Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:1768

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
08-03-2016
Datum publicatie
05-04-2016
Zaaknummer
200.114.706/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vorderingen in verband met beweerdelijke gebreken aan geleverde schroeven voor bevestiging van dakpanplaten afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.114.706/01

(zaaknummer (voormalige) rechtbank Groningen 522529 CV EXPL 11-5958)

arrest van 8 maart 2016

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant,

in eerste aanleg: eiser,

hierna: [appellant],

advocaat: mr. J.V. van Ophem, kantoorhoudend te Leeuwarden,

tegen

NVB Ubbens Bouwstoffen B.V.,

gevestigd te Leeuwarden,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: Ubbens,

advocaat: mr. A. Ilicic, kantoorhoudend te Leeuwarden.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van

13 maart 2012 (in het vrijwaringsincident), 17 april 2012 en 3 juli 2012van de voormalige rechtbank Groningen, sector kanton, locatie Winschoten (hierna: de kantonrechter).

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 2 oktober 2012,

- de memorie van grieven (met productie),

- de memorie van antwoord (met producties).

2.2

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2.3

De vordering van [appellant] in hoger beroep, zoals geformuleerd in de memorie van grieven, luidt:

"het vonnis tussen partijen gewezen op 3 juli 2012 te vernietigen en opnieuw rechtdoende, zonodig onder aanvulling en/of verbetering van de gronden, en voor zoveel nodig uitvoerbaar bij voorraad; Primair Ubbens te veroordelen om voor rekening van Ubbens over te gaan tot vervanging, inclusief (de-) montage, van de litigieuze dakpanschroeven, binnen de termijn van één maand na betekening van het ten deze te wijzen arrest;

Subsidiair, voor zover Ubbens niet, althans niet tijdig zal voldoen aan het primair gevorderde, Ubbens te veroordelen tot vergoeding aan [appellant] van een bedrag groot

€ 11.067,-- (zegge: elfduizendzevenenzestig euro), inclusief BTW, zijnde de (bij inleidende dagvaarding toegelichte) kosten die gemoeid zijn met de vervanging van de litigieuze dakpanschroeven, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;

Zowel primair als subsidiair met veroordeling van Ubbens in de kosten van beide instanties."

2.4

Bij memorie van antwoord heeft Ubbens als productie G3 een verklaring van NES B.V., te weten een email van 22 juni 2015, in het geding gebracht. Hierop heeft [appellant] nog niet gereageerd en daartoe was hij ook niet verplicht. Om die reden zal het hof vooralsnog niet in het nadeel van [appellant] met deze productie rekening houden. Mocht niet kunnen worden beslist zonder een reactie van [appellant] op deze productie, dan zal de zaak daartoe naar de rol worden verwezen.

3 De feiten

3.1

De kantonrechter heeft in het vonnis van 3 juli 2012 een aantal in deze zaak tussen partijen vaststaande feiten weergegeven. Daartegen zijn geen grieven gericht, noch is anderzijds van bezwaren daartegen gebleken. Derhalve zal ook het hof van die feiten uitgaan. Aangevuld met wat in hoger beroep nog is komen vast te staan, gaat het om het volgende.

3.1.1

Ubbens drijft een groothandel in bouwmaterialen en heeft onder meer een vestiging in Winschoten. In 2003 heeft [appellant] materialen bij de vestiging van Ubbens in Winschoten gekocht ten behoeve van de vernieuwing van een (privé) schuur.

3.1.2

Partijen hebben een overeenkomst gesloten tot het leveren door Ubbens aan [appellant] van (onder meer) terracottakleurige plastisol dakpanplaten met bijbehorende montageproducten, waaronder verzinkte dakpanprofielschroeven van gehard carbonstaal voorzien van een terracotta kleurige poedercoating (welke destijds standaard werden bijgeleverd bij het betreffende type plastisol dakpanplaten).

3.1.3

De door Ubbens aan [appellant] te leveren dakpanplaten alsmede de dakpanprofielschroeven zijn door Ubbens op 26 augustus 2003 besteld bij haar leverancier Finish Profiles. Finish Profiles heeft op 2 september 2003 de betreffende dakpanplaten en schroeven rechtstreeks afgeleverd op het adres van [appellant] .

3.1.4

Op 26 september 2003 heeft [appellant] bij Ubbens extra dakpanprofielschroeven gekocht van hetzelfde type als op 2 september 2003 aan [appellant] was geleverd.

3.1.5

Op 14 september 2005 heeft [appellant] voor het maken van een afdak aan de schuur opnieuw dakpanplaten en dakpanprofielschroeven bij Ubbens gekocht van hetzelfde soort en type als door [appellant] in 2003 bij Ubbens was gekocht. Deze materialen zijn omstreeks november 2005 door Ubbens aan [appellant] geleverd.

3.1.6

Naar aanleiding van een klacht van [appellant] in 2010 over de door Ubbens geleverde dakpanprofielschroeven, heeft eind 2010 een inspectie van de schroeven plaatsgevonden. Hierbij waren naast [appellant] , de heer [X] , werkzaam bij Finish Profiles, alsmede de heer [Y] , werkzaam bij NES B.V. (de voorschakel van Finish Profiles) aanwezig. Per email van 24 mei 2011 heeft de heer [Y] , werkzaam bij NES B.V. aan Finish Profiles met betrekking tot de corrosiebestendigheid van de betreffende dakpanprofielschroeven onder andere bericht dat de betreffende schroeven gemiddeld in Nederland na 3-5 jaar corrosie gaan vertonen en dat na 5-10 jaar - afhankelijk van de omgeving waarin de schroeven worden toegepast - de schroeven zwaarder kunnen corroderen.

3.1.7

Na het vonnis in eerste aanleg heeft in opdracht van [appellant] het ingenieursbureau " [Q] " uit Rijswijk op 13 december 2012 een visuele inspectie uitgevoerd aan de schroeven en daarvan op 10 januari 2013 schriftelijk rapport aan [appellant] uitgebracht (hierna: rapport [Q] ). In dit rapport zijn de door [appellant] gestelde vragen als volgt beantwoord:

"Ad 1. Hoe erg de schroeven zijn aangetast en welke gevolgen de roestvorming nu al heeft, is niet exact aan te geven. Hiervoor is een grondiger onderzoek nodig, waarbij een groot aantal schroeven wordt losgedraaid en beoordeeld en/of een versnelde verouderingstest wordt uitgevoerd. Dit kan eventueel door N-KGDA worden uitgevoerd. De kosten hiervan zijn wel aanzienlijk!

Bij de schroeven die zijn onderzocht is er duidelijk sprake van een (gedeeltelijk) verdwenen/opgebruikte zinklaag. In eerste instantie zal het zink het onderliggende staal beschermen. Hierbij zal het zink na verloop van tijd gaan corroderen. Dit openbaart zich als 'witroest'. Als het zink voor een belangrijk deel is weg-gecorrodeerd, gaat ook het staal roesten en ontstaat ook 'bruinroest'. Deze laatste vorm van roest mag zeker niet binnen 5-7 jaar optreden, omdat er dan ook sprake is van een doorsnede-afname van de schroef.

De levensduur van de schroeven moet in ieder geval minimaal 15 jaar zijn (Referentieperiode). Dit

betekent dat de schroeven hier ongeveer 8-10 jaar zullen roesten. Het is reëel om er van uit te gaan dat de constructieve verzwakking hiervan dan (te) groot zal zijn.

Ad 2. De roestvorming/aantasting aan de schroeven is ontstaan binnen 5-7 jaar na het aanbrengen hiervan.

Ad 3. Verzinkt stalen schroeven zullen na verloop van tijd gaan corroderen. De mate van corrosie is o.a. afhankelijk van de toepassingswijze. Echter is een periode van 5 tot 7 jaar, waarbinnen deze corrosie begint op te treden, erg kort en mogelijk op basis van de vigerende voorschriften (Het Bouwbesluit) zelfs te kort.

Hier zijn de platen/schroeven aangebracht op een houten ondergrond. Aan de onderzijde van stalen dakplaten zal regelmatig condensatie ontstaan door o.a. 'nachtelijke uitstraling' (onderkoeling). Vochtige koude buitenlucht condenseert daarbij ook tegen de onderzijde van de nog koudere dakbeplating. Dit vocht wordt hier door de houten onderconstructie/panlatten, waarop de dakpanplaten zijn gemonteerd, (tijdelijk) opgenomen en zat bij warmere drogere omstandigheden weer uit het hout verdwijnen/uitdampen. Hierdoor bevindt de schroefdraad zich langdurig in een vochtige situatie en wordt daarbij aangetast. Dit is zeker bij verzinkt stalen schroeven negatief voor de duurzaamheid hiervan.

De 'Kwaliteitsrichtlijn metalen gevels en daken' (KWR) zegt over bevestiging van buitenbeplating o.a. het volgende:

Voor schroeven, die bloot staan aan buitencondities of bij agressieve binnencondities (binnentemperatuur > 25 °C en/of RV binnen > 65% en/of als er sprake is van agressieve processen/stoffen in de omsloten ruimte dan wel het intensief gebruik van niet-neutrale reinigingsmiddelen), wordt aanbevolen schroeven van RVS voor te schrijven, waarbij het type RVS dient te vallen onder het materiaalnummer 1.4301 volgens de DIN 17 440 (bijv. RVS 304/A2 of 316/A4). Indien bij deze condities andere metalen of kwaliteiten, al of niet inclusief aanvullende beschermingssysteem, worden aangeboden/toegepast, dient door de betreffende leverancier de duurzaamheid en geschiktheid hiervan te zijn aangetoond.

Opmerkingen:

1. Het hanteren van de Zulassung Z-14.1.4 voor de sterkte van geschroefde verbindingen beperkt de materiaalkeuze impliciet tot niet-roestend staal.

2. Bij RVS boorschroeven zal de boorpunt gewoonlijk zijn vervaardigd uit koolstofstaal c.q. hardmetaal. Dit betekent dat dit puntje na verloop van tijd enige roestvorming kan gaan vertonen. Dit is toegestaan, aangezien dit geen effect heeft op de duurzaamheid van de constructieve verbinding.

Ad 4, De schroeven zijn, voor zover visueel beoordeeld, correct aangebracht.

Ad 5. De algehele kwaliteit van de schroeven is, voor zover visueel beoordeeld, nog redelijk te noemen. De beschermende zinklaag is al (gedeeltelijk) erg snel opgebruikt/verdwenen.

Ad 6. De toegepaste schroeven zijn in principe niet geschikt voor situaties zoals hier. Aanbevolen wordt hierbij RVS-schroeven toe te passen (zie ook ad 3.).

Tevens dient te worden opgemerkt dat de schroefringdiameter van de toegepaste schroeven 'slechts' 14 mm is. De KWR geeft voor de bevestiging van dergelijke dakplaten een minimale schroefringdiameter aan van 19 mm. Ook de schroefdiameter van 4,8 mm is voor een primaire bevestiging relatief klein. Bij bevestiging van elementen aan de onder-/achterconstructie (primaire bevestiging) worden vaak schroeven met een schroefdiameter van 5,5 of 6,5 mm gebruikt. [woonplaats] ligt in Windgebied II, dus in een gebied met niet de minst zware windbelastingen! Bevestigingspatronen dienen altijd door constructieve berekeningen te worden onderbouwd. Het risico dat schroeven 'doorroesten' en/of hun constructieve functie niet meer kunnen vervullen, is bij een kleinere schroefdiameter groter.

Bij toepassing op een opslagruimte/schuur dienen de toegepaste schroeven minimaal 15 jaren hun constructieve functie te vervullen. "

4 Het geschil en de beslissing in eerste aanleg

4.1

[appellant] heeft gevorderd, samengevat, Ubbens primair te veroordelen om voor haar eigen rekening over te gaan tot vervanging (inclusief (de)montage) van de schroeven, binnen een termijn van één maand na betekening van het te wijzen vonnis; - subsidiair - ingeval niet tijdig wordt voldaan aan het primair gevorderde - te veroordelen tot vergoeding van een bedrag van € 11.067,00, inclusief btw, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding; - zowel primair als subsidiair te veroordelen in alle kosten van het geding.

4.2

Aan die vorderingen heeft [appellant] , samengevat, het volgende ten grondslag gelegd. [appellant] heeft zich in 2003 voor advies in het kader van de vernieuwing van de schuur tot Ubbens gewend. In overleg met een medewerker van Ubbens zijn de te gebruiken materialen bepaald. In het voorjaar van 2010 is één van de door Ubbens geleverde dakpanprofielschroeven geknapt toen [appellant] deze losdraaide. [appellant] heeft vervolgens geconstateerd dat, voor zover hij dit kon bekijken, de schroeven op het dak ernstig waren gecorrodeerd. Er bleek sprake te zijn van ondeugdelijk schroeven c.q. bevestigingsmaterialen. Ubbens heeft de gebrekkigheid van de schroeven erkend en heeft [appellant] verwezen naar haar leverancier. [appellant] heeft - tevergeefs - tientallen keren met Ubbens gesproken om tot een oplossing van het probleem te komen. Uit een opgevraagde offerte bij een ter zake kundig bedrijf blijkt dat de kosten van het vervangen van de ongeveer 6.000 schroeven met alle bijkomende werkzaamheden wordt begroot op een bedrag van € 11.067,- inclusief btw. Voor dat bedrag is Ubbens aansprakelijk omdat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de verplichting van Ubbens om de juiste en geschikte dakpanprofielschroeven aan [appellant] te leveren.

4.3

Ubbens heeft verweer gevoerd. De kantonrechter heeft de vorderingen afgewezen en [appellant] veroordeeld in de kosten van de procedure.

5 De bespreking van de grieven

5.1

De grieven luiden als volgt:

Grief 1: Ten onrechte overweegt de rechter in r.o. 6.2 dat [appellant] in het licht van de

gemotiveerde betwisting door Ubbens, onvoldoende heeft onderbouwd dat er

sprake is van een gebrek aan de schroeven.

Grief 2:Ten onrechte overweegt de rechter in r.o. 6.2 dat het op de weg van [appellant] had

gelegen om aan te tonen in welke mate de roestvorming de schroeven heeft

aangetast en welke gevolgen dergelijke roestvorming in het betreffende geval

heeft voor de levensduur van de schroef.

Grief 3: Ten onrechte overweegt de rechter in r.o. 6.2 dat onvoldoende zou zijn gebleken

wanneer het door [appellant] gestelde gebrek precies is ontstaan, aangezien [appellant] ter

terechtzitting heeft verklaard dat in de jaren voor 2010 ook al sprake was van

enige roestvorming.

Grief 4: Ten onrechte overweegt de rechter in r.o. 6.2 dat uit de stellingen van [appellant]

onvoldoende zou zijn gebleken wat de omvang van het gebrek is, aangezien [appellant]

niet het hele dak heeft geïnspecteerd.

Grief 5: Ten onrechte overweegt de kantonrechter in r.o. 6.2. dat het vanuit de leverancier

gedane aanbod tot het leveren van nieuwe schroeven onvoldoende is om daaruit af

te kunnen leiden dat er een gebrek kleeft aan de reeds geleverde en gebruikte

schroeven.

Grief 6: Ten onrechte overweegt de kantonrechter in r.o. 6.3 dat nu het gebrek aan de

schroeven niet kan worden vastgesteld, de vordering van [appellant] wegens

tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst door Ubbens zal worden

afgewezen.

Grief 7: Ten onrechte overweegt de kantonrechter onder r.o. 6.4. dat [appellant] als de in het

ongelijk gestelde partij in de proceskosten zal moeten worden veroordeeld.

5.2

Het hof zal deze grieven zoveel mogelijk en zoveel als nodig gezamenlijk bespreken. De grieven 1 tot en met 6 strekken alle ten betoge dat [appellant] (alsnog) deugdelijk heeft

onderbouwd dat Ubbens is tekortgeschoten in de nakoming van haar verbintenissen uit de tussen partijen gesloten overeenkomst en dat de vorderingen daarom toewijsbaar zijn. [appellant] heeft zich daarbij met nadruk beroepen op het rapport [Q] .

5.3

Naar het oordeel van het hof heeft [appellant] echter ook in hoger beroep onvoldoende onderbouwd dat Ubbens toerekenbaar is tekortgeschoten. Daartoe is het volgende redengevend:

  1. [appellant] stelt dat hij ongeveer 6.000 verzinkte schroeven heeft gebruikt om de dakplanplaten mee vast te zetten (inleidende dagvaarding sub 3). Zijn schadevordering is ook op dat aantal gebaseerd: prod. 2 bij inleidende dagvaarding. Ubbens heeft evenwel reeds in de conclusie van antwoord onder 12 voorgerekend dat zij niet meer dan 4.000 verzinkte schroeven aan [appellant] heeft geleverd. [appellant] is daar niet op ingegaan in de memorie van grieven, zodat het hof dit standpunt voor juist houdt. Dit betekent dat indien [appellant] gebreken mocht hebben ontdekt aan een aantal schroeven, het op zijn weg ligt te onderbouwen dat dit schroeven zijn die destijds door Ubbens zijn geleverd en niet door een derde. Die onderbouwing ontbreekt evenwel volledig.

  2. Uit het rapport [Q] blijkt dat slechts enkele schroeven zijn onderzocht. Hoeveel dat er zijn geweest, wordt niet vermeld. Op de foto’s is zelfs maar één schroef te zien. Dat sprake was van een representatief aantal onderzochte schroeven blijkt uit niets. Daarnaast speelt uiteraard ook hier het punt dat uit niets blijkt dat de onderzochte schroeven door Ubbens zijn geleverd (zie i). Voorts wordt uit het rapport niet duidelijk of de onderzochte schroeven bruinroest vertonen. Het rapport vermeldt, in tegendeel, dat de algehele kwaliteit van de schroeven nog redelijk is te noemen en dat verder onderzoek nodig is om vast te stellen hoe erg de schroeven zijn aangetast.

  3. [Q] relateert de gebreken aan ‘De kwaliteitsrichtlijn metalen gevels en daken’. Wat dit voor richtlijn is (het hof neemt aan: een door partijen in de metaalbranche opgestelde richtlijn) wordt evenwel niet gesteld en evenmin van welk jaar deze richtlijn dateert. Daarmee staat niet vast of en in hoeverre de inhoud van deze richtlijn invloed heeft op wat [appellant] destijds (in 2003 en 2005) van de schroeven en het bevestigingsmateriaal mocht verwachten. Een onderbouwing hiervan had temeer op de weg van [appellant] gelegen nu Ubbens reeds in eerste aanleg (conclusie van antwoord onder 35) heeft gesteld dat de vereniging Metalen Daken en Gevels inmiddels door gewijzigd inzicht alleen nog maar RVS schroeven adviseert maar dat dit nog niet de norm was in 2003 en 2005. In de memorie van antwoord heeft Ubbens dat verweer herhaald en gesteld dat pas in de nieuwe ‘KWR’ van 2010 RVS schroeven werden voorgeschreven (memorie van antwoord 47). Dat het door Ubbens aan [appellant] in 2003 en 2005 geleverde bevestigingsmateriaal, te weten verzinkte dakpanprofielschroeven van gehard carbonstaal voorzien van een terracotta kleurige poedercoating (welke destijds standaard werden bijgeleverd bij het betreffende type plastisol dakpanplaten) niet voldeden aan de (destijds) gangbare eisen van kwaliteit is daarmee nog steeds niet onderbouwd.

6 De slotsom

Het vonnis van 3 juli 2012 waarvan beroep zal worden bekrachtigd met veroordeling van [appellant] als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het geding in hoger beroep, tot heden aan de zijde van Ubbens begroot op € 666,- aan verschotten en € 894,- aan te liquideren salaris van de advocaat te begroten (1 punt in tarief II), te vermeerderen met nakosten en wettelijke rente als gevorderd.

De beslissing

Het gerechtshof:

bekrachtigt het vonnis van 3 juli 2012 van de kantonrechter, waarvan beroep;

veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep en begroot die aan de zijde van Ubbens tot aan deze uitspraak op € 666,- aan verschotten en € 894,- aan geliquideerd salaris voor de advocaat, en tot betaling van nakosten ad € 131,- (zonder betekening) respectievelijk € 199,- (indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan deze uitspraak is voldaan én betekening heeft plaatsgevonden), een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na datum van het arrest;

verklaart dit arrest te aanzien van de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mr. L. Janse, mr. M.M.A. Wind en mr. I. Tubben en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag

8 maart 2016.