Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:1674

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
03-02-2016
Datum publicatie
22-05-2017
Zaaknummer
21-003433-14
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2016:3399, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-003433-14

Uitspraak d.d.: 3 februari 2016

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland van 6 juni 2014 met parketnummer 05-084173-14 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,

wonende te [woonplaats].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 20 januari 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot bevestiging van het vonnis waarvan beroep en tot afwijzing van de vordering van de benadeelde partij H. Bronkhorst Transportbedrijf B.V. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. C. Crince le Roy, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

primair:
hij op of omstreeks 7 april 2014 te Uddel, gemeente Apeldoorn, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen vanaf een bedrijventerrein, gelegen aan de [a-straat 1] aldaar, een hoeveelheid brandstof (diesel), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [A], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

subsidiair:
hij op of omstreeks 7 april 2014 te Uddel, gemeente Apeldoorn, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen vanaf een bedrijventerrein, gelegen aan de [a-straat 1] aldaar, een hoeveelheid brandstof (diesel), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [A], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, met voormeld oogmerk voornoemde brandstof (diesel) in diverse vaten heeft gestopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak van het primair tenlastegelegde

Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen dat er sprake is geweest van een voltooide diefstal, zodat verdachte van het primair tenlastegelegde behoort te worden vrijgesproken. Immers de jerrycans met, de uit de vrachtwagentanks gehaalde, diesel bevonden zich nog op/bij het terrein van [A] en waren nog niet uit de macht van [A].

Overweging met betrekking tot het bewijs van het subsidiair tenlastegelegde

Door de verdachte is ter terechtzitting van het hof verklaard dat hij werkzaam is als automonteur, dat hij dat ook was ten tijde van het tenlastegelegde, dat hij in die hoedanigheid in aanraking is gekomen met diesel en dat hij en zijn auto daarom naar diesel roken. Hij was niet op de plaats delict om diesel te stelen, maar om een vriendin weg te brengen die daar vlakbij woont. De geur van diesel in en om hem heen bewijst derhalve niets, aldus de verdachte.

De raadsman heeft ter terechtzitting van het hof vrijspraak bepleit.

Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

Bij de politie heeft verdachte over zijn werk iets heel anders verklaard dan ter zitting van het hof, namelijk dat hij werkzaam is in de binnenbouw. Hij heeft bij de politie niets verklaard over werkzaamheden als automonteur, terwijl wel uitdrukkelijk naar zijn werkzaamheden is gevraagd door de politie.

Ook heeft hij ter zitting van het hof verklaard dat hij niemand heeft gezien op de plaats van het delict, terwijl hij bij de politie heeft verklaard dat hij twee mannen weg zag rennen. Deze twee mannen zouden in een rode Ford rijden, aldus verdachte bij de politie.

Van de vriendin die hij bij de plaats delict zou hebben afgezet, wil hij (behalve een voornaam) geen gegevens verstekken. Dit terwijl zij verdachtes verklaring zou kunnen bevestigen en zijn verklaring voor zijn aanwezigheid ter plaatse zou kunnen ondersteunen.

Gelet op de steeds wisselende verklaringen van verdachte en het feit dat hij geen openheid van zaken geeft over de vriendin waar hij over heeft verklaard, hecht het hof geen geloof aan de verklaringen van verdachte.

Op grond van de voorhanden zijnde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen, acht het hof het subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 7 april 2014 te Uddel, gemeente Apeldoorn, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen vanaf een bedrijventerrein, gelegen aan de [a-straat 1] aldaar, een hoeveelheid brandstof (diesel), toebehorende aan [A], met voormeld oogmerk voornoemde brandstof (diesel) in diverse vaten heeft gestopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het subsidiair bewezen verklaarde levert op:

poging tot diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft gepoogd diesel te stelen. Hij heeft ’s nachts 180 liter diesel uit de tanks van de vrachtwagens van [A] gehaald en in zes jerrycans klaargezet om mee te nemen. Er stonden nog vijf jerrycans klaar om gevuld te worden.

Een dergelijke vorm van criminaliteit veroorzaakt hinder, schade en ergernis voor de slachtoffers. De verdachte heeft enkel en alleen gehandeld vanuit het oogpunt van financieel gewin en zich van de mogelijke gevolgen geen rekenschap gegeven. Hij heeft er door zijn handelen blijk van gegeven weinig respect te hebben voor de eigendomsrechten van anderen.

Uit het de verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie van 24 december 2015 blijkt dat hij eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

Door de verdachte is ter zitting van het hof naar voren gebracht dat hij een kamer huurt in Amsterdam, dat hij in Nederland werkt om zijn familie in Roemenië te onderhouden en dat hij in staat is een taakstraf in Nederland uit te voeren.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat een gevangenisstraf van na te noemen duur een passende en noodzakelijke bestraffing is. Een lichtere strafmodaliteit is thans, gelet op de aard en de ernst van het gepleegde misdrijf en de recidive van verdachte, niet aan de orde.

Vordering van de benadeelde partij [A]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat haar vordering in eerste aanleg niet is toegewezen en dat zij zich binnen de grenzen van haar eerste vordering in het geding in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort. Blijkens het voegingsformulier benadeelde partijen in het strafproces vordert de benadeelde partij vergoeding van materiële schade tot een bedrag van € 2.196,--.

Dat de gestelde schade door het subsidiair bewezenverklaarde handelen van verdachte is veroorzaakt, is niet gebleken. De schade is immers geleden door eerdere diefstallen en niet door de poging tot diefstal waaraan verdachte schuldig is. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 45, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [A]

Verklaart de benadeelde partij [A] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Aldus gewezen door

mr. A.J. Smit, voorzitter,

mr. B.J.J. Melssen en mr. G. Dam, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M. Nijhuis, griffier,

en op 3 februari 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. G. Dam is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 3 februari 2016.

Tegenwoordig:

mr. W. Foppen, voorzitter,

mr. I.E.W. Gonzales, advocaat-generaal,

mr. M. Nijhuis, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.