Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:1924

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
10-03-2016
Datum publicatie
02-05-2016
Zaaknummer
200.174.251/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzoek vervangende toestemming verhuizing naar buitenland.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FJR 2016/58.4
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.174.251

(zaaknummer rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, 277494)

beschikking van de familiekamer van 10 maart 2016

inzake

[verzoekster],

wonende te [woonplaats],

verzoekster in hoger beroep,

verder te noemen: de moeder,

advocaat: mr. K.E. de Wit te Arnhem,

en

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats],
verweerder in hoger beroep,

verder te noemen: de vader,

advocaat: mr. M. Jonkman te Capelle aan den IJssel.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, van 17 april 2015, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift met bijlagen, ingekomen op 15 juli 2015;

- het verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 11 september 2015;

- een journaalbericht van mr. De Wit van 26 november 2015 met bijlagen, ingekomen op 27 november 2015;

- een journaalbericht van mr. De Wit van 7 januari 2016 met bijlagen, ingekomen op 8 januari 2016.

2.2

De hierna te noemen minderjarigen [kind 1] en [kind 2] zijn op 18 januari 2016 verschenen en buiten aanwezigheid van partijen, de advocaten en de raadsvertegenwoordiger door het hof gehoord naar aanleiding van het verzoek.

2.3

De mondelinge behandeling heeft op 21 januari 2016 plaatsgevonden. Partijen zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaten. Namens de Raad voor de Kinderbescherming (verder: de raad) is niemand verschenen.

3 De vaststaande feiten

3.1

Het huwelijk van partijen is op 13 november 2007 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van 25 oktober 2007 in de registers van de burgerlijke stand.

3.2

Partijen zijn de ouders van:

- [kind 1], geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats], en

- [kind 2], geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats],

over wie zij gezamenlijk het gezag uitoefenen. De kinderen hebben hun hoofdverblijfplaats bij de moeder.

3.3

In de echtscheidingsbeschikking van 25 oktober 2007 heeft de rechtbank voorts onderhoudsbijdragen van de vader ten behoeve van de moeder en de kinderen alsmede een zorgregeling tussen de vader en de kinderen vastgesteld.

3.4

Bij verzoekschrift, ingekomen bij de rechtbank op 26 januari 2015, heeft de moeder verzocht bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, haar vervangende toestemming te verlenen voor de verhuizing met de kinderen naar [plaats], Italië, althans een zodanige beslissing te nemen zoals de rechtbank juist acht.

3.5

Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank het verzoek van de moeder afgewezen.

4 De omvang van het geschil

4.1

Tussen partijen is in geschil de voorgenomen verhuizing van de moeder met de kinderen naar Italië.

4.2

De moeder is met vijf grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Deze grieven beogen het geschil in hoger beroep in volle omvang aan de orde te stellen. De moeder verzoekt het hof die beschikking te wijzigen in die zin dat haar vervangende toestemming wordt verleend voor de verhuizing met de kinderen naar Italië, dan wel een onderzoek door de raad te gelasten, althans een zodanige beslissing te nemen die het hof juist acht.

4.3

De vader verzoekt het hof de verzoeken van de moeder af te wijzen.

5 De motivering van de beslissing

5.1

Ingevolge artikel 1:253a lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het gezag op verzoek van de ouders of van één van hen aan de rechter worden voorgelegd. Uit genoemd artikel volgt voorts dat het hof een zodanige beslissing dient te nemen als het hof in het belang van de kinderen wenselijk voorkomt. Uit vaste jurisprudentie volgt dat, hoezeer het belang van het kind een overweging van de eerste orde dient te zijn bij de te verrichten afweging van belangen, andere belangen zwaarder kunnen wegen. Het hof zal bij zijn beslissing alle omstandigheden van het geval in acht dienen te nemen.

5.2

Conform vaste rechtspraak dient het hof bij de beslissing over een geschil als het onderhavige alle omstandigheden van het geval in acht te nemen en alle belangen af te wegen, waaronder:

- de noodzaak om te verhuizen;

- de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid;

- de invloed die de wijziging van de hoofdverblijfplaats heeft op de contactmogelijkheden met de andere ouder;

- de onrust en impact die een verhuizing heeft op de minderjarigen;

- de stabiliteit van de nieuwe woonplek;

- de afstand tussen de woning en de school;

- de opvang door een ouder na schooltijd;

- de sociale contacten van de minderjarigen;

- de door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor de minderjarigen en de andere ouder te verzachten en/of te compenseren (ook in financiële zin).

5.3

De moeder heeft, kort samengevat, het volgende gesteld. Zij wil in haar eigen levensonderhoud kunnen voorzien als de alimentatieverplichting van de vader jegens haar eindigt. Omdat het haar tot nu niet is gelukt om in Nederland een baan te krijgen en zij daarentegen in Italië verwacht, gelet op de werkzaamheden die zij tot nu toe al (daar) heeft verricht en heeft aangeboden gekregen, wel snel voldoende werk te kunnen vinden om in haar eigen levensonderhoud te voorzien, acht zij de verhuizing naar Italië noodzakelijk.

Zij acht de verhuizing naar Italië ook in het belang van de kinderen, nu [kind 1] in Italië de door haar gewenste opleiding kan volgen en [kind 2] als model aan de slag denkt te kunnen.

In Italië kan [kind 1] dezelfde medische zorg krijgen als in Nederland.

De verhuizing naar Italië hoeft geen belemmering te zijn voor contactherstel tussen de kinderen en de vader. Zij zal de kinderen stimuleren om contact te herstellen met de vader, met wij zij overigens al lang geen contact meer hebben omdat de vader dat contact heeft verbroken. Wellicht kan een raadsonderzoek duidelijkheid brengen.

5.4

De vader heeft, kort samengevat, het volgende gesteld. De moeder is opgeleid tot secretaresse en kan als zodanig in Nederland aan de slag. Hij vraagt zich af hoe reëel en concreet de carrièrekansen van de moeder in Italië zijn. Ook vreest hij dat de schoolprestaties van de kinderen, die in Nederland ook al te wensen over laten, in Italië als gevolg van hun gebrekkige kennis van de Italiaanse taal zullen achterblijven. De opleiding die [kind 1] wil volgen duurt maar acht weken; daarvoor is een verhuizing niet noodzakelijk. De moeder heeft haar stelling ten aanzien van de medische zorg voor [kind 1] in Italië niet onderbouwd. Hij betwijfelt de intentie van de moeder om de kinderen te stimuleren om weer contact met hem te hebben. De kinderen hebben een negatief beeld van hem en hij vermoedt dat zij daarin worden gevoed door de moeder. Hij vreest dat bij de kinderen sprake is van een loyaliteitsconflict. Een raadsonderzoek zou volgens de vader goed zijn om de gevolgen van een verhuizing, maar ook de mogelijkheden van contactherstel te onderzoeken.

5.5

Het hof acht zich op grond van de stukken en de mondelinge behandeling voldoende voorgelicht om een beslissing te kunnen nemen, zodat geen noodzaak bestaat om een nader onderzoek te gelasten. Het hof oordeelt als volgt. De moeder heeft weliswaar door het overleggen van stukken voldoende aannemelijk gemaakt dat zij diverse zakelijke contacten heeft opgedaan in Italië, maar van een concreet aanbod van een baan in Italië is niet gebleken. Het hof is van oordeel dat voor de moeder in die zin dan ook geen noodzaak bestaat om te verhuizen. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is wel gebleken dat de moeder de verhuizing voldoende heeft doordacht en voorbereid. Zij heeft inmiddels geschikte woonruimte in Italië gevonden. [kind 1] zal haar middelbare school in Nederland afmaken. Zij is voornemens in Italië een film-opleiding (in de vorm van workshops) te volgen en ziet vervolgens mogelijkheden om in de filmwereld in Italië aan de slag te kunnen. De moeder heeft informatie ingewonnen over de medische zorg die [kind 1] in Italië nodig zal hebben. [kind 2] zal haar middelbare school in Italië nog gedurende enkele jaren moeten voortzetten. Ook over de middelbare school heeft de moeder inmiddels informatie ingewonnen. [kind 2] ziet na de middelbare school in Italië kansen in de modellenwereld. De moeder en de kinderen volgen sinds enige tijd een cursus Italiaans. Beide kinderen hebben tegenover het hof verklaard tijdens vakanties en werkbezoeken in de afgelopen jaren in Italië reeds diverse sociale contacten te hebben opgedaan en heel graag naar Italië te willen verhuizen. Het verliezen van contacten in Nederland lijkt voor hen geen belemmering. Dat door het vertrek naar Italië een eventueel contactherstel met hun vader zal worden bemoeilijkt is, volgens hun verklaring, voor hen evenmin reden in Nederland te blijven. Zij hebben verklaard -thans- geen contact met de vader te wensen, zeker nu dat contact jaren geleden op initiatief van de vader is verbroken. Het hof acht het, mede gelet op de omstandigheid dat reeds sinds jaren geen contact heeft plaatsgevonden tussen de vader en de kinderen, niet aannemelijk geworden dat het langer verblijf van de kinderen in Nederland het contact tussen de vader en de kinderen op korte termijn zal bevorderen. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat de weigering van de vader om toestemming te verlenen tot de verhuizing van de kinderen naar Italië, in ieder geval niet zal bijdragen aan de bereidheid bij de kinderen om het contact met de vader te herstellen. Hoewel door de moeder in zekere zin niet aan het noodzakelijkheidscriterium is voldaan –zij heeft immers geen concreet vooruitzicht op een baan in Italië zodat in dat opzicht geen noodzaak bestaat te verhuizen– en de mate waarin het bestaan in Italië succesvol zal zijn, met name ten aanzien van de schoolprestaties van de kinderen, thans onzeker is, ziet het hof aanleiding om, gelet op de sterke wens van de moeder en de kinderen om een nieuw bestaan op te bouwen in Italië en mede gelet op de overigens door de moeder voldoende doordachte en voorbereide verhuizing, het verzoek van de moeder om vervangende toestemming om met de kinderen naar Italië te verhuizen toe te wijzen.

Het hof verwacht overigens van de moeder dat zij, conform haar toezegging, de kinderen zal (blijven) stimuleren tot contactherstel met de vader.

5.6

Het hof zal de bestreden beschikking vernietigen en beslissen als volgt.

6 De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, van 17 april 2015 en opnieuw beschikkende:

verleent de moeder vervangende toestemming voor de verhuizing met de kinderen naar [plaats], Italië;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. K.J. Haarhuis, M.J. Stolwerk en B.F. Keulen, bijgestaan door G.E.M. Bours als griffier, en is op 10 maart 2016 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.