend aan een over dat voor het tegemoetkomende verkeer bestemde weggedeelte van die weg, Touwslager/Tabaksplanter, rijdende, hem, verdachte op korte afstand genaderd zijnde bestuurder van een ander motorrijtuig (personenauto, merk Volvo, kleur blauw) en/of

is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat hem tegemoetkomende andere motorrijtuig (personenauto, merk Volvo, kleur blauw)

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en/of

welk feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat hij, verdachte toen aldaar in strijd met dat bord B6 en/of voormelde haaientanden, geen voorrang heeft verleend aan voormelde hem tegemoetkomende bestuurder van dat ander motorrijtuig (personenauto, merk Volvo, kleur blauw).

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het primair bewezen verklaarde levert op:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl het feit is veroorzaakt doordat de schuldige geen voorrang heeft verleend.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank heeft verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 90 uren en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van negen maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Daarbij is de rechtbank ervan uitgegaan dat verdachte door zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag een verkeersongeval heeft veroorzaakt, waardoor aan een ander zwaar lichamelijk letsel is toegebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 90 uren en een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van negen maanden met een proeftijd van twee jaren. Bij het bepalen van zijn eis is de advocaat-generaal uitgegaan van een lagere mate van schuld dan de rechtbank. Net als de rechtbank heeft de advocaat-generaal het letsel van het slachtoffer aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel.

Het hof acht de hierna te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte en zijn draagkracht, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag een verkeersongeval veroorzaakt. Hij is zonder zijn snelheid te minderen met zijn auto een kruising/splitsing opgereden en heeft daarbij in strijd met een voorrangsbord en op het wegdek aangebrachte haaientanden geen voorrang verleend aan de bestuurder van een auto op de voorrangsweg. Verdachte was bekend met de verkeerssituatie ter plaatse en hij wist dat het een voorrangsweg betrof. Als gevolg van het ongeval heeft deze bestuurder lichamelijk letsel opgelopen.

Net als de advocaat-generaal gaat het hof uit van een lagere mate van schuld dan de rechtbank. Anders dan de rechtbank en de advocaat-generaal acht het hof niet bewezen dat het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Het hof gaat uit van zodanig lichamelijk letsel, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. Volgens de LOVS-oriëntatiepunten is bij deze mate van schuld en deze gevolgen voor het slachtoffer oplegging van een geldboete van € 1.000,-- en een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van drie maanden aangewezen. Ten voordele van verdachte weegt het hof mee dat hij niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest, dat hij blijk heeft gegeven van schuldbesef en dat hij zich uitermate verantwoordelijk heeft gedragen jegens het slachtoffer. Voorts betrekt het hof in zijn oordeel de uitzonderlijke persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die ter terechtzitting in hoger beroep naar voren zijn gekomen. Alles afwegende, kan naar het oordeel van het hof worden volstaan een geldboete van € 1.000,-- en een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van zes maanden met een proeftijd van twee jaren.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24 en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 1.000,00 (duizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.

Ontzegt de verdachte ter zake van het primair bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat de bijkomende straf van ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Aldus gewezen door

mr. C. Caminada, voorzitter,

mr. M. Barels en mr. R.W. van Zuijlen, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. K.A.M. Oude Vrielink, griffier,

en op 7 juni 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. M. Barels is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 7 juni 2016.

Tegenwoordig:

mr. H.G.W. Stikkelbroeck, voorzitter,

mr. drs. I.E.W. Gonzales, advocaat-generaal,

mr. G.W. Jansink, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.