Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:2182

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
15-03-2016
Datum publicatie
04-05-2016
Zaaknummer
200.165.143/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Energieleverancier komt in hoger beroep van bij verstek gewezen vonnis van de kantonrechter. De kantonrechter heeft toegewezen de vordering tot vergoeding van netwerkkosten, maar afgewezen de vordering tot machtiging het gas en de elektriciteit af te sluiten en Stuut te veroordelen dit te gedogen. In hoger beroep wordt verstek verleend. Het hof oordeelt dat de energieleverancier concrete feiten en omstandigheden heeft gesteld waaruit kan worden afgeleid dat één van de in de Regeling afsluitbeleid voor kleinverbruikers en elektriciteit en gas opgenomen uitzonderingen op het verbod tot afsluiten van toepassing is. De vordering van de energieleverancier tot machtiging afsluiting wordt aldus verstaan dat het zich beperkt tot de feitelijke werkzaamheden betreffende de afsluiting van de aansluiting in de woning en niet tevens voor de daaraan voorafgaande betreding van het verbruiksadres tegen de wil van de bewoner. In hoger beroep wordt de gevraagde machtiging alsnog gegeven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
mr. I. Brinkman en mr. L. Baljon annotatie in NTE 2016/35, UDH:NTE/13253

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.165.143/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 3678615 CV EXPL 14-17964)

arrest van 15 maart 2016

in de zaak van

Enexis B.V.,

gevestigd te Rosmalen,

appellante,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna: Enexis,

advocaat: mr. H.T. Meijer, kantoorhoudend te Assen,

tegen

[geïntimeerde], h.o.d.n. Gratis Sponsor,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: [geïntimeerde],

niet verschenen.

1 Het geding in eerste aanleg

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis van

7 januari 2015 van de rechtbank Noord-Nederland, afdeling privaatrecht, locatie Groningen (hierna: de kantonrechter).

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Enexis is bij dagvaarding van 6 februari 2015 (met grieven en producties) van het bestreden vonnis in hoger beroep gekomen. [geïntimeerde] is niet verschenen, waarna tegen hem verstek is verleend. Enexis heeft het procesdossier overgelegd en arrest gevraagd.

2.2

De vordering van Enexis luidt:

"bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, (…) te vernietigen voor zover het betreft de afwijzing van de vordering voor zover deze zich richt tot afsluiten van het verbruiksadres, het vonnis van 7 januari 2015 (…) en, opnieuw rechtdoende, appellante alsnog, voor zover nodig op grond van art. 3:299 BW, te machtigen werkzaamheden te verrichten aan het verbruiksadres (…), bestaande uit het afsluiten van het verbruiksadres van gas en elektriciteit en het opnemen van de meterstanden, en geïntimeerde alsnog te veroordelen om te gedogen dat appellante deze werkzaamheden verricht aan het verbruiksadres, en geïntimeerde te veroordelen in de proceskosten van beide instanties, te vermeerderen met de nakosten, één en ander te voldoen binnen veertien dagen na betekening van het arrest, en – voor het geval voldoening (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn van voldoening.”

3 De feiten

3.1

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende weersproken staan tussen partijen de volgende feiten vast.

3.2

Op naam van [geïntimeerde] is voor het adres aan [adres] te [woonplaats] (hierna: het verbruiksadres) een aansluiting aangebracht voor de levering van gas en elektriciteit.

3.3

Voor de regio waarin het verbruiksadres is gelegen, is Enexis de netbeheerder. Enexis verzorgt onder andere het transport van gas en elektriciteit naar de afnemer.

3.4

Bij brief van 10 juli 2014 heeft Enexis [geïntimeerde] bericht dat zijn energieleverancier Essent Retail Energie B.V. haar heeft laten weten dat de overeenkomst met [geïntimeerde] tot levering van elektriciteit en gas per 11 juli 2014 is geëindigd. In de brief wordt [geïntimeerde] uitgenodigd Enexis voor 25 juli 2014 te berichten wie zijn nieuwe energieleverancier is, bij gebreke waarvan Enexis zich wettelijk gehouden acht hem af te sluiten van energie.

3.5

De gemachtigde van Enexis heeft [geïntimeerde] bij brieven van 10 en 17 november 2014 bericht dat [geïntimeerde] nog geen nieuwe overeenkomst met een energieleverancier heeft. [geïntimeerde] wordt gesommeerd binnen twee dagen een nieuwe overeenkomst met een energieleverancier te sluiten bij gebreke waarvan gas en/of elektriciteit zal worden afgesloten.

3.6

[geïntimeerde] heeft op de brieven van Enexis en haar gemachtigde niet gereageerd.

4 De vorderingen en beoordeling in eerste aanleg

4.1

Enexis heeft bij dagvaarding gevorderd haar te machtigen werkzaamheden te verrichten aan het verbruiksadres, bestaande uit het afsluiten van gas en elektriciteit en het opnemen van de meterstanden, en [geïntimeerde] te veroordelen die werkzaamheden aan het verbruiksadres te gedogen en tot vergoeding van door Enexis geleden schade met betrekking tot de netwerkkosten tot aan de dagvaarding begroot op € 189,76, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de dagvaarding.

4.2

[geïntimeerde] is niet verschenen, waarna tegen hem verstek is verleend.

4.3

De kantonrechter heeft de vordering tot machtiging het gas en de elektriciteit op het verbruiksadres af te sluiten en [geïntimeerde] te veroordelen dit te gedogen afgewezen. De gevorderde schadevergoeding heeft de kantonrechter toegewezen. Voorts is [geïntimeerde] veroordeeld in de proceskosten.

5 De beoordeling in hoger beroep

5.1

Het hof stelt voorop dat op grond van de artikelen 353 Rv. juncto 139 Rv. de regeling van verstek ook in hoger beroep van toepassing is. Uitgangspunt is dat de vorderingen worden toegewezen, tenzij deze het hof onrechtmatig of ongegrond voorkomen.

5.2

Enexis heeft één grief geformuleerd. In die grief komt Enexis op tegen het oordeel van de kantonrechter dat niet gesteld of gebleken is dat een van de uitzonderingen op het verbod tot afsluiten in de Regeling afsluitbeleid voor kleinverbruikers en elektriciteit en gas (hier: de Regeling) - inhoudende dat de netbeheerder geen vergunninghoudende leverancier bekend is - van toepassing is, zodat de vordering tot het afsluiten van energie aan het verbruiksadres wordt afgewezen.

5.3

Het hof stelt het navolgende voorop. Op grond van artikel 95b lid 8 Elektriciteitsnet 1998 en artikel 44 lid 8 Gaswet kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld over het beëindigen van de levering van elektriciteit en gas aan een afnemer alsmede preventieve maatregelen om de afsluiting van dergelijke afnemers zoveel mogelijk te voorkomen. Deze regels houden in ieder geval in dat een afnemer niet wordt afgesloten in de periode van 1 oktober tot 1 april van enig jaar, behoudens in gevallen die in de regeling zijn aangegeven.

Op basis van deze wettelijke bepaling heeft de Ministerie van Economische Zaken de Regeling uitgevaardigd.

In de Regeling wordt een onderscheid gemaakt tussen een kleinverbruiker als bedoeld in artikel 95a lid 1 Elektriciteitswet en artikel 43 lid 1 Gaswet en een kwetsbare consument. Onder een kwetsbare consument wordt verstaan een kleinverbruiker voor wie of voor wiens huisgenoten de beëindiging van het transport of de levering van elektriciteit of gas zeer ernstige gezondheidsrisico’s tot gevolg zou hebben.

Op grond van de artikelen 5 sub e (afsluiten kwetsbare consument) en 8 lid 1 sub d (afsluiten kleinverbruiker in de winterperiode) van de Regeling beëindigt een netbeheerder het transport van elektriciteit of gas naar of aan een kleinverbruiker of een kwetsbare consument niet, tenzij op de aansluiting van de kleinverbruiker of de kwetsbare consument bij de netbeheerder geen vergunninghouder (energieleverancier) bekend is.

5.4

In de inleidende dagvaarding heeft Enexis gesteld dat (i) de overeenkomst van [geïntimeerde] met zijn energieleverancier is geëindigd, (ii) de energieleverancier Enexis daarover heeft geïnformeerd, (iii) Enexis [geïntimeerde] daarop bij brieven heeft gewezen, (iv) [geïntimeerde] geen nieuwe overeenkomst met een energieleverancier is aangegaan en (v) [geïntimeerde] herhaaldelijk is voorgehouden dat bij gebreke van een overeenkomst met een energieleverancier Enexis hem van de levering van energie heeft af te sluiten. Hiermee heeft Enexis concrete feiten en omstandigheden gesteld waaruit blijkt dat één van de in de Regeling opgenomen uitzonderingen op het verbod tot afsluiten van toepassing is. De kantonrechter heeft dit miskend. Dit betekent dat de grief slaagt.

5.5

In de dagvaarding heeft Enexis ter toelichting op de vordering tot machtiging op grond van artikel 3:299 BW [geïntimeerde] van energie af te sluiten en de vordering dat [geïntimeerde] dit heeft te gedogen onder meer verwezen naar de uitspraak van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 4 november 2014 (ECLI:GHSHE:2014:4564). Het hof verstaat de vordering van Enexis aldus dat de machtiging uitsluitend is gevraagd voor en zich beperkt tot de feitelijke werkzaamheden betreffende de afsluiting van de aansluiting in de woning en de meteropname, en niet tevens voor de daaraan voorafgaande betreding van het verbruiksadres tegen de wil van de bewoner, nu dit laatste slechts kan geschieden met inachtneming van de (grond)wettelijke regels die daarvoor gelden. Aldus begrepen is de vordering toewijsbaar.

Slotsom

5.6

Het vonnis waarvan beroep dient te worden vernietigd voor zover de kantonrechter daarin Enexis de vordering tot machtiging tot afsluiting en de vordering dat [geïntimeerde] dat heeft te gedogen heeft ontzegd. Voor het overige zal het vonnis worden bekrachtigd. De vorderingen van Enexis, die erop neerkomen dat Enexis de meterstanden op het verbruiksadres van [geïntimeerde] opneemt en aldaar de aansluitingen van gas en elektriciteit afsluit en dat [geïntimeerde] deze werkzaamheden moet toelaten, zullen alsnog worden toegewezen. [geïntimeerde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de (geliquideerde) kosten van het hoger beroep. Het salaris van de advocaat wordt gesteld op € 894,- (tarief II).

De beslissing

Het hof, rechtdoende in hoger beroep:

vernietigt het vonnis van de kantonrechter van 7 januari 2015 voor zover de kantonrechter daarin Enexis de vordering tot machtiging tot afsluiting en de vordering dat [geïntimeerde] dat heeft te gedogen heeft ontzegd en bekrachtigt het vonnis voor het overige;

en opnieuw rechtdoende:

machtigt Enexis werkzaamheden te verrichten aan het verbruiksadres, bestaande uit het afsluiten van het verbruiksadres van gas en elektriciteit en het opnemen van de meterstanden;

veroordeelt [geïntimeerde] om te gedogen dat Enexis deze werkzaamheden verricht aan het verbruiksadres;

veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Enexis vastgesteld op € 894,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief en op € 711,- aan verschotten, te voldoen binnen veertien dagen na betekening van dit arrest, en te vermeerderen met de nakosten ad € 131,- (zonder betekening) respectievelijk € 199,- (met betekening), en – voor het geval voldoening binnen bedoelde termijn niet plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer af anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mr. D.H. de Witte, mr. M. Zandbergen en mr. I. Tubben en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 15 maart 2016.