Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:1253

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
18-02-2016
Datum publicatie
10-03-2016
Zaaknummer
200.173.743
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vader tegen de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Utrecht respectievelijk de gemeente Woerden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2016/4939
FJR 2016/72.18
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.173.743

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, 382556)

beschikking van de familiekamer van 18 februari 2016

inzake

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats ],
verzoeker in hoger beroep,

verder te noemen: de vader,

advocaat: mr. M.L. Genet te Utrecht,

en

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Utrecht,

en

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Woerden,

verweerders in hoger beroep,

verder gezamenlijk te noemen: de ambtenaren van de burgerlijke stand.

Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt:

[belanghebbende] ,

wonende te [woonplaats ] ,

verder te noemen: de moeder,

advocaat: mr. M. Cortet te Utrecht,

en

mr. I.C.G.M. van Dijck,

in haar hoedanigheid van bijzondere curator van de hierna te noemen [kind 1] en [kind 2] ,

kantoorhoudende te Nijmegen,

verder te noemen: de bijzondere curator.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 15 april 2015 uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift, ingekomen op 13 juli 2015;

- een brief van mr. Genet van 5 augustus 2015 met productie 4, ingekomen op 6 augustus

2015;

- een journaalbericht van mr. Cortet van 12 augustus 2015, ingekomen op 17 augustus 2015;

- een journaalbericht van mr. Genet van 14 september 2015 met drie bijlagen, ingekomen op
16 september 2015;

- het verweerschrift van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Utrecht van

18 september 2015, ingekomen op 21 september 2015;

- een brief van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Utrecht

van 22 september 2015, ingekomen op 23 september 2015;

- het verweerschrift van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Woerden

van 22 september 2015, ingekomen op 23 september 2015.

2.2

Bij beschikking van 11 januari 2016 heeft het hof ambtshalve mr. Van Dijck tot bijzondere curator over de na te noemen kinderen [kind 1] en [kind 2] benoemd.

2.3

De mondelinge behandeling heeft op 21 januari 2016 plaatsgevonden. Namens de vader is zijn advocaat verschenen. Voorts zijn verschenen [A] , ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Utrecht, en [B] , ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Woerden. Tevens zijn verschenen de moeder, bijgestaan door haar advocaat, en de bijzondere curator.

2.4

Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft de advocaat van de vader een origineel, gelegaliseerd afschrift van een Marokkaanse huwelijksakte overgelegd met een bijgevoegde beëdigde vertaling. Voorts heeft zij bij deze gelegenheid in het geding gebracht een origineel, gelegaliseerd afschrift van een Marokkaanse echtscheidingsuitspraak met een bijgevoegde beëdigde vertaling. Het hof heeft de ambtenaren van de burgerlijke stand de gelegenheid gegeven van deze documenten kennis te nemen en heeft daartoe de behandeling geschorst. Na hervatting van de behandeling hebben de ambtenaren van de burgerlijke stand meegedeeld voldoende gelegenheid te hebben gehad van de desbetreffende stukken kennis te nemen en hebben zij ermee ingestemd dat het hof deze stukken in de beoordeling betrekt. Het hof zal derhalve op basis van ook deze stukken recht doen.

3 De vaststaande feiten

3.1

De vader is geboren op [geboortedatum] 1980 te Marokko. Hij heeft uitsluitend de Marokkaanse nationaliteit. De moeder is geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] . Zij heeft sinds haar geboorte zowel de Marokkaanse als de Nederlandse nationaliteit.

3.2

De moeder is op 18 augustus 2000 in Marokko gehuwd met de destijds in Marokko wonende [C] . Zij is in Marokko van [C] van echt gescheiden volgens de akte van echtscheiding van 28 april 2004. Nadien heeft de Nederlandse rechter de echtscheiding tussen de moeder en [C] uitgesproken, welke echtscheidingsbeschikking op 15 juni 2006 is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage. [C] is in 2010 overleden.

3.3

De vader en de moeder zijn het erover eens dat zij op 4 augustus 2004 te [plaats] (Marokko) met elkaar in het huwelijk zijn getreden. Dit huwelijk is in Nederland niet ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

3.4

Op [geboortedatum] 2006 is te [geboorteplaats] [kind 1] (hierna te noemen: [kind 1] ) geboren. Op [de volgende dag] 2006 is door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Utrecht een geboorteakte opgemaakt onder nummer [nummer] . Deze akte vermeldt de geboorte van [kind 1] en vermeldt als oudergegevens uitsluitend de gegevens van de moeder. Bij akte van erkenning van 28 december 2006 heeft de vader [kind 1] onder toepassing van Nederlands recht erkend. Daarbij is gekozen voor de geslachtsnaam [achternaam man] .

3.5

Op [geboortedatum] 2009 is te [geboorteplaats] [kind 2] (hierna te noemen: [kind 2] ) geboren. Bij akte van erkenning van 13 mei 2009 heeft de vader [kind 2] vóór diens geboorte onder toepassing van Nederlands recht erkend. Daarbij is gekozen voor de geslachtsnaam [achternaam man] . Op 3 september 2009 is door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Woerden een geboorteakte opgemaakt onder nummer [nummer] . Deze akte vermeldt de geboorte van [kind 2] en vermeldt als oudergegevens de gegevens van zowel de moeder als de vader.

3.6

Bij uitspraak van 1 april 2014 heeft de rechtbank te [plaats] (Marokko) de definitieve echtscheiding tussen de vader en de moeder uitgesproken op grond van duurzame ontwrichting van het huwelijk.

4 De omvang van het geschil

4.1

De vader heeft de rechtbank op grond van artikel 1:24 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht de verbetering te gelasten van de geboorteakten van [kind 1] en [kind 2] in die zin dat als vadergegevens worden vermeld de geslachtsnaam [achternaam man] en de voornaam [voornaam man] en dat worden doorgehaald de latere vermeldingen van erkenning. De rechtbank heeft de verzoeken van de vader afgewezen.

4.2

De vader is met één grief in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Hij verzoekt het hof bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, de bestreden beschikking te vernietigen en zijn in eerste aanleg gedane verzoeken alsnog toe te wijzen dan wel een beslissing te nemen die het hof juist acht.

4.3

De ambtenaren van de burgerlijke stand hebben verweer gevoerd en verzocht om bekrachtiging van de bestreden beschikking.

5 De motivering van de beslissing

5.1

Op grond van artikel 3, aanhef en sub a, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering komt de Nederlandse rechter in deze zaak rechtsmacht toe.

5.2

Op grond van artikel 1:24 BW kunnen onvolkomenheden in de registers van de burgerlijke stand worden hersteld. In lid 1 van dat artikel is bepaald dat aanvulling van een register van de burgerlijke stand met een daarin ontbrekende akte of latere vermelding, doorhaling van een daarin ten onrechte voorkomende akte of latere vermelding, of verbetering van een daarin voorkomende akte of latere vermelding die onvolledig is of een misslag bevat, op verzoek van belanghebbenden of van het openbaar ministerie kan worden gelast door de rechtbank.

5.3

De vader betoogt in de kern dat ten tijde van de erkenning van [kind 1] en [kind 2] door hem en ten tijde van hun geboorte sprake was van een rechtsgeldig huwelijk tussen de moeder en hem dat in Nederland dient te worden erkend, zodat hij bij hun geboorte van rechtswege juridisch vader is geworden en de erkenning van de kinderen onnodig is geschied.

5.4

De ambtenaren van de burgerlijke stand betogen, kort gezegd, dat de akten van erkenning van de kinderen destijds terecht zijn opgemaakt. Zij hebben in hun verweerschriften aangevoerd dat de vader en de moeder hebben nagelaten een originele en gelegaliseerde huwelijksakte en een gelegaliseerde vertaling daarvan te verstrekken en dat zij evenmin een origineel en gelegaliseerd afschrift van de rechterlijke uitspraak met betrekking tot de ontbinding van hun huwelijk en een gelegaliseerde vertaling daarvan hebben verstrekt.

5.5

De moeder stelt zich evenals de vader op het standpunt dat in 2004 tussen hen in Marokko een rechtsgeldig huwelijk is gesloten dat in Nederland dient te worden erkend. Zij heeft geen bezwaar tegen toewijzing van de verzoeken van de vader.

5.6

Het hof overweegt omtrent het voorgaande als volgt.

5.7

Volgens artikel 10:92 lid 1 BW wordt de vraag of een kind door geboorte in familierechtelijke betrekkingen komt te staan tot de vrouw uit wie het is geboren en de met haar gehuwde of gehuwd geweest zijnde persoon, bepaald door:

- het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de vrouw en die

persoon of, indien dit ontbreekt,

- het recht van de staat waar de vrouw en die persoon elk hun gewone verblijfplaats

hebben, of indien ook dit ontbreekt,

- het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind.

Wanneer de in lid 1 genoemde persoon en de vrouw een nationaliteit gemeenschappelijk hebben, geldt volgens lid 2 van artikel 10:92 BW voor de toepassing van lid 1 als hun nationale recht het recht van die nationaliteit, ongeacht of zij beiden dan wel één hunner nog een andere nationaliteit bezitten. Bezitten de echtgenoten meer dan een gemeenschappelijke nationaliteit, dan worden zij geacht geen gemeenschappelijke nationaliteit te hebben.

Volgens lid 3 van dit artikel is voor de toepassing van het eerste lid, voor zover hier relevant, bepalend het tijdstip van de geboorte van het kind.

5.8

Vast staat dat de moeder en de vader ten tijde van de geboorte van de kinderen één nationaliteit gemeenschappelijk hadden, te weten de Marokkaanse nationaliteit. Dit betekent ingevolge artikel 10:92 BW dat de vraag of de kinderen door geboorte in familierechtelijke betrekkingen tot de vader zijn komen te staan, moet worden beantwoord naar Marokkaans recht.

5.9

Bij de beoordeling van de vraag of [kind 1] en [kind 2] ingevolge het toepasselijke Marokkaanse recht door geboorte in familierechtelijke betrekkingen tot de vader zijn komen staan, rijst evenwel de voorvraag of het op 4 augustus 2004 te Marokko tussen de vader en de moeder gesloten huwelijk in Nederland dient te worden erkend. Deze voorvraag dient gelet op het bepaalde in artikel 10:33 BW zelfstandig te worden aangeknoopt. Dit wil zeggen dat de vraag of het tussen de vader en de moeder gesloten huwelijk als rechtsgeldig kan worden erkend niet wordt beoordeeld naar het recht dat op de hoofdvraag (de afstammingsvraag) toepasselijk is, maar aan de hand van de erkenningregels betreffende in het buitenland gesloten huwelijken als neergelegd in de artikelen 10:31 en 10:32 BW.

5.10

Volgens artikel 10:31 lid 1 BW wordt een buiten Nederland gesloten huwelijk dat ingevolge het recht van de staat waar de huwelijksvoltrekking plaatsvond rechtsgeldig is of nadien rechtsgeldig is geworden, in Nederland als zodanig erkend. Ingevolge lid 4 van dit artikel wordt een huwelijk vermoed rechtsgeldig te zijn, indien een huwelijksverklaring is afgegeven door een bevoegde autoriteit. De in deze bepaling bedoelde huwelijksverklaring omvat elk stuk dat door een in de staat van huwelijksvoltrekking bevoegde autoriteit is afgegeven om tot bewijs van het bestaan van een huwelijk te dienen.

5.11

Naar het oordeel van het hof levert het van de zijde van de vader tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep overgelegde afschrift van de huwelijksakte (met bijgevoegde vertaling door een in Nederland toegelaten beëdigde vertaler) het rechtsvermoeden op dat tussen de moeder en hem op 4 augustus 2004 in Marokko een naar Marokkaans recht rechtsgeldig huwelijk is gesloten. Het betreft een origineel afschrift van de huwelijksakte, gehomologeerd door de notariële rechter en getekend door de legalisatierechter. Dit afschrift is gelegaliseerd door achtereenvolgens het ministerie van buitenlandse zaken van Marokko en de voor Marokko bevoegde Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging. Naar de advocaat van de vader heeft verklaard, heeft zij dit originele (uit één vel bestaande) afschrift tezamen met de daarbij gevoegde beëdigde vertaling als één aan elkaar gehecht/geniet stuk ontvangen.

Dat de vader en de moeder in 2004 in Marokko naar Marokkaans recht rechtsgeldig met elkaar in het huwelijk zijn getreden vindt voorts bevestiging in het van de zijde van de vader tijdens de mondelinge behandeling overgelegde afschrift van de uitspraak van de rechtbank te [plaats] (Marokko) van 1 april 2014 (met bijgevoegde vertaling door een in Nederland toegelaten beëdigde vertaler). In die uitspraak wordt de definitieve echtscheiding tussen de vader en de moeder uitgesproken en de uitspraak maakt melding van het feit dat de vader en de moeder op grond van een huwelijksakte uit 2004 met elkander zijn gehuwd. Het betreft een origineel afschrift van de echtscheidingsuitspraak, getekend door de legalisatierechter. Dit afschrift is gelegaliseerd door achtereenvolgens het ministerie van buitenlandse zaken van Marokko en de voor Marokko bevoegde Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging. Het feit dat de registratienummers van de huwelijksakte zoals vermeld in het afschrift van de huwelijksakte niet geheel overeenstemmen met die van de huwelijksakte zoals vermeld in het afschrift van de echtscheidingsuitspraak, maakt het oordeel niet anders.

Tijdens de mondelinge behandeling hebben de ambtenaren van de burgerlijke stand ook verklaard in de bewuste discrepantie tussen de registratienummers en enkele onduidelijkheden in de vertalingen onvoldoende aanleiding te zien aan de echtheid van de afschriften van de huwelijksakte en de echtscheidingsuitspraak te twijfelen.

5.12

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat tussen de vader en de moeder op 4 augustus 2004 in Marokko een naar Marokkaans recht rechtsgeldig huwelijk is gesloten dat op grond van artikel 10:31 BW als zodanig voor erkenning in Nederland in aanmerking komt.

5.13

Ingevolge het bepaalde in artikel 10:32 BW dient evenwel tevens te worden beoordeeld of de erkenning van dit huwelijk afstuit op de Nederlandse openbare orde. Volgens artikel 10:32, aanhef en sub a, BW zoals het geldt sinds 5 december 2015, wordt ongeacht artikel 10:31 BW aan een buiten Nederland gesloten huwelijk erkenning onthouden, indien deze erkenning kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde en in ieder geval indien, voor zover hier relevant, een der echtgenoten op het tijdstip van de sluiting van dat huwelijk reeds gehuwd was met een persoon die de Nederlandse nationaliteit bezat of zelf de Nederlandse nationaliteit bezat of in Nederland zijn gewone verblijfplaats had, tenzij het eerder gesloten huwelijk is ontbonden of nietig verklaard.

5.14

De ambtenaren van de burgerlijke stand hebben onbetwist aangevoerd dat hoewel het huwelijk tussen de moeder en [C] in Marokko reeds in 2004 is ontbonden, dit huwelijk in Nederland eerst op 15 juni 2006 is ontbonden om reden dat de in Marokko tot stand gekomen huwelijksontbinding in Nederland niet werd erkend. Dit betekent dat het huwelijk tussen de moeder en de vader is gesloten op een moment dat de moeder in Nederland nog werd geacht te zijn gehuwd met [C] .

5.15

Weliswaar bezat de moeder op het tijdstip van sluiting van het huwelijk met de vader de Nederlandse nationaliteit en werd zij op dat moment in Nederland nog geacht te zijn gehuwd met [C] , maar omdat haar huwelijk met [C] op 15 juni 2006 in Nederland is ontbonden kan vanaf laatstgenoemde datum erkenning van het huwelijk tussen de moeder en de vader niet langer als strijdig met de Nederlandse openbare orde worden aangemerkt. Het tussen de moeder en de vader gesloten huwelijk dient daarom vanaf die datum in Nederland te worden erkend.

5.16

Naar het op de afstammingsvraag toepasselijke Marokkaanse recht, meer in het bijzonder de artikelen 152 tot en met 154 van de Mudawwana, zijn [kind 1] en [kind 2] door geboorte van rechtswege in familierechtelijke betrekkingen tot de vader komen te staan.

5.17

De slotsom is dat [kind 1] en [kind 2] vanwege het huwelijk tussen de vader en de moeder door geboorte van rechtswege in familierechtelijke betrekkingen tot de vader zijn komen te staan en dat de erkenning van hen door de vader onnodig is geschied. Gelet daarop zal het hof de bestreden beschikking vernietigen en het verzoek van de vader tot, kort gezegd, herstel van de onvolkomenheden in de registers van de burgerlijke stand alsnog toewijzen zoals hierna onder 6 vermeld. Van de zijde van de bijzondere curator zijn geen bezwaren ingebracht tegen inwilliging van het verzoek.

Van de door de vader verzochte uitvoerbaarverklaring bij voorraad kan in een zaak als de onderhavige geen sprake zijn.

6 De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 15 april 2015 en opnieuw beschikkende:

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Utrecht:

1. te verbeteren de akte van geboorte met nummer [nummer] van 2006 betreffende het kind met de voornaam [kind 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2006, in die zin dat daarin alsnog als vadergegevens worden vermeld:

 geslachtsnaam: [achternaam man] ;

 voornaam: [voornaam man] ;

 plaats van geboorte: [plaats] , Marokko;

 dag van geboorte: [geboortedatum] 1980;

2) door te halen de bij voormelde geboorteakte behorende latere vermelding betreffende erkenning;

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Woerden:

door te halen de latere vermelding betreffende erkenning, behorende bij de akte van geboorte met nummer [nummer] van 2009 betreffende het kind met de voornaam [kind 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2009;

bepaalt dat de griffier van dit hof overeenkomstig het bepaalde in artikel 1:24 lid 2 BW een afschrift van deze beschikking doet toekomen aan voormelde ambtenaren van de burgerlijke stand, doch niet eerder dan drie maanden na heden en slechts indien geen cassatie is ingesteld;

wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mrs. P.M.M. Mostermans, R. Feunekes en

M.E.L. Klein, bijgestaan door mr. I.T.M.W. Smulders-Jacobs als griffier, en is op 18 februari 2016 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.