Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:1599

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
01-03-2016
Datum publicatie
10-03-2016
Zaaknummer
200.156.376
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

beroep op onvoorziene omstandigheden en op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2016/107
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht,

zaaknummer gerechtshof 200.156.376

(zaaknummer kantonrechter te Zutphen: 2376235)

arrest van 1 maart 2016

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Recreatiecentrum Het Zonnetje B.V.,

gevestigd te Zelhem, gemeente Bronckhorst,

appellante,

hierna: Het Zonnetje,

advocaat: mr. S.G. Volbeda,

tegen:

1. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

Vereniging Vakantiebungalowpark Het Zonnetje,

gevestigd te Zelhem, gemeente Bronckhorst,

2. [geïntimeerde 2], wonende te [woonplaats],

3. [geïntimeerde 3], wonende te [woonplaats],

4. [geïntimeerde 4], wonende te [woonplaats],

5. [geïntimeerde 5], wonende te [woonplaats],

6 [geïntimeerde 6], wonende te [woonplaats],

7. [geïntimeerde 7], wonende te [woonplaats],

8. [geïntimeerde 8],
wonende te [woonplaats],

9. [geïntimeerde 9], wonende te [woonplaats],

10. [geïntimeerde 10], wonende te [woonplaats],

11. [geïntimeerde 11], wonende te [woonplaats],

geïntimeerden,

hierna gezamenlijk: de Vereniging,

advocaat: mr. G. Beekman.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 4 november 2014 hier over.

1.2

Het verdere verloop blijkt uit:

- het proces-verbaal van de op 5 december 2014 ter openbare terechtzitting gehouden comparitie van partijen,

- de memorie van grieven,

- de memorie van antwoord,

- het proces-verbaal van de op 17 februari 2016 ter openbare terechtzitting van dit hof gehouden meervoudige comparitie van partijen.

1.3

Vervolgens heeft het hof arrest bepaald op de door partijen overgelegde dossiers.

2 De vaststaande feiten

2.1

Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 2.1. tot en met 2.8. van het bestreden vonnis van 11 juni 2014.

2.2

Kort weergegeven staat daarmee het volgende vast:
Het Zonnetje is eigenaar van een recreatiepark (hierna: het park), waarop verschillende vakantiebungalows zijn gebouwd, waaronder de bungalows die door de leden van de Vereniging worden gebruikt. Bij brief van 1 maart 1997 heeft de Vereniging aan Het Zonnetje geschreven dat haar leden zich niet langer tegen de plaatsing van de slagboom zullen verzetten, onder meer onder de voorwaarden dat pasjes voor de slagboom gratis ter beschikking van de leden zullen worden gesteld, en dat in de toekomst daarvoor aan de leden ook geen kosten in rekening zullen worden gebracht, dat er geen kosten in rekening zullen worden gebracht in verband met de aankoop en plaatsing van de slagboom en dat ook eventuele kosten voor onderhoud, reparatie en vervanging in de toekomst aan de leden niet in rekening zullen worden gebracht. Hiermee heeft Het Zonnetje ingestemd, waarna Het Zonnetje is overgegaan tot plaatsing van een slagboom.
De slagboom is in 2005 onherstelbaar beschadigd geraakt. In 2012 heeft Het Zonnetje de slagboom vervangen en aan (elk van de leden van) de Vereniging en aan de overige gebruikers van bungalows in het park een toegangspasje aangeboden, tegen betaling van een borgsom van € 125 en ondertekening van een waarborgcontract. De leden van de Vereniging hebben deze bedragen betaald om de slagboom te kunnen passeren.

3 Het geschil en de beslissing in eerste aanleg

3.1

De Vereniging heeft in eerste aanleg in conventie kort samengevat de verklaring voor recht gevorderd dat zij en hun rechtsopvolgers ter zake van een slagboom in de toekomst geen enkel bedrag verschuldigd zullen zijn, met veroordeling van Het Zonnetje tot terugbetaling van de borgsommen en veroordeling van Het Zonnetje in de proceskosten. De kantonrechter heeft bij het bestreden vonnis geoordeeld dat Het Zonnetje is gebonden aan de in maart 1997 gesloten overeenkomst, volgens welke Het Zonnetje aan de leden van de Vereniging geen kosten aangaande een slagboom in rekening mag brengen. Op grond hiervan is in dat vonnis de vordering tot terugbetaling van de borgsommen toegewezen, met veroordeling van Het Zonnetje in de proceskosten. De kantonrechter heeft de gevorderde verklaring voor recht echter afgewezen.

3.2

Het Zonnetje heeft in reconventie, kort samengevat, gevorderd dat de kantonrechter voor recht zal verklaren dat de Vereniging en haar rechtsopvolgers de waarborgsom van € 125 verschuldigd zijn aan Het Zonnetje, alsmede een bedrag van € 5 per twee maanden, en dat de Vereniging in de proceskosten zal worden veroordeeld. De kantonrechter heeft deze vordering bij het bestreden vonnis afgewezen en heeft Het Zonnetje in de proceskosten in reconventie veroordeeld.

4 De beoordeling van de grieven en de vordering

4.1

Uitsluitend Het Zonnetje heeft hoger beroep ingesteld. Hierdoor ligt de afwijzing van de vordering van de Vereniging om een verklaring voor recht af te geven, dat haar leden ter zake van een slagboom nooit een kostenbijdrage verschuldigd zullen zijn, in hoger beroep niet ter beoordeling voor.

4.2

Met de grieven I en II en de daarop gegeven toelichting heeft Het Zonnetje betoogd dat de kantonrechter haar beroep op onvoorziene omstandigheden (als bedoeld in artikel 6:258 BW) en op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 lid 2 BW, artikel 6:2 BW) ten onrechte heeft verworpen. Volgens Het Zonnetje zijn de omstandigheden gewijzigd en moest de slagboom, die in 2005 onherstelbaar beschadigd is geraakt, in 2012 worden vervangen vanwege een toename van de criminaliteit. Er zijn de laatste jaren minder bewoners aanwezig nu de gemeente op permanente bewoning is gaan controleren, en deze rust bevordert de criminaliteit. De bewoners zijn gebaat bij de slagboom, doordat de veiligheid daardoor is toegenomen en men zich ook veiliger voelt. De verandering van de omstandigheden is van dien aard dat de Vereniging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst mag verwachten, en de omstandigheden maken het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat de Vereniging zich nog op de overeenkomst blijft beroepen.

4.3

Volgens de tekst van de brief van 1 maart 1997, waarmee Het Zonnetje onverkort heeft ingestemd, zal Het Zonnetje pasjes, waarmee de slagboom kan worden bediend, gratis aan de leden van de Vereniging ter beschikking stellen en zal zij de Vereniging ook geen bedragen in rekening brengen wegens onderhoud aan de slagboom.
In geval van onvoorziene omstandigheden, kan de rechter deze overeenkomst wijzigen of ontbinden indien de gewijzigde omstandigheden van dien aard zijn, dat de Vereniging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding daarvan niet mag verwachten. De door Het Zonnetje gestelde (en door de Vereniging betwiste) toename van (het gevaar van) criminaliteit op het park kan wellicht een in de overeenkomst onvoorziene wijziging van de omstandigheden opleveren, maar het valt niet in te zien dat de Vereniging Het Zonnetje naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet meer kan houden aan de verplichting om het gebruik van de slagboom gratis te verzorgen.
Ook indien alle gebruikers van het park profijt hebben van de slagboom, zoals Het Zonnetje heeft gesteld en de Vereniging heeft tegengesproken, is dat onvoldoende om de in 1997 gesloten overeenkomst opzij te zetten. Hetzelfde geldt voor het argument van Het Zonnetje dat de andere parkgebruikers nu mogelijk meer moeten betalen doordat de Vereniging Het Zonnetje aan de overeenkomst houdt. Mogelijk kan de Vereniging zich niet langer verzetten tegen de aanwezigheid van een slagboom, maar dat is iets anders dan dat zij verplicht zijn om in de kosten daarvan bij te dragen. De grieven I en II falen daarom.

4.4

Met de grieven III en IV gaat Het Zonnetje er ten onrechte van uit dat haar beroep op onvoorziene omstandigheden en/of de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid gegrond is. Rechtsoverweging 7.6 en volgende van het bestreden vonnis houden namelijk in dat de overeenkomst de rechtsgrond bevat voor het voordeel dat de Vereniging naar zeggen van Het Zonnetje geniet doordat er (weer) een slagboom is geïnstalleerd en doordat er camera’s hangen. Voor grief V geldt hetzelfde: deze grief heeft uitsluitend betrekking op de beslissing over de proceskosten in eerste aanleg, welke beslissing juist is nu Het Zonnetje de in het ongelijk gestelde partij is.
De grieven III tot en met V delen het lot van de grieven I en II.

5 De slotsom

5.1

De grieven falen, zodat het bestreden vonnis moet worden bekrachtigd.

5.2

Als de in het ongelijk te stellen partij zal het hof Het Zonnetje in de kosten van het hoger beroep veroordelen. Deze kosten zullen aan de zijde van de Vereniging worden vastgesteld op € 704 griffierecht en € 1.896 voor salaris van de advocaat (3 punten x tarief I).

6 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter te Zutphen van 11 juni 2014;

veroordeelt Het Zonnetje in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van de Vereniging begroot op € 704 aan verschotten en € 1.896 voor salaris van de advocaat;

verklaart dit arrest voor zover het de hierin vermelde proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. H.E. de Boer, F.W.J. Meijer en J.G.J. Rinkes en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 1 maart 2016.