Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:2029

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
14-03-2016
Datum publicatie
27-05-2016
Zaaknummer
WAHV 200.152.935
Rechtsgebieden
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 8, aanhef en onder b, WAHV. De sanctie is opgelegd aan een VOF. Een vennoot kan de kentekenhouder vertegenwoordigen en is bevoegd om een beroep te doen op artikel 8, sub b, WAHV. Dat beroep slaagt in dit geval niet, omdat niet blijkt dat de kentekenhouder degene is die de huurovereenkomst is aangegaan. Dat de vennoot ook bedrijfsmatig betrokken is bij de vermelde verhuurder maakt dat niet anders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.152.935

14 maart 2016

CJIB 174174741

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

locatie Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam

van 6 mei 2014

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats],

vertegenwoordigd door [vennoot van betrokkene], wonende te [plaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 90,- opgelegd ter zake van “parkeren op parkeergelegenheid, terwijl voertuig niet tot de aangegeven categorie of groep voertuigen behoorde”, welke gedraging zou zijn verricht op 11 juli 2013 om 09.19 uur op de [straat] te [plaats] met het voertuig met het kenteken [kenteken].

2. De betrokkene voert aan dat de kantonrechter zijn beroep ten onrechte ongegrond heeft verklaard. De kantonrechter heeft geoordeeld dat slechts de kentekenhouder een beroep kan doen op artikel 8, aanhef en onder b, van de WAHV en dat de gemachtigde niet als zodanig kan worden beschouwd. De vertegenwoordiger van de betrokkene voert aan dat hij vennoot is van [betrokkene] Hij voegt daartoe een uittreksel van de Kamer van Koophandel bij. Voorts heeft de vertegenwoordiger aangevoerd dat het voertuig ten tijde van de gedraging was verhuurd, zodat niet de betrokkene maar de huurder van het voertuig ter zake van deze gedraging dient te worden aangesproken. De vertegenwoordiger heeft hiertoe een kopie van het huurcontract en een kopie van het rijbewijs van de huurder bijgevoegd.

3. Artikel 8, aanhef en onder b, WAHV luidt als volgt: "De officier van justitie vernietigt de beschikking indien, in het geval van artikel 5 onderscheidenlijk artikel 5a, degene op wiens naam het kenteken in het kentekenregister is ingeschreven:

b. een voor een termijn van ten hoogste drie maanden schriftelijk bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst overlegt waaruit blijkt wie ten tijde van de gedraging de huurder van het motorrijtuig onderscheidenlijk de aanhangwagen was."

4. De door de kantonrechter als gemachtigde aangeduide persoon heeft in hoger beroep een uittreksel van de Kamer van Koophandel overlegd, waaruit blijkt dat hij - samen met twee anderen - vennoot is van [betrokkene] Het is onbetwist dat het voertuig op naam staat van [betrokkene] De vennoot kan de kentekenhouder vertegenwoordigen en derhalve een beroep doen op artikel 8 van de WAHV.

5. Het hof zal derhalve de beslissing van de kantonrechter vernietigen en doen hetgeen de kantonrechter had behoren te doen, te weten - met vernietiging van de beslissing van de officier van justitie - het beroep tegen de inleidende beschikking beoordelen.

6. De vraag die thans ter beoordeling ligt is of voornoemde huurovereenkomst is aan te merken als een huurovereenkomst in de zin van artikel 8, aanhef en onder b, van de WAHV.

7. Niet gebleken is dat de kentekenhouder - [betrokkene] - een huurovereenkomst is aangegaan met de heer [huurder]. Uit de huurovereenkomst die de gemachtigde heeft overgelegd, blijkt dat het voertuig met voornoemd kenteken is verhuurd aan de heer [huurder] door [bedrijf]. Nu [bedrijf] niet de kentekenhouder van voornoemd voertuig is, gaat het derhalve niet om een huurovereenkomst als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder b, WAHV. Dat de vertegenwoordiger kennelijk ook bedrijfsmatig betrokken is bij [bedrijf], maakt dat naar het oordeel van het hof niet anders.

8. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zal het hof het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaren.

9. Gesteld noch gebleken is dat de betrokkene kosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie d.d. 25 november 2013;

verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond.

Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Vlieger-Dijkstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.