Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:1164

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
17-02-2016
Datum publicatie
17-02-2016
Zaaknummer
21-004694-14
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2014:4815, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Oplichting en/of verduistering. Valse hoedanigheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-004694-14

Uitspraak d.d.: 17 februari 2016

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 30 juli 2014 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 05-701044-12 en 05-701862-12, tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1961] ,

wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 3 februari 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot bevestiging van het vonnis waarvan beroep met aanvulling van gronden. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. J.A. Schadd, naar voren is gebracht.

De omvang van het beroep in verband met deelvrijspraken.

De rechtbank heeft verdachte vrijgesproken van oplichting en verduistering in de zaken tegen [aangever 1] , [aangever 2] , [aangever 3] , [aangever 4] en [aangever 5] . Tegen deze zaken staat hoger beroep voor de verdachte niet open, zodat het beroep in zoverre niet- ontvankelijk wordt verklaard.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep -voor zover aan zijn oordeel onderworpen- vernietigen omdat het tot een deels andere bewijsbeslissing komt. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg- tenlastegelegd dat:

Zaak met parketnummer 05-701044-12:

1:
Hij in of omstreeks de periode van 6 augustus 2010 tot en met 2 mei 2012 te Arnhem en/of Elst en/of Duiven en/of Huissen en/of Oosterbeek en/of Velp en/of Wageningen, althans in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 15] (blz. 70 t/m 72) en/of [benadeelde 8] (blz. 95 t/m 97) en/of [betrokkene 1] (blz. 110 t/m 112) en/of [benadeelde 2] (blz 144 t/m 145) en/of [benadeelde 9] (blz 149 t/m 151) en/of [betrokkene 2] (blz. 157 t/m 159) en/of [benadeelde 17] (blz. 175 t/m 177) en/of [betrokkene 3] (blz. 182 t/m 184) en/of [benadeelde 10] (blz. 205 t/m 207) en/of [benadeelde 4] (blz. 229 t/m 231) en/of [benadeelde 14] (blz. 243 t/m 244 ) en/of [benadeelde 3] (blz. 257 t/m 259) en/of [benadeelde 16] (blz. 294 t/m 295) en/of [benadeelde 1] (blz. 336 t/m 337) en/of [benadeelde 7] (blz. 344 t/m 346) en/of [benadeelde 12] (blz. 415 t/m 417) en/of [benadeelde 13] ( blz. 221 t/m 224) en/of [benadeelde 11] (blz. 236 t.m 238) en/of [benadeelde 5] (blz 367 t/m 368) en/of [benadeelde 6] (blz. 402 t/m 404) en/of een of meer anderen perso(o)n(en) heeft bewogen tot de afgifte van geld, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven –

zich vals voorgedaan als bonafide leverancier van (huishoudelijke) goederen/apparaten en/of valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid telkens tegen bovengenoemde perso(o)n(en) gezegd/verteld -zakelijk weergegeven-:

- dat het/de goed(eren)/appara(a)t(en) waarvan de reparatie was verzocht niet meer te repareren was/waren en/of

- dat de reparatie (te) duur zou worden en/of

- dat het (daarom) beter/verstandiger was om (een) nieuw(e) goed(eren)/appara(a)t(en) aan te schaffen en/of

- dat het/de goed(eren)/appara(a)t(en) via hem kon(den) worden besteld en/of

- dat hij het/de goed(eren)/appara(a)t(en) tegen een goede/speciale, althans een bepaalde prijs kon aanbieden en/of

- dat hij het/de goed(eren)/appara(a)t(en) zo snel mogelijk zou leveren en/of

- dat hij binnen een bepaalde termijn het/de goed(eren)/appara(a)t(en) kon leveren en/of

- dat de (gehele) betaling van het/de goed(eren)/appara(a)t(en) per direct gedaan moest worden, waardoor bovengenoemde perso(o)n(en) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

EN/OF

hij in of omstreeks de periode van 6 augustus 2010 tot en met 2 mei 2012 te Arnhem, althans in Nederland opzettelijk (een hoeveelheid) geld, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 15] (blz. 70 t/m 72) en/of [benadeelde 8] (blz. 95 t/m 97) en/of [betrokkene 1] (blz. 110 t/m 112) en/of [benadeelde 2] (blz. 144 t/m 145) en/of [benadeelde 9] ( blz. 149 t/m 151 ) en/of [betrokkene 2] (blz. 157 t/m 159) en/of [benadeelde 17] ( blz. 175 t/m 177 ) en/of [betrokkene 3] ( blz. 182 t/m 184 ) en/of [benadeelde 10] (blz. 205 t/m 207) en/of [benadeelde 4] (blz. 229 t/m 231) en/of [benadeelde 14] (blz. 243 t/m 244) en/of [benadeelde 3] (blz. 257 t/m 259) en/of [benadeelde 16] (blz. 294 t/m 295) en/of [benadeelde 1] (blz. 336 t/m 337) en/of [benadeelde 7] (blz. 344 t/m 346) en/of [benadeelde 12] (blz. 415 t/m 417) en/of [benadeelde 13] (blz. 221 t/m 224) en/of [benadeelde 11] (blz. 236 t/m 238) en/of [benadeelde 5] (blz 367 t/m 368) en/of [benadeelde 6] (blz. 402 t/m 404) en/of een of meer anderen perso(o)n(en), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geld verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend, immers heeft verdachte (een hoeveelheid) geld ontvangen van bovengenoemde perso(o)n(en) voor de levering van het/de bij hem, verdachte, bestelde goed(eren)/appara(a)t(en) maar heeft hij het/de goed(eren)/appara(a)t(en) nooit geleverd en/of het geld nooit terug gegeven;

2:
Hij in of omstreeks de periode van 21 oktober 2009 tot en met 2 mei 2012 te Arnhem en/of Elst en/of Duiven en/of Huissen en/of Oosterbeek en/of Velp en/of Wageningen, althans in Nederland met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 23] (blz. 78 t/m 80), [benadeelde 18] (blz. 87 t/m 89), [benadeelde 32] (blz. 119 t/m 121), [betrokkene 4] (blz. 125 t/m 127), [benadeelde 21] (blz. 139 t/m 140), [benadeelde 19] (blz. 163 t/m 165), [benadeelde 26] (blz. 169 t/m 170), [betrokkene 5] (blz. 190 t/m 192), [benadeelde 22] (blz. 198 t/m 199), [benadeelde 30] (blz. 213 t/m 215), [betrokkene 6] (blz. 250 t/m 251), [benadeelde 28] (blz. 264 t/m 265), [benadeelde 24] (blz. 271 t/m 273), [benadeelde 20] (blz. 287 t/m 288), [benadeelde 25] (blz. 302 t/ 304), [benadeelde 29] (blz. 315 t/m 316), [betrokkene 7] (blz. 321 t/m 322), [betrokkene 8] (blz. 328 t/m 331), [benadeelde 33] (blz. 352 t/m 354), [benadeelde 27] (blz. 359 t/m 361), [benadeelde 5] (blz. 367 t/m 368), [benadeelde 35] (blz. 374 t/m 375), [benadeelde 34] (blz. 380 t/m 381), [benadeelde 31] (blz. 387 t/m 389), [benadeelde 36] (blz. 394 t/m 396), [betrokkene 9] (blz. 409 t/m 411) en/of een of meer anderen heeft bewogen tot de afgifte van geld, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven

- zich vals voorgedaan als bonafide leverancier van (huishoudelijke) goederen/apparaten en/of valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid telkens tegen bovengenoemde perso(o)n(en) gezegd/ verteld -zakelijk weergegeven-:

- dat via hem, verdachte, het/de door bovengenoemde perso(o)n(en) en/of een of meer anderen gewenst(e) goed(eren)/appara(a)t(en) kon(den) worden besteld en/of

- dat hij het/de goed(eren)/appara(a)t(en) tegen een goede/speciale, althans een bepaalde prijs kon aanbieden en/of

- dat hij het/de goed(eren)/appara(a)t(en) zo snel mogelijk zou leveren en/of

- dat hij binnen een bepaalde termijn het/de goed(eren)/appara(a)t(en) kon leveren en/of

- dat de (gehele) betaling van het/de goed(eren)/appara(a)t(en) per direct gedaan moest worden,

waardoor deze perso(o)n(en) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

EN/OF

hij in of omstreeks de periode van 21 oktober 2009 tot en met 2 mei 2012 te Arnhem, althans in Nederland opzettelijk (een hoeveelheid) geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 23] (blz.78 t/m 80), [benadeelde 18] (blz. 87 t/m 89), [benadeelde 32] (blz. 119 t/m 121), [betrokkene 4] (blz. 125 t/m 127), [benadeelde 21] (blz. 139 t/m 140), [benadeelde 19] (blz. 163 t/m 165), [benadeelde 26] (blz. 169 t/m 170), [betrokkene 5] (blz. 190 t/m 192), [betrokkene 10] (blz.198 t/m 199), [benadeelde 30] (blz. 213 t/m 215), [betrokkene 6] (blz. 250 t/m 251), [benadeelde 28] (blz. 264 t/m 265), [benadeelde 24] (blz. 271 t/m 273), [benadeelde 20] (blz. 287 t/m 288), [benadeelde 25] (blz. 302 t/ 304), [benadeelde 29] (blz. 315 t/m 316), [betrokkene 7] (blz. 321 t/m 322), [betrokkene 8] (blz. 328 t/m 331), [benadeelde 33] (blz. 352 t/m 354), [benadeelde 27] (blz. 359 t/m 361), [benadeelde 5] (blz. 367 t/m 368), [benadeelde 35] ( blz. 374 t/m 375), [benadeelde 34] (blz. 380 t/m 381), [benadeelde 31] (blz. 387 t/m 389), [benadeelde 36] (blz. 394 t/m 396), [betrokkene 9] (blz. 409 t/m 411) en/of een of meer anderen perso(o)n(en), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geld verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend, immers heeft verdachte (een hoeveelheid) geld ontvangen van bovengenoemde perso(o)n(en) voor de levering van het/de bij hem, verdachte, bestelde goed(eren)/appara(a)t(en) maar heeft hij het/de goed(eren)/appara(a)t(en) nooit geleverd en/of het geld nooit terug gegeven.


Zaak met parketnummer 05-701862-12:

1:
Hij in of omstreeks de periode van 17 november 2011 tot en met 16 juli 2012 te Huissen en/of Arnhem, althans in Nederland met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 38] (blz. 9 t/m 11) en/of een of meer anderen perso(o)n(en) heeft bewogen tot de afgifte van geld, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -

- zich vals voorgedaan als bonafide leverancier van (huishoudelijke) goederen/apparaten en/of valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid telkens tegen bovengenoemde perso(o)n(en) gezegd/verteld -zakelijk weergegeven-:

- dat het/de goed(eren)/appara(a)t(en) waarvan de reparatie was verzocht niet meer te repareren was/waren en/of

- dat de reparatie (te) duur zou worden en/of

- dat het (daarom) beter/verstandiger was om (een) nieuw(e) goed(eren)/appara(a)t(en) aan te schaffen en/of

- dat het/de goed(eren)/appara(a)t(en) via hem kon(den) worden besteld en/of

- dat hij het/de goed(eren)/appara(a)t(en) tegen een goede/speciale, althans een bepaalde prijs kon aanbieden en/of

- dat hij het/de goed(eren)/appara(a)t(en) zo snel mogelijk zou leveren en/of

- dat hij binnen een bepaalde termijn het/de goed(eren)/appara(a)t(en) kon leveren en/of

- dat de (gehele) betaling van het/de goed(eren)/appara(a)t(en) per direct gedaan moest worden,

waardoor bovengenoemde perso(o)n(en) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

EN/OF

hij in of omstreeks de periode van 17 november 2011 tot en met 18 september 2012 te Huissen en/of Arnhem, althans in Nederland opzettelijk (een hoeveelheid) geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 38] (blz. 9 t/m 11) en/of een of meer anderen perso(o)n(en), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geld verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend, immers heeft verdachte (een hoeveelheid) geld ontvangen van bovengenoemde perso(o)n(en) voor de levering van het/de bij hem, verdachte, bestelde goed(eren)/appara(a)t(en) maar heeft hij het/de goed(eren)/appara(a)t(en) nooit geleverd en/of het geld nooit terug gegeven;

2 primair:
Hij op of omstreeks 20 maart 2012 te Arnhem, althans in Nederland met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 39] (blz. 23 t/m 24) en/of een of meer anderen heeft bewogen tot de afgifte van geld, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -

- zich vals voorgedaan als bonafide leverancier van (huishoudelijke) goederen/apparaten en/of valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid tegen bovengenoemde perso(o)n(en) gezegd/verteld -zakelijk weergegeven-:

- dat de motor van het goed/apparaat (oven) waarvan de reparatie was verzocht defect was en/of

- dat een nieuwe motor via hem kon worden besteld en/of

- dat hij een nieuwe motor tegen een goede/speciale, althans bepaalde prijs kon aanbieden en/of

- dat hij een nieuwe motor binnen een paar weken, althans zo snel mogelijk zou leveren en/of

- dat de (gehele) betaling van de motor per direct gedaan moest worden,

waardoor bovengenoemde perso(o)n(en) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling leidt:

2 subsidiair:
hij in of omstreeks de periode van 20 maart 2012 tot en met 18 september 2012 te Arnhem, althans in Nederland opzettelijk (een hoeveelheid) geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 39] (blz. 23 t/m 24) en/of een of meer anderen perso(o)n(en), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geld verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend, immers heeft verdachte (een hoeveelheid) geld ontvangen van bovengenoemde perso(o)n(en) voor de levering van het/de bij hem, verdachte, bestelde goed(eren)/appara(a)t(en) maar heeft hij het/de goed(eren)/appara(a)t(en) nooit geleverd en/of het geld nooit terug gegeven.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

De geldigheid van de dagvaarding en de omvang van het hoger beroep

De inleidende dagvaarding houdt in dat verdachte onder parketnummer 05/701044-12 als feit 1 en 2 en onder parketnummer 05/701862-12 feit 1 telkens ten laste is gelegd, kort gezegd, een aantal oplichtingen en/of verduisteringen. Onder parketnummer 05/701862-12 feit 2 is een aantal oplichtingen ten laste gelegd.

In eerste aanleg is de dagvaarding ten aanzien van parketnummer 05/701862-12 gewijzigd en wel zo dat als feit 2 de feiten primair als oplichting en subsidiair als verduistering werden ten laste gelegd.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting gesteld dat, behoudens ten aanzien van parketnummer 05/701862-12 feit 2, het openbaar ministerie heeft bedoeld de feiten cumulatief ten laste te leggen. Waar de rechtbank verdachte van de telkens cumulatief tenlastegelegde oplichting heeft vrijgesproken, stelt de advocaat-generaal zich op het standpunt dat verdachte niet-ontvankelijk dient worden verklaard voor zover het appel is gericht tegen deze vrijspraken. Volgens de advocaat-generaal gaat het daarom in hoger beroep alleen nog over de verduisteringen.

De raadsman heeft aangevoerd dat hij ervan uitging dat in hoger beroep ook de oplichting weer aan de orde zou zijn. Strikt genomen zou de dagvaarding nietig zijn voor zover de feiten oplichting en verduistering cumulatief zijn tenlastegelegd. De raadsman heeft zich wat betreft de omvang van het appel gerefereerd aan het oordeel van het hof.

Het hof heeft zich zelfstandig een oordeel te vormen over de tenlastelegging.

Het hof merkt daarbij op dat de officier van justitie ten aanzien van parketnummer 05-171862-12 feit 1 in de vordering wijziging tenlastelegging aangeeft dat “de verduistering op cumulatief /alternatieve-wijze is tenlastegelegd”. Dit verdraagt zich slecht met de door de advocaat-generaal gestelde bedoeling.

Het hof is van oordeel dat de tenlastelegging ten aanzien van parketnummer 05/701044-12 de feiten 1 en 2 en parketnummer 05/701862-12 feit 1 dient te worden opgevat als een cumulatieve/alternatieve tenlastelegging. De tenlastelegging ziet dus op oplichting en/of verduistering met betrekking tot dezelfde aangevers. Oplichting en verduistering sluiten elkaar in dit opzicht uit. Waar cumulatief twee elkaar uitsluitende mogelijkheden zijn tenlastegelegd is de tenlastelegging in zoverre innerlijk tegenstrijdig en is de dagvaarding nietig. Het hof zal de dagvaarding in zoverre ook nietig verklaren.

Voor zover in de tenlastelegging de alternatieven oplichting of verduistering voorkomen is de dagvaarding geldig.

Naar het oordeel van het hof is in hoger beroep dus zowel de oplichting als de verduistering aan de orde bij de feiten met parketnummer 05/701044-12, feit 1 en 2 en onder parketnummer 05/701862-12 feit 1. Het hof zal omwille van de duidelijkheid de letters A en B gebruiken in de tenlastelegging, voor zover deze hieronder wordt bewezenverklaard.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

Door de verdediging is aangevoerd dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk zou moeten worden verklaard vanwege het volgende. Het initiatief voor de aanhouding van verdachte is uitgegaan van het tv-programma TROS Opgelicht. Bij die aanhouding van verdachte heeft volgens de verdediging geen fatsoenlijke belangenafweging bij politie en justitie plaatsgehad. De beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit zijn volgens de verdediging bij die aanhouding geschonden. De verdediging stelt zich op het standpunt dat er sprake is van een onherstelbaar vormverzuim, zonder dit evenwel verder te benoemen.

Het hof is van oordeel dat het in de rede had gelegen om verdachte niet op straat en onder het oog van de camera aan te houden maar veeleer om hem uit te nodigen voor verhoor op het politiebureau en om hem eventueel vervolgens aan te houden. Er is echter geen sprake van een onherstelbaar vormverzuim noch ook van een inbreuk op de beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan. Voor niet ontvankelijk verklaring van het openbaar ministerie in de vervolging is dus geen plaats.

Het verweer wordt verworpen.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 05-701862-12 onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Namens verdachte is aangevoerd dat van oplichting geen sprake is, onder meer omdat er geen sprake zou zijn van een valse hoedanigheid en, hoewel er misschien wel smoesjes zijn gebruikt door verdachte, er onvoldoende bewijs is om te spreken van ‘het bewegen tot afgifte van geld’. Ook van verduistering zou de verdachte moeten worden vrijgesproken, omdat hij de gelden die hij van zijn klanten zou hebben gekregen reeds in eigendom had, zodat de gelden niet meer vatbaar zijn voor een wederrechtelijke toeëigening.

Volgens de advocaat-generaal is van oplichting geen sprake en kan verduistering, zoals de rechtbank heeft gedaan, worden bewezenverklaard.

Het hof is van oordeel dat de door de verdediging gevoerde verweren strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde worden weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

In het bijzonder overweegt het hof het volgende.

In de inhoud van de aangiften ziet het hof een vast patroon. Verdachte had een eigen reparatiebedrijf voor huishoudelijke apparaten, zoals wasmachines, koelkasten etc. Hij had geen winkel waarin nieuwe apparaten konden worden gekocht. Hij kwam bij de klanten thuis om een huishoudelijk apparaat te repareren. Als reparatie niet (meer) mogelijk was kon de klant via verdachte een nieuw apparaat aanschaffen. Er moest telkens vooruit worden betaald, al dan niet contant. Geen van de aangevers heeft vervolgens de beloofde apparatuur (volledig) geleverd gekregen. Als zij informeerden waar de spullen bleven werden zij door of namens verdachte aan het lijntje gehouden. In een aantal gevallen is de gesloten overeenkomst ontbonden en/of is door verdachte terugbetaling/creditering van het betaalde bedrag toegezegd. Geen van hen heeft echter een creditnota ontvangen of het betaalde bedrag terug ontvangen.

Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep desgevraagd geantwoord dat hetgeen aangevers bij de politie hebben verklaard ten aanzien van de gang van zaken voorafgaand en bij het sluiten van de in het dossier voorkomende overeenkomsten, juist is. Het betreft 47 aangiften.

Voorts heeft verdachte ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij heel vaak wanneer een klant een artikel overwoog aan te schaffen hij samen met de klant ter plekke op internet keek waar dat artikel het meest voordelig te krijgen was. Verdachte kreeg geen bonus van Siemens of Bosch en kon evenmin rechtstreeks bij de fabrikant inkopen.

Het hof acht, anders dan de rechtbank, in vier gevallen voldoende bewijs aanwezig voor de oplichting. Verdachte heeft de valse hoedanigheid van bonafide leverancier aangenomen. Bij deze personen heeft hij bovendien onwaarheden verkondigd.

In het geval van [benadeelde 8] heeft verdachte in strijd met de waarheid gezegd dat hij een jaarpremie kreeg als hij een bepaald aantal witgoedapparaten van het merk Siemens of Bosch zou verkopen. Dit was ook de reden dat de verkoopprijs zo laag was. In het geval van [benadeelde 3] heeft verdachte in strijd met de waarheid verklaard dat hij machines kon leveren die hem vanuit de fabriek werden toegestuurd. In het geval van aangever [benadeelde 24] heeft verdachte op de vraag hoe hij zo goedkoop een wasmachine kon leveren in strijd met de waarheid gezegd dat hij een bonus kreeg van de leverancier voor de afgenomen en verkochte apparatuur. Bij [benadeelde 33] heeft verdachte aangegeven dat hij een grote partij magnetrons kon opkopen, waardoor de prijs niet 800 maar 600 euro zou zijn.

Het hof leidt uit dit alles af dat verdachte van meet af aan niet de intentie had om tegenover de ontvangen betalingen de afgesproken tegenprestatie te stellen en dat hij zich in strijd met de waarheid (vals) voordeed als een bonafide leverancier waarbij hij aangevers voorloog.

Het hof ziet voor de andere in de tenlastelegging genoemde aangevers geen bewijs voor oplichting, maar wel voor verduistering.

Naar het oordeel van het hof staat vast dat in de bewezenverklaarde gevallen geen sprake is van een simpele civielrechtelijke wanprestatie, maar dat verdachte het onmogelijk heeft gemaakt dat de door hem van aangevers telkens ter betaling van hun bestelling ontvangen gelden aan hen werden terugbetaald. Dát die gelden terug moesten worden betaald, heeft verdachte ter terechtzitting van het hof erkend. Tot heden is dat er nog niet van gekomen. De vorderingen van de benadeelde partijen zijn ook niet betwist. Daarbij betrekt het hof, naast het hierboven geschetste patroon, in het bijzonder de volgende feiten en omstandigheden.

Niet aannemelijk is geworden dat verdachte die gelden die hij had ontvangen ten behoeve van concrete bestellingen heeft doorbetaald aan leveranciers. Aan de verklaring van verdachte ter terechtzitting in hoger beroep dienaangaande hecht het hof geen geloof nu verdachte die verklaring op geen enkele wijze heeft onderbouwd. Ook is niet aannemelijk geworden dat hij op enigerlei wijze heeft geprobeerd bewijsstukken om die bewering te staven boven water te krijgen, wat hier naar het oordeel van het hof wel op de weg van verdachte had gelegen. Verdachte is op 27 maart 2012 failliet verklaard. De curator in het faillissement van verdachte heeft in haar faillissementsverslagen aangegeven dat verdachte weigerachtig is gebleken zijn administratie over te leggen en dat verdachte heeft aangegeven niet over kasgeld en niet over voorraden te beschikken. Ook overigens is blijkbaar geen actief door de curator aangetroffen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 05-701862-12 onder 1 en 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

Zaak met parketnummer 05-701044-12:

1:

A.
Hij in of omstreeks de periode van 6 augustus 2010 tot en met 2 mei 2012 te Arnhem en/of Elst en/of Duiven en/of Huissen en/of Oosterbeek en/of Velp en/of Wageningen, althans in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 15] ( blz. 70 t/m 72 ) en/of [benadeelde 8] (blz. 95 t/m 97) en/of [aangever 2] (blz. 103 t/m 105) en/of [betrokkene 1] (blz. 110 t/m 112) en/of [benadeelde 2] (blz 144 t/m 145) en/of [benadeelde 9] ( blz 149 t/m 151) en/of [betrokkene 2] ( blz. 157 t/m 159 ) en/of [benadeelde 17] ( blz. 175 t/m 177 ) en/of [betrokkene 3] ( blz. 182 t/m 184 ) en/of [benadeelde 10] ( blz. 205 t/m 207 ) en/of [benadeelde 4] ( blz. 229 t/m 231 ) en/of [benadeelde 14] ( blz. 243 t/m 244 ) en/of [benadeelde 3] ( blz. 257 t/m 259 )en/of [benadeelde 16] (blz. 294 t/m 295) en/of [benadeelde 1] (blz. 336 t/m 337) en/of [benadeelde 7] (blz. 344 t/m 346) en/of [benadeelde 12] (blz. 415 t/m 417) en/of [benadeelde 13] ( blz. 221 t/m 224) en/of [benadeelde 11] (blz. 236 t.m 238) en/of [benadeelde 5] (blz 367 t/m 368) en/of [benadeelde 6] (blz. 402 t/m 404) en/of een of meer anderen perso(o)n(en) heeft bewogen tot de afgifte van geld, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -

zich vals voorgedaan als bonafide leverancier van (huishoudelijke) goederen/apparaten en/of valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid telkens tegen bovengenoemde perso(o)n(en) gezegd/verteld -zakelijk weergegeven-:

- dat het/de goed(eren)/appara(a)t(en) waarvan de reparatie was verzocht niet meer te repareren was/waren en/of

- dat de reparatie (te) duur zou worden en/of

- dat het (daarom) beter/verstandiger was om (een) nieuw(e) goed(eren)/appara(a)t(en) aan te schaffen en/of

- dat het/de goed(eren)/appara(a)t(en) via hem kon(den) worden besteld en/of

- dat hij het/de goed(eren)/appara(a)t(en) tegen een goede/speciale, althans een bepaalde prijs kon aanbieden en/of

- dat hij het/de goed(eren)/appara(a)t(en) zo snel mogelijk zou leveren en/of - dat hij binnen een bepaalde termijn het/de goed(eren)/appara(a)t(en) kon leveren en/of

- dat de (gehele) betaling van het/de goed(eren)/appara(a)t(en) per direct gedaan moest worden,

waardoor bovengenoemde perso(o)n(en) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

B.

hij in of omstreeks de periode van 6 augustus 2010 tot en met 2 mei 2012 te Arnhem, althans in Nederland opzettelijk (een hoeveelheid) geld, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 15] (blz. 70 t/m 72) en/of [benadeelde 8] (blz. 95 t/m 97) en/of [betrokkene 1] (blz. 110 t/m 112) en/of [benadeelde 2] (blz. 144 t/m 145) en/of [benadeelde 9] (blz. 149 t/m 151 ) en/of [betrokkene 2] (blz. 157 t/m 159 ) en/of [benadeelde 17] (blz. 175 t/m 177) en/of [betrokkene 3] (blz. 182 t/m 184) en/of [benadeelde 10] (blz. 205 t/m 207) en/of [benadeelde 4] (blz. 229 t/m 231) en/of [benadeelde 14] (blz. 243 t/m 244) en/of [benadeelde 3] (blz. 257 t/m 259) en/of [benadeelde 16] (blz. 294 t/m 295) en/of [benadeelde 1] (blz. 336 t/m 337) en/of [benadeelde 7] (blz. 344 t/m 346) en/of [benadeelde 12] (blz. 415 t/m 417) en/of [benadeelde 13] ( blz. 221 t/m 224) en/of [benadeelde 11] (blz. 236 t.m 238) en/of [benadeelde 5] (blz 367 t/m 368) en/of [benadeelde 6] (blz. 402 t/m 404) en/of een of meer anderen perso(o)n(en), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geld verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend, immers heeft verdachte (een hoeveelheid) geld ontvangen van bovengenoemde perso(o)n(en) voor de levering van het/de bij hem, verdachte, bestelde goed(eren)/appara(a)t(en) maar heeft hij het/de goed(eren)/appara(a)t(en) nooit geleverd en/of het geld nooit terug gegeven;

2:

A
Hij in of omstreeks de periode van 21 oktober 2009 tot en met 2 mei 2012 te Arnhem en/of Elst en/of Duiven en/of Huissen en/of Oosterbeek en/of Velp en/of Wageningen, althans in Nederland met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 23] ( blz. 78 t/m 80), [benadeelde 18] ( blz. 87 t/m 89), [benadeelde 32] (blz. 119 t/m 121), [betrokkene 4] (blz. 125 t/m 127), [benadeelde 21] (blz. 139 t/m 140 ), [benadeelde 19] (blz. 163 t/m 165), [benadeelde 26] (blz. 169 t/m 170), [betrokkene 5] (blz. 190 t/m 192), [benadeelde 22] (blz. 198 t/m 199 ), [benadeelde 30] (blz. 213 t/m 215), [betrokkene 6] (blz. 250 t/m 251), [benadeelde 28] (blz. 264 t/m 265), [benadeelde 24] (blz. 271 t/m 273), [benadeelde 20] (blz. 287 t/m 288 ), [benadeelde 25] ( blz. 302 t/ 304), [benadeelde 29] (blz. 315 t/m 316), [betrokkene 7] (blz. 321 t/m 322), [betrokkene 8] (blz. 328 t/m 331), [benadeelde 33] (blz. 352 t/m 354), [benadeelde 27] (blz. 359 t/m 361), [benadeelde 5] (blz. 367 t/m 368), [benadeelde 35] ( blz. 374 t/m 375), [benadeelde 34] (blz. 380 t/m 381), [benadeelde 31] (blz. 387 t/m 389), [benadeelde 36] (blz. 394 t/m 396), [benadeelde 6] (blz. 402 t/m 404), [betrokkene 9] (blz. 409 t/m 411) en/of een of meer anderen heeft bewogen tot de afgifte van geld, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven –

zich vals voorgedaan als bonafide leverancier van (huishoudelijke) goederen/apparaten en/of valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid telkens tegen bovengenoemde perso(o)n(en) gezegd/verteld -zakelijk weergegeven-:

- dat via hem, verdachte, het/de door bovengenoemde perso(o)n(en) en/of een of meer anderen gewenst(e) goed(eren)/appara(a)t(en) kon(den) worden besteld en/of

- dat hij het/de goed(eren)/appara(a)t(en) tegen een goede/speciale, althans een bepaalde prijs kon aanbieden en/of

- dat hij het/de goed(eren)/appara(a)t(en) zo snel mogelijk zou leveren en/of

- dat hij binnen een bepaalde termijn het/de goed(eren)/appara(a)t(en) kon leveren en/of

- dat de (gehele) betaling van het/de goed(eren)/appara(a)t(en) per direct gedaan moest worden, waardoor deze perso(o)n(en) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

B.

hij in of omstreeks de periode van 21 oktober 2009 tot en met 2 mei 2012 te Arnhem, althans in Nederland opzettelijk (een hoeveelheid) geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 23] (blz.78 t/m 80), [benadeelde 18] (blz. 87 t/m 89), [benadeelde 32] (blz. 119 t/m 121), [betrokkene 4] (blz. 125 t/m 127), [benadeelde 21] (blz. 139 t/m 140 ), [benadeelde 19] (blz. 163 t/m 165), [benadeelde 26] (blz. 169 t/m 170), [betrokkene 5] (blz. 190 t/m 192), [benadeelde 22] (blz.198 t/m 199 ), [benadeelde 30] (blz. 213 t/m 215), , [betrokkene 6] (blz. 250 t/m 251), [benadeelde 28] (blz. 264 t/m 265), [benadeelde 24] (blz. 271 t/m 273), [benadeelde 20] (blz. 287 t/m 288 ), [benadeelde 25] (blz. 302 t/ 304), [benadeelde 29] (blz. 315 t/m 316), [betrokkene 7] (blz. 321 t/m 322), [betrokkene 8] (blz. 328 t/m 331), [benadeelde 33] (blz. 352 t/m 354), [benadeelde 27] (blz. 359 t/m 361), [benadeelde 5] (blz. 367 t/m 368), [benadeelde 35] (blz. 374 t/m 375), [benadeelde 34] (blz. 380 t/m 381), [benadeelde 31] (blz. 387 t/m 389), [benadeelde 36] (blz. 394 t/m 396), [benadeelde 6] (blz. 402 t/m 404), [betrokkene 9] (blz. 409 t/m 411) en/of een of meer anderen persoon(en), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geld verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend, immers heeft verdachte (een hoeveelheid) geld ontvangen van bovengenoemde perso(o)n(en) voor de levering van het/de bij hem, verdachte, bestelde goed(eren)/appara(a)t(en) maar heeft hij het/de goed(eren)/appara(a)t(en) nooit geleverd en/of het geld nooit terug gegeven.

Zaak met parketnummer 05-701862-12:

1:
B.

hij in of omstreeks de periode van 17 november 2011 tot en met 18 september 2012 te Huissen en/of Arnhem, althans in Nederland opzettelijk (een hoeveelheid) geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 38] (blz. 9 t/m 11) en/of een of meer anderen perso(o)n(en), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geld verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend, immers heeft verdachte (een hoeveelheid) geld ontvangen van bovengenoemde perso(o)n(en) voor de levering van het/de bij hem, verdachte, bestelde goed(eren)/appara(a)t(en) maar heeft hij het/de goed(eren)/appara(a)t(en) nooit geleverd en/of het geld nooit terug gegeven;

2:primair:
Hij op of omstreeks 20 maart 2012 te Arnhem, althans in Nederland met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 39] (blz. 23 t/m 24) en/of een of meer anderen heeft bewogen tot de afgifte van geld, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -

- zich vals voorgedaan als bonafide leverancier van (huishoudelijke) goederen/apparaten en/of valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid tegen bovengenoemde perso(o)n(en) gezegd/verteld -zakelijk weergegeven-:

- dat de motor van het goed/apparaat (oven) waarvan de reparatie was verzocht defect was en/of

- dat een nieuwe motor via hem kon worden besteld en/of

- dat hij een nieuwe motor tegen een goede/speciale, althans bepaalde prijs kon aanbieden en/of

- dat hij een nieuwe motor binnen een paar weken, althans zo snel mogelijk zou leveren en/of

- dat de (gehele) betaling van de motor per direct gedaan moest worden,

waardoor bovengenoemde perso(o)n(en) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;


subsidiair


hij in of omstreeks de periode van 20 maart 2012 tot en met 18 september 2012 te Arnhem, althans in Nederland opzettelijk (een hoeveelheid) geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 39] (blz. 23 t/m 24) en/of een of meer anderen perso(o)n(en), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geld verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend, immers heeft verdachte (een hoeveelheid) geld ontvangen van bovengenoemde perso(o)n(en) voor de levering van het/de bij hem, verdachte, bestelde goed(eren)/appara(a)t(en) maar heeft hij het/de goed(eren)/appara(a)t(en) nooit geleverd en/of het geld nooit terug gegeven.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Anders dan de rechtbank zal het hof niet bij parketnummer 05-701044-12 feit 2 onder B de naam [benadeelde 37] toevoegen aan de naam [betrokkene 5] . [benadeelde 37] is degene die het geld heeft betaald voor [betrokkene 5] . Het hof heeft niet bewezenverklaard dat geld van [betrokkene 5] is verduisterd, maar wel dat geld ‘aan een andere persoon’ toebehoorde.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 en 2 onder A bewezen verklaarde levert op

Oplichting, meermalen gepleegd.

Het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 en 2 onder B bewezen verklaarde levert telkens op:

Verduistering, meermalen gepleegd.

Het in de zaak met parketnummer 05-701862-12 onder 1 onder B en 2 subsidiair bewezen verklaarde levert telkens op:

Verduistering, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

In eerste aanleg heeft de officier van justitie gevorderd verdachte in verband met oplichting te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met aftrek van de tijd in verzekering doorgebracht.

De rechtbank heeft verdachte vrijgesproken van oplichting en hem voor verduistering, meermalen gepleegd, veroordeeld tot het verrichten van een werkstraf gedurende 240 uren, bij het niet naar behoren te verrichten te vervangen door 120 dagen hechtenis, en voorts tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

In hoger beroep heeft de advocaat-generaal gevorderd dat verdachte voor verduistering wordt veroordeeld tot dezelfde straf die de rechtbank hem heeft opgelegd.

Namens verdachte is vrijspraak bepleit. Subsidiair is bepleit rekening te houden met de ouderdom van de feiten en de manier waarop verdachte is aangehouden. Ook is bepleit de schadevergoedingsmaatregel niet op te leggen vanwege het grote aantal benadeelde partijen en de rol van het CJIB.

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een viertal oplichtingen en een groot aantal verduisteringen. Hij heeft misbruik gemaakt van het vertrouwen dat de slachtoffers in hem stelden. Het bewezenverklaarde betreft ergerlijke feiten waardoor de slachtoffers ook schade hebben geleden. Soms zelfs schaamden zij zich voor hun eigen goede trouw. Verdachte heeft op geen enkele wijze de verantwoordelijkheid voor zijn daden genomen. In beginsel past als strafrechtelijke reactie een (deels) onvoorwaardelijke vrijheidsstraf. Ten voordele van verdachte heeft het hof meegewogen dat verdachte niet over ten deze als strafverzwarend in aanmerking te nemen justitiële documentatie beschikt. Voorts neemt het hof als een strafverminderende factor in aanmerking de publiciteit rond de aanhouding van verdachte. Tot slot legt voor het hof veel gewicht in de schaal dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wel eens in de weg zou kunnen staan aan vergoeding van de door de slachtoffers geleden schade doordat verdachte zijn verdiencapaciteit dan niet te gelde zal kunnen maken. Daarom is het hof van oordeel dat oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf, beide van de hierna aan te geven duur, passend en geboden is. Anders dan door de raadsman is bepleit ziet het hof met het oog op de belangen van de benadeelde partijen wel aanleiding om de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 630,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 481,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Het hof is van oordeel dat, nu de schade geheel blijkt te zijn vergoed door de verzekering, de benadeelde partij thans in haar vordering niet kan worden ontvangen. Zij kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 639,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 730,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 250,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 480,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 7]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 443,50. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 8]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 979,75. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 9]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 810,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 10]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 280,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 11]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 627,60. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 12]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 481,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 13]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 600,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 14]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 310,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 15]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 521,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 491,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 16]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 550,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 17]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 699,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 18]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 692,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 19]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 660,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 20]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 650,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 21]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 449,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 22]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 310,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 23]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.916,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 24]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 303,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 25]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 579,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 26]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 339,15. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 27]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.104,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 28]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 350,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 29]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 530,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 30]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.157,50. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 31]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 355,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 32]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 400,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 33]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 600,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 34]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 889,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 35]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 481,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 36]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 479,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 37]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.361,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 38]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 499,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-701862-12 onder 1 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 39]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 195,50. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-701862-12 onder 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart verdachte niet ontvankelijk in het hoger beroep voor zover het ziet op de zaken tegen aangevers [aangever 1] , [aangever 2] , [aangever 3] , [aangever 4] en [aangever 5] .

Vernietigt het vonnis waarvan beroep -voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen- en doet opnieuw recht:

Verklaart de dagvaarding nietig voor zover onder parketnummer 05-701044-12 feit 1 en 2 en onder parketnummer 05-701862-12 onder 1 oplichting en verduistering cumulatief ten laste is gelegd.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 05-701862-12 onder 2 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 05-701862-12 onder 1 en 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 05-701862-12 onder 1 en 2 subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 630,00 (zeshonderddertig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 1] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 630,00 (zeshonderddertig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 3] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 639,00 (zeshonderdnegenendertig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 3] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 639,00 (zeshonderdnegenendertig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 11 (elf) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 4] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 730,00 (zevenhonderddertig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 4] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 730,00 (zevenhonderddertig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 12 (twaalf) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 5] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 5] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 6] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 480,00 (vierhonderdtachtig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 6] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 480,00 (vierhonderdtachtig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 8 (acht) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 7]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 7] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 200,00 (tweehonderd euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 7] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 200,00 (tweehonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 (drie) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 8]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 8] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 979,75 (negenhonderdnegenenzeventig euro en vijfenzeventig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 8] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 979,75 (negenhonderdnegenenzeventig euro en vijfenzeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 (zestien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 9]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 9] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 660,00 (zeshonderdzestig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 9] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 660,00 (zeshonderdzestig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 11 (elf) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 10]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 10] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 280,00 (tweehonderdtachtig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 10] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 280,00 (tweehonderdtachtig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 11]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 11] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 409,00 (vierhonderdnegen euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 11] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 409,00 (vierhonderdnegen euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 (zeven) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 12]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 12] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 481,00 (vierhonderdeenentachtig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 12] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 481,00 (vierhonderdeenentachtig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 8 (acht) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 13]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 13] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 600,00 (zeshonderd euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 13] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 600,00 (zeshonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 14]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 14] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 310,00 (driehonderdtien euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 14] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 310,00 (driehonderdtien euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 15]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 15] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 491,00 (vierhonderdeenennegentig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 15] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 491,00 (vierhonderdeenennegentig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 8 (acht) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 16]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 16] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 550,00 (vijfhonderdvijftig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 13 januari 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 16] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 550,00 (vijfhonderdvijftig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 9 (negen) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 13 januari 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 17]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 17] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 699,00 (zeshonderdnegenennegentig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 17] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 1 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 699,00 (zeshonderdnegenennegentig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 12 (twaalf) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 18]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 18] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 692,00 (zeshonderdtweeënnegentig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 18] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 692,00 (zeshonderdtweeënnegentig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 11 (elf) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 19]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 19] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 660,00 (zeshonderdzestig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 19] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 660,00 (zeshonderdzestig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 11 (elf) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 20]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 20] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 650,00 (zeshonderdvijftig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 20] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 650,00 (zeshonderdvijftig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 11 (elf) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 21]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 21] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 449,00 (vierhonderdnegenenveertig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 21] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 449,00 (vierhonderdnegenenveertig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 (zeven) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 22]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 22] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 310,00 (driehonderdtien euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 22] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 310,00 (driehonderdtien euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 23]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 23] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.916,00 (duizend negenhonderdzestien euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 23] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 1.916,00 (duizend negenhonderdzestien euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 29 (negenentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 24]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 24] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 303,00 (driehonderddrie euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 24] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 303,00 (driehonderddrie euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 25]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 25] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 579,00 (vijfhonderdnegenenzeventig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 25] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 579,00 (vijfhonderdnegenenzeventig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 26]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 26] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 339,15 (driehonderdnegenendertig euro en vijftien cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 26] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 339,15 (driehonderdnegenendertig euro en vijftien cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 (zes) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 27]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 27] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 437,00 (vierhonderdzevenendertig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 27] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 437,00 (vierhonderdzevenendertig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 (zeven) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 28]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 28] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 350,00 (driehonderdvijftig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 28] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 350,00 (driehonderdvijftig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 (zes) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 29]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 29] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 530,00 (vijfhonderddertig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 29] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 530,00 (vijfhonderddertig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 9 (negen) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 30]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 30] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.157,50 (duizend honderdzevenenvijftig euro en vijftig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 30] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 1.157,50 (duizend honderdzevenenvijftig euro en vijftig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 19 (negentien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 31]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 31] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 355,00 (driehonderdvijfenvijftig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 31] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 355,00 (driehonderdvijfenvijftig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 (zes) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 32]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 32] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 400,00 (vierhonderd euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 32] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 400,00 (vierhonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 (zeven) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 33]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 33] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 600,00 (zeshonderd euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 33] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 600,00 (zeshonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 34]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 34] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 889,00 (achthonderdnegenentachtig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 34] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 889,00 (achthonderdnegenentachtig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 35]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 35] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 481,00 (vierhonderdeenentachtig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 35] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 481,00 (vierhonderdeenentachtig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 8 (acht) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 36]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 36] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 479,00 (vierhonderdnegenenzeventig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 36] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 479,00 (vierhonderdnegenenzeventig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 8 (acht) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 37]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 37] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.361,00 (duizend driehonderdeenenzestig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 37] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701044-12 onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 1.361,00 (duizend driehonderdeenenzestig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 23 (drieëntwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 38]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 38] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701862-12 onder 1 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 499,00 (vierhonderdnegenennegentig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 38] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701862-12 onder 1 primair bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 499,00 (vierhonderdnegenennegentig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 8 (acht) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 39]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 39] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701862-12 onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 195,50 (honderdvijfennegentig euro en vijftig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 39] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701862-12 onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 195,50 (honderdvijfennegentig euro en vijftig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 (drie) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door

mr. P.R. Wery, voorzitter,

mr. M. Barels en mr. A. van Waarden, raadsheren,

in tegenwoordigheid van J.R.M. Roetgerink, griffier,

en op 17 februari 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken.