Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:2492

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
29-03-2016
Datum publicatie
15-07-2016
Zaaknummer
200.154.725
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Uitleg van een CAO- bepaling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/2089
AR-Updates.nl 2016-0789
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.154.725

(zaaknummer Midden-Nederland, 2232572)

arrest van 29 maart 2016

in de zaak van

1 de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid ABVAKABO FNV,

gevestigd te Zoetermeer,

2. [appellant sub 2],

wonende te [plaatsnaam],

3. [appellant sub 3],

wonende te [plaatsnaam],

appellanten,

in eerste aanleg: eisende partijen,

advocaat: mr. M.B. van Voorthuizen,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Ziggo B.V.,

gevestigd te Utrecht,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde,

advocaat: mr. A.P. Fijn van Draat.

Appellante sub 1 zal met Abvakabo FNV worden aangeduid, appellant sub 2 met [appellant sub 2] en appellant sub 3 met [appellant sub 3]. Appelanten tezamen zullen Abvakabo FNV c.s. worden genoemd. Geïntimeerde wordt met Ziggo aangeduid.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van

4 november 2013 en 26 mei 2014 die de kantonrechter (rechtbank Midden-Nederland, afdeling civiel recht, kantonrechter, locatie Utrecht) heeft gewezen.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 29 juli 2014,

- de memorie van grieven met producties,

- de memorie van antwoord met een productie,

- een akte van Abvakabo FNV c.s.,

- een akte van Ziggo.

2.2

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

3 De vaststaande feiten

3.1

Het hof gaat in hoger beroep uit van de volgende feiten.

3.2

Abvakabo FNV en CNV Publieke zaak hebben met de Werkgeversvereniging WENb de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor Kabel & Telecom afgesloten met als looptijd 1 april 2012 tot 1 april 2014 (hierna te noemen: de CAO). [appellant sub 2] en [appellant sub 3] zijn lid van Abvakabo FNV. Ziggo is aangesloten bij de Werkgeversvereniging WENb en valt onder de werkingssfeerbepaling van de CAO.

3.3

Op grond van artikel 29 van de CAO hebben werknemers van Ziggo naast het vaste bruto salaris recht op een resultaatafhankelijke uitkering (hierna te noemen: rau). Dit artikel luidt, voor zover thans relevant, als volgt:

29. RESULTAATAFHANKELIJKE UITKERING

Naast het vaste bruto salaris heb je recht op een resultaatafhankelijke uitkering. De hoogte daarvan is afhankelijk van de bereikte resultaten in de onderneming. Zo wordt jouw bijdrage aan die resultaten nog eens extra beloond. In de CAO is de basis voor de regeling gelegd, de feitelijke invulling gebeurt op bedrijfsniveau (…)

Hoogte van de uitkering

De uitkering bedraagt vanaf het jaar 2011 3,0% van het salaris wanneer de resultaten overeenkomen met de gestelde doelen. De werkelijke uitkering kan hoger of lager zijn, afhankelijk van de mate waarin de doelen gerealiseerd zijn.

De uitkering wordt berekend over de som van de in het betreffende jaar verdiende (bruto)salaris. Ben je ná 1 januari van dat jaar in dienst gekomen, dan wordt de uitkering over de daadwerkelijke dienstperiode berekend (…)

Pensioenopbouw

De resultaatafhankelijke uitkering telt ook mee voor de pensioenopbouw (…).”

3.4

De CAO is een minimum cao. Artikel 2 bepaalt hierover:

Dit betekent dat bedrijven de ruimte hebben bedrijfseigen regelingen te ontwikkelen. Ook kunnen bedrijven met individuele werknemers afspraken op maat maken. Regelingen op bedrijfsniveau mogen nooit minder zijn dan wat in de cao is afgesproken.”

3.5

Artikel 5 CAO luidt, voor zover van belang, als volgt:

5. ARBEIDSDUUR

De arbeidsduur bij een voltijd arbeidsovereenkomst bedraagt gemiddeld veertig uur per week. Het gemiddelde van veertig uur wordt berekend over een periode van dertien weken: als bovengrens geldt een werkweek van 45 uur, als ondergrens geldt een werkweek van 35 uur.

Doelgroep

Deze regel geldt voor iedere werknemer .”

3.6

Artikel 26 CAO luidt, voor zover van belang, als volgt:

26. BELONING (VAST SALARIS)

Het belangrijkste onderdeel van de beloning die je ontvangt is het vaste bruto salaris . De salarisgroei hangt samen met de beoordeling van jouw functioneren. Ook kan een algemene CAO-loonsverhoging worden afgesproken die vervolgens voor alle werknemers geldt. Voor de looptijd van deze CAO zijn verschillende verhogingen afgesproken zie daarvoor paragraaf 27. Deze afspraken zijn verwerkt in de onderstaande tabellen.

Als je in deeltijd werkt (minder dan gemiddeld veertig uur per week), dan wordt jouw salaris berekend naar evenredigheid van het aantal overeengekomen contracturen.

Doelgroep

Deze regel geldt voor iedere werknemer.

3.7

Artikel 49 CAO luidt, voor zover van belang, als volgt:

BEGRIPPEN, VERWIJZINGEN EN LINKS

(…)

Grondslag voor loondoorbetaling bij ziekte, bedrijfsongeval en bij aanvulling op zwangerschaps- en bevallingsverlof. Het salaris, vermeerderd met (voor zover van toepassing)

 het Benefit Budget

 de vergoeding in geld voor consignatiedienst (paragraaf 10), gemiddeld per maand over de voorafgaande periode van twaalf maanden

 de vaste volcontinutoeslag (paragraaf 9)

 de toeslag afwijkende werktijden (paragraaf 7), gemiddeld per maand over de voorafgaande periode van twaalf maanden.”

3.8

Ziggo heeft een bedrijfseigen regeling, de zogenaamde PRES-regeling (productie

1. inleidende dagvaarding). In deze PRES-regeling is voor zover thans van belang het volgende opgenomen:

6.3 PRES-regeling

Hoofdregel

Deze regeling is ooit bedoeld om oudere werknemers de mogelijkheid te bieden om korter te werken met het doel om ze langer in dienst te houden. Om de inzetbaarheid van alle werknemers te verbeteren wordt een integraal levensfasebewust personeelsbeleid ontwikkeld. Hierin wordt ook beleid ontwikkeld voor de oudere werknemer. In het kader van een overgangsregeling is de PRES-regeling blijven bestaan voor bepaalde categorieën werknemers.

Doelgroep

Deze regeling geldt voor werknemers, die in dienst waren bij Ziggo of haar rechtsvoorgangers op 31-12-2007 en:

  • -

    Geboren zijn vóór 1-1-1957 of

  • -

    Geboren zijn vóór 1-1-1959 en op 31-12-2008 minimaal 25 dienstjaren hebben.

Beschrijving

Als je als fulltimer tot de doelgroep behoort heb je de mogelijkheid om:

  • -

    in de maand dat je 55 jaar wordt tegen inlevering van 5% van je fulltime salaris één dag per week minder te werken (van 40 naar 32 uur of wel 20% minder). Je bouwt dan je wettelijke verlofrechten op naar rato van het parttimepercentage van 80%.

  • -

    in de maand dat je 59 jaar wordt tegen inlevering van 10% van je fulltime salaris twee dagen per week minder te werken (van 40 naar 24 uur of wel 40% minder). Je bouwt je wettelijke verlofrechten op naar rato van het parttimepercentage van 60%. (…)

Overige gevolgen

Je pensioenopbouw geschiedt op basis van 100% van het oorspronkelijke pensioengevend salaris.

De hoogte van de RAU/bonus wordt niet gebaseerd op het verdiende salaris maar op het feitelijke werktijdpercentage.”

3.9

[appellant sub 2] maakte sinds 1 december 2004 gedurende een dag in de week gebruik van de PRES-regeling. Sinds 30 november 2006 heeft [appellant sub 2] gedurende twee dagen in de week gebruik gemaakt van de PRES-regeling. Sinds 1 mei 2013 is [appellant sub 2] met pre-pensioen. [appellant sub 3] maakt sinds 5 april 2006 gedurende een dag in de week en sinds

1 februari 2011 gedurende twee dagen in de week gebruik van de PRES-regeling.

3.10

[appellant sub 2] heeft met uitzondering van de jaren 2005 en 2006 gedurende de gehele periode waarin hij gebruik heeft gemaakt van de PRES-regeling steeds een rau ontvangen die was gebaseerd op zijn feitelijke arbeidsduur. Voor [appellant sub 3] geldt hetzelfde, zonder uitzondering.

3.11 (

Onder meer) [appellant sub 3] heeft medio 2012 bij de interne algemene bezwarencommissie van Ziggo bezwaar gemaakt tegen de uitbetaling van de rau op basis van het feitelijke werktijdpercentage. Deze bezwarencommissie heeft op 10 september 2012 geadviseerd het bezwaar af te wijzen, omdat de PRES-regeling volgens haar een vrijwillige regeling is en dat de totale effecten van de PRES-regeling positief zijn ten opzichte van de overeengekomen CAO Kabel & Telecom als zodanig (productie 5 bij inleidende dagvaarding). Zij heeft Ziggo wel het advies gegeven de hiervoor onder 3.8 weergegeven passage over de hoogte van de rau/bonus te verduidelijken door deze als volgt te wijzigen: “De hoogte van de RAU/bonus wordt niet gebaseerd op het verdiende salaris maar op het salaris behorende bij het feitelijke werktijdpercentage”.

3.12

Bij brief van 17 september 2012 (productie 6 bij inleidende dagvaarding) heeft Ziggo aan (onder meer) [appellant sub 3] meegedeeld dat zij de bezwarencommissie in haar advies volgt.

4 Het geschil en de beslissing in eerste aanleg

4.1

Abvakabo FNV c.s. hebben in eerste aanleg een verklaring voor recht gevorderd dat de aanspraak op de rau als bedoeld in artikel 29 van de CAO van werknemers die gebruik maken van de PRES-regeling, jaarlijks wordt bepaald door de som van het in het desbetreffende jaar verdiende althans daadwerkelijk ontvangen brutosalaris en voorts gevorderd primair veroordeling van Ziggo tot naleving van artikel 29 CAO door, kort gezegd, over te gaan tot uitbetaling van de rau aan alle (gebonden en niet-gebonden) werknemers overeenkomstig voorgaande zin met terugwerkende kracht vanaf 2006 en subsidiair dezelfde veroordeling maar dan alleen voor (ex)werknemers die lid zijn van Abvakabo FNV.

4.2

De kantonrechter heeft bij vonnis van 26 mei 2014 de vorderingen van Abvakabo FNV c.s. afgewezen. In de kern genomen heeft de kantonrechter daarin geoordeeld dat de bewoordingen van de bepaling over de rau in de PRES-regeling slechts voor één uitleg vatbaar zijn: de hoogte van de rau wordt niet gebaseerd op het verdiende salaris maar op het (salaris behorende bij het) feitelijke werktijdpercentage. Verder heeft de kantonrechter overwogen dat Ziggo op grond van de PRES-regeling aan de deelnemers ervan meer salaris betaalt dan waarop zij op grond van de CAO aanspraak kunnen maken, zodat de stelling van Abvakabo FNV c.s. dat de bepaling over de rau nietig is, moet worden verworpen.

5 De beoordeling van de grieven en de vordering

5.1

Onder aanvoering van twee grieven, die zich voor gezamenlijke behandeling lenen, komen Abvakabo FNV c.s. tegen voormeld oordeel van de kantonrechter op.

5.2

De vraag dient te worden beantwoord of de PRES-regeling (artikel 6.3) in strijd is met artikel 29 van de CAO. Partijen verschillen niet van mening over de vraag hoe de PRES-regeling in de praktijk (als volgt) werkt. Een werknemer die op grond van deze regeling één dag per week (20%) minder is gaan werken, levert 5% van zijn fulltime salaris in. Terwijl deze werknemer dus 80% werkt, ontvangt hij 95% van zijn salaris. Gaat een werknemer twee dagen per week (40%) minder werken, dan levert hij op grond van de PRES-regeling 10% van zijn salaris in. Terwijl deze werknemer dus 60% werkt, ontvangt hij 90% van zijn salaris. Tussen partijen is wél in geschil hoe de rau moet worden berekend. Abvakabo FNV c.s. stellen zich op het standpunt dat de rau moet worden berekend aan de hand van het brutosalaris van de werknemer (dus: gebaseerd op 95% respectievelijk 90% van het brutosalaris), terwijl volgens Ziggo de rau berekend moet worden aan de hand van het feitelijke werktijdpercentage na toepassing van de PRES-regeling (dus: 80% respectievelijk 60% van het salaris behorende bij de feitelijke werktijd).

Nu de bepaling in de PRES-regeling inhoudt dat de rau niet wordt gebaseerd op het verdiende salaris maar op het feitelijke werktijdpercentage, houdt dit volgens Abvakabo FNV c.s. een afwijking in van artikel 29 CAO die nadelig is voor de werknemers. Dit brengt, aldus Abvakabo FNV c.s., mee dat de PRES-regeling op het punt van de rau in strijd is met het minimum karakter van de CAO met nietigheid als gevolg.

5.3

Volgens vaste rechtspraak dient de uitleg van CAO- bepalingen te geschieden naar objectieve maatstaven, waarbij onder meer acht kan worden geslagen op de elders in de CAO gebruikte formuleringen en op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden, op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden. Behalve aan de taalkundige betekenis van de bewoordingen, gelezen in de context van de regeling als geheel, komt mede betekenis toe aan de ratio van de regeling, de redelijkheid van de uitkomst en de mate waarin de uitleg past binnen het systeem van de CAO als geheel, waarvan de bepaling waarop een beroep wordt gedaan deel uitmaakt. Het komt derhalve niet aan op de bedoelingen van de partijen bij de CAO, voor zover deze niet uit de CAO-bepalingen en de (eventuele) toelichting kenbaar zijn, maar op de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen waarin de CAO en de toelichting zijn gesteld.

5.4

Met inachtneming van bovenvermelde maatstaf oordeelt het hof als volgt. De bewoordingen van de bepaling over de rau (artikel 6.3) in de PRES-regeling moeten aldus worden uitgelegd dat de hoogte van de rau wordt gebaseerd op het salaris behorende bij het feitelijke werktijdpercentage en niet op het daadwerkelijk verdiende salaris. Dit blijkt in de eerste plaats duidelijk uit het in 3.5 (deels) geciteerde artikel 6.3 waarin is vastgelegd dat: “De hoogte van de RAU/bonus wordt niet gebaseerd op het verdiende salaris maar op het feitelijke werktijdpercentage”. Door het gebruik van het woord “feitelijk” kan alleen het percentage van de werktijd zijn bedoeld dat een deelnemer aan de PRES-regeling in werkelijkheid werkt. De uitleg die Abvakabo FNV c.s. voorstaan, strookt dus niet met de tekst van de bepaling zelf. Bovendien leidt deze uitleg niet tot een aannemelijker rechtsgevolg dan de uitleg die Ziggo voor ogen staat. Immers, in artikel 29 CAO is de rau gekoppeld aan en afhankelijk van de bereikte resultaten in de onderneming. Dit wordt onderstreept met de (zie 3.5) zinsnede: ” Zo wordt jouw bijdrage aan die resultaten nog eens extra beloond ”. Hieruit blijkt dat de ratio van de rau is gelegen in een koppeling van een op een bedrijfsresultaat gebaseerde uitkering aan de mate waarin een medewerker daadwerkelijk een bijdrage aan het bedrijfsresultaat heeft geleverd (in het onderhavige geval: drie of vier dagen per week) en niet afhankelijk is van het feitelijke verdiende salaris (90% of 95%). Of anders gezegd, hoe meer een werknemer werkt, des te meer hij aan het bedrijfsresultaat meewerkt.

Abvakabo FNV c.s. voeren aan dat de PRES-regeling in 2009 is aangepast en dat Ziggo toen voor het eerst heeft meegedeeld dat de rau zou worden berekend op basis van het feitelijke werktijdpercentage in plaats van op het verdiende salaris. Ziggo heeft deze, ook in hoger beroep onvoldoende onderbouwd gebleven stelling, gemotiveerd betwist. Verder heeft Abvakabo FNV c.s. niet, althans onvoldoende, onderbouwd toegelicht dat zij aan het (volgens Ziggo: eenmalige) besluit van Ziggo om in 2006 aan werknemers die op 1 april 2006 aan de PRES-regeling deelnamen, de rau uit te betalen op grond van het feitelijk genoten bruto jaarsalaris over de jaren 2005 en 2006 (zie de notitie van Ziggo van 22 mei 2006 (productie 2 bij conclusie van antwoord)) de verwachting mochten ontlenen dat de rau ook voor de daaropvolgende jaren op deze wijze (in plaats van op grond van de feitelijke werktijd) zou worden gebaseerd.

5.5

Ter onderbouwing van hun uitleg dat de rau gebaseerd moet worden op het feitelijk verdiende salaris, wijzen Abvakabo FNV c.s. er nog op dat voor werknemers die deelnemen aan de PRES-regeling een afwijkend salarisbegrip geldt waarbij de PRES-betaling tot het CAO-salaris wordt gerekend. Zij illustreren dit onder meer met een betoog over het recht op doorbetaling van salaris bij ziekte.

5.6

In artikel 49 van de CAO wordt het begrip “salaris” ten behoeve van de loondoorbetaling bij ziekte gedefinieerd. Uit de aldaar gegeven opsomming blijkt dat bepaalde toeslagen wel onder het salarisbegrip vallen maar de PRES-regeling niet.

De artikelen 5 en 26 van de CAO gaan er vervolgens vanuit dat de rechten die voortvloeien uit de CAO waaronder het salaris evenredig zijn aan de arbeidsduur, hetgeen er naar het oordeel van het hof op duidt dat aan de elders in de CAO neergelegde bepalingen ook ten grondslag ligt dat de werknemer wordt betaald (‘salaris ontvangt’) naar rato van zijn verrichte inspanningen. Zo is in artikel 5 CAO vastgelegd dat degene die in deeltijd werkt alleen naar evenredigheid rechten aan de CAO kan ontlenen en bepaalt artikel 26 CAO dat het salaris van iemand die in deeltijd werkt wordt berekend naar evenredigheid van het aantal overeengekomen contracturen. Ook in artikel 7:627 BW is bepaald dat geen loon verschuldigd is voor de tijd gedurende welke de werknemer de bedongen arbeid niet heeft verricht. Dit betekent dat, gelet op het voorgaande, de zinsnede in artikel 29: “De uitkering wordt berekend over de som van de in het betreffende jaar verdiende (bruto)salaris” (geciteerd in 3.3) niet anders gelezen kan worden dan in de zin van: De uitkering wordt berekend over de som van de in het betreffende jaar verdiende (bruto)salaris, gebaseerd op het feitelijke werktijdpercentage.

5.7

Uit het voorgaande volgt dat, anders dan Abvakabo FNV c.s. naar voren hebben gebracht, de PRES-regeling (artikel 6.3) niet in strijd is met artikel 29 van de CAO.

5.8

Hetgeen Ziggo over de verjaring nog naar voren heeft gebracht, behoeft in het licht van de uitkomst van deze procedure geen bespreking meer.

6 De slotsom

De grieven falen, zodat het bestreden vonnis moet worden bekrachtigd. Als in het ongelijk te stellen partij zal het hof Abvakabo FNV c.s. in de kosten van het hoger beroep veroordelen.

7 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter van 26 mei 2014;

veroordeelt Abvakabo FNV c.s. in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Ziggo vastgesteld op € 704,- voor verschotten en op € 1.341,- (tarief II x 1,5 punt) voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief;

Dit arrest is gewezen door mrs. P.L.R. Wefers Bettink, E.B. Knottnerus en A.A. van Rossum en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 29 maart 2016.