Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:1783

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
08-03-2016
Datum publicatie
24-03-2016
Zaaknummer
200.142.612/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Overeenkomst tot levering van gas en elektriciteit. Geschil omtrent de hoeveelheid in rekening gebrachte energie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.142.612/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 2129261/13-7718)

arrest van 8 maart 2016

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: [appellant],

advocaat: mr. E.T. van Dalen, kantoorhoudend te Groningen,

tegen

Essent Retail Energie B.V.,

gevestigd te 's-Hertogenbosch,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna: Essent,

advocaat: mr. N.A. Koole, kantoorhoudend te Middelburg.

1 Het geding in eerste aanleg

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis van 27 november 2013 van de rechtbank Noord-Nederland, afdeling privaatrecht, locatie Groningen (hierna: de kantonrechter).

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure is als volgt:

- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 20 februari 2014,

- de memorie van grieven (met productie),

- de memorie van antwoord (met producties),
- een akte houdende uitlating producties van [appellant] .

2.2

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2.3

De vordering van [appellant] in hoger beroep luidt:


"om bij arrest, bij voorraad uitvoerbaar, het vonnis dat op 27 november 2013 door de Rechtbank Noord-Nederland, afdeling Privaatrecht, locatie Groningen, onder zaaknummer

2129261 /13/7718 is gewezen, te vernietigen, en opnieuw rechtdoende, alsnog geïntimeerde in haar inleidende vordering niet-ontvankelijk te verklaren danwel haar inleidende vordering af te wijzen met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van beide instanties."

3 De feiten

3.1

In deze zaak staat als enerzijds gesteld en anderzijds niet dan wel onvoldoende weersproken het volgende vast.

3.1.1

Tussen partijen heeft een overeenkomst ter zake van de levering van gas en elektriciteit bestaan.

3.1.2

Essent heeft de overeenkomst bij brief van 23 januari 2012 eenzijdig beëindigd vanwege een betaalachterstand aan de zijde van [appellant] .

3.1.3

Op 7 mei 2012 heeft Essent een eindafrekening 2011/2012 ten bedrage van € 11.035,96 (inclusief btw) aan [appellant] verstuurd.

3.1.4

Op 4 juni 2012 heeft Essent aan [appellant] een 'correctie eindafrekening 23 maart 2012' verstuurd. De correctie betrof een bedrag van - € 2.300,95 (inclusief btw) ten aanzien van het verbruik van gas.

3.1.5

Bij brief van 28 januari 2013 is [appellant] door Essent aangemaand tot betaling van een bedrag van € 8.717,26 (inclusief rente en kosten).

3.1.6

Bij inleidende dagvaarding in eerste aanleg d.d. 15 november 2012 heeft Essent een bedrag van € 7.835,01 in hoofdsom gevorderd, vermeerderd met rente en kosten.

3.1.7

Op 29 augustus 2013 heeft Essent twee correctierekeningen aan [appellant] gestuurd ter zake van het verbruik van elektriciteit. De correctie over de periode 18 november 2011 tot 23 maart 2012 betrof op basis van een 'juiste meterstand 23-03-2012' een bedrag van - € 3.531,79 (inclusief btw). De correctie over de periode 17 november 2010 tot 17 november 2011 betrof op basis van een 'juiste meterstand 17-11-11' een bedrag van - € 823,23 (inclusief btw). Naar aanleiding hiervan heeft Essent bij conclusie van repliek in eerste aanleg haar eis verminderd met een bedrag van € 4.355,02.

3.1.8

Op de correctierekening d.d. 29 augustus 2013 over de periode 18 november 2010 tot en met 17 november 2011 worden de volgende hoeveelheden in rekening gebracht:
Levering elektriciteit normaal in kWh t/m 15-02-2011 873
Levering elektriciteit laag in kWh t/m 15-02-2011 328
Levering elektriciteit normaal in kWh t/m 28-02-2011 116
Levering elektriciteit laag in kWh t/m 28-02-2011 47
Levering elektriciteit normaal in kWh t/m 17-11-2011 1921
Levering elektriciteit laag in kWh t/m 17-11-2011 796
Energiebelasting elektriciteit in kWh t/m 17-11-2011 4081
Op de correctierekening d.d. 29 augustus 2013 over de periode 18 november 2011 tot en met 23 maart 2012 worden de volgende hoeveelheden in rekening gebracht:
Levering elektriciteit normaal in kWh 1.012
Levering elektriciteit laag in kWh 408
Energiebelasting elektriciteit in kWh t/m 31-12-2011 485
Energiebelasting elektriciteit in kWh 935

4 Het geschil en de beoordeling in eerste aanleg

4.1

Essent heeft in eerste aanleg - na vermindering van eis - gevorderd dat [appellant] wordt veroordeeld tot betaling van € 4.445,94, vermeerderd met de wettelijke rente over € 3.479,99 vanaf 24 mei 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede tot betaling van proceskosten. De vordering is als volgt opgebouwd:
- hoofdsom € 3.479,99
- rente tot 23 mei 2013 € 265,95
- incassokosten € 700,00
€ 4.445,94.

4.2

De kantonrechter heeft de vordering van Essent toegewezen, met dien verstande dat de gevorderde incassokosten zijn afgewezen.

5 Met betrekking tot de grieven

5.1

Grief I houdt in dat de kantonrechter [appellant] ten onrechte heeft veroordeeld tot betaling aan Essent van een bedrag van € 3.594,11, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 3.479,99 vanaf 24 mei 2013 tot de dag der algehele voldoening. De toelichting op deze grief bevat de volgende klachten:

Primair:
- De kantonrechter heeft ten onrechte het verweer van [appellant] verworpen dat Essent haar vordering bij inleidende dagvaarding onvoldoende heeft onderbouwd;
Subsidiair:
- De kantonrechter heeft ten onrechte geoordeeld dat de door Essent in rekening gebrachte energie daadwerkelijk door [appellant] is verbruikt. In dat kader betoogt [appellant] dat de kantonrechter een onjuiste bewijslastverdeling heeft toegepast. Volgens [appellant] dient Essent te bewijzen dat de meterstanden, op basis waarvan zij het energieverbruik berekent, juist zijn. De kantonrechter heeft ten onrechte geoordeeld dat [appellant] dient aan te tonen dat die meterstanden onjuist zijn.

5.2

Essent heeft hierop het volgende geantwoord.
[appellant] heeft nagelaten om bij het einde van de overeenkomst de standen door te geven. Daarom is de eindafrekening ten bedrage van € 11.035,96 (inclusief btw) d.d. 7 mei 2012 gebaseerd op door Essent geschatte standen.
In juni 2012 heeft Essent een correctiefactuur aan [appellant] gestuurd. De correctie betreft een bedrag van - € 2.300,95 ter zake van het verbruik van gas. Dit verklaart dat Essent bij inleidende dagvaarding een bedrag van € 7.838,01 in hoofdsom heeft gevorderd. In juli 2012 heeft een medewerker van de netbeheerder de standen bij [appellant] opgenomen. Aan de hand van de bevindingen van de netbeheerder zijn de standen in het landelijk meetregister aangepast. Naar aanleiding van deze aanpassingen heeft Nuon, de nieuwe energieleverancier van [appellant] , contact opgenomen met Essent. Essent heeft vervolgens aan de hand van de aangepaste standen 'onlangs' een correctie ter zake van het verbruik van elektriciteit doorgevoerd. Zij heeft dit niet eerder gedaan, omdat [appellant] 'niet eerder aan de bel heeft getrokken'. De eindstanden die Essent in eerste instantie heeft gehanteerd waren 83.618 (dagtelwerk) en 96.802 (nacht-/weekendtelwerk). Deze zijn conform het meetregister gecorrigeerd naar 71.244 (dagtelwerk) en 76.001 (nacht-/weekendtelwerk). Niet alleen de eindafrekening is gecorrigeerd, maar ook het verbruik op de jaarafrekening. Per saldo is de jaarafrekening 2010/2011 gecorrigeerd met een creditbedrag van € 823,23 en de eindafrekening met een creditbedrag van € 3.531,79. Het verbruik dat in rekening werd gebracht komt overeen met het verbruik conform het landelijk meetregister, aldus Essent. Essent heeft haar vordering bij conclusie van repliek in eerste aanleg dienovereenkomstig verminderd met een bedrag van € 4.355,02.

5.3

Het hof is met de rechtbank van oordeel dat Essent haar vordering bij inleidende dagvaarding voldoende heeft onderbouwd. Voorts heeft Essent bij conclusie van repliek voldoende inzichtelijk gemaakt en toereikend met producties onderbouwd hoe zij tot haar oorspronkelijke vordering ad € 7.835,01 in hoofdsom is gekomen, alsmede tot haar eisvermindering met een bedrag van € 4.355,02, resulterend in een gevorderde hoofdsom ad € 3.479,99.

5.4

In zoverre faalt grief I..

5.5

Ten aanzien van het subsidiaire gedeelte van de grief overweegt het hof als volgt.
Het hof is met de kantonrechter van oordeel dat [appellant] in het licht van de stellingen van Essent onvoldoende gemotiveerd betwist heeft dat de eindstanden in het landelijk meetregister correct zijn. Daarmee staat de juistheid van deze eindstanden tussen partijen vast en is (nadere) bewijslevering door Essent op dit punt overbodig. Anders dan [appellant] veronderstelt, is hier van een omkering van de bewijslast geen sprake, maar heeft [appellant] zijn betwisting van de eindstanden onvoldoende onderbouwd.

5.6

Ten aanzien van de door Essent gehanteerde beginstanden per 17 november 2011 en de - mede op deze beginstanden gebaseerde - berekening van het verbruik van elektriciteit over de periodes 18 november 2010 tot en met 17 november 2011 en 18 november 2011 tot en met 23 maart 2012 overweegt het hof het volgende.
Uit de correctie van de jaarafrekening 2010/2011 blijkt dat Essent de door haar berekende meterstanden d.d. 17 november 2011 van 67.720 (dagtelwerk) en 82.539 (nacht-/weekendtelwerk) heeft gecorrigeerd in 70.232 (dagtelwerk) en 75.593 (nacht-/weekendtelwerk). Het hof begrijpt uit de memorie van antwoord onder 7 dat Essent deze standen heeft gecorrigeerd op basis van de opgenomen standen 76.001/71.244 van juli 2012. Het in rekening gebrachte elektriciteitsverbruik berust dus deels op door Essent berekende, geschatte hoeveelheden, bij gebrek aan gemeten (begin)standen.

5.7

Het hof is van oordeel dat Essent hiermee de in rekening gebrachte hoeveelheid elektriciteit in beginsel toereikend heeft onderbouwd. De enkele omstandigheid dat Essent het elektriciteitsverbruik heeft (her)berekend op basis van de in juli 2012 opgenomen standen, zónder daarbij te beschikken over (daadwerkelijk) opgenomen beginstanden, brengt op zich niet mee dat zij (nader) dient te bewijzen wat het exacte verbruik is geweest. Slechts bij voldoende gemotiveerde betwisting door [appellant] van de door Essent berekende afgenomen hoeveelheid, is eventueel (nadere) bewijslevering nodig.

5.8

De betwisting door [appellant] dat het in rekening gebrachte verbruik niet overeenstemt met het daadwerkelijke verbruik is met name gebaseerd op het verschil tussen de betalingsachterstand die volgens hem blijkt uit de brief van Essent d.d. 23 januari 2012 (€ 2.719,69 minus € 1.500,- = € 1.219,69) enerzijds en de eindafrekening 2011/2012 d.d. 7 mei 2012 ten bedrage van € 11.035,96 anderzijds. Hij betoogt dat het niet aannemelijk is dat hij in een paar maanden tijd een zo groot bedrag verschuldigd is geworden. Gelet op het feit dat Essent thans nog slechts een bedrag van € 3.479,99 in hoofdsom vordert, is echter de grond aan dit betoog ontvallen.

5.9

Ook verder heeft [appellant] naar het oordeel van het hof geen dan wel onvoldoende feiten of omstandigheden aangevoerd die, indien juist, onaannemelijk maken dat hij de in rekening gebrachte hoeveelheid energie heeft verbruikt. Daarmee heeft [appellant] de vordering van Essent onvoldoende gemotiveerd betwist.

5.10

Grief I faalt derhalve.

5.11

Grief II houdt in dat de kantonrechter [appellant] ten onrechte heeft veroordeeld in de proceskosten, zij het op basis van het toegewezen bedrag. [appellant] betoogt dat de proceskosten gecompenseerd hadden moeten worden, aangezien Essent haar vordering ad circa € 7.800,- in hoofdsom naar aanleiding van het verweer van [appellant] met ongeveer de helft heeft verminderd.

5.12

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
Aangezien [appellant] niet heeft voldaan aan de betalingsverzoeken van Essent noch daarop heeft gereageerd, heeft hij Essent genoodzaakt tot het voeren van de onderhavige procedure. Het hof acht dan ook een veroordeling van [appellant] in de proceskosten op zijn plaats.

5.13

Grief II faalt derhalve eveneens.

5.14.

Gelet op het voorgaande heeft [appellant] niets gesteld dat voor bewijsvoering in aanmerking komt. Aan zijn bewijsaanbod gaat het hof daarom voorbij.

Slotsom

5.14

De grieven falen, zodat het bestreden vonnis moet worden bekrachtigd.

Het hof zal [appellant] als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het hoger beroep veroordelen (1 punt in tarief I).

De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van Essent zullen worden vastgesteld op € 704,- en verschotten en op € 632,- voor salaris advocaat overeenkomstig het liquidatietarief.

6 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, afdeling privaatrecht, locatie Groningen van 27 november 2013;

veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Essent vastgesteld op € 632,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief en op € 704,- voor verschotten;

verklaart dit arrest voor zover het de hierin vermelde proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mr. L. Janse, mr. M.W. Zandbergen en mr. I. Tubben en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 8 maart 2016.