Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:2333

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
22-03-2016
Datum publicatie
12-07-2016
Zaaknummer
WAHV 200.145.554
Rechtsgebieden
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 1, onder a, Bpb. Afwijzing kostenverzoek. Uit het door de gemachtigde overgelegde uittreksel van de Kamer van Koophandel blijkt niet dat het verlenen van rechtsbijstand een vast onderdeel vormt van een duurzame, op het vergaren van inkomsten gerichte, taakuitoefening. Er is niet sprake geweest van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.145.554

22 maart 2016

CJIB 156587605

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

locatie Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam

van 8 februari 2013

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats] ,

voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde] ,

werkzaam voor [B.V. X] te [vestigingsplaats] .

Het tussenarrest

De inhoud van het tussenarrest van 7 januari 2016 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

Ingevolge het tussenarrest van het hof is de gemachtigde verzocht om aannemelijk te maken dat zijn werkzaamheden een vast onderdeel vormen van een duurzame, op het vergaren van inkomsten gerichte taakuitoefening en dat derhalve sprake is van beroepsmatig verlenen van rechtsbijstand.

Bij brief van 12 februari 2016 heeft de gemachtigde van deze gelegenheid gebruik gemaakt.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld hierop te reageren. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. In het tussenarrest van 7 januari 2016 heeft het hof overwogen dat de kantonrechter de betrokkene ten onrechte niet in de gelegenheid heeft gesteld zijn draagkrachtverweer ten overstaan van een rechter toe te lichten. De beslissing van de kantonrechter kan daarom niet in stand blijven. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter vernietigen en de zaak terugwijzen naar de rechtbank Rotterdam.

2. Gelet op het bovenstaande dient het hof te onderzoeken of aan de betrokkene een kostenvergoeding dient te worden toegekend. De betrokkene is van mening dat de door hem gemaakte kosten voor juridische bijstand dienen te worden vergoed.

3. Het hof dient de vraag te beantwoorden of in dit geval sprake is van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de zin van artikel 1, onder a, van het van toepassing zijnde Besluit proceskosten bestuursrecht. Desgevraagd heeft de gemachtigde van de betrokkene informatie overgelegd waaruit blijkt dat hij geslaagd is voor zijn doctoraalexamen rechtsgeleerdheid. Voorts heeft de gemachtigde aangevoerd dat [B.V. X] tevens op commerciële basis juridische adviezen verstrekt, ten bewijze waarvan hij een uittreksel van de Kamer van Koophandel heeft overgelegd.

4. Uit het uittreksel van de Kamer van Koophandel blijkt dat de activiteiten van [B.V. X] bestaan uit:

"Human resource management, waaronder het voeren en verwerken van een salarisadministratie, het houden van functioneringsgesprekken, het begeleiden bij het opstellen en vervullen van vacatures, het geven van advies en begeleiding bij reorganisaties. Het coachen van individuen, groepen en organisaties. Het geven van juridisch advies en ondersteuning op aller gebied, in het bijzonder ondernemings- en arbeidsrecht."

5. Uit de door de gemachtigde overgelegde informatie blijkt niet dat het verlenen van rechtsbijstand een vast onderdeel vormt van een duurzame, op het vergaren van inkomsten gerichte, taakuitoefening. Het verlenen van rechtsbijstand is, gelet op de overgelegde informatie, bijkomstig van aard. Zeker waar het betreft het onderhavige rechtsgebied heeft het niet meer dan een incidenteel karakter. Het hof is derhalve van oordeel dat in casu niet sprake is geweest van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Het verzoek om vergoeding zal daarom worden afgewezen.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de bestreden beslissing en wijst de zaak terug naar de rechtbank Rotterdam ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest;

wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.