Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:3438

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
26-04-2016
Datum publicatie
04-05-2016
Zaaknummer
200.181.193/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bewind. Overlijden rechthebbende en gevolgen daarvan voor de bewindvoerder.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.181.193/01

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 4336848 LT 15-3530 mrc)

beschikking van de familiekamer van 26 april 2016

inzake

[appellant],

kantoorhoudende te [A] ,

appellant,

optredend in zijn hoedanigheid van (gewezen) bewindvoerder van

wijlen [B] ,

verder te noemen: de bewindvoerder,

advocaat: mr. J.M.R. Vlaar te Budel.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, van 24 september 2015, gegeven onder bovenstaand zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift, ingekomen op 17 november 2015;

- ( journaal)berichten met bijlagen van mr. [appellant] van 11 december 2015, 4 januari 2016, 14 januari 2016 en 17 februari 2016.

2.2

Uit de berichten van mr. [appellant] heeft het hof opgemaakt dat de zaak zonder mondelinge behandeling kan worden afgedaan.

3 De beoordeling door het hof.

3.1

Bij de beschikking waarvan beroep heeft de kantonrechter afgewezen het verzoek van de bewindvoerder om hem machtiging te verlenen om tegen een fixed price van € 2.000,- een minnelijk traject/dwangakkoord-procedure ten behoeve van [B] op te starten.

3.2

Uit de stukken blijkt dat [B] [in] 2015 is overleden. Ingevolge artikel 1:449 lid 1 BW is daarmee het bewind geëindigd. Als taak van de bewindvoerder resteert dan nog slechts het afleggen van rekening en verantwoording als bedoeld in artikel 1:445 BW.

3.3

De bewindvoerder wenst dat het hof thans bepaalt dat hij zijn werkzaamheden als vereffenaar van de (door de erfgenamen verworpen) boedel voortzet. Dat is echter een voorziening die naar het oordeel van het hof niet past in een beroepsprocedure als hier aanhangig; men zal zich daarvoor ingevolge het bepaalde in afdeling 3 van titel 6 van Boek 4 BW tot de rechtbank moeten wenden.

3.4

Aangezien het hof het daarmee niet tot zijn taak acht te behoren om verdere "helderheid te verschaffen aan bewindvoerders in nalatenschappen die vanwege de schuldenpositie onbeheerd zullen blijven", zoals de bewindvoerder dat in zijn bericht van 4 januari 2016 heeft omschreven, beschouwt het hof, gelet op wat de bewindvoerder verder in dat bericht heeft gesteld, het verzoek (in hoger beroep) als ingetrokken en zal het dat afwijzen.

4 De beslissing

Het gerechtshof:

wijst het verzoek in hoger beroep af.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.D.S.L. Bosch, mr. G. Jonkman en mr. G.M. van der Meer en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 26 april 2016 in bijzijn van de griffier.