Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:3074

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
19-04-2016
Datum publicatie
22-08-2016
Zaaknummer
WAHV 200.154.161
Rechtsgebieden
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Parkeergedraging. Laden en lossen? De betrokkene en zijn vrouw vervoeren op een aanhangwagen een wandmeubel dat hij meteen na het stilzetten van de auto uitlaadt en naar de vijfde verdieping van een flat brengt. Dit is geen laden en lossen maar parkeren. De auto heeft langer stil gestaan dan redelijkerwijs noodzakelijk was om de kast te lossen. Er was een alternatief: kast uitladen en in de hal van de flat zetten, auto met aanhangwagen verplaatsen naar toegestane parkeerplaats en dan de kast naar de vijfde verdieping brengen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.154.161

19 april 2016

CJIB 163276238

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

locatie Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland

van 16 juli 2014

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 85,- opgelegd ter zake van “parkeren in strijd met parkeerverbod (bord E1) ( al dan niet in een zone)”, welke gedraging zou zijn verricht op 6 juli 2012 om 14.50 uur op de Astronautenweg te Hoorn met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

2. De betrokkene stelt dat geen sprake was van parkeren maar van laden en lossen. Hij moest een wandmeubel naar de vijfde verdieping van de flat brengen en de enige parkeergelegenheid voor een auto met aanhanger was tegenover de ingang van de flat. Een auto met aanhanger past niet in de parkeervakken: de aanhangwagen zou dan de hele straat blokkeren. Het was voor de betrokkene ook niet mogelijk om iemand bij de auto te laten staan om duidelijk te maken dat ze met laden en lossen bezig waren, omdat zijn vrouw de deuren open moest doen. De kast naar boven transporteren heeft niet meer dan 15 minuten geduurd.
De betrokkene heeft foto's van de situatie ter plekke bij zijn beroepschrift gevoegd.

3. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 62 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) in samenhang met bord E1 van Bijlage 1 bij dat reglement. Artikel 62 van het RVV 1990 houdt in:

“Weggebruikers zijn verplicht gevolg te geven aan de verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden.”

Bord E1 van Bijlage 1 van de RVV 1990 houdt een parkeerverbod in.

4. Artikel 1 van het RVV 1990 verstaat onder parkeren:

“Het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen.”

5. Onder onmiddellijk laden of lossen van goederen dient te worden verstaan het onmiddellijk nadat het voertuig tot stilstand is gebracht bij voortduring inladen of uitladen van goederen van enige omvang of enig gewicht, gedurende de tijd die daarvoor nodig is (HR 12 mei 1999, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, ECLI:NL:HR:1999:AA2760). Het dient dan te gaan om goederen die niet of bezwaarlijk anders dan per voertuig ter plaatse kunnen worden opgehaald of gebracht (HR 10 juni 1975, LJN:AJ4297).

6. De ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB houdt, zakelijk weergegeven, in dat het voertuig met kenteken [kenteken] op 6 juli 2012 om 14.50 uur stond geparkeerd in strijd met een parkeerverbod.

7. Het hof ziet zich gesteld voor de vraag of sprake is van parkeren als bedoeld in artikel 24 van het RVV 1990. Naar het oordeel van het hof is dat wel het geval, nu de door de betrokkene beschreven handelingen niet vallen aan te merken als het onmiddellijk laden of lossen van goederen.

8. De enkele omstandigheid dat er kennelijk circa 15 minuten nodig waren om de kast ter plekke te brengen zoals de betrokkene heeft gesteld, brengt reeds mee dat van de vereiste onmiddellijkheid geen sprake meer is. Het voertuig van de betrokkene heeft niet uitsluitend stilgestaan zo lang als nodig was voor het ononderbroken verrichten van het geheel van handelingen dat redelijkerwijs noodzakelijk was om de kast te lossen. Voor het bepalen of sprake is van de redelijkerwijs noodzakelijke handelingen is mede van belang of er een alternatief was voor de betrokkene. In het onderhavige geval had de betrokkene ervoor kunnen kiezen om de kast uit te laden en tijdelijk in de hal van het flatgebouw neer te zetten, de auto te verplaatsen naar een plaats waar het toegelaten en mogelijk was te parkeren met een auto met aanhangwagen en daarna terug te komen en de kast naar de woning op de vijfde verdieping te brengen. Het verweer van de betrokkene faalt daarom.

9. Opmerking verdient nog het volgende. Anders dan de betrokkene lijkt te menen en anders dan de kantonrechter heeft overwogen wordt de betrokkene niet verweten dat hij op een parkeergelegenheid heeft geparkeerd buiten een parkeervak als bedoeld in artikel 24, vierde lid, van het RVV 1990, maar parkeren in strijd met het (zone)bord E1.

10. Bovenstaande brengt mee dat is komen vast te staan dat de onder 1. genoemde gedraging is verricht.

11. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is het hof van oordeel dat de kantonrechter het beroep terecht ongegrond heeft verklaard, zodat het hof die beslissing met verbetering van de gronden zal bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt, met verbetering van gronden, de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.