Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:10654

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
25-04-2016
Datum publicatie
08-05-2017
Zaaknummer
21-006968-15
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2017:805, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-006968-15

Uitspraak d.d.: 25 april 2016

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland van 7 december 2015 met parketnummer 05-202762-15 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,

wonende te [woonplaats].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 11 april 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. C.G.M. van Rossum, naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

De raadsman heeft ter terechtzitting de niet ontvankelijkheid van het openbaar ministerie bepleit en daartoe aangevoerd dat de lokfiets, die volgens het proces-verbaal van verbalisanten Janssen en Goossens zou zijn geplaatst voor maximaal vijf dagen, na die periode nog is gebruikt als middel bij de opsporing, waardoor het een ongeoorloofd middel is en derhalve het gebruik daarvan onrechtmatig was.

Het hof stelt voor op dat voor een niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie op grond van artikel 359a wetboek van Strafvordering alleen dan plaats is indien de met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren een ernstige inbreuk hebben gemaakt op de beginselen van een behoorlijke procesorde, waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekort gedaan (het Zwolsman-criterium).

Naar het oordeel van het hof dient de passage die de raadsman heeft aangehaald, te weten dat de betreffende lokfiets, die projectmatig was ingezet om de stijgende diefstal van fietsen rondom het winkelcentrum Dukenburg in Nijmegen tegen te gaan, voor maximaal vijf dagen was geplaatst, te worden gelezen als een interne werkafspraak die niet ziet op het waarborgen van de rechten van verdachte, zodat het verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie wordt verworpen.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

primair:
hij op of omstreeks 6 oktober 2015 in de gemeente Nijmegen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (lok)fiets (volgnummer 404), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Politie District Gelderland-Zuid, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

subsidiair:
hij op of omstreeks 6 oktober 2015 in de gemeente Nijmegen opzettelijk een (lok)fiets (volgnummer 404), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Politie District Gelderland-Zuid, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als gevonden voorwerp, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 6 oktober 2015 in de gemeente Nijmegen opzettelijk een (lok)fiets (volgnummer 404), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Politie District Gelderland-Zuid, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als gevonden voorwerp, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het subsidiair bewezen verklaarde levert op:

verduistering.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de verduistering van een fiets en zich daarmee wederrechtelijk verrijkt met iets wat niet van hem was. Tevens heeft het hof gelet op het Uittreksel Justitiële Documentatie van 14 maart 2016, waaruit blijkt dat verdachte weliswaar in het verleden veelvuldig is veroordeeld, maar dat er de laatste jaren geen contacten met politie of justitie zijn geweest.

Gelet op het voorgaande is het hof met de politierechter in eerste aanleg van oordeel dat oplegging van een taakstraf van de hierna aan te geven duur, passend en geboden is.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d en 321 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. H.M.E. Tebbenhoff Rijnenberg, voorzitter,

mr. G. Mintjes en mr. F.A.M. Bakker, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. H.J. Rosmalen-Jansen, griffier,

en op 25 april 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken.