Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:10570

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
27-12-2016
Datum publicatie
30-12-2016
Zaaknummer
200.181.811t herstel
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHARL:2016:8995
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herstelarrest; kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Geldigheidsduur bankgarantie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.181.811

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht: 366179)

beslissing op verzoek ex artikel 31 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Het hof heeft in de zaak [appellant] / [geïntimeerde] op 8 november 2016 arrest gewezen.

Het hof heeft kennis genomen van een verzoek van mr. C. van der Mark bij brief van
29 november 2016 namens [appellant] om een kennelijke schrijffout in het arrest van
8 november 2016 te verbeteren. Volgens [appellant] is sprake van een kennelijke verschrijving nu ontbreekt dat de bankgarantie voor een bepaalde duur, bijvoorbeeld veertien of dertig dagen, na het eindarrest geldig is. [appellant] voegt daaraan toe dat indien de bankgarantie immers slechts voor de duur van het geding geldig is, een strikte uitleg ervan zou kunnen betekenen dat de bankgarantie eindigt op het moment van het wijzen van het eindarrest en dat het dan zo kan zijn dat de bankgarantie alsdan niet meer ingeroepen kan worden, omdat het eindarrest niet eerder dan een dag na het wijzen ervan ontvangen kan zijn. Volgens [appellant] is er dan geen sprake meer van “voor de duur van het geding”. Er is sprake van een kennelijke verschrijving in die zin dat abusievelijk en kennelijk verzuimd is om aan te geven dat de bankgarantie ook nog voor een periode X na het eindarrest geldt, hetgeen noodzakelijk is om zekerheid te hebben, aldus [appellant] .

[geïntimeerde] is in de gelegenheid gesteld op dit verzoek te reageren. [geïntimeerde] heeft bij brief van 30 november 2016 van mr. D.C. Theunis geconcludeerd dat van een kennelijke verschrijving geen sprake is en dat het (kennelijke) verzoek van [appellant] tot aanvulling of verbetering van het arrest moet worden afgewezen.

Het hof is van oordeel dat sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent en wijst het verzoek toe. Voor partijen en derden is immers direct duidelijk dat van een vergissing sprake is, omdat de in het tussenarrest genoemde bankgarantie zinledig zou zijn na het wijzen van het eindarrest, indien die bankgarantie zou eindigen op het moment van het wijzen van het arrest. Het hof heeft kennelijk abusievelijk verzuimd aan te geven dat de bankgarantie ook nog een periode na het eindarrest moet gelden, hetgeen noodzakelijk is om de beoogde zekerheidstelling te bieden. Gelet daarop zal het hof het volgende bepalen.

Het hof bepaalt dat waar “voor de resterende duur van het hoger beroep” staat dit wordt gewijzigd in “voor de resterende duur van het hoger beroep tot en met veertien dagen na de datum van het eindarrest“.

Deze verbetering wordt aangebracht op de minuut.

Voor het overige blijft het arrest, ook wat betreft de datum van uitspraak, geheel in stand.

Dit arrest is gewezen door mrs. R.A. Dozy, C.J.H.G. Bronzwaer en A.E.B. ter Heide, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 27 december 2016.