Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:10780

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
18-11-2016
Datum publicatie
26-04-2018
Zaaknummer
21-001103-15
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2015:745, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Cassatie: ECLI:NL:HR:2018:1759, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich op 13 januari 2014 in Amersafoort schuldig gemaakt aan seks met een minderjarige prostituee en omstreeks de periode van 01 december 2013 tot en met 12 januari 2014 een poging daartoe. Nadat verdachte via een website in contact is gekomen met de vriend (pooier) van het minderjarige slachtoffer heeft hij met haar afgesproken. Bij deze afspraak heeft verdachte het geld aan de vriend overhandigd en is het slachtoffer bij verdachte in zijn bus gestapt. Daar vertelde zij huilend dat zij het werk onder dwang moest verrichten en al het geld aan haar vriend moest afstaan. Het slachtoffer is toen zonder dat het tot seks is gekomen uitgestapt. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij, terwijl het slachtoffer hem haar omstandigheden had voorgehouden nogmaals via haar vriend een afspraak met haar heeft geregeld en dat er bij die afspraak ook daadwerkelijk seksuele handelingen hebben plaatsgevonden.

Anders dan de rechtbank acht het hof alleen een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend. Zowel de door de rechtbank opgelegde straf als de door het openbaar ministerie ter zitting van de rechtbank en het hof geëiste straffen doen onvoldoende recht aan de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de omstandigheden waaronder die feiten zijn gepleegd (met name de wetenschap van verdachte dat het ging om een meisje dat door haar vriend gedwongen werd prostitutiewerkzaamheden te verrichten).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-001103-15

Uitspraak d.d.: 18 november 2016

TEGENSPRAAK

Promis

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 10 februari 2015 met parketnummer 16-661829-14 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] ,

wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 4 november 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M.L. Plas, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1:
hij in of omstreeks de periode van 01 december 2013 tot en met 12 januari 2014 te Amersfoort en/of Urk en/of elders in Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om (meermalen) ontucht te plegen met een persoon, genaamd [slachtoffer] (geboren [geboortedatum 2] ), die zich beschikbaar stelde tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en welke persoon de leeftijd van zestien jaren maar nog niet de leeftijd van achttien jaren had bereikt,

-via kinky of speurders (internetsites) en/of telefonisch contact heeft gelegd met die [slachtoffer] en/of met een vriend van die [slachtoffer] en/of

-die [slachtoffer] heeft opgehaald en/of in de auto mee op weg heeft genomen naar de plaats waar die ontucht zou gaan plaatsvinden en/of

-aan de vriend van die [slachtoffer] geld heeft gegeven,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2:
PRIMAIR

hij op of omstreeks 13 januari 2014 te Amersfoort en/of Urk en/of elders in Nederland ontucht heeft gepleegd met een persoon, genaamd [slachtoffer] (geboren [geboortedatum 2] ), die zich beschikbaar stelde tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en welke persoon de leeftijd van zestien jaren maar nog niet de leeftijd van achttien jaren had bereikt, bestaande die ontucht daarin, dat verdachte

-met die [slachtoffer] naakt in een zogeheten jacuzzi heeft gezeten en/of

-die naakte [slachtoffer] heeft gemasseerd en/of

-zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] heeft geduwd en/of gebracht;

SUBSIDIAIR

hij op of omstreeks 13 januari 2014 te Amersfoort en/of Urk en/of elders in Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om ontucht te plegen met een persoon, genaamd [slachtoffer] (geboren [geboortedatum 2] ), die zich beschikbaar stelde tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en welke persoon de leeftijd van zestien jaren maar nog niet de leeftijd van achttien jaren had bereikt,

-via kinky of speurders (internetsites) en/of telefonisch contact heeft gelegd met die [slachtoffer] en/of een vriend van die [slachtoffer] en/of

-die [slachtoffer] heeft opgehaald en/of in de auto mee op weg heeft genomen naar de plaats waar die ontucht zou gaan plaatsvinden en/of

-aan de vriend van die [slachtoffer] geld heeft gegeven en/of

-met die [slachtoffer] een hotelkamer heeft geboekt en/of heeft betaald en/of

-naar die hotelkamer is gegaan en/of

-in die hotelkamer de zogeheten jacuzzi heeft gevuld met water,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

1. Feiten1

Op 18 januari 2014 werd de wijkagent Van Bunschoten benaderd door de moeder van slachtoffer. Zij gaf aan dat haar minderjarige dochter slachtoffer is geworden van een loverboy. Deze loverboy zou zijn genaamd [bijnaam betrokkene 1] (naam: [betrokkene] ) en woonachtig zijn in Amersfoort. Het slachtoffer zou door hem gedwongen zijn om seks te hebben met familieleden en door hem geworven klanten. Ook zou hij een advertentie op internet hebben geplaatst op de website kinky.nl.

Uit de akte van geboorte blijkt dat het slachtoffer [slachtoffer] op [geboortedatum 2] is geboren.2

Uit onderzoek is gebleken dat 12 december 2013 een advertentie op kinky.nl online is gezet.

Deze advertentie had de titel ‘ [titel advertentie 1] ’ en als telefoonnummer werd vermeld: ** [telefoonnummer 1] ,

met daarbij de tekst: “het kan zijn dat mijn vriend opneemt dan geeft die mij door datje hebt

gebeld, dan bel ikje zo snel mogelijk trug!”.3 Het telefoonnummer ** [telefoonnummer 1] was in gebruik bij [betrokkene] . Deze advertentie is op 15 januari 2014 gewijzigd in die zin dat de titel werd gewijzigd in [titel advertentie 2] . De tekst bleef inclusief het genoemde telefoonnummer nagenoeg hetzelfde.4

Op 21 januari 2014 vond een intakegesprek plaats met [slachtoffer] .5 Zij vertelde toen onder meer dat haar vriend [bijnaam betrokkene 1] een advertentie met gegevens over haar op kinky.nl had gezet.

Op 6 februari 2014, 13 februari 2014, 10 april 2014 en 27 mei 2014 hebben er zogenaamde studioverhoren met het slachtoffer plaatsgevonden.6 Later is zij onder regie van de rechter-commissaris nogmaals gehoord. Uit deze verklaringen blijkt -kort gezegd- dat [bijnaam betrokkene 1] een advertentie op kinky.nl had gezet en dat klanten naar het daar genoemde telefoonnummer belden. [bijnaam betrokkene 1] nam de telefoon op, regelde de afspraken en bracht haar naar de klanten. [bijnaam betrokkene 1] had een keer een klant geregeld en zij had met deze klant seks in het Mercure hotel. Deze klant had daar een kamer geboekt en toen zij daar met hem aankwam had hij de kamer met pin betaald. In de hotelkamer heeft zij samen met de man in de aanwezige jacuzzi gezeten. De man zat toen achter haar en gaf haar een massage. Hierna heeft zij met de man in de jacuzzi geneukt. Eerder had zij ook al met deze man in Amersfoort afgesproken, maar toen was het niet tot seks gekomen. Zij had bij deze eerdere ontmoeting, op het moment dat zij bij de klant in zijn bus zat, huilend verteld dat ze werd gedwongen om seks te hebben. De klant had op dat moment al € 500,- aan [bijnaam betrokkene 1] betaald voor de door haar te verrichten seksuele handelingen. Deze klant heeft haar vervolgens gezegd dat hij zijn geld terug wilde en heeft haar afgezet bij het station in Amersfoort. Ook zou hij hierover nog gebeld hebben met [bijnaam betrokkene 1] . Hierna was door [bijnaam betrokkene 1] een vervolgafspraak met deze klant gemaakt omdat zij het van [bijnaam betrokkene 1] met de klant moest goed maken. Over deze vervolgafspraak heeft het slachtoffer verklaard dat dit heeft geleid tot het masseren en neuken in de in de hotelkamer aanwezige jacuzzi.78

Naar aanleiding van de verklaringen van het slachtoffer heeft de politie nader onderzoek ingesteld. Uit analyse van de opgevraagde historische telecomgegevens en verstrekte gegevens van het Mercure hotel kon de klant geïdentificeerd worden als verdachte. Verdachte had op maandag 13 januari 2014 om 19.48 uur ingecheckt en om 21.37 uur uitgecheckt bij voornoemd hotel.9

Uit onderzoek is gebleken dat tussen het nummer in gebruik bij verdachte, ** [telefoonnummer 2] en het nummer ** [telefoonnummer 1] (genoemd in de advertentie op kinky.nl) 306 keer telefonisch of sms contact is geweest. Dit contact had plaats op 19 en 31 december 2013 en op 1, 2, 3, 5, 6, 8, 9 en 13 januari 2014.10

Verdachte heeft bij de politie het volgende verklaard. 1112

Hij had op kinky.nl een meisje gevonden die zich aanbood. Via de telefoon kreeg hij contact met een jongen, waarmee hij een afspraak regelde bij het station Amersfoort. Deze afspraak ging niet door. Een paar dagen later werd er een nieuwe afspraak gemaakt. Uiteindelijk kwam het tot een ontmoeting op de parkeerplaats van de bouwmarkt in Amersfoort. Het meisje zou met verdachte meegaan om met hem te vrijen enzo. Verdachte heeft gevraagd wat ze zou doen. Ze deed pijpen, zoenen, alles met condoom. Verdachte heeft verklaard dat er een jongen uit de auto stapte die tegen hem zei dat verdachte aan hem moest betalen, dan zou het slachtoffer bij hem in de auto stappen. Verdachte heeft vervolgens 200 of 300 euro betaald. Nadat het slachtoffer in de auto was gestapt, zijn zij gaan rijden in Amersfoort. Het slachtoffer gaf aan dat zij onder dwang dit moet doen en ze begon te huilen. Ze was helemaal over haar toeren. Verdachte heeft verklaard dat het slachtoffer zei: ‘Ik wil dit niet, ik wil dit ook niet met jou doen. Ik word onder dwang gezet’. Verdachte verklaarde dat het slachtoffer hem zei dat er al voor duizenden euro’s was geïnd, maar dat zij daar niets van zag. Verdachte heeft geprobeerd haar vriend te bellen. Die nam niet op. Het lukte het slachtoffer wel haar vriend aan de lijn te krijgen. Het slachtoffer zei dat haar vriend had gezegd dat ze gewoon haar werk moest doen. Vervolgens zei het slachtoffer dat ze een luchtje wilde scheppen. Ze kwam weer in de bus en ze zei ‘ik wil dit niet’. Uiteindelijk heeft verdachte haar weer afgezet bij het station in Amersfoort.

Een week of twee weken later werd er weer contact met verdachte opgenomen. Het klonk als dezelfde jongen als eerste keer, met wie verdachte toen zaken had gedaan. Die jongen vroeg aan verdachte of hij nog een keer wilde afspreken. Verdachte ging daarmee akkoord en er werd weer voor het station in Amersfoort afgesproken. Daar aangekomen ontmoette hij dezelfde personen als de vorige keer. Vervolgens is verdachte samen met het slachtoffer ergens wat gaan eten, waarna verdachte een hotelkamer heeft geboekt. Verdachte heeft verklaard dat de vriend van het slachtoffer hem vooraf heeft verteld wat zij allemaal wilde doen (pijpen, zoenen, vrijen). Verdachte merkte aan het slachtoffer dat zij erg zenuwachtig was. Op de hotelkamer vertelde zij hem dat ze dit moest doen en eigenlijk niet wilde. Verdachte en het slachtoffer hebben het hotel samen verlaten.

Aan verdachte is een foto getoond met een afbeelding van verdachte [betrokkene] . Verdachte herkende [betrokkene] als zijnde de persoon aan wie hij het geld heeft overhandigd en met wie hij telefonisch contact heeft gehad. De keer bij de bouwmarkt kwam deze jongen volgens verdachte al bellend aanrijden terwijl verdachte hem aan de lijn had. Hij vroeg toen aan verdachte of hij daar met zijn bus bij de bouwmarkt stond. Op het moment dat verdachte bevestigde dat hij daar stond, zag hij de jongen uit de auto stappen en zijn telefoon opbergen. Ook werd aan verdachte een foto getoond van [slachtoffer] . Hij herkende haar als het meisje dat hij tweemaal ontmoet had.

Naar aanleiding van een verzoek van raadslieden gedaan op de regiezitting van de rechtbank is op 5 november 2014 het dagboek van [slachtoffer] in beslag genomen. Zij heeft onder meer het volgende geschreven:

‘Ik heb gewerkt voor een jongen waar ik veel van hield. Ik moest met mannen naar bed voor geld, zodat we samen konden sparen voor een huisje. (….) 1 klant gaat maar niet uit mijn hoofd (…) het was een vieze oude man. (…) Ik heb hem maar 2x gezien. Ik weet nog wel dat ik bij die man instapte in zijn zwarte busje. (…) Ik begon te huilen en zei, nee ik wil dit niet laat me gaan (…). Ik had gehoopt dat de man mij zou begrijpen en me terug zou brengen, maar nee….hij had 500 euro betaald en wou dat de afspraak doorging. (…). Na veel chaos en drama kwam ik thuis. Gelukkig is er niks gebeurd. (….) 2e afspraak met de oude man, moest ik meewerken en het goed maken van me vriend, omdat ’t de vorige keer mis ging, maar dan moest ik het ook nog gratis doen. Met veel moeite ging ik naar de klant. We gingen naar een hotel in Amersfoort. Hij liet het bubbelbad vol lopen. Ondertussen een wijntje. (….) We zaten in het bubbelbad. Hij wou aan me zitten. Ik draaide er steeds om heen. (…) Hij wou aan me kut zitten. Bah! Dacht ik. Hij komt met geen 1 vinger aan mij. Ik zei: pak je condoom. Dat deed hij. Hij trok me boven op zijn dikke vieze lijf die vol moedervlekken zat. Ik maakte kreungeluiden zodat hij snel klaar zou komen. Gelukkig gebeurde dat. (…) Die klant kan ik wel vermoorden, hij zag hoe bang ik was en hoe vreselijk ik het vond (…) en hij heeft ook nog mijn vriend geappt dat die niet tevreden was weer opnieuw wou doen.’13

2 Verweren

Ondervragingsrecht

Het standpunt van de verdediging is dat zij niet in de gelegenheid is gesteld om het slachtoffer op adequate en effectieve wijze te ondervragen teneinde haar belastende verklaring op betrouwbaarheid te kunnen toetsen. Het studioverhoor heeft geen voldoende compensatie kunnen bieden. Door de wijze van ondervragen gedurende het studioverhoor is de verdediging in haar belangen geschaad. De verdediging verzoekt het hof derhalve om de verklaring van het slachtoffer uit te sluiten van het bewijs omdat de verdediging niet in de gelegenheid is geweest om haar verklaring op betrouwbaarheid te kunnen toetsen.

Indien het hof de verklaringen van slachtoffer onverhoopt toch bruikbaar acht voor het bewijs, verzoekt de verdediging om bij tussenarrest het onderzoek te heropenen en haar oproeping als getuige te bevelen.

Feit 1

De verdediging heeft -kort gezegd- aangevoerd dat het voornemen van verdachte er op gericht om seks te hebben met een meerderjarige prostituee. Bovendien was er geen sprake van een poging, maar enkel van voorbereidingshandelingen, zodat verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.

Feit 2

Verdachte heeft verklaard geen seks te hebben gehad met het slachtoffer. Deze verklaring vindt ondersteuning in de andere bewijsmiddelen. Uit het dossier blijkt dat het slachtoffer om 20:47 uur aan een vriend heeft geappt dat zij er aan kwam. Het is niet aannemelijk dat de beschreven seksuele handelingen na dit tijdstip hebben plaatsgevonden. Het is evenmin aannemelijk dat de handelingen voor dit tijdstip hebben plaatsgevonden, nu verdachte en het slachtoffer eerst televisie hebben gekeken. De verklaring van het slachtoffer wordt daarentegen niet ondersteund door andere bewijsmiddelen. Niet uitgesloten kan worden dat het slachtoffer voor wat betreft de seksuele handelingen in de war is met andere klanten of dat het om een gecreëerde herinnering gaat. De verklaring van het slachtoffer is onbruikbaar voor het bewijs, zodat verdachte van het onder 2 primair tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 2 subsidiair tenlastegelegde heeft de verdediging aangevoerd dat ook hier het voornemen van verdachte gericht was op het hebben van seks met een meerderjarig meisje. Verder is er geen begin gemaakt met het strafbare feit, met het plegen van ontucht. Alle handelingen die in de tenlastelegging staan vermeld zijn voorbereidingshandelingen, hetgeen niet strafbaar is gesteld, zodat verdachte ook ter zake het subsidiair tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken.

3 Oordeel hof

Ondervragingsrecht/ verzoek horen slachtoffer

Uit het dossier komt naar voren dat het slachtoffer een kwetsbaar meisje is dat op laagbegaafd niveau functioneert. Om die reden is zij meermalen gehoord in een kindvriendelijke verhoorsetting, waaronder een keer in tegenwoordigheid van de rechter-commissaris, de griffier, de officier van justitie, en de raadslieden van verdachte en de medeverdachten. De raadslieden zijn hierbij in de gelegenheid gesteld om voorafgaand aan het verhoor vragen in te dienen. Door de rechter-commissaris is gevraagd of zij naar aanleiding van het verhoor nog vragen hadden. Geen van de raadslieden heeft hiervan gebruik gemaakt.

Het hof merkt op dat een dergelijke verhoorsetting inherent beperkingen met zich brengt voor het ondervragingsrecht van de verdediging. Deze beperkingen zijn echter, in het licht van de belangen en de persoon van het slachtoffer, de noodzaak om het slachtoffer te laten ondervragen door gespecialiseerde verbalisanten, alsmede het feit dat de raadsvrouw niet de enige advocaat was die de getuige vragen wenste te stellen gedurende het studioverhoor, gerechtvaardigd. Indien alle raadslieden het ondervragingsrecht hadden willen uitoefenen, zoals de raadsvrouw voor ogen stond, had het slachtoffer een aantal malen gehoord moeten worden. Naar het oordeel van het hof is van een schending van het ondervragingsrecht geen sprake. Het verweer van de raadsvrouw wordt verworpen.

In navolging hiervan wordt het verzoek van de verdediging om [slachtoffer] opnieuw als getuige te horen afgewezen, nu het hof dit niet noodzakelijk acht.

Het hof merkt daarbij op dat de onbetrouwbaarheid van de verklaring het slachtoffer ook op een andere wijze getoetst had kunnen worden. Het slachtoffer schrijft in haar dagboek dat het lichaam van verdachte onder de moedervlekken zat en dat verdachte na de tweede afspraak zijn beklag heeft gedaan bij haar vriend, [betrokkene] . Dit zijn aspecten die ook op een andere wijze onderzocht hadden kunnen worden. Het hof heeft de verdediging aangeboden [betrokkene] - wiens strafzaak inmiddels onherroepelijk is - als getuige te laten horen. Ook heeft het hof de verdachte voorgesteld zijn bovenlichaam te tonen (in de zittingszaal waar geen publiek aanwezig was of daarbuiten, in een besloten ruimte tijdens een onderbreking of schorsing van het onderzoek ter zitting). De verdediging wenste geen gebruik te maken van die alternatieve onderzoeksmogelijkheden.

Ten aanzien van feit 1

Verdachte is via een website, waar seks tegen betaling werd aangeboden en met het slachtoffer werd geadverteerd, in contact gekomen met de vriend van het slachtoffer. Met hem heeft hij afgesproken om elkaar bij het station in Amersfoort ontmoeten. Nadat dit de eerste keer is misgelopen, werd er wederom afgesproken en leidde dit tot een ontmoeting tussen verdachte en de minderjarige slachtoffer en haar vriend. Bij deze ontmoeting heeft verdachte een geldbedrag aan de vriend van slachtoffer overhandigd en vervolgens is het slachtoffer bij hem in de auto gestapt. Hierna is verdachte met haar weggereden.

Voor zover door de verdediging is aangevoerd dat verdachte ervan uitging dat hij met een meerderjarig meisje van doen had en dat zijn voornemen daarop gericht was, merkt het hof op dat de minderjarigheid van het slachtoffer zoals bedoeld in artikel 248b van het Wetboek van Strafrecht een geobjectiveerd bestanddeel vormt.

De enkele omstandigheid dat verdachte er van uitging dat het slachtoffer meerderjarig was is geen disculperende omstandigheid.

Voor wat betreft het verweer dat er geen sprake was van een begin van uitvoering en alleen voorbereidingshandelingen zijn getroffen, merkt het hof op dat het in casu gaat om het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen tegen betaling, hetgeen ook in de tenlastelegging is opgenomen. Verdachte heeft via haar vriend met het slachtoffer afgesproken met het doel om seksuele handelingen met het slachtoffer te verrichten, de vriend daarvoor betaald en heeft vervolgens het slachtoffer in zijn auto meegenomen. Gelet op de aard van het delict is het hof, evenals de rechtbank, van oordeel dat op dat moment sprake was van een begin van uitvoering.

Ten aanzien van feit 2

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het onder 2 primair tenlastegelegde wordt weersproken door de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen.

Het hof ziet, evenals de rechtbank, geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaring van het slachtoffer voor wat betreft de verrichte seksuele handelingen.

Het slachtoffer is meermalen verhoord door de politie. Tevens heeft er een studioverhoor in aanwezigheid van de rechter-commissaris en de verdediging plaats gevonden. Haar verklaringen zijn consistent en worden voor wat betreft de niet seksuele onderdelen ondersteund door de overige bewijsmiddelen in het dossier, waaronder de verklaring van verdachte zelf. Voorts heeft er op verzoek van de verdediging een betrouwbaarheids-onderzoek plaatsgevonden. De rapporteur dr. G. Wolters (die overigens niet de beschikking had over de dagboekfragmenten) heeft aangegeven dat de verklaringen van het slachtoffer betreffende de seksuele handelingen met verdachte in aanzienlijke mate betrouwbaar geacht kunnen worden. De rapporteur is (in algemene zin) tot de conclusie gekomen dat de verklaringen van het slachtoffer in hoge mate consistent zijn. Waar een vergelijking mogelijk is, worden de verklaringen van het slachtoffer praktisch zonder uitzondering bevestigd door verklaringen van getuigen en verdachten en door onderzoek van de (tele)communicatie tussen betrokkenen. Als er ergens tegenspraak is, wordt nergens overtuigend aangetoond dat de verklaringen van het slachtoffer onjuist zijn.

Voor zover de verdediging heeft betoogd dat niet uitgesloten kan worden dat het slachtoffer, voor wat betreft de seksuele handelingen, verdachte verwart met een andere klant en (dus) dat er geen seksuele handelingen tussen verdachte en het slachtoffer hebben plaatsgevonden, merkt het hof op dat het slachtoffer zeer specifiek en gedetailleerd heeft verklaard en geschreven over haar ontmoetingen met verdachte en de seksuele handelingen met hem, dat verdachte ruim anderhalf uur in verband met de afspraak met het slachtoffer de beschikking heeft gehad over een hotelkamer met het kennelijke doel om seksuele handelingen met het slachtoffer te verrichten, daar ook daadwerkelijk geruime tijd met het slachtoffer heeft verbleven en dus de gelegenheid heeft gehad de seksuele handelingen te verrichten, zoals door hem waren gewenst en zoals beschreven zijn door het slachtoffer.

Voor zover door de verdediging is betoogd dat het tijdsbestek te kort zou zijn om de door het slachtoffer geschetste seksuele handelingen te verrichten, gelet op het feit dat verdachte en het slachtoffer eerst televisie hebben gekeken en het slachtoffer om 20:47 uur aan een vriend appte dat zij er aan kwam, merkt het hof in de eerste plaats op dat niet is gebleken dat het slachtoffer kort na het versturen van die app ook daadwerkelijk het hotel heeft verlaten (verdachte heeft verklaard dat ze gezamenlijk het hotel hebben verlaten, terwijl gebleken is dat verdachte om 21.37 uur heeft uitgecheckt) en in de tweede plaats dat het slachtoffer de app heeft verstuurd ongeveer een uur nadat er was ingecheckt. Zelfs uitgaande van de omstandigheid dat het slachtoffer het hotel kort na het versturen van de app heeft verlaten en de omstandigheid dat verdachte en het slachtoffer van 20:00 uur tot 20:30 uur televisie hebben gekeken, laat dit voldoende tijd over om de door het slachtoffer geschetste seksuele handelingen te doen plaatsvinden.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1:
hij in of omstreeks de periode van 01 december 2013 tot en met 12 januari 2014 te Amersfoort en/of Urk en/of elders in Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om ( meermalen ) ontucht te plegen met een persoon, genaamd [slachtoffer] (geboren [geboortedatum 2] ), die zich beschikbaar stelde tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en welke persoon de leeftijd van zestien jaren maar nog niet de leeftijd van achttien jaren had bereikt,

-via kinky of speurders (internetsites) en/ of telefonisch contact heeft gelegd met die [slachtoffer] en/of met een vriend van die [slachtoffer] en/ of

-die [slachtoffer] heeft opgehaald en/ of in de auto mee op weg heeft genomen naar de plaats waar die ontucht zou gaan plaatsvinden en/ of

-aan de vriend van die [slachtoffer] geld heeft gegeven,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2:
hij op of omstreeks 13 januari 2014 te Amersfoort en/of Urk en/of elders in Nederland ontucht heeft gepleegd met een persoon, genaamd [slachtoffer] (geboren [geboortedatum 2] ), die zich beschikbaar stelde tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en welke persoon de leeftijd van zestien jaren maar nog niet de leeftijd van achttien jaren had bereikt, bestaande die ontucht daarin, dat verdachte

-met die [slachtoffer] naakt in een zogeheten jacuzzi heeft gezeten en/ of

-die naakte [slachtoffer] heeft gemasseerd en/ of

-zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] heeft geduwd en/of gebracht;

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

poging tot ontucht plegen met iemand die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en die de leeftijd van zestien jaren maar nog niet de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

ontucht plegen met iemand die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en die de leeftijd van zestien jaren maar nog niet de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt.

Strafbaarheid van de verdachte

Voor zover door de verdediging is betoogd dat sprake was van vrijwillige terugtred ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde, merkt het hof op uit de verklaringen van verdachte en slachtoffer blijkt dat het slachtoffer degene was die aangaf dat zij geen seks met verdachte wilde hebben en dat zij weg wilde. Hierop heeft verdachte haar afgezet bij het station in Amersfoort. Er is dus geen sprake van een situatie waarin het misdrijf niet is voltooid ten gevolge van omstandigheden van de wil van de dader afhankelijk.

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

Door de officier van justitie was een onvoorwaardelijke gevangenisstraf geëist van drie maanden. De rechtbank heeft verdachte veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van één dag en een werkstraf van 240 uur. Door de officier van justitie is geen hoger beroep ingesteld. De advocaat-generaal heeft een gevangenisstraf geëist van negen maanden waarvan vijf voorwaardelijk en daarbij gesteld dat de door de officier van justitie geëiste straf, gelet op de richtlijnen, veel te laag was.

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft bewezenverklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het gebruik maken van de diensten van een minderjarige prostituee. Daarbij is eenmaal sprake geweest van het seksueel binnendringen van het lichaam van de minderjarige. Verdachte heeft hierdoor bijgedragen aan het in stand houden van jeugdprostitutie. Het hebben van seks met een minderjarige prostituee is strafbaar gesteld in artikel 248b van het Wetboek van Strafrecht. Hierin staat de bescherming van minderjarigen centraal. Zij moeten kunnen opgroeien in een omgeving waar zij zich veilig kunnen ontwikkelen, ook op seksueel gebied. Gezien hun jeugdige leeftijd kan van hen niet worden verwacht dat zij zelf voldoende in staat zijn hun seksuele integriteit te bewaken en de draagwijdte van hun gedrag in dit opzicht te overzien.

Als strafverzwarende omstandigheid neemt het hof mee dat in dit geval is vast komen te staan dat het om een kwetsbaar meisje ging dat gedwongen in de prostitutie werkzaam was. Het hof rekent het verdachte zwaar aan dat hij, ondanks het feit dat het slachtoffer hem had verteld dat zij door haar vriend werd gedwongen om als prostituee te werken, toch is ingegaan op diens voorstel voor een tweede ontmoeting en dat het tijdens deze tweede ontmoeting daadwerkelijk tot seksuele handelingen is gekomen, ondanks het feit dat het slachtoffer hem opnieuw vertelde dat zij werd gedwongen. Verdachte is hiertoe uitsluitend ten gerieve van zichzelf overgegaan en heeft door zijn handelen de lichamelijke integriteit en de psychische staat van deze minderjarige in ernstige mate geschonden.

Gelet op het vorenstaande acht het hof alleen een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend. Zowel de door de rechtbank opgelegde straf als de door het openbaar ministerie ter zitting van de rechtbank en het hof geëiste straffen doen onvoldoende recht aan de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de omstandigheden waaronder die feiten zijn gepleegd (met name de wetenschap van verdachte dat het ging om een meisje dat door haar vriend gedwongen werd prostitutiewerkzaamheden te verrichten). Het hof vindt onvoldoende vaststaan dat verdachte wist van de minderjarigheid van het slachtoffer, zodat het hof dit onderdeel van de verklaring van het slachtoffer niet in het nadeel van verdachte bij de vaststelling van de straf zal gebruiken.

Bij het bepalen van de hoogte daarvan weegt het hof mee dat verdachte een blanco strafblad heeft.

Gelet op het bovenstaande had het hof een gevangenisstraf waarvan het onvoorwaardelijk deel twaalf maanden had bedragen, passend gevonden. In het voordeel van verdachte zal het hof er rekening mee houden dat door het openbaar ministerie lager is geëist.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45, 57 en 248b van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Wijst af het verzoek tot het horen van [slachtoffer] .

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 3 (drie) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door

mr. J.D. den Hartog, voorzitter,

mr. H. Abbink en mr. R.R.H. Laurens, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. C.M.M. van der Waerden, griffier,

en op 18 november 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. Laurens is buiten staat om dit arrest mede te ondertekenen.

1 Voor zover niet anders is vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak onderliggende dossier, dossiernummer 2014014857D, onderzoek Waterhoen, bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Schriftelijk bescheid zoals bedoeld in artikel 344.1 sub 5° Wetboek van Strafvordering, zijnde de akte van geboorte van [slachtoffer] , p. 679.

3 Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant Van Doren, p. 951 e.v.

4 Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant Van Doren, p. 938 e.v.

5 Proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten Van Rossenberg en Ferwerda, p. 459 e.v.

6 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] , p. 647 e.v.

7 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] , p. 516 e.v.

8 Schriftelijk bescheid zoals bedoeld in artikel 344.1 sub 5° Wetboek van Strafvordering, zijnde de dagboekaantekeningen van [slachtoffer] , als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant Rossenberg p. 1683 e.v.

9 Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant Renkers-Gijsbers, p. 1011 e.v.

10 Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant Van Doren, p. 1681 e.v.

11 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 235 e.v.

12 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 247 e.v.

13 Schriftelijk bescheid zoals bedoeld in artikel 344.1 sub 5° Wetboek van Strafvordering, zijnde de dagboekaantekeningen van [slachtoffer] , als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant Rossenberg p. 1683 e.v.