Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:2210

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
10-03-2016
Datum publicatie
17-03-2016
Zaaknummer
21-002869-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak voor woningoverval

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-002869-15

Uitspraak d.d.: 10 maart 2016

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van

6 mei 2015 met parketnummer 05-881014-14 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1989] ,

Zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 25 februari 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, die na voorlezing aan het hof is overgelegd.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. B.P.M. Canoy, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 20 juli 2014 te Arnhem - gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd - tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (in/uit een woning gelegen aan [adres] ) een hoeveelheid geld en/of een Sony Playstation en/of één of meer horloge(s) en/of een tas en/of een harddisk en/of een rijbewijs en/of een paspoort, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), (met gezichtsbedekkende kleding)

- op een tijdstip gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, die woning is/zijn binnen gegaan en/of (vervolgens)

- tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd, althans medegedeeld: "je moet stil zijn of we pakken je kind", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- aan die [slachtoffer] heeft/hebben gevraagd: "waar is die geld" en/of

- de woning van die [slachtoffer] heeft/hebben doorzocht en/of (vervolgens) de eerdergenoemde goederen heeft/hebben meegenomen.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Verdachte heeft in alle fasen van het onderzoek ontkend zich aan het tenlastegelegde feit schuldig te hebben gemaakt. Hoewel verdachte op basis van de gegeven signalementen een van de overvallers zou kunnen zijn, is dit gegeven van onvoldoende gewicht nu de signalementen slechts een zeer algemene beschrijving van de overvallers geven, terwijl ook ten minste een getuigeverklaring de fysieke kenmerken van verdachte en zijn medeverdachte(n) tegenspreekt.

Voorts bevat het dossier slechts aanwijzingen, onder andere gelet op de verklaringen van

[naam] , dat verdachte een rol zou hebben vervuld bij de overval. Deze aanwijzingen, ook in samenhang bezien, leveren echter geen bewijsmiddelen op waaruit buiten redelijke twijfel kan volgen dat verdachte als overvaller op de plaats delict is geweest of anderszins als medepleger kan worden aangemerkt. In zo’n geval past als eindoordeel alleen een vrijspraak.

Het hof is zich ervan bewust dat deze vrijspraak de aangeefster en haar man achterlaat met het onmachtige gevoel dat de daders van dit ellendige feit tot dusver ongestraft zijn gebleven. Uit de ter zitting voorgelezen slachtofferverklaring is het het hof duidelijk geworden dat het feit diep heeft ingegrepen in hun leven en een gevoelige deuk heeft geslagen in hun gevoel van veiligheid.

Toch mag dat geen betekenis hebben voor de aan het oordeel over de bewezenverklaring te stellen - strenge - eisen, omdat ook moet worden voorkomen dat een mogelijk onschuldige verdachte ten onrechte wordt veroordeeld, juist voor een dergelijk ernstig feit.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 3.085,37. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 2.540,40. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Aldus gewezen door

mr. R. van den Heuvel, voorzitter,

mr. H.J. Deuring en mr. M.L.H.E. Roessingh-Bakels, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. T. Faber, griffier,

en op 10 maart 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. H.J. Deuring is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 10 maart 2016.

Tegenwoordig:

mr. A.B.A.P.M. Ficq, voorzitter,

mr. A.C.L. van Holland, advocaat-generaal,

B. Moorlag, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.