Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:9983

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
29-12-2015
Datum publicatie
10-03-2016
Zaaknummer
200.173.681
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vervangende toestemming voor erkenning.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2016/4905
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.173.681

(zaaknummers rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, 279352)

beschikking van de familiekamer van 29 december 2015

inzake

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats],
verzoekster in hoger beroep,

verder te noemen: de moeder,

advocaat: mr. B. Willemsen te Nijmegen,

en

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats],

verweerder in hoger beroep,

verder te noemen: de vader,

advocaat: mr. B.H. Bongers te Zwolle.

Als overige belanghebbende is aangemerkt:

mr. D. van Haaften,

kantoorhoudende te Harderwijk,

in haar hoedanigheid van bijzondere curator over de minderjarige
[kind].

1
1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, van 9 maart 2015 en 29 april 2015, uitgesproken onder voormelde zaaknummers.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift met bijlagen, ingekomen op 16 juli 2015;

- het verweerschrift van de bijzondere curator, ingekomen op 30 augustus 2015;

- het verweerschrift van de vader met bijlage, ingekomen op 1 september 2015;

- een faxbericht van de advocaat van de moeder van 5 november 2015 met bijlage, ingekomen op dezelfde datum.

2.2

De mondelinge behandeling heeft op 5 november 2015 plaatsgevonden. Namens de moeder is haar advocaat verschenen. De vader is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn advocaat. Voorts is de bijzondere curator verschenen. Namens de Raad voor de Kinderbescherming (verder: de raad) is [A] verschenen.

3 De vaststaande feiten

3.1

De moeder en de vader hebben een relatie gehad. Uit de moeder is op
[geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats] [kind], verder te noemen [kind], geboren. De moeder is met het gezag over [kind] belast. De moeder heeft geen toestemming gegeven voor erkenning van [kind] door de vader.

3.2

Bij verzoekschrift, ingekomen bij de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, op
26 februari 2015, heeft de vader verzocht:
a) hem vervangende toestemming te geven voor erkenning door hem van [kind];
b) te bepalen dat hij en de moeder gezamenlijk het ouderlijk gezag over [kind] zullen uitoefenen;
c) een contactregeling vast te stellen tussen hem en [kind] in die zin dat hij [kind] één weekend per veertien dagen van vrijdag 18.00 uur tot zondag 19.00 uur bij zich heeft, alsmede de helft van de vakanties en feestdagen.

3.3

Bij beschikking van 9 maart 2015 heeft de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen,
mr. Van Haaften benoemd tot bijzondere curator over [kind].

4 De omvang van het geschil

4.1

Tussen partijen is in geschil het verzoek van de vader hem vervangende toestemming te verlenen om [kind] te erkennen. De rechtbank heeft in de bestreden beschikking de vader (vervangende) toestemming verleend tot erkenning van [kind] en de verzoeken van de vader tot gezamenlijk gezag en omgang aangehouden.

4.2

De moeder is met één grief in hoger beroep gekomen van de beschikking van
de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, van 29 april 2015. Deze grief beoogt het geschil over het verlenen van (vervangende) toestemming tot erkenning van [kind] in hoger beroep in volle omvang aan de orde te stellen. De moeder verzoekt het hof

de beschikking van 29 april 2015 te vernietigen en het verzoek van de vader hem vervangende toestemming te verlenen tot erkenning van [kind] alsnog af te wijzen.

4.3

De vader voert verweer. Hij verzoekt het hoger beroep van de moeder af te wijzen.

4.4

De bijzondere curator voert verweer. Zij verzoekt het hoger beroep van de moeder ongegrond te verklaren.

5 De motivering van de beslissing

5.1

In geval de toestemming van de moeder tot erkenning door de vader ontbreekt, kan op grond van artikel 1:204 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW) de toestemming van de moeder wier kind de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt op verzoek van de vader die het kind wil erkennen, door toestemming van de rechtbank worden vervangen, indien de erkenning de belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met het kind of de belangen van het kind niet zou schaden, en de vader de verwekker is van het kind. Hierbij dient een afweging te worden gemaakt van de belangen van betrokkenen, waarbij tot uitgangspunt dient te worden genomen dat zowel het kind als de verwekker er aanspraak op heeft dat hun relatie rechtens wordt erkend als een familierechtelijke rechtsbetrekking. Het hof zal het belang en de aanspraak van de vader op erkenning afwegen tegen de belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met het kind en van het kind bij niet-erkenning. Van schade aan de belangen van het kind in de zin van artikel 1:204 lid 3 BW is slechts sprake indien er ten gevolge van de erkenning voor het kind reële risico’s zijn dat het kind wordt belemmerd in een evenwichtige sociaal-psychologische en emotionele ontwikkeling.

5.2

Tussen partijen staat vast dat de vader de verwekker van [kind] is.

5.3

Een zekere emotionele weerstand van de moeder is onvoldoende om vervangende toestemming tot erkenning te weigeren. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken, indien duidelijk wordt dat de weerstand van de moeder negatieve gevolgen voor de positie van het kind met zich brengt.

5.4

De moeder stelt dat erkenning door de vader van [kind] niet in het belang is van [kind] omdat de instabiele, criminele en uiterst bedreigende omgeving waarin de vader zich bevindt, de sociale ontwikkeling van [kind] ernstig in de weg komt te staan.
De vader heeft te maken met een drugsverslaving hetgeen hem ook in het verleden met de moeder in de problemen heeft gebracht. Op facebook staat een foto waarop hij te zien is met een geweer en hij plaatst een foto op facebook van zichzelf omgeven door drugs. Hij zou GHB en wiet gebruiken. Zij weet dat de vader bekend is bij justitie. Er zou sprake zijn van veroordelingen vanwege drugsbezit, diefstallen en fraude. De vader heeft aan haar meegedeeld dat hij overvallen heeft gepleegd. Derden hebben haar verteld dat op internet een compositietekening rondgaat waaruit zij de vader menen te herkennen. Het gaat om een geweldsdelict. Zij kent de vader als een man met twee gezichten, Hij kan heel agressief zijn. Zij heeft de vader vanaf maart 2014 niet meer gezien hetgeen maakt dat zij voor actuele informatie aangewezen is op internet en derden. Bij erkenning zullen zij en [kind] geconfronteerd en herinnerd worden aan het gedrag en de houding van de vader ten opzichte van haar en [kind]. Daarbij komt dat de vader vermoedelijk straatschulden bij dealers heeft waardoor het niet in het belang van [kind] is dat de vader hem erkent. [kind] mag niet op enig moment geconfronteerd worden met mogelijke financiële ellende die de vader zelf heeft veroorzaakt. Het gedrag dat de vader al jarenlang vertoont en de omgeving waarin hij zich bevindt zijn zodanig dat zij gegronde reden heeft om te vrezen voor het welzijn en de ontwikkeling van [kind]. Deze procedure alleen al zorgt voor onrust voor haar en [kind]. Zij heeft grote moeite te geloven dat het nu beter gaat met de vader, aldus de moeder.

5.5

De vader voert aan dat op geen enkele manier is gebleken dat erkenning een belemmering zou zijn voor een goede sociale ontwikkeling van [kind]. De vader stelt dat het uitstekend met hem gaat hetgeen ook in gesprekken met Verian naar voren is gekomen.
Uit het verslag van P&T coaching blijkt dat het zelfs steeds beter gaat. Hij huurt een eengezinswoning. Het huis is netjes en volledig ingericht en hij heeft een vaste baan. Er zijn geen schulden meer en hij gebruikt ook geen middelen meer.

5.6

De bijzondere curator adviseert het verzoek van de vader toe te wijzen. De ter beschikking staande gegevens wijzen er niet op dat er sprake van zou zijn dat erkenning een ongestoorde verhouding tussen moeder en kind in de weg staat. Bovendien lijkt de angst van de moeder niet zo groot dat dit de ongestoorde verhouding tussen haar en [kind] in de weg staat. De vader en de moeder zijn bij Lindenhout geweest voor een bespreking. De moeder is derhalve contact met de vader niet uit de weg gegaan. Het is in het belang van [kind] dat hij weet wie zijn vader is, aldus de bijzondere curator.

5.7

Het hof is met de rechtbank, de bijzondere curator en de raad van oordeel dat het verzoek van de vader hem vervangende toestemming te verlenen tot de erkenning van [kind] als zijn kind dient te worden toegewezen. Het hof verwijst daarvoor naar de motivering van de rechtbank, neemt deze na eigen onderzoek over en maakt deze tot de zijne, en voegt daaraan nog het volgende toe.

Gebleken is dat de moeder nog geen vertrouwen heeft in de vader en nog angstig is voor de vader. De angst van de moeder lijkt vooral gebaseerd te zijn op het verleden. De vader heeft ter mondelinge behandeling in hoger beroep erkend dat hij in het verleden veel problemen heeft gehad als gevolg van zijn drugsverslaving en dat als gevolg daarvan veel dingen niet goed zijn gegaan maar dat hij deze problemen thans niet meer heeft nu hij sedert januari 2015 geen drugs meer heeft gebruikt. De vader heeft een fulltime baan en een woning. De coach van de vader heeft op 25 augustus 2015 medegedeeld dat het nog steeds goed gaat met de vader, hij werkt hard en komt altijd op zijn werk. Hij wordt gewaardeerd door zijn werkgever en heeft geen schulden. Voor zover er schulden waren zijn deze volledig voldaan. De situatie van de vader lijkt zich dan ook te hebben hersteld. Het hof is met de raad van oordeel dat de moeder in het belang van [kind] hulpverlening moet zoeken om de angst voor de vader een plek te kunnen geven en om beter met de angst voor de vader te kunnen omgaan. Het hof acht de angst van de moeder, gelet op de criteria in de wet, echter onvoldoende reden om de verzochte vervangende toestemming te weigeren. Het hof heeft verder in zijn overwegingen betrokken dat niet is gebleken dat het niet goed gaat met [kind]. De advocaat van de moeder heeft ter mondelinge behandeling in hoger beroep verklaard dat zij van de moeder heeft gehoord dat het goed gaat met [kind] op school en dat hij in groep 3 zit.
Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat de angst die de moeder heeft voor de vader niet zodanig lijkt te zijn dat dit een ongestoorde verhouding tussen de moeder en [kind] in de weg staat. Nu er ook voor het overige geen aanwijzingen zijn dat ten gevolge van de erkenning voor [kind] reële risico’s zijn dat hij wordt belemmerd in een evenwichtige sociaal-psychologische en emotionele ontwikkeling, en het hof het voor [kind] van groot belang acht te weten wie zijn vader is en zijn familierechtelijke relatie ook in juridische zin wordt bevestigd, is het hof van oordeel dat het verzoek van de vader terecht is toegewezen.

6 De slotsom

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, treft de grief van de moeder geen doel. Het hof zal de bestreden beschikking bekrachtigen.

7 De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, van

29 april 2015.

Deze beschikking is gegeven door mrs. R. Krijger, A. Smeeïng-van Hees en

J.W.P. Verheugt, bijgestaan door F.E. Knoppert als griffier, is bij afwezigheid van de voorzitter getekend door mr. A. Smeeïng-van Hees, en is op 29 december 2015 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.