Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:10660

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
25-03-2016
Datum publicatie
22-05-2017
Zaaknummer
21-006764-14
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2016:3426, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-006764-14

Uitspraak d.d.: 25 maart 2016

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland van 19 november 2014 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 05-206387-14 en 05-145110-14, 05-206828-14, tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,

wonende te [woonplaats].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 11 maart 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf weken en een geldboete van € 500,00. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. A.H. Staring, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het vonnis op de voet van artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering is aangetekend en daarom niet de in hoger beroep voorgeschreven vermeldingen bevat. Het hof zal daarom opnieuw recht doen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

in de zaak met parketnummer 05-206387-14:

1:
hij op of omstreeks 21 september 2014 te Didam, gemeente Montferland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd: "ik kom dadelijk terug en dan zul je het wel eens zien wat er gebeurt" en/of "ik kom nog terug en pak jullie nog wel" en/of "ik heb nog wat anders voor jullie", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of heeft verdachte (daarbij/vervolgens) een (vuur)wapen gepakt en/of (vervolgens) dit (vuur)wapen op die [slachtoffer] gericht en/of met dit (vuur)wapen geschoten.

2:
hij op of omstreeks 21 september 2014 te Didam, gemeente Montferland, een wapen van categorie III, te weten een gasrevolver (merk/type Reck 36), voorhanden heeft gehad.

in de zaak met parketnummer 05-206828-14 (gevoegd):

1:
hij op of omstreeks 6 september 2014 te Beek, gemeente Montferland, opzettelijk en wederrechtelijk een terrasafscheiding en/of een bloembak, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [A] en/of [betrokkene 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

in de zaak met parketnummer 05-145110-14 (gevoegd):

1:
hij op of omstreeks 11 juni 2014 te Didam, in de gemeente Montferland, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten alle categorieën, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Tatelaarweg, als bestuurder een motorrijtuig, (motorfiets en/of bromfiets), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.

1 subsidiair:
hij op of omstreeks 11 juni 2014 te Didam, in de gemeente Montferland, als bestuurder van een motorrijtuig (motorfiets/ motorscooter) heeft gereden op de weg , de Tatelaarweg, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde.

2:
hij op of omstreeks 11 juni 2014 te Didam, in de gemeente Montferland, als bestuurder van een voertuig (motorfiets en/of bromfiets), daarmee rijdende op de weg, de Tatelaarweg, gelegen binnen de bebouwde kom, heeft gereden op het fietspad van deze Tatelaarweg met een (veel) te hoge snelheid, althans met een snelheid welke (veel) te hoog was voor een veilig verkeer ter plaatse (72 kilometer per uur terwijl een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur is toegestaan), en/of (vervolgens) heeft hij gereden op de Drostlaan en is hij niet gestopt voor een stopteken, gegeven met een aan een politievoertuig aangebrachte transparant, waarin de woorden 'stop' of 'stop politie' tegen een donkere achtergrond worden verlicht, en/of (vervolgens) heeft hij gereden op het trottoir en/of op paden welke alleen toegankelijk waren voor voetgangers, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs in de zaak met parketnummer 05-206828-14

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken, nu er geen overtuigend bewijs is dat verdachte het hem tenlastegelegde heeft begaan.

Het hof is van oordeel dat het door de verdediging gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof overweegt in het bijzonder het volgende.

Uit de aangifte van [betrokkene 2] blijkt dat verdachte met zijn vriendin [betrokkene 3] en een vriend in de auto is gestapt waarmee de vernieling is veroorzaakt. Het ging om een donkerkleurige Opel Astra en na onderzoek is gebleken dat verdachte de tenaamgestelde is van een groene Opel Astra. Volgens de aangeefster was verdachte gekleed in een Adidas trainingspak. Getuige [getuige 1] heeft gezien dat de bestuurder van de auto, die de vernieling heeft veroorzaakt, de jongen was die een donkerkleurig trainingspak met strepen en een petje met strepen droeg. Al het voorgaande in aanmerking nemend, heeft het hof de overtuiging bekomen dat verdachte het hem tenlastegelegde heeft begaan.

Overweging met betrekking tot het bewijs in de zaak met parketnummer 05-145110-14

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem onder feit 1 primair en subsidiair en feit 2 tenlastegelegde, nu niet is vast te stellen dat verdachte degene is geweest die het voertuig heeft bestuurd.

Het hof is van oordeel dat het door de verdediging gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

In het bijzonder overweegt het hof daartoe het volgende. Uit het proces-verbaal bevindingen, opgemaakt op 21 juni 2014 door verbalisant [verbalisant] op ambtseed, blijkt dat de verbalisant de bestuurder van het voertuig als de hem ambtshalve bekende [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1994, wonende te [woonplaats], heeft herkend. Voorts maakt de verbalisant er melding van dat hij de laatste tijd meerdere malen ambtshalve in contact is geweest met verdachte.

Het hof heeft geen enkele reden om te twijfelen aan de juistheid van de waarnemingen van de verbalisant en de door hem gerelateerde herkenning van verdachte als bestuurder van het motorrijtuig in kwestie.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 05-206387-14 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 05-206828-14 en in de zaak met parketnummer 05-145110-14 onder 1 primair en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

in de zaak met parketnummer 05-206387-14:

1:
hij op of omstreeks 21 september 2014 te Didam, gemeente Montferland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd: "ik kom dadelijk terug en dan zul je het wel eens zien wat er gebeurt" en/of "ik kom nog terug en pak jullie nog wel" en/of "ik heb nog wat anders voor jullie", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of heeft verdachte (daarbij/vervolgens) een (vuur)wapen gepakt en/of (vervolgens) dit (vuur)wapen op die [slachtoffer] gericht en/of met dit (vuur)wapen geschoten.

2:
hij op of omstreeks 21 september 2014 te Didam, gemeente Montferland, een wapen van categorie III, te weten een gasrevolver (merk/type Reck 36), voorhanden heeft gehad.


in de zaak met parketnummer 05-206828-14 (gevoegd):

1:
hij op of omstreeks 6 september 2014 te Beek, gemeente Montferland, opzettelijk en wederrechtelijk een terrasafscheiding en/of een bloembak, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [A] en/of [betrokkene 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

in de zaak met parketnummer 05-145110-14 (gevoegd):

1 primair:
hij op of omstreeks 11 juni 2014 te Didam, in de gemeente Montferland, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten alle categorieën, ongeldig was verklaard en aan

hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Tatelaarweg, als bestuurder een motorrijtuig, (motorfiets en/of bromfiets), die categorie of categorieën heeft bestuurd.


2:
hij op of omstreeks 11 juni 2014 te Didam, in de gemeente Montferland, als bestuurder van een voertuig (motorfiets en/of bromfiets), daarmee rijdende op de weg, de Tatelaarweg, gelegen binnen de bebouwde kom, heeft gereden op het fietspad van deze Tatelaarweg met een (veel) te hoge snelheid, althans met een snelheid welke (veel) te hoog was voor een veilig verkeer ter plaatse (72 kilometer per uur terwijl een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur is toegestaan), en/of (vervolgens) heeft hij gereden op de Drostlaan en is hij niet gestopt voor een stopteken, gegeven met een aan een politievoertuig aangebrachte transparant, waarin de woorden 'stop' of 'stop politie' tegen een donkere achtergrond worden verlicht, en/of (vervolgens) heeft hij gereden op het trottoir en/of op paden welke alleen toegankelijk waren voor voetgangers, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 05-206387-14 onder 1 bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Het in de zaak met parketnummer 05-206387-14 onder 2 bewezen verklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Het in de zaak met parketnummer 05-206828-14 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Het in de zaak met parketnummer 05-145110-14 onder 1 primair bewezen verklaarde levert op:

overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Het in de zaak met parketnummer 05-145110-14 onder 2 bewezen verklaarde levert op:

overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot dezelfde straf als hem in eerste aanleg is opgelegd. De raadsman heeft het hof verzocht om aan verdachte een lagere straf op te leggen dan in eerste aanleg en daarbij rekening te houden met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Ten aanzien van de overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 acht het hof de straf zoals aan verdachte is opgelegd in eerste aanleg passend en geboden.

Ten aanzien van de overige bewezen verklaarde feiten overweegt het hof het volgende.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen -en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden- dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een viertal ernstige en kwalijke feiten, waarbij eveneens sprake is van recidive. De feiten waaraan verdachte zich schuldig heeft gemaakt -en daarbij neemt het hof met name in aanmerking de manier waarop en de omstandigheden waaronder deze feiten zijn gepleegd- veroorzaken overlast in de samenleving en brengen gevoelens van onveiligheid teweeg bij de burger.

Daarbij lijkt verdachte zijn eigen belang voorop te stellen en lak te hebben aan andermans veiligheid of eigendom.

Het hof houdt in het voordeel van verdachte echter rekening met het feit dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is. Het hof ziet, al het bovengenoemde in aanmerking nemend, geen reden om af te wijken van de straf zoals deze is opgelegd door de politierechter en tevens is geëist door de advocaat-generaal, ondanks het feit dat het hof dit als een milde straf beschouwt voor het viertal ergerlijke feiten dat in casu bewezen is verklaard.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24, 24c, 57, 62, 63, 285 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie en de artikelen 5, 9, 176 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 05-206387-14 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 05-206828-14 en in de zaak met parketnummer 05-145110-14 onder 1 primair en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 05-206387-14 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 05-206828-14 en in de zaak met parketnummer 05-145110-14 onder 1 primair en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Ten aanzien van het onder in de zaak met parketnummer 05-206387-14 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 05-206828-14 onder 1 (zaak ttz gevoegd) en in de zaak met parketnummer 05-145110-14 onder 1 primair (zaak ttz gevoegd) bewezen verklaarde:

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) weken.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 05-145110-14 onder 2 (zaak ttz gevoegd) bewezen verklaarde:

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. M.S. Koppert, voorzitter,

mr. H. Heins en mr. R.R.H. Laurens, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A.C. Jochems, griffier,

en op 25 maart 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. R.R.H. Laurens is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 25 maart 2016.

Tegenwoordig:

mr. W. Foppen, voorzitter,

mr. J.W.M. Grimbergen, advocaat-generaal,

mr. A.C. Wormgoor, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.