Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:10631

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
02-11-2016
Datum publicatie
06-01-2017
Zaaknummer
21-003313-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ontvankelijkheid van het OM in zaak tegen gemeente.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-003313-15

Uitspraak d.d.: 2 november 2016

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de economische kamer

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Gelderland van 22 mei 2015 met parketnummer 84-036296-14 in de strafzaak tegen

GEMEENTE BEUNINGEN ,

gevestigd te Beuningen Gld , Van Heemstraweg 46 .

Het hoger beroep

De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 19 oktober 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en haar raadsman, mr. T.E.P.A. Lam, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere beslissing komt ten aanzien van de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.

Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

Beslissing ten aanzien van de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

Het standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in de vervolging van verdachte. Daartoe heeft hij, kort gezegd, aangevoerd dat de door verdachte verrichte handelingen niet vallen onder het uitvoeren van een exclusieve bestuurstaak.

Het standpunt van de verdediging

De verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is in de vervolging van verdachte. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd, kort gezegd, dat het aanleggen van een (rond)weg een exclusieve overheidstaak is en dat alle met die taak samenhangende activiteiten ook als een exclusieve bestuurstaak dienen te worden aangemerkt.

Het oordeel van het hof

Het hof heeft te beslissen op de vraag of aan de verdachte strafrechtelijke immuniteit toekomt ten aanzien van de ten laste gelegde gedragingen. De Hoge Raad heeft in het Pikmeer II-arrest met betrekking tot de vervolgbaarheid van decentrale overheden het volgende overwogen:
‘de immuniteit van een openbaar lichaam als bedoeld in hoofdstuk 7 Gw [dient] slechts dan te worden aangenomen als de desbetreffende gedragingen naar haar aard en gelet op het wettelijk systeem rechtens niet anders dan door bestuursfunctionarissen kunnen worden verricht in het kader van de uitvoering van de aan het openbaar lichaam opgedragen bestuurstaak, zodat uitgesloten is dat derden in zoverre op gelijke voet als het openbaar lichaam aan het maatschappelijk verkeer deelnemen.’

Over de vervolgbaarheid heeft de Hoge Raad in een later arrest (HR 18 september 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA6575) nog het volgende overwogen:

‘4.5.1.Op grond van die bepaling draagt elke gemeente zorg voor de doelmatige inzameling en het doelmatig transport van afvalwater dat vrijkomt bij de binnen haar grondgebied gelegen percelen. Het hebben van die zorgplicht betekent echter nog niet dat het feitelijk inzamelen en transporteren van afvalwater niet door anderen dan bestuursfunctionarissen kan worden verricht.’

In de onderhavige zaak is aan verdachte ten laste gelegd dat, kort gezegd, bij het lozen van grondwater door verdachte, een visuele verontreiniging is opgetreden. Deze feitelijke gedraging kan, naar het oordeel van het hof, niet worden beschouwd als een gedraging die niet door anderen dan bestuursfunctionarissen kan worden verricht. Daarbij wijst het hof ook op de omstandigheid dat het lozen is uitgevoerd door [bedrijf] en een onderaannemer. Dat de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor het aanleggen van de rondweg bij de gemeente ligt kan, onder meer gelet op de bovenstaande jurisprudentie, daaraan niet afdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

primair:
zij op of omstreeks 14 september 2012 te Beuningen, in de gemeente Beuningen samen en in vereniging met een of meer anderen, althans, al dan niet opzettelijk, bij het lozen van grondwater bij ontwatering in een oppervlaktewaterlichaam, gelegen aan of nabij de Elsenpas , niet heeft voldaan aan het gestelde in het derde lid aanhef sub b van het 'Besluit lozen buiten inrichtingen’ aangezien als gevolg van dat lozen een visuele verontreiniging (verkleuring) optrad in dat oppervlaktewaterlichaam;

subsidiair:
zij op of omstreeks 14 september 2012 te Beuningen, in de gemeente Beuningen, terwijl aan Gemeente Beuningen door het college van Dijkgraaf en Heemraden van Waterschap Rivierenland bij besluit van 2 mei 2012 een Watervergunning krachtens de 'Waterwet' was verleend voor het onttrekken en lozen van grondwater ter plaatse van de Elsenplas te Beuningen voor de aanleg van de Zuidelijke structuurweg, al dan niet opzettelijk, samen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, zich heeft gedragen in strijd met een of meer voorschriften verbonden aan voormelde vergunning, immers werd in strijd met bijlage 1 van die vergunning bij ontwatering grondwater geloosd als gevolg waarvan een visuele verontreiniging (verkleuring) optrad in een aan of nabij de Elsenpas te Beuningen gelegen oppervlaktewaterlichaam.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

primair:
zij op of omstreeks 14 september 2012 te Beuningen, in de gemeente Beuningen samen en in vereniging met een of meer anderen, althans, al dan niet opzettelijk, bij het lozen van grondwater bij ontwatering in een oppervlaktewaterlichaam, gelegen aan of nabij de Elsenpas , niet heeft voldaan aan het gestelde in het derde lid aanhef sub b van het 'Besluit lozen buiten inrichtingen' aangezien als gevolg van dat lozen een visuele verontreiniging (verkleuring) optrad in dat oppervlaktewaterlichaam.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het primair bewezen verklaarde levert op:

Overtreding van een voorschrift gesteld bij of krachtens artikel 6.6 Waterwet.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 2000,-.

Het hof zal de door de advocaat-generaal gevorderde geldboete geheel voorwaardelijk opleggen. Daarbij heeft het hof meegewogen dat, zoals verdachte heeft verklaard en het hof aannemelijk acht, in het weekend een lek is ontstaan en dat de gemeente geprobeerd heeft om de overtreding ongedaan te maken, maar dat visuele verontreiniging daarbij niet vermijdbaar was. Voorts acht het hof aannemelijk dat – zoals ter zitting is verklaard – verdachte onverwijld alles heeft gedaan om de schade te herstellen. Met oplegging van een voorwaardelijke geldboete wordt mede beoogd te bevorderen dat verdachte alert is op mogelijke problemen bij werkzaamheden in weekenden. Daarom kan niet worden volstaan met de beslissing dat geen straf wordt opgelegd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23 en 24 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, de artikelen 6.2 en 6.6 van de Waterwet en artikel 3.2 van het Besluit lozen buiten inrichtingen.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Ten aanzien van het primair bewezen verklaarde

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 2.000,- (tweeduizend euro).

Bepaalt dat de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Aldus gewezen door

mr. J.A.W. Lensing, voorzitter,

mr. C. Caminada en mr. J.F.L. Roording, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. T. Faber, griffier,

en op 2 november 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. J.F.L. Roording is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 2 november 2016.

Tegenwoordig:

mr. H.H.M. van Dijk, voorzitter,

mr. E.C.A.M. Langenhorst, advocaat-generaal,

B.J. Berendsen, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.