Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:2025

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
15-03-2016
Datum publicatie
15-03-2016
Zaaknummer
21-000870-15
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2017:416, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Uitspraak in een zaak tegen een Arnhemse jongeman, die op weg naar Syrië zou zijn gegaan om daar deel te nemen aan de gewapende strijd.

Het hof veroordeelt verdachte voor de "voorbereiding van het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven" tot een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk.

Het hof spreekt verdachte vrij van de andere ten laste gelegde feiten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-000870-15

Uitspraak d.d.: 15 maart 2016

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken,

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van

9 februari 2015 met parketnummer 05-862092-13 in de strafzaak tegen

[Verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [adres] .

Het hoger beroep

De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 15 oktober 2015, 21 januari 2016, 4 februari 2016 en 15 maart 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadslieden, mr. S. Weening en mr. F.A.G.M. Landerloo, naar voren is gebracht.

Voorwaardelijk verzoek

De verdediging heeft voorwaardelijk - indien het hof twijfelt aan verdachtes verklaring, inhoudende (kort gezegd) dat het de bedoeling was dat ook verdachtes echtgenote en de kinderen naar Syrië zouden komen - verzocht om de echtgenote van verdachte als getuige te horen.

Het hof acht het horen van de echtgenote van verdachte als getuige, mede gelet op de motivering van het verzoek, niet noodzakelijk. Het hof wijst het verzoek af.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat de tenlastelegging in hoger beroep is gewijzigd. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijzigingen van de tenlastelegging in hoger beroep - ten laste gelegd dat:

Feit 1

Voorbereiden/bevorderen van het (zelf) gaan strijden in Syrië om daar moord en/of doodslag met een terroristisch oogmerk te gaan plegen.

- Artikelen 96 lid 2, 289a en 47 Wetboek van Strafrecht -

hij, op één (of meer) tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van de maand januari 2013 tot en met 14 augustus 2013 te Arnhem en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) (of meer) ander(en), althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om moord en/of doodslag, zulks (telkens) te begaan met een terroristisch oogmerk, voor te bereiden en/of te bevorderen,

gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van het/de misdrijf/misdrijven zich en/of aan zijn mededader(s) heeft getracht te verschaffen en/of

(een) voorwerp(en) voorhanden heeft gehad waarvan hij/zij wist(en) dat het/zij bestemd was/waren tot het plegen van het/de misdrij(f)(ven),

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s), tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen,

1. contact gezocht met één (of meer) perso(o)nen (in Syrië) en/of (op deze wijze) inlichtingen en/of informatie ingewonnen/verkregen over (nog) aan te schaffen goederen en/of de gang van zaken/werkwijze in Syrië, en/of informatie/instructies gekregen over de te volgen route naar/in Syrië en/of de (te benaderen) (contact)perso(o)n(en) in Syrië, en/of

2. één (of twee) auto(’s) gehuurd om daarmee te reizen naar Italië, Turkije en/of Syrië en/of om deze - na aankomst in (het grensgebied van) Turkije/Syrië - aldaar te gebruiken en/of te verkopen en/of in te ruilen voor (een) andere (terrein)auto(’s), en/of

3. geld (in totaal - ongeveer - 15.460 euro) voorhanden gehad, en/of

4. koffers/tassen, (onder meer) inhoudende combatkleding en/of survivalkleding en/of survivalbenodigdheden en/of (bivak)mutsen en/of combatbrillen en/of (berg)schoenen en/of isokleding en/of een (of meer) video(’s) voorhanden gehad, inhoudende onder meer beelden van gewapende/schietende personen (in een loopgraaf) en/of uitleg over een Kalasjnikov en/of vechten, en/of

5. één (of meer) gegevens- en/of informatiedrager(s) met daarop één (of meer) (digita(a)l(e)) document(en) voorhanden gehad met daarop informatie betreffende het Jihadistisch gedachtegoed en/of martelaarschap en/of de strijd in Syrië, te weten

een MacBook (inbeslaggenomen onder nummer [nummer] ) met daarop:

- een filmpje “Jihad Syria: Mujahid vs Tank 5”, en/of

- een filmpje van een persoon die een preek, althans verhandeling, geeft over onder andere Jabhat al Nusra, en/of

- een filmpje van LiveLeak, met de naam “Syria — Tank gets unkilled”, en/of

- diverse artikelen van de website mediawerkgroepsyrie.wordpress.com over de strijd in Syrië, en/of

- een artikel gepubliceerd op 16 april 2013 op de website van het blad NRC over waarom jongens naar Syrië willen, en/of

- een artikel van de site “wimjongman.nl/artikelen/jihad-de-weg.html”, en/of

6. een aantal telefoonabonnementen en/of kredieten afgesloten, en/of

7. één of meer ontmoetingen en/of contact met elkaar en/of anderen gehad om voornoemde reis naar Syrië te bespreken;

Artikel 96 lid 2 Wetboek van Strafrecht

Artikel 289a Wetboek van Strafrecht

Artikel 289 Wetboek van Strafrecht

Artikel 288a Wetboek van Strafrecht

Artikel 47 Wetboek van Strafrecht

Feit 2

[A]

Voorbereiden en/of bevorderen van een terroristisch misdrijf, te weten moord/doodslag met een terroristisch oogmerk.

- Artikelen 96 lid 2 en 47 Wetboek van Strafrecht -

hij, op één (of meer) tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van de maand januari 2013 tot en met 14 augustus 2013 te Arnhem en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk om moord en/of doodslag, zulks (telkens) te begaan met een terroristisch oogmerk, voor te bereiden en/of te bevorderen,

- een ander heeft getracht te bewegen om het/de misdrijf/misdrijven te plegen, te doen plegen of mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of

- gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van het/de

misdrijf/misdrijven aan zich of (een) ander(en), in het bijzonder ook aan [broer verdachte] en/of een (of meer) ander(en) heeft getracht te verschaffen, en/of

- ( (een) voorwerp(en) voorhanden heeft gehad waarvan hij wist dat het/zij bestemd was/waren tot het plegen van het/de misdrijf/misdrijven,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s), tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen,

1. contact gezocht met één (of meer) perso(o)nen (in Syrië) en/of (op deze wijze) inlichtingen en/of informatie ingewonnen/verkregen over (nog) aan te schaffen goederen en/of de gang van zaken/werkwijze in Syrië en/of informatie/instructies gekregen over de te volgen route naar/in Syrië en/of de (te benaderen) (contact)perso(o)n(en) in Syrië, en/of

2. één (of twee) auto(’s) gehuurd om daarmee te reizen naar Italië, Turkije en/of Syrië en/of om deze - na aankomst in (het grensgebied van) Turkije/Syrië - aldaar te gebruiken en/of te verkopen en/of in te ruilen voor (een) andere (terrein)auto(’s), en/of

3. geld (in totaal - ongeveer - 15.460 euro) voorhanden gehad, en/of

4. koffers/tassen, (onder meer) inhoudende combatkleding en/of survivalkleding en/of survivalbenodigdheden en/of (bivak)mutsen en/of combatbrillen en/of (berg)schoenen en/of isokleding en/of een (of meer) video(’s) voorhanden gehad, inhoudende onder meer beelden van gewapende/schietende personen (in een loopgraaf) en/of uitleg over een Kalasjnikov en/of vechten, en/of

5. één (of meer) gegevens- en/of informatiedrager(s) met daarop één (of meer) (digita(a)l(e)) document(en) voorhanden gehad met daarop informatie betreffende het Jihadistisch gedachtegoed en/of martelaarschap en/of de strijd in Syrië, te weten

een MacBook (inbeslaggenomen onder nummer [nummer] ) met daarop:

- een filmpje “Jihad Syria: Mujahid vs Tank 5”, en/of

- een filmpje van een persoon die een preek, althans verhandeling, geeft over onder andere Jabhat al Nusra, en/of

- een filmpje van LiveLeak, met de naam “Syria — Tank gets unkilled”, en/of

- diverse artikelen van de website mediawerkgroepsyrie.wordpress.com over de strijd in Syrië, en/of

- een artikel gepubliceerd op 16 april 2013 op de website van het blad NRC over waarom jongens naar Syrië willen, en/of

- een artikel van de site “wimjongman.nl/artikelen/jihad-de-weg.html”, en/of

6. een aantal telefoonabonnementen en/of kredieten afgesloten, en/of

7. één of meer ontmoetingen en/of contact met elkaar en/of anderen gehad om voornoemde reis naar Syrië te bespreken;

Artikelen 96 lid 2 Wetboek van Strafrecht

Artikel 47 Wetboek van Strafrecht

en/of

[B]

(commune) voorbereidingshandelingen gericht op het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk had het plegen van terroristische misdrijven (door het verlenen van geldelijke en/of andere stoffelijke steun aan die organisatie).

- Artikelen 46, 140a, 140 en 47 Wetboek van Strafrecht -

hij, op één (of meer) tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van de maand januari 2013 tot en met 14 augustus 2013 te Arnhem en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met (of meer) ander(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk,

ter voorbereiding van (een) misdrijf/misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van 8 jaren of meer is gesteld,

te weten het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk had het plegen van terroristische misdrijven door het verlenen van geldelijke en/of andere stoffelijke steun alsmede het werven van gelden of een (of meer) perso(o)n(en) ten behoeve van deze organisatie,

voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten en/of vervoermiddelen, bestemd tot het begaan van die/dat misdrijf/misdrijven, heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s). tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen,

1. contact gezocht met één (of meer) perso(o)nen (in Syrië) en/of (op deze wijze) inlichtingen en/of informatie ingewonnen/verkregen over (nog) aan te schaffen goederen en/of de gang van zaken/werkwijze in Syrië en/of informatie/instructies gekregen over de te volgen route naar/in Syrië en/of de (te benaderen) (contact)perso(o)n(en) in Syrië, en/of

2. één (of twee) auto(’s) gehuurd om daarmee te reizen naar Italië, Turkije en/of Syrië en/of om deze - na aankomst in (het grensgebied van) Turkije/Syrië - aldaar te gebruiken en/of te verkopen en/of in te ruilen voor (een) andere (terrein)auto(’s), en/of

3. geld (in totaal - ongeveer - 15.460 euro) voorhanden gehad, en/of

4. koffers/tassen, (onder meer) inhoudende combatkleding en/of survivalkleding en/of survivalbenodigdheden en/of (bivak)mutsen en/of combatbrillen en/of (berg)schoenen en/of isokleding en/of een (of meer) video(’s) voorhanden gehad, inhoudende onder meer beelden van gewapende/schietende personen (in een loopgraaf) en/of uitleg over een Kalasjnikov en/of vechten, en/of

5. één (of meer) gegevens- en/of informatiedrager(s) met daarop één (of meer) (digita(a)l(e)) document(en) voorhanden gehad met daarop informatie betreffende het Jihadistisch gedachtegoed en/of martelaarschap en/of de strijd in Syrië, te weten

een MacBook (inbeslaggenomen onder nummer [nummer] ) met daarop:

- een filmpje “Jihad Syria: Mujahid vs Tank 5”, en/of

- een filmpje van een persoon die een preek, althans verhandeling, geeft over onder andere Jabhat al Nusra, en/of

- een filmpje van LiveLeak, met de naam “Syria — Tank gets unkilled”, en/of

- diverse artikelen van de website mediawerkgroepsyrie.wordpress.com over de strijd in Syrië, en/of

- een artikel gepubliceerd op 16 april 2013 op de website van het blad NRC over waarom jongens naar Syrië willen, en/of

- een artikel van de site “wimjongman.nl/artikelen/jihad-de-weg.html”, en/of

6. een aantal telefoonabonnementen en/of kredieten afgesloten, en/of

7. één of meer ontmoetingen en/of contact met elkaar en/of anderen gehad om voornoemde reis naar Syrië te bespreken;

Artikel 46 Wetboek van Strafrecht

Artikel 140a Wetboek van Strafrecht

Artikel 140 Wetboek van Strafrecht

Artikel 47 Wetboek van Strafrecht

Feit 3

Deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk had het plegen van terroristische misdrijven door het verlenen van geldelijke en/of andere stoffelijke steun aan die organisatie alsmede het werven van gelden ten behoeve van deze organisatie, dan wel de poging daartoe.

- Artikelen 140a, 140, 45 en 47 Wetboek van Strafrecht -

hij, op één (of meer) tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van de maand januari 2013 tot en met 14 augustus 2013 te Arnhem, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, heeft deelgenomen aan een organisatie die tot oogmerk had het plegen van terroristische misdrijven, zoals bedoeld in artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht, te weten (onder meer):

- moord en/of doodslag, te plegen met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 289 en artikel 288a van het Wetboek van Strafrecht) en/of voorbereiding van moord en/of doodslag, te plegen met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 46 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht), en/of

- de samenspanning tot het in artikel 288a van het Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijf (zoals bedoeld in artikel 289a lid 1 van het Wetboek van Strafrecht), en/of

- het verrichten van één (of meer) handeling(en) met het oogmerk om dat misdrijf voor te bereiden of te bevorderen (zoals bedoeld in artikel 96 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht), (te) begaan met een terroristisch oogmerk, en/of

- voorbereiding van moord te begaan met terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 46 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht), en/of

- de samenspanning tot het in artikel 289 van het Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijf te begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 289a lid 1 van het Wetboek van Strafrecht), en/of

- het verrichten van één (of meer) handeling(en) met het oogmerk om dat misdrijf voor te bereiden of te bevorderen (zoals bedoeld in artikel 96 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht), (te) begaan met een terroristisch oogmerk, door geldelijke en/of andere stoffelijke steun te verlenen aan die organisatie, alsmede door het werven van gelden en/of personen ten behoeve van die organisatie;

subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

dat hij, op één (of meer) tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van de maand januari 2013 tot en met 14 augustus 2013 te Arnhem, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen,

met het voornemen om deel te nemen aan een organisatie die tot oogmerk had het plegen van terroristische misdrijven, als bedoeld in artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht, te weten (onder meer):

- moord en/of doodslag, te plegen met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 289 en artikel 288a van het Wetboek van Strafrecht) en/of voorbereiding van moord en/of doodslag, te plegen met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 46 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht), en/of

- de samenspanning tot het in artikel 288a van het Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijf (zoals bedoeld in artikel 289a lid 1 van het Wetboek van Strafrecht) en/of het verrichten van één (of meer) handeling(en) met het oogmerk om dat misdrijf voor te bereiden of te bevorderen (zoals bedoeld in artikel 96 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht), (te) begaan met een terroristisch oogmerk, en/of

- voorbereiding van moord te begaan met terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 46 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht), en/of

- de samenspanning tot het in artikel 289 van het Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijf, te begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 289a lid 1 van het Wetboek van Strafrecht), en/of

- het verrichten van één (of meer) handeling(en)met het oogmerk om dat misdrijf voor te bereiden of te bevorderen (zoals bedoeld in artikel 96 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht), (te) begaan met een terroristisch oogmerk, door geldelijke en/of andere stoffelijke steun te verlenen aan die organisatie, alsmede door het werven van gelden en/of personen ten behoeve van die organisatie,

terwijl de uitvoering van dat voornemen niet is voltooid;

Artikel 140a Wetboek van Strafrecht

Artikel 140 Wetboek van Strafrecht

Artikel 45 Wetboek van Strafrecht

Artikel 47 Wetboek van Strafrecht

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, (telkens) ten behoeve van de gewapende Jihadstrijd, in welke strijd moorden en doodslagen worden gepleegd met een terroristisch oogmerk,

1. contact gezocht met één (of meer) perso(o)nen (in Syrië) en/of (op deze wijze) inlichtingen en/of informatie ingewonnen/verkregen over (nog) aan te schaffen goederen en/of de gang van zaken/werkwijze in Syrië en/of informatie/instructies gekregen over de te volgen route naar/in Syrië en/of de (te benaderen) (contact)perso(o)n(en) in Syrië, en/of

2. één (of twee) auto(’s) gehuurd om daarmee te reizen naar Italië, Turkije en/of Syrië en/of om deze - na aankomst in (het grensgebied van) Turkije/Syrië - aldaar te gebruiken en/of te verkopen en/of in te ruilen voor (een) andere (terrein)auto(’s), en/of

3. geld (in totaal - ongeveer - 15.460 euro) voorhanden gehad, en/of

4. koffers/tassen, (onder meer) inhoudende combatkleding en/of survivalkleding en/of survivalbenodigdheden en/of (bivak)mutsen en/of combatbrillen en/of (berg)schoenen en/of isokleding en/of een (of meer) video(’s) voorhanden gehad, inhoudende onder meer beelden van gewapende/schietende personen (in een loopgraaf) en/of uitleg over een Kalasjnikov en/of vechten, en/of

5. een aantal telefoonabonnementen en/of kredieten afgesloten, en/of

6. één of meer ontmoetingen en/of contact met elkaar en/of anderen gehad om voornoemde reis naar Syrië te bespreken;

Feit 4

Samenspanning tot het plegen van moord en doodslag, gepleegd met een terroristisch oogmerk.

- Artikelen 96 lid 1, 289a, 83 en 47 Wetboek van Strafrecht -

hij, op één (of meer) tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van de maand januari 2013 tot en met 14 augustus 2013 te Arnhem, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, (telkens) heeft samengespannen tot het plegen van moord en/of doodslag (een misdrijf omschreven in artikel 289 en/of artikel 288a van het Wetboek van Strafrecht), terwijl dit misdrijf zou worden gepleegd met een terroristisch oogmerk, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)

1. contact gezocht met één (of meer) perso(o)nen (in Syrië) en/of (op deze wijze) inlichtingen en/of informatie ingewonnen/verkregen over (nog) aan te schaffen goederen en/of de gang van zaken/werkwijze in Syrië en/of informatie/instructies gekregen over de te volgen route naar/in Syrië en/of de (te benaderen) (contact)perso(o)n(en) in Syrië, en/of

2. één (of twee) auto(’s) gehuurd om daarmee te reizen naar Italië, Turkije en/of Syrië en/of om deze - na aankomst in (het grensgebied van) Turkije/Syrië - aldaar te gebruiken en/of te verkopen en/of in te ruilen voor (een) andere (terrein)auto(’s), en/of

3. geld (in totaal - ongeveer - 15.460 euro) voorhanden gehad, en/of

4. koffers/tassen, (onder meer) inhoudende combatkleding en/of survivalkleding en/of survivalbenodigdheden en/of (bivak)mutsen en/of combatbrillen en/of (berg)schoenen en/of isokleding en/of een (of meer) video’s) voorhanden gehad, inhoudende onder meer beelden van gewapende/schietende personen (in een loopgraaf) en/of uitleg over een Kalasjnikov en/of vechten, en/of

5. één (of meer) gegevens- en/of informatiedrager(s) met daarop één (of meer) (digita(a)l(e)) document(en) voorhanden gehad met daarop informatie betreffende het Jihadistisch gedachtegoed en/of martelaarschap en/of de strijd in Syrië, te weten

een MacBook (inbeslaggenomen onder nummer [nummer] ) met daarop:

- een filmpje “Jihad Syria: Mujahid vs Tank 5”, en/of

- een filmpje van een persoon die een preek, althans verhandeling, geeft over onder andere Jabhat al Nusra, en/of

- een filmpje van LiveLeak, met de naam “Syria — Tank gets unkilled”, en/of

- diverse artikelen van de website mediawerkgroepsyrie.wordpress.com over de strijd in Syrië, en/of

- een artikel gepubliceerd op 16 april 2013 op de website van het blad NRC over waarom jongens naar Syrië willen, en/of

- een artikel van de site “wimjongman.nl/artikelen/jihad-de-weg.html”, en/of

6. een aantal telefoonabonnementen en/of kredieten afgesloten, en/of

7. één of meer ontmoetingen en/of contact met elkaar en/of anderen gehad om voornoemde reis naar Syrië te bespreken.

Artikel 96 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Artikel 289a Wetboek van Strafrecht

Artikel 289 Wetboek van Strafrecht

Artikel 83 Wetboek van Strafrecht

Artikel 47 Wetboek van Strafrecht

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Verweren met betrekking tot de dagvaarding

Feit 1

De verdediging heeft betoogd dat het plegen van voorbereidingshandelingen onverenigbaar is met doodslag omdat er bij voorbereidingshandelingen altijd sprake zal zijn van voorbedachte raad. Wegens innerlijke tegenstrijdigheid is de dagvaarding op dat punt daarom nietig, aldus de verdediging.

Het hof overweegt hierover het volgende.

Het hof is van oordeel dat - mede gelet op de recente (strenge) jurisprudentie van de Hoge Raad met betrekking tot de voorbedachte raad - het begrip “voorbereiding van doodslag” niet innerlijk tegenstrijdig is. In het bijzonder in een situatie van gewapende strijd is het zeer wel voorstelbaar dat iemand voorbereidingen treft voor acties die ten aanzien van het beoogde doelwit (de vijand) als moord zijn aan te merken, maar ten aanzien van onbedoelde slachtoffers (niet-combattanten) als doodslag, aangezien “slechts” bewust de aanmerkelijke kans wordt aanvaard op wat in het verhullende jargon van het hedendaagse krijgsbedrijf wordt aangeduid als “collateral damage”.

Feiten 2B en 3

Onder feit 2B is aan verdachte ten laste gelegd dat hij - kort gezegd -

voorbereidingshandelingen gericht op het deelnemen aan een criminele organisatie heeft gepleegd. Onder feit 3 is aan verdachte ten laste gelegd dat hij - kort gezegd - heeft deelgenomen aan een terroristische organisatie, dan wel dat hij hiertoe een poging heeft gedaan. De verdediging heeft aangevoerd dat uit de tenlastelegging, noch uit het dossier blijkt om welke terroristische organisatie het gaat. De verdediging gaat er gelet op het requisitoir van de advocaat-generaal van uit dat de ‘Mondiale Jihadistische Beweging’ de organisatie is waarop in de tenlastelegging wordt gedoeld. Voor zover de tenlastelegging ziet op een andere organisatie, is de tenlastelegging onvoldoende feitelijk en dus nietig, aldus de verdediging.

Het hof overweegt hierover het volgende.

Op grond van het proces-verbaal van politie en het verhandelde ter terechtzitting moeten de verdachte en de verdediging hebben begrepen dat met de ten laste gelegde terroristische organisatie, de organisatie wordt bedoeld waarvoor de broer van verdachte in de ten laste gelegde periode in Syrië vocht. Naar het oordeel van het hof is een specifieke aanduiding van die organisatie niet vereist. In het dossier zijn bovendien verschillende aanwijzingen te vinden dat die organisatie ‘Jabhat al-Nusra’ betreft. Het hof is van oordeel dat de onder 2B en 3 tenlastegelegde feiten voldoen aan de ingevolge 261 van het Wetboek van Strafvordering te stellen eisen. De feiten zijn voldoende duidelijk omschreven.

Het hof verwerpt deze verweren.

Vrijspraak

Feiten 1 en 2A

Verdachte wordt onder deze feiten ten laste gelegd dat hij - kort gezegd - handelingen heeft verricht met het oogmerk om moord en/of doodslag, telkens begaan met een terroristisch oogmerk, voor te bereiden en/of te bevorderen.

Op 14 augustus 2013 werden verdachte (in een gehuurde BMW 520d) en medeverdachte [medeverdachte] (in een gehuurde Audi A3) in Kleef (Duitsland) aangehouden. In de beide auto’s werden onder meer geld, kleding, telefoons en brillen aangetroffen.

Verdachte heeft verklaard dat hij op weg was naar zijn broer die op dat moment in Syrië verbleef en bezig was met de gewapende strijd. In het dossier bevinden zich voorts WhatsApp-gesprekken en sms-berichten tussen verdachte en zijn broer en tussen verdachte en zijn echtgenote. Ook bevindt zich in het dossier een afscheidsbrief van de echtgenote van verdachte aan verdachte.

Het hof is van oordeel dat op grond van de zich in het dossier bevindende verklaringen, WhatsApp-gesprekken, sms-berichten en de bij verdachte aangetroffen goederen, met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat verdachte onderweg was naar zijn broer om daar deel te nemen aan de gewapende strijd. Voorts is het hof van oordeel dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte een aantal van de ten laste gelegde feitelijkheden heeft gepleegd. Daarmee kan ook bewezen worden verklaard dat verdachte zich ‘gelegenheid en middelen heeft getracht te verschaffen’.

Voor een bewezenverklaring van de onder 1 en 2A tenlastegelegde strafbare feiten is echter ook vereist dat verdachte de gedragingen heeft verricht met het oogmerk het betreffende terroristische misdrijf voor te bereiden of te bevorderen. Anders dan bij de strafbare voorbereiding van artikel 46 van het Wetboek van Strafrecht volstaat voorwaardelijk opzet op de voorbereiding of bevordering van een terroristisch misdrijf niet. De wetgever heeft met de strafbaarstelling van artikel 96 van het Wetboek van Strafrecht beoogd in uitzonderlijke situaties, namelijk bij de dreiging van een concrete aanslag tegen de staatsveiligheid, zeer vroeg in te kunnen grijpen. Enerzijds vallen feitelijke gedragingen snel onder het bereik van dit artikel (de lat: “trachten gelegenheid en middelen te verschaffen” ligt immers niet hoog), anderzijds wordt door de gehanteerde opzetvorm een strenge eis gesteld aan het bewijs. Het misdrijf dat wordt voorbereid of bevorderd zal in zoverre moeten vaststaan, dat kan worden bepaald of het een misdrijf betreft waarvan de voorbereiding en bevordering als bedoeld in artikel 96, lid 2 van het Wetboek van Strafrecht strafbaar is. Tijd, plaats en wijze van uitvoering zullen dus enigszins concreet moeten vaststaan. Indien sprake is van voorbereidingshandelingen die bij afwezigheid van bijzondere omstandigheden ook als dagelijkse, niet-criminele bezigheden kunnen worden beschouwd - zoals in de onderhavige zaak met betrekking tot een aantal van de ten laste gelegde handelingen het geval is - is strikte toetsing noodzakelijk.

Het hof is van oordeel dat in de onderhavige zaak de ten laste gelegde feiten die verdachte zou hebben voorbereid - moord en doodslag - niet aan de bovengenoemde eis van concreetheid voldoet. Zoals hiervoor is overwogen, is wel vast komen te staan dat verdachte van plan was om zich op enig moment aan te sluiten bij de gewapende strijd in Syrië, maar alleen op grond daarvan kan niet bewezen worden verklaard dat hij moord en/of doodslag heeft voorbereid of bevorderd. In het dossier bevindt zich geen enkel bewijsmiddel dat verdachte bezig was met de voorbereiding van een concrete moord of doodslag.

Het hof zal verdachte daarom van deze feiten vrijspreken.

Feit 3 primair

Verdachte wordt onder dit feit ten laste gelegd dat hij heeft deelgenomen aan een terroristische organisatie.

Het hof is van oordeel dat er geen sprake is van een voltooid delict. Verdachte heeft een aantal voorbereidingshandelingen verricht om deel te nemen aan een terroristische organisatie, maar niet kan worden bewezen dat hij (al) behoorde tot die organisatie.

Met betrekking tot het ten laste gelegde werven van gelden overweegt het hof dat in artikel 140, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht is bepaald dat onder deelneming als omschreven in het eerste lid, mede wordt begrepen het werven van gelden ten behoeve van de daar omschreven organisatie. Het hof is van oordeel dat weliswaar kan worden vastgesteld dat verdachte gelden heeft geworven, maar niet dat deze (al) ten goede van de organisatie waren gekomen.

Gelet op het bovengenoemde zal verdachte van dit feit worden vrijgesproken.

Feit 3 subsidiair

Onder dit feit wordt poging tot het deelnemen aan een terroristische organisatie ten laste gelegd.

Het hof zou wellicht tot een bewezenverklaring zijn gekomen als er uitvoeringshandelingen ten laste waren gelegd, waarbij (bijvoorbeeld) kan worden gedacht aan de handeling dat verdachte daadwerkelijk met een auto vol goederen vanuit Nederland richting Syrië is gereden. Er zijn echter geen uitvoeringshandelingen ten laste gelegd, maar (slechts) voorbereidingshandelingen. Om die reden zal verdachte ook van dit feit worden vrijgesproken.

Feit 4

Verdachte wordt ten laste gelegd dat hij met een ander of anderen, althans alleen, heeft samengespannen tot het plegen van moord en/of doodslag.

In artikel 96, eerste lid juncto artikel 80 van het Wetboek van Strafrecht is bepaald dat samenspanning bestaat zodra twee of meer personen overeengekomen zijn om het misdrijf te plegen. Zo een overeenkomst moet definitief, ernstig gemeend en concreet zijn.

Gelet op het dossier en het requisitoir ziet de tenlastelegging op de samenspanning tussen verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] . Het hof overweegt dat zich voor het bestaan van een afspraak tussen hen om een strafbaar feit te plegen in het dossier geen enkel bewijsmiddel bevindt. Verdachte zal derhalve ook van dit feit worden vrijgesproken.

Overwegingen met betrekking tot het bewijs van het onder 2B tenlastegelegde

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het onder 2B tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof overweegt in het bijzonder het volgende.

Op 14 augustus 2013 werden verdachte (in een gehuurde BMW 520d) en medeverdachte [medeverdachte] (in een gehuurde Audi A3) in Kleef (Duitsland) aangehouden. In de beide auto’s werden onder meer geld, kleding, telefoons en brillen aangetroffen.

Verdachte heeft erkend dat hij een auto heeft gehuurd om daarmee naar Syrië te reizen en om deze daar te gebruiken en te verkopen. Ook heeft hij erkend dat hij de in de tenlastelegging genoemde kleren en een deel van het geld voorhanden heeft gehad.

Het hof is (onder meer) op grond hiervan van oordeel dat de onder 2., 3. en 4. genoemde feitelijkheden bewezen kunnen worden verklaard.

De volgende vraag die beantwoord dient te worden, is of dit voorbereidingshandelingen betreffen voor het deelnemen aan een terroristische organisatie zoals tenlastegelegd, namelijk door het verlenen van geldelijke of andere stoffelijke steun aan en/of het werven van gelden of personen ten behoeven van de organisatie. Het hof overweegt hierover het volgende.

Verdachte heeft zelf verklaard dat hij op weg was naar zijn broer in Syrië, die bezig was met de strijd, en dat een deel van de goederen die hij bij zich had bestemd was voor zijn broer. In een WhatsApp-bericht aan zijn broer op 23 mei 2013 schrijft verdachte: “Ik weet dat ik daarheen kan komen met auto, geld enzo..”. De broer van verdachte meldt dat hij nieuwe hardloopschoenen kan gebruiken, en: “Ik verwacht dat je met voldoende geld komt”. Ook geeft hij verdachte informatie over de mee te brengen auto.

Het hof stelt op grond van (onder meer) deze bewijsmiddelen vast dat verdachte van plan was geld en goederen naar zijn strijdende broer in Syrië te brengen en op die manier deel te nemen aan een terroristische organisatie in Syrië.

Het hof is van oordeel dat de onder 2., 3. en 4 genoemde handelingen, voorbereidingshandelingen betreffen om deel te nemen aan die organisatie. De andersluidende verklaring van verdachte, inhoudende dat hij slechts op bezoek wilde gaan bij zijn broer, acht het hof gelet op deze bewijsmiddelen niet geloofwaardig.

Het hof zal daarom dit feit bewezen verklaren.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2B ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij, op één (of meer) tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van de maand januari 2013 tot en met 14 augustus 2013 te Arnhem en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met (of meer) ander(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk,

ter voorbereiding van (een) misdrijf/misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van 8 jaren of meer is gesteld,

te weten het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk had het plegen van terroristische misdrijven door het verlenen van geldelijke en/of andere stoffelijke steun alsmede het werven van gelden of een (of meer) perso(o)n(en) ten behoeve van deze organisatie,

voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten en/of vervoermiddelen, bestemd tot het begaan van die/dat misdrijf/misdrijven, heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s). tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen,

2. een (of twee) auto(’s) gehuurd om daarmee te reizen naar Italië, Turkije en/of Syrië en/of om deze - na aankomst in (het grensgebied van) Turkije/Syrië - aldaar te gebruiken en/of te verkopen en/of in te ruilen voor (een) andere (terrein)auto(’s), en/of

3. geld (in totaal - ongeveer - 8.165 euro) voorhanden gehad, en/of

4. koffers/tassen, (onder meer) inhoudende combatkleding en/of survivalkleding en/of survivalbenodigdheden en/of (bivak)mutsen en/of combatbrillen en/of (berg)schoenen en/of isokleding en/of een (of meer) video(’s) voorhanden gehad. inhoudende onder meer beelden van gewapende/schietende personen (in een loopgraaf) en/of uitleg over een Kalasjnikov en/of vechten, en/of

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 2B bewezenverklaarde levert op:

voorbereiding van het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte ter zake van alle ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk.

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de voorbereiding van het plegen van een terroristisch misdrijf, te weten het deelnemen aan een terroristische organisatie in Syrië. Daartoe heeft hij geld, een auto en andere voorwerpen verworven en voorhanden gehad.

Dat is een ernstig misdrijf. Zou het zijn gekomen tot uitvoering van dit misdrijf, dan had dit (mogelijk) ernstige gevolgen gehad voor personen en/of goederen.

Gelet op de ernst van dit strafbare feit is een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf van hierna te melden hoogte passend en geboden. Deze straf is aanzienlijk lager dan de gevangenisstraf die is gevorderd door de advocaat-generaal omdat het hof verdachte van de meeste ten laste gelegde feiten zal vrijspreken.

Beslag

De teruggave wordt gelast van de volgende inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen:

- flesje met oranje balletjes t.b.v. schietwapen (svo ki-g-1-2);

- speelgoedpistool in jaszak (svo ki-h-1-1); en

- oranje balletjes (svo ki-c-3-1).

Het ongecontroleerde bezit van de overige inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- zwart balletjespistool en balletjes in AH-tas (svo ki-c-3)

- rugzak zwart met als inhoud een zwart plastic pistool (svo ki-c-4)

- nep schietwapen zwart (svo ki-g-1-1)

is in strijd met de wet; het hof zal daarom niet de teruggave gelasten.

Vordering gevangenneming

De advocaat-generaal heeft de gevangenneming van verdachte gevorderd.

Reeds gelet op de hoogte van de gevangenisstraf die onvoorwaardelijk aan verdachte zal worden opgelegd, zal deze vordering worden afgewezen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 46, 140 en 140a van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Wijst af het (voorwaardelijke) verzoek tot het als getuige horen van de echtgenote van verdachte.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1, 2A, 3 primair, 3 subsidiair en 4 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2B ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2B bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 12 (twaalf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave aan de rechthebbende van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- flesje met oranje balletjes t.b.v. schietwapen (svo ki-g-1-2)

- speelgoedpistool in jaszak (svo ki-h-1-1)

- oranje balletjes (svo ki-c-3-1).

Wijst af de vordering tot gevangenneming.

Aldus gewezen door

mr. R. van den Heuvel, voorzitter,

mr. R.H. Koning en mr. C. Caminada, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. W.B. Kok, griffier,

en op 15 maart 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken