Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:4056

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
25-05-2016
Datum publicatie
26-05-2016
Zaaknummer
21-007078-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof veroordeelt verdachte ter zake van het onthouden van de nodige verzorging aan runderen tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-007078-13

Uitspraak d.d.: 25 mei 2016

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland van 19 augustus 2013 met parketnummer 84-146369-11 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1961] ,

wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 30 maart 2015 en 11 mei 2016.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. L.M.J. Leerkes, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het vonnis op de voet van artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering is aangetekend en daarom niet de in hoger beroep voorgeschreven vermeldingen bevat. Daarnaast komt het hof tot een andere strafoplegging.

Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij in of omstreeks de maand maart 2011, te [plaats] , als houder van één of meer runderen, aan dat/die dier(en) de nodige verzorging heeft onthouden, door een aantal runderen in een stal te laten verblijven zonder beschikking te hebben over een droge zindelijke ligplaats en/of aan één of meer runderen onvoldoende voedselrijk voer te verstrekken en/of voor een (uitgedroogd) rund ( [ID-code] ) met één of meer ontstoken oren niet tijdig een dierenarts te consulteren.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte de ligplaats van de runderen dagelijks schoonmaakte en dat hij voldoende voer aan de runderen heeft verstrekt. Voor zover de tenlastelegging ziet op voornoemde onderdelen dient vrijspraak te volgen.

Oordeel van het hof

Het hof is van oordeel dat het door de raadsvrouw gevoerde verweer strekkende tot gedeeltelijke vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in of omstreeks de maand maart 2011, te [plaats] , als houder van één of meer runderen, aan dat/die dier(en) de nodige verzorging heeft onthouden, door een aantal runderen in een stal te laten verblijven zonder beschikking te hebben over een droge zindelijke ligplaats en/of aan één of meer runderen onvoldoende voedselrijk voer te verstrekken en/of voor een (uitgedroogd) rund ( [ID-code] ) met één of meer ontstoken oren niet tijdig een dierenarts te consulteren.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 37 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verminderde toerekeningsvatbaarheid en psychische overmacht

De raadsvrouw heeft primair betoogd dat het tenlastegelegde feit niet kan worden toegerekend aan verdachte, nu de verwijtbaarheid vanwege de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte ontbreekt. Dientengevolge dient verdachte te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Subsidiair heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat ten tijde van het tenlastegelegde sprake was van psychische overmacht. Volgens de raadsvrouw was sprake van een van buiten komende drang waardoor verdachte niet anders kon handelen dan hij heeft gedaan. Gelet op de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte kon hij geen weerstand bieden. Verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

In de omtrent verdachte door GZ-psycholoog [naam] opgemaakte psychologische rapportage van 1 oktober 2015 wordt geadviseerd om verdachte de tenlastegelegde verwaarlozing van zijn vee verminderd toe te rekenen. Uit niets blijkt dat verdachte ten tijde van het tenlastegelegde ontoerekeningsvatbaar zou zijn en het feit niet aan hem zou kunnen worden toegerekend. Het hof overweegt dat de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte niet met zich brengt dat verdachte geen schuld heeft aan de in de tenlastelegging beschreven gedraging.

Het primair door de raadsvrouw gevoerde verweer wordt derhalve verworpen.

Ten aanzien van het beroep op psychische overmacht overweegt het hof als volgt.

Voor een geslaagd beroep op psychische overmacht is vereist dat sprake is van een van buiten komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijze geen weerstand kon en ook niet behoefde te bieden.

Het hof is van oordeel dat - gelet op hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht - niet aannemelijk is geworden dat sprake was van een van buiten komende drang waartegen verdachte geen weerstand kon bieden laat staan redelijkerwijs geen weerstand behoefde te bieden. Het subsidiair door de raadsvrouw gevoerde verweer wordt daarom ook verworpen.

Verdachte is derhalve strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De advocaat-generaal heeft geëist dat verdachte wordt veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar.

De raadsvrouw heeft het hof verzocht om een taakstraf dan wel een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte op te leggen. De bijzondere voorwaarde dat verdachte geen dieren meer mag houden, dient achterwege te blijven. Indien het hof toch besluit om een bijzondere voorwaarde aan verdachte op te leggen, dient als bijzondere voorwaarde te worden opgelegd dat verdachte geen runderen meer mag houden.

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich als houder van runderen schuldig gemaakt aan het onthouden van de nodige verzorging aan zijn runderen.

Het hof heeft ten nadele van verdachte in de strafoplegging meegewogen dat hij blijkens het Uittreksel Justitiële Documentatie van 13 april 2016 eerder is veroordeeld ter zake van overtreding van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.

Het hof houdt ten voordele van verdachte rekening met het tijdsverloop. Het feit is gepleegd in de maand maart 2011 en het hof wijst uiteindelijk arrest op 25 mei 2016.

Voorts houdt het hof ten voordele van verdachte rekening met de omstandigheid dat GZ-psycholoog [naam] heeft geadviseerd om verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen. Het hof neemt deze conclusie over.

Alles afwegende is het hof van oordeel dat kan worden volstaan met de oplegging van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar. Het hof komt tot een kortere duur van de voorwaardelijke gevangenisstraf dan opgelegd door de politierechter en gevorderd door de advocaat-generaal, mede gezien de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Het hof ziet anders dan de politierechter geen aanleiding om daarnaast als bijzondere voorwaarde aan verdachte op te leggen dat hij geen dieren dan wel runderen mag houden. Gelet op het langdurig tijdsverloop sinds het feit is de noodzaak daartoe inmiddels ontvallen. Daarbij komt dat er na de tenlastegelegde periode nog verschillende controles hebben plaatsgevonden op het terrein van verdachte en de situatie met betrekking tot zijn vee nadien niet meer zo ernstig is geweest als ten tijde van het tenlastegelegde. Bovendien heeft verdachte momenteel alleen nog huisdieren tot zijn beschikking. Verdachte heeft geen runderen (en ander vee) meer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c en 63 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 37 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Aldus gewezen door

mr. J.A.W. Lensing, voorzitter,

mr. M. Barels en mr. L.E.M. Hendriks, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. R. Jansen, griffier,

en op 25 mei 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. L.E.M. Hendriks is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 25 mei 2016.

Tegenwoordig:

mr. A. van Waarden, voorzitter,

mr. W. Stienen, advocaat-generaal,

mr. E.C.M. Steeghs, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.