Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:3504

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
03-05-2016
Datum publicatie
03-05-2016
Zaaknummer
21-006611-15
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOVE:2015:5731
Cassatie: ECLI:NL:HR:2017:3195, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank Overijssel van 10 november 2015, waarbij een uit Syrië afkomstige Nederlander werd veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren, wegens mensensmokkel van personen uit – onder andere – Syrië en Irak en uitkeringsfraude. De vernietiging betreft uitsluitend enkele onderdelen van de bewezenverklaring in eerste aanleg. Voor het overige verenigt het hof zich met de bewijsoverwegingen, de bewijsmiddelen, de kwalificaties, de strafmotivering en de strafoplegging, zoals opgenomen in voormeld vonnis van de rechtbank. Het hof heeft enkele aanvullende overwegingen met betrekking tot – onder andere – het door de verdediging gevoerde verweer dat verdachte uit humanitaire overwegingen zou hebben gehandeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-006611-15

Uitspraak d.d.: 3 mei 2016

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel van

10 november 2015 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 08-963647-14 en 08-963025-15, tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Syrië) op [geboortedatum] 1980,

wonende te [woonplaats] aan [woonadres] ,

thans administratief verblijvende in PI Rotterdam.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 19 april 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vernietiging van het vonnis van de rechtbank, bewezenverklaring van het in de zaak met het parketnummer 08-963647-14 onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde en het in de zaak met het parketnummer 08-963025-15 ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van

24 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en met aftrek van de tijd die door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. E.H. Bokhorst, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen. Het hof kan zich echter vrijwel integraal verenigen met de inhoud daarvan, te weten met de bewijsoverwegingen, de bewijsmiddelen, de kwalificaties, de strafmotivering en de strafoplegging, zoals door de rechtbank opgenomen in het vonnis van 10 november 2015. De reden van vernietiging is gelegen in enkele afwijkingen in de bewezenverklaring van het hof ten opzichte van hetgeen door de rechtbank bewezen is verklaard. Deze afwijkingen raken niet de kern van de strafrechtelijke verwijten, die verdachte worden gemaakt, maar zijn niettemin van dien aard dat wet en jurisprudentie bevestiging van het vonnis niet toelaten.

Uit het vorenstaande volgt dat het hof van oordeel is dat de rechtbank ten aanzien van de in eerste aanleg gevoerde en in hoger beroep herhaalde verweren op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Het hof zal derhalve volstaan met een verwijzing naar de inhoud van het vonnis van de rechtbank van 10 november 2015, dat als hier herhaald en ingelast moet worden beschouwd, met inachtneming van enkele beperkte wijzigingen in de bewezenverklaring, zoals nog nader te expliciteren, en voorzien van de navolgende aanvullende overwegingen.

Aanvullende overwegingen

De bevoegdheid van het hof

Hoewel zijdens de verdediging de rechtsmacht van de Nederlandse rechter, in casu het hof, niet is betwist, ziet het hof - ambtshalve en mede gelet op de inhoud van het requisitoir van de advocaat-generaal op dit punt - aanleiding om enige overwegingen te wijden aan de bevoegdheid van de Nederlandse rechter om over de onderhavige strafzaak en de daarmee samenhangende ontvankelijkheid van het openbaar ministerie te oordelen.

In de tenlastelegging onder parketnummer 08-963647-14 is opgenomen dat de strafbare feiten, toegesneden op overtreding van artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht, deels zijn begaan in [plaats 1] , gelegen in de Verenigde Arabische Emiraten. Met de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat de vraag of mensensmokkel, zoals bedoeld in artikel 197a van voornoemd Wetboek, (ook) in de Verenigde Arabische Emiraten strafbaar is niet behoeft te worden beantwoord, nu artikel 7, tweede lid, van dat Wetboek bepaalt dat de Nederlandse strafwet (voorts) toepasselijk is op de Nederlander die zich buiten Nederland schuldig maakt aan een van de misdrijven omschreven in de Titels I en II van het Tweede Boek en in de artikelen 192a tot en met 192c, 197a tot en met 197c, 206, 237, 272 en 273. Genoemd artikel is op 1 juli 2014 in werking getreden. De daarvóór geldende wetgeving, neergelegd in het (oude) artikel 5, eerste lid, sub 2, bevatte een zelfde bepaling. Nu verdachte de Nederlandse nationaliteit bezit, is de Nederlandse rechter derhalve bevoegd ook te oordelen over de door verdachte in [plaats 1] begane strafbare feiten en is het openbaar ministerie ontvankelijk in de vervolging.

De toepasselijkheid van een rechtvaardigingsgrond

De raadsman heeft - meer subsidiair en voor het geval het hof tot een bewezenverklaring zou komen - aangevoerd, dat verdachte zou hebben gehandeld uit humanitaire overwegingen. Hij zou slechts mensen hebben willen helpen. In dat geval zou de (betwiste) betrokkenheid van verdachte bij het verschaffen van toegang van de in de tenlastelegging genoemde personen niet strafbaar zijn, hetgeen zou moeten leiden tot ontslag van alle rechtsvervolging. De raadsman baseert zich daarbij onder meer op Kamerstukken I 2004-2005, 29291, C, pagina 2. Het hof leidt uit genoemde stukken af dat de wetgever een dergelijke clausule in het oorspronkelijke wetsvoorstel heeft geschrapt vanwege de kans op misbruik en met de overweging dat de huidige regelgeving voldoende mogelijkheden biedt om in een voorkomend geval een beroep te doen op een rechtvaardigingsgrond.

Met betrekking tot de aanwezigheid van een straf- of schulduitsluitingsgrond overweegt het hof het navolgende. Het openbaar ministerie heeft ervoor gekozen om verdachte betrokkenheid bij het smokkelen van zes personen ten laste te leggen, daaronder tevens begrepen de mislukte poging [persoon 6] binnen het grondgebied van Nederland te geleiden, zoals opgenomen in feit 4. Uit het gehele dossier, in het bijzonder uit de tapverslagen, blijkt echter dat deze personen in aantal slechts een gering deel uitmaken van verdachtes op aanzienlijk grotere schaal uitgevoerde smokkelactiviteiten. Verdachte heeft zelf in één van de tapgesprekken gezegd dat de route over [plaats 1] 'een gouden route' is en dat hij op die manier meer dan 50 mensen naar Nederland heeft gehaald. Deze bewering wordt onder meer bevestigd door de grote hoeveelheid pasfoto's, kennelijk bestemd voor het vervalsen van identiteitsbewijzen, die in de woning van verdachte zijn aangetroffen. Verdachte heeft daarvoor geen aannemelijke verklaring gegeven, evenmin voor zijn veelvuldige contacten met en boekingen via het reisbureau [naam reisbureau] te [plaats] . Gebleken is dat verdachte, met zijn zes personen tellend gezin levend van een bijstandsuitkering, een kleine 80 vluchten naar Turkije en het Midden-Oosten heeft gemaakt in iets minder dan twee jaar tijd. Daarnaast heeft het hof gelet op het gegeven dat de met behulp van eerder genoemde pasfoto's vervalste paspoorten afkomstig waren van woninginbraken. Een contra-indicatie voor de toepasselijkheid van een rechtvaardigingsgrond is tevens het feit dat met de smokkel grote bedragen waren gemoeid. In het midden latend of deze bedragen, al dan niet gedeeltelijk, ten goede zijn gekomen aan verdachte, noemt hij in de tapgesprekken telkens een bedrag van € 11.000,- of € 12.000,- per persoon, exclusief de vliegticketkosten. Het hof stelt vast dat de verdediging het gewicht van die tapgesprekken miskent door deze niet in het pleidooi te betrekken.

Het beroep van de raadsman op een rechtvaardigingsgrond zal worden afgewezen.

Het (voorwaardelijk) verzoek van de raadsman om toevoeging van stukken

Het onderhavige opsporingsonderzoek, genaamd "Belfield", is voor het openbaar ministerie aanleiding geweest om een onderzoek te starten naar het reeds eerdergenoemde reisbureau

' [naam reisbureau] ' te [plaats] en diens eigenaar [naam] , welk onderzoek 'Morago' is genoemd. Verdachte is in dat nieuwe onderzoek op 23 februari 2016 gehoord als getuige, zij het dat hem de cautie is gegeven in verband met zijn nog lopende hoger-beroepszaak. Het proces-verbaal van betreffende verhoor is toegevoegd aan het dossier.

Per mailbericht van 17 maart en 11 april 2016 heeft de raadsman van verdachte verzocht om toevoeging van het Moragodossier aan het Belfielddossier. De verdediging heeft dat verzoek onderbouwd met de aanname – zo begrijpt het hof – dat dan zal blijken dat het niet verdachte is geweest die zich heeft beziggehouden met mensensmokkel, maar het reisbureau [naam reisbureau] .

De advocaat-generaal heeft per mailbericht van 23 maart en 11 april 2016 aan de raadsman medegedeeld dat er zijns inziens geen reden of noodzaak is die stukken aan het dossier Belfield toe te voegen, nu de stukken uit het Morago-onderzoek niet van belang zijn voor de beantwoording van één van de vragen van artikel 348 , 350 en 359a van het Wetboek van Strafvordering in de zaak tegen verdachte [verdachte] . De mogelijkheid dat [naam reisbureau] betrokken is bij mensensmokkel sluit niet uit dat verdachte dat ook is en daarin een zelfstandige functie heeft vervuld.

De raadsman heeft zijn verzoek bij de aanvang van het onderzoek ter terechtzitting van het hof van 19 april 2016 herhaald, nu - kort samengevat - uit het Belfieldonderzoek niet blijkt van enige samenwerking tussen verdachte en het reisbureau.

Het hof heeft dat verzoek ter terechtzitting afgewezen, nu de vraag of er sprake is geweest van samenwerking tussen het reisbureau [naam reisbureau] en verdachte vooralsnog niet relevant lijkt te zijn bij de beoordeling van hetgeen verdachte ten laste is gelegd. Mocht hetgeen ter terechtzitting naar voren komt bij de beraadslaging in raadkamer daartoe aanleiding geven, zal het hof het onderzoek heropenen, zo luidde het voorlopig oordeel van het hof.

Het hof is naar aanleiding van de beraadslaging in raadkamer niet tot een andersluidend oordeel gekomen. Wellicht biedt het Morago-onderzoek nadere gegevens over verdachtes positie in het geheel. Er is echter geen enkele aanleiding voor de veronderstelling dat deze gegevens verdachte zouden ontlasten. Hetgeen uit het Belfieldonderzoek naar voren komt, voorziet in ruime mate in het bewijs, zoals nader geëxpliciteerd in het vonnis van de rechtbank van 10 november 2015, dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

parketnummer 08-963647-14:

1.

hij in of omstreeks de periode van 20 tot en met 29 juni 2014 te [plaats 1] en/of

[plaats 2] , in elk geval in Nederland en/of de Verenigde Arabische Emiraten, tezamen

en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, al dan niet in de uitoefening

van zijn/hun beroep of gewoonte,

een persoon, te weten [persoon 1] behulpzaam is geweest bij

het zich verschaffen van toegang tot en/of doorreis door Nederland, in elk geval een

lidstaat van de Europese Unie of een staat die is toegetreden tot het op 15 november

2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land,

over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York

tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad,

en/of die [persoon 1] daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft

verschaft, terwijl verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang

en/of doorreis wederrechtelijk was, door:

- contacten te leggen en te onderhouden over de wijze van smokkel van die

[persoon 1] en/of

- een vals of vervalst paspoort voor die [persoon 1] te maken en/of

(vervolgens) te verstrekken en/of

- voor die [persoon 1] en/of verdachte een vlucht te boeken en/of

- met die [persoon 1] contact te leggen op de luchthaven in [plaats 1]

en/of die [persoon 1] (aldaar) te begeleiden naar/bij het KLM-kantoor

en/of de incheck en/of de securitvcheck, althans die [persoon 1] op/door

de luchthaven in [plaats 1] te geleiden en/of

- met die [persoon 1] mee te reizen in het vliegtuig en/of

- met die [persoon 1] aan te komen op de luchthaven [naam luchthaven] te

[plaats 2] en/of die [persoon 1] (aldaar) te begeleiden naar de gate

controle en/of

- de komst en/of het transport van die [persoon 1] naar Nederland te

betalen en/of ten behoeve van de komst en/of het transport van die [persoon 1]

enig geldbedrag van die [persoon 1] en/of namens die

[persoon 1] te ontvangen en/of

(aldus) het verschaffen van toegang tot en/of de doorreis naar Nederland van die

[persoon 1] heeft georganiseerd en/of gecoördineerd en/of gefaciliteerd;

2.

hij in of omstreeks de periode van 09 maart 2014 tot en met 16 juli 2014 te [plaats 1]

en/of [plaats 2] , in elk geval in Nederland en/of de Verenigde Arabische Emiraten,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, al dan niet in de

uitoefening van zijn/hun beroep of gewoonte, een of meer personen, te weten

- [persoon 2] en/of

- [persoon 3]

behulpzaam geweest bij het zich verschaffen van toegang tot en/of doorreis door

Nederland, in elk geval een lidstaat van de Europese Unie of een staat die is toegetreden

tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel

van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15

november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale

georganiseerde misdaad,

en/of die [persoon 2] en/of [persoon 3] daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft

verschaft, terwijl verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang

en/of doorreis wederrechtelijk was, door

- contacten te leggen en te onderhouden over de wijze van smokkel van die

[persoon 2] en/of [persoon 3] en/of

- voor die [persoon 2] en/of [persoon 3] en/of verdachte een vlucht te boeken en/of

- met die [persoon 2] en/of [persoon 3] contact te leggen op de luchthaven in [plaats 1]

en/of die [persoon 2] en/of [persoon 3] (aldaar) te begeleiden naar de incheck

en/of de securitycheck, althans die [persoon 2] en/of [persoon 3] op/door de

luchthaven in [plaats 1] te geleiden en/of

- die [persoon 2] een paspoort op naam van [naam 1] te verstrekken en/of

- die [persoon 3] een paspoort op naam van [naam 1] te verstrekken en/of

- mee te reizen in het vliegtuig met die [persoon 2] en [persoon 3] vanuit [plaats 1]

naar [plaats 2] , en/of

(aldus) het verschaffen van toegang tot en/of de doorreis naar Nederland van die [persoon 2] en/of die [persoon 3] heeft georganiseerd en/of gecoördineerd en/of gefaciliteerd;

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 tot en met 7 september2014 te [plaats 1] en/of

[plaats 2] , in elk geval in Nederland en/of de Verenigde Arabische Emiraten, tezamen

en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, al dan niet in de uitoefening

van zijn/hun beroep of gewoonte, een of meer personen, te weten

- [persoon 4] en/of

- [persoon 5]

behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot en/of doorreis door

Nederland, in elk geval een lidstaat van de Europese Unie of een staat die is toegetreden

tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel

van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15

november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale

georganiseerde misdaad,

en/of die [persoon 4] EN/OF [persoon 5] daartoe gelegenheid, middelen of

inlichtingen heeft verschaft, terwijl verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden

dat die toegang en/of doorreis wederrechtelijk was, door

- contacten te leggen en te onderhouden over de wijze van smokkel van die

[persoon 4] en/of [persoon 5] en/of

- voor die [persoon 4] en/of [persoon 5] en/of (mede)verdachte [medeverdachte]

[verdachte] een vliegticket te boeken en/of

- een vals of vervalst of look-a-like paspoort voor die [persoon 4] en/of [verdachte]

te maken en/of (vervolgens) te verstrekken en/of

(aldus) het verschaffen van toegang tot en/of de doorreis naar Nederland van die

[persoon 4] en/of [persoon 5] heeft georganiseerd en/of gecoördineerd en/of

gefaciliteerd;

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 tot en met 9 september 2014 te [plaats 1] en/of

[plaats 2] , in elk geval in Nederland en/of de Verenigde Arabische Emiraten, ter

uitvoering van het door verdachte en/of diens mededaders voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, al dan niet in de

uitoefening van zijn/hun beroep of gewoonte,

een persoon, te weten [persoon 6] (met de Syrische nationaliteit), behulpzaam

te zijn bij het zich verschaffen van toegang tot en/of doorreis door Nederland, in elk

geval een lidstaat van de Europese Unie of een staat die is toegetreden tot het op 15

november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten

over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te

New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad,

en/of die [persoon 6] daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen,

terwijl verdachte wist of emstige redenen had te vermoeden dat die toegang en/of

doorreis wederrechtelijk was,

- contacten gelegd en/of onderhouden over de wijze van smokkel van die [persoon 6]

en/of

- voor die [persoon 6] en/of (mede)verdachte [medeverdachte] [verdachte]

vliegtickets geboekt en/of

- een vals of vervalst paspoort voor die [persoon 6] gemaakt en/of (vervolgens)

verstrekt en/of

(aldus) het verschaffen van toegang tot en/of de doorreis naar Nederland van die [persoon 6]

te organiseren en/of coördineren en/of faciliteren, terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

parketnummer 8.963025-15

hij op één of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot

en met 5 november 2014 te [plaats 3] , gemeente [gemeente 2] , in elk geval in

Nederland, (telkens) in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde

verplichting, te weten ingevolge artikel 17 van de Wet werk en bijstand, opzettelijk heeft

nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, en dit feit kon strekken tot

bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl verdachte wist, althans redelijkerwijze moest

vermoeden dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens

anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten een uitkering ingevolge

de Wet werk en bijstand, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of

tegemoetkoming,

- door toen aldaar niet de navolgende gegevens te verstrekken, te weten: het verblijf in het buitenland, langer dan de toegestane 28 dagen per kalenderjaar en/of

- de inkomsten met betrekking tot het verschaffen van toegang en/of verblijf van één of meer personen met de Syrische nationaliteit en/of

- het bezit van drie, althans één of meer, op verdachtes naam staande woningen in het

buitenland en/of

- het bezit van een geldbedrag van (ongeveer) 7500 euro of daaromtrent en/of

- de aankoop van goud en/of

- opbrengsten van de verhuur van het huurobject [naam object]

te [plaats ] .

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd.

In het bijzonder zal het hof daar waar in de in de vier zaken met het parketnummer 08-963647-14 sprake is van ' [plaats 2] ' dan wel 'de luchthaven [naam luchthaven] te [plaats 2] ' dit lezen als 'de gemeente [gemeente 1] ', nu [naam luchthaven] in laatstgenoemde gemeente is gelegen. Gelet op het feit dat de luchthaven [naam luchthaven] , zeker internationaal gezien, sterk geassocieerd wordt met de stad [plaats 2] en er geen twijfel kan bestaan over de bedoeling van de opsteller van de tenlastelegging op dit punt, zal het hof deze omissies verbeterd lezen. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel - ook in onderdelen - slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat ten laste gelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 08-963647-14 onder 1, 2, 3 en 4 en in de zaak met parketnummer 08-963025-15 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

parketnummer 08-963647-14:

1.

hij in de periode van 20 tot en met 29 juni 2014 te [plaats 1] en in de gemeente [gemeente 1] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, in de uitoefening van hun beroep of gewoonte, een persoon, te weten [persoon 1] behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot Nederland,

en die [persoon 1] daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft

verschaft, terwijl verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang

wederrechtelijk was, door:

- contacten te leggen en te onderhouden over de wijze van smokkel van die

[persoon 1] en

- een vals of vervalst paspoort voor die [persoon 1] te maken en

vervolgens te verstrekken en

- voor die [persoon 1] en verdachte een vlucht te boeken en

- met die [persoon 1] contact te leggen op de luchthaven in [plaats 1]

en die [persoon 1] aldaar te begeleiden naar de incheck en de securitvcheck, en

- met die [persoon 1] mee te reizen in het vliegtuig en

- met die [persoon 1] aan te komen op de luchthaven [naam luchthaven] in de

gemeente [gemeente 1] en die [persoon 1] aldaar te begeleiden naar

de gate controle en

aldus het verschaffen van toegang tot Nederland van die [persoon 1] heeft georganiseerd en gecoördineerd en gefaciliteerd;

2.

hij in de periode van 09 maart 2014 tot en met 16 juli 2014 te [plaats 1] en in de gemeente [gemeente 1] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, in de uitoefening van hun beroep of gewoonte, personen, te weten

- [persoon 2] en

- [persoon 3]

behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot Nederland,en die [persoon 2] en [persoon 3] daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, terwijl verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang wederrechtelijk was, door

- contacten te leggen en te onderhouden over de wijze van smokkel van die

[persoon 2] en [persoon 3] en

- voor die [persoon 2] en [persoon 3] en verdachte een vlucht te boeken en

- met die [persoon 2] en [persoon 3] contact te leggen op de luchthaven in [plaats 1]

en die [persoon 2] en [persoon 3] aldaar te begeleiden naar de incheck

en de securitycheck, en

- die [persoon 2] een paspoort op naam van [naam 1] te verstrekken en

- die [persoon 3] een paspoort op naam van [naam 1] te verstrekken en

- mee te reizen in het vliegtuig met die [persoon 2] en [persoon 3] vanuit [plaats 1]

naar [naam luchthaven] in de gemeente [gemeente 1] , en

aldus het verschaffen van toegang tot Nederland van die [persoon 2] en die [persoon 3] heeft georganiseerd en gecoördineerd en gefaciliteerd;

3.

hij in de periode van 1 tot en met 7 september2014 te [plaats 1] en in de gemeente [gemeente 1] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, in de uitoefening van hun beroep of gewoonte, personen, te weten

- [persoon 4] en

- [persoon 5]

behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot Nederland en die [persoon 4] EN [persoon 5] daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, terwijl verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden

dat die toegang wederrechtelijk was, door

- contacten te leggen en te onderhouden over de wijze van smokkel van die

[persoon 4] en [persoon 5] en

- voor die [persoon 4] en [persoon 5] en (mede)verdachte [medeverdachte]

[verdachte] een vliegticket te boeken en

- een vals of vervalst of look-a-like paspoort voor die [persoon 4] en [verdachte]

te maken en vervolgens te verstrekken en

aldus het verschaffen van toegang tot Nederland van die [persoon 4] en [persoon 5] heeft georganiseerd en gecoördineerd en gefaciliteerd;

4.

hij in de periode van 1 tot en met 9 september 2014 te [plaats 1] en in de gemeente [gemeente 1] , ter uitvoering van het door verdachte en diens mededaders voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, in de uitoefening van hun beroep of gewoonte, een persoon, te weten [persoon 6] (met de Syrische nationaliteit), behulpzaam te zijn bij het zich verschaffen van toegang tot Nederland, en die [persoon 6] daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen, terwijl verdachte wist of emstige redenen had te vermoeden dat die toegang wederrechtelijk was,

- contacten gelegd en onderhouden over de wijze van smokkel van die [persoon 6]

en

- voor die [persoon 6] en (mede)verdachte [medeverdachte] [verdachte]

vliegtickets geboekt en

- een vals of vervalst paspoort voor die [persoon 6] gemaakt en vervolgens

verstrekt en

aldus het verschaffen van toegang tot Nederland van die [persoon 6] te organiseren en coördineren en faciliteren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

parketnummer 8.963025-15

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2013 tot en met 5 november 2014 te [plaats 3] , gemeente [gemeente 2] , telkens in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten ingevolge artikel 17 van de Wet werk en bijstand, opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, en dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl verdachte wist, althans redelijkerwijze moest vermoeden dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten een uitkering ingevolge de Wet werk en bijstand, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming, door toen aldaar niet de navolgende gegevens te verstrekken, te weten:

- het verblijf in het buitenland, langer dan de toegestane 28 dagen per kalenderjaar en

- de inkomsten met betrekking tot het verschaffen van toegang van personen met de Syrische nationaliteit en

- het bezit van drie op verdachtes naam staande woningen in het buitenland en

- het bezit van een geldbedrag van ongeveer 7500 euro en

- de aankoop van goud en

- opbrengsten van de verhuur van het huurobject [naam object]

te [plaats ] .

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 08-963647-14 onder 1 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van mensensmokkel, terwijl het feit wordt begaan in de uitoefening van enig ambt of beroep.

Het in de zaak met parketnummer 08-963647-14 onder 2 en 3 bewezen verklaarde levert telkens op:

medeplegen van mensensmokkel, terwijl het feit wordt begaan in de uitoefening van enig ambt of beroep, meermalen gepleegd.

Het in de zaak met parketnummer 08-963647-14 onder 4 bewezen verklaarde levert op:

poging tot medeplegen van mensensmokkel, terwijl het feit wordt begaan in de uitoefening van enig ambt of beroep.

Het in de zaak met parketnummer 08-963025-15 bewezen verklaarde levert op:

in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, terwijl het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, en terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn of eens anders recht op die verstrekking of tegemoetkoming dan wel voor de hoogte of de duur van een dergelijke verstrekking of tegemoetkoming.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

Het hof verwijst naar hetgeen daarover in het vonnis van de rechtbank van 10 november 2015 is opgenomen en beschouwt de inhoud daarvan als hier herhaald en ingelast.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45, 47, 57, 197a en 227b van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 08-963647-14 onder 1, 2, 3 en 4 en in de zaak met parketnummer 08-963025-15 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 08-963647-14 onder 1, 2, 3 en 4 en in de zaak met parketnummer 08-963025-15 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door

mr. H.J. Deuring, voorzitter,

mr. A. van Holten en mr. B.F. Keulen, raadsheren,

in tegenwoordigheid van J.B. Schwerzel, griffier,

en op 3 mei 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. B.F. Keulen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.