Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:9788

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
22-12-2015
Datum publicatie
22-12-2015
Zaaknummer
21-001031-15
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2017:60, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Medeplegen van poging doodslag op twee agenten met auto op telefonische aanwijzingen van verdachte. Voorwaardelijke opzet. Gevangenisstraf van 5 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-001031-15

Uitspraak d.d.: 22 december 2015

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 17 februari 2015 met parketnummer 18-930213-14 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

thans verblijvende in P.I. Veenhuizen, gevangenis Esserheem te Veenhuizen.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 8 december 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte wegens de feiten 1 primair en 2 tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren, met aftrek van voorarrest. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw,

mr. K. Blonk, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging op de terechtzitting in hoger beroep – tenlastegelegd dat:

1. primair:
hij op of omstreeks 17 oktober 2014 in de gemeente [gemeente1] en/of de gemeente [gemeente2] en/of de gemeente [gemeente3] en/of de gemeente [gemeente4] (op de N34 richting Zuidlaren en/of de A28 richting Groningen) althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer1] (brigadier van politie) en/of [slachtoffer2] (agent van politie) van het leven te beroven althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet,

 is verdachtes mededader in een personenauto (van het merk Renault Laguna ) op de N34 met hoge snelheid in voor hem tegenovergestelde richting op de door die [slachtoffer1] bestuurde politieauto ingereden en/of de door die [slachtoffer1] bestuurde politieauto zeer dicht genaderd en/of waarbij een aanrijding werd voorkomen doordat die [slachtoffer1] met kracht remde en zijn dienstvoertuig de berm instuurde en/of,

 (vervolgens) heeft/is verdachtes mededader op de N34 met hoge snelheid de door die [slachtoffer1] bestuurde politieauto ingehaald en/of naast die [slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] gaan rijden en/of een stuurbeweging naar rechts gemaakt en/of waarbij die [slachtoffer1] met kracht moest remmen om een aanrijding te voorkomen en/of

 (vervolgens) heeft verdachtes mededader op de A28 terwijl de door die [slachtoffer1] bestuurde politieauto hem aan het inhalen was en naast hem reed een stuurbeweging naar links gemaakt waarbij de rechterspiegel van de door die [slachtoffer1] bestuurde politieauto werd geraakt en/of terwijl de middenberm uit betonblokken bestond en/of de door [slachtoffer1] bestuurde politieauto zich nabij de middenberm bevond en/of er meer personenauto’s zich achter de door die [slachtoffer1] bestuurde politieauto bevonden waardoor die [slachtoffer1] geen vaart kon verminderen en/of

 waarbij verdachte en zijn mededader zich telkens in een bestelbus (van het merk Mercedes-Benz ) in de directe nabijheid van de politieauto en de Renault Laguna bevonden en/of telkens via de telefoon aanwijzingen gaven aan verdachtes mededader die zich in de Renault Laguna bevond met als inhoud, (zakelijk weergegeven) "dat hij de auto er voor moet knallen en/of gas gas doorrijden en/of rij hem nu aan snel draai auto en knallen en/of ja nu met die auto gewoon tegen die auto aan snel en/of knal ze rij ze blokkeer ze man",

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

1. subsidiair:
medeverdachte [medeverdachte1] en/of medeverdachte [medeverdachte2] op of omstreeks 17 oktober 2014 in de gemeente [gemeente1] en/of de gemeente [gemeente2] en/of de gemeente [gemeente3] en/of de gemeente [gemeente4] (op de N34 richting Zuidlaren en/of de A28 richting Groningen) althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer1] (brigadier van politie) en/of [slachtoffer2] (agent van politie) van het leven te beroven althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet,

 is verdachtes medeverdachte in een personenauto (van het merk Renault Laguna ) op de N34 met hoge snelheid in voor hem tegengestelde richting op de door die [slachtoffer1] bestuurde politieauto ingereden en/of de door die [slachtoffer1] bestuurde politieauto zeer dicht genaderd en/of waarbij een aanrijding werd voorkomen doordat die [slachtoffer1] met kracht remde en zijn dienstvoertuig de berm instuurde en/of,

 (vervolgens) heeft/is verdachtes medeverdachte op de N34 met hoge snelheid de door die [slachtoffer1] bestuurde politieauto ingehaald en/of naast die [slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] gaan rijden en/of een stuurbeweging naar rechts gemaakt en/of waarbij die [slachtoffer1] met kracht moest remmen om een aanrijding te voorkomen en/of

 (vervolgens) heeft verdachtes medeverdachte op de A28, terwijl de door die [slachtoffer1] bestuurde politieauto hem aan het inhalen was en naast hem reed een stuurbeweging naar links gemaakt, waarbij de rechterspiegel van de door die [slachtoffer1] bestuurde politieauto werd geraakt en/of terwijl de middenberm uit betonblokken bestond en/of de door [slachtoffer1] bestuurde politieauto zich nabij de middenberm bevond en/of er meer personenauto’s zich achter de door die [slachtoffer1] bestuurde politieauto bevonden waardoor die [slachtoffer1] geen vaart kon verminderen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

welke bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) verdachte op of omstreeks 17 oktober 2014 in de gemeente [gemeente1] en/of de gemeente [gemeente2] en/lof de gemeente [gemeente3] en/of de gemeente [gemeente4] (op de N34 richting Zuidlaren en/of de A28 richting Groningen) althans in Nederland

 door het verschaffen van inlichtingen, te weten door zijn medeverdachte (tijdens de autorit) telefonisch de opdracht te geven en/of tegen zijn medeverdachte te zeggen “dat hij de auto er voor moet knallen” en/of “gas gas doorrijden” en/of “rij hem nu aan snel draai auto en knallen” en/of “ja nu met die auto gewoon tegen die auto aan snel” en/of “knal ze rij ze blokkeer ze man” en/of

 door beloften, te weten door tegen zijn medeverdachte te zeggen: “he knal die skowtoe nu [medeverdachte1] , ik maak alles met je goed” en/of “maakt niet uit broer ik regel dat met jou hou ze nou maar tegen”,

althans woorden van gelijke aard en/of strekking, opzettelijk heeft uitgelokt;

1. meer subsidiair:

medeverdachte [medeverdachte1] en/of medeverdachte [medeverdachte2] op of omstreeks 17 oktober 2014 in de gemeente [gemeente1] en/of de gemeente [gemeente2] en/of de gemeente [gemeente3] en/of de gemeente [gemeente4] (op de N34 richting Zuidlaren en/of de A28 richting Groningen) althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer1] (brigadier van politie) en/of [slachtoffer2] (agent van politie) van het leven te beroven althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet,

 is verdachtes medeverdachte in een personenauto (van het merk Renault Lagune ) op de N34 met hoge snelheid in voor hem tegengestelde richting op de door die [slachtoffer1] bestuurde politieauto ingereden en/of de door die [slachtoffer1] bestuurde politieauto zeer dicht genaderd en/of waarbij een aanrijding werd voorkomen doordat die [slachtoffer1] met kracht remde en zijn dienstvoertuig de berm instuurde en/of,

 (vervolgens) heeft/is verdachtes medeverdachte op de N34 met hoge snelheid de door die [slachtoffer1] bestuurde politieauto ingehaald en/of naast die [slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] gaan rijden en/of een stuurbeweging naar rechts gemaakt en/of waarbij die [slachtoffer1] met kracht moest remmen om een aanrijding te voorkomen en/of

 (vervolgens) heeft verdachtes medeverdachte op de A28, terwijl de door die [slachtoffer1] bestuurde politieauto hem aan het inhalen was en naast hem reed een stuurbeweging naar links gemaakt, waarbij de rechterspiegel van de door die [slachtoffer1] bestuurde politieauto werd geraakt en/of terwijl de middenberm uit betonblokken bestond en/of de door [slachtoffer1] bestuurde politieauto zich nabij de middenberm bevond en/of er meer personenauto’s zich achter de door die [slachtoffer1] bestuurde politieauto bevonden waardoor die [slachtoffer1] geen vaart kon verminderen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op of omstreeks 17 oktober 2014 in de gemeente [gemeente1] en/of de gemeente [gemeente2] en/of de gemeente [gemeente3] en/of de gemeente [gemeente4] (op de N34 richting Zuidlaren en/of de A28 richting Groningen) althans in Nederland, opzettelijk middelen en/of gelegenheid heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door zijn medeverdachte (tijdens de autorit) via de telefoon opdrachten/aanwijzingen te geven en/of tegen zijn medeverdachte te zeggen “dat hij de auto er voor moet knallen” en/of “gas gas doorrijden” en/of “rij hem nu aan snel draai auto en knallen” en/of “ja nu met die auto gewoon tegen die auto aan snel” en/of “knal ze rij ze blokkeer ze man” en/of “he knal die skowtoe nu [medeverdachte1] , ik maak alles met je goed” en/of “maakt niet uit broer ik regel dat met jou hou ze nou maar tegen” en/of “ja ga daarnaast rijden, wij moeten iets langzamer” en/of “ja wij rijden langzaam kom gewoon ervoor en kan ze gewoon dat ze niet verder kunnen oké”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking.

1. meest subsidiair:

hij op of omstreeks 17 oktober 2014 in de gemeente [gemeente1] en/of de gemeente [gemeente2] en/of de gemeente [gemeente3] en/of de gemeente [gemeente4] , althans in Nederland,

meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer1] (brigadier van politie) en/of [slachtoffer2] (agent van politie), heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/is verdachtes mededader opzettelijk dreigend,

 in een personenauto ( Renault Laguna ) op de N34 met hoge snelheid in voor hem tegenovergestelde richting op de door die [slachtoffer1] bestuurde politieauto ingereden en/of de door die [slachtoffer1] bestuurde politieauto zeer dicht genaderd en/of waarbij een aanrijding werd voorkomen doordat die [slachtoffer1] met kracht remde en zijn dienstvoertuig de berm instuurde en/of, (vervolgens)

 met hoge snelheid op de N34 de door die [slachtoffer1] bestuurde politieauto ingehaald en/of naast die [slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] gaan rijden en/of een stuurbeweging naar rechts gemaakt en/of waarbij die [slachtoffer1] met kracht moest remmen om een aanrijding te voorkomen en/of (vervolgens)

 terwijl de door die [slachtoffer1] bestuurde politieauto hem aan het inhalen was op de A28 en naast hem reed een stuurbeweging naar links gemaakt waarbij de rechterspiegel van de door die [slachtoffer1] bestuurde politieauto werd geraakt en/of terwijl de middenberm uit betonblokken bestond en er meer personenauto's zich achter de door die [slachtoffer1] bestuurde politieauto bevonden waardoor die [slachtoffer1] geen vaart kon verminderen en/of

 waarbij verdachte en zijn mededader zich telkens in een bestelbus (van het merk Mercedes-Benz ) in de directe nabijheid van de politieauto en de Renault Laguna bevonden en/of telkens via de telefoon aanwijzingen gaven aan verdachtes mededader die zich in de Renault Laguna bevond met als inhoud, (zakelijk weergegeven) "dat hij de auto er voor moet knallen en/of gas gas doorrijden en/of rij hem nu aan snel draai auto en knallen en/of ja nu met die auto gewoon tegen die auto aan snel en/of knal ze rij ze blokkeer ze man",

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2:
hij op of omstreeks 17 oktober 2014 te [plaats] , gemeente [gemeente5] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een schuur behorende bij een woning gelegen aan het [adres] heeft weggenomen ongeveer 80 kilogram, althans een hoeveelheid, hennep, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer3] , en/of aan of meer anderen, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsverweer

Verdachte ontkent zich schuldig te hebben gemaakt aan hetgeen onder 1 primair tot en met meest subsidiair aan hem is ten laste gelegd. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat verdachte van die feiten moet worden vrijgesproken, op gronden zoals aangevoerd in de pleitaantekeningen die door de raadsvrouw ter zitting aan het hof zijn overhandigd. Kort weergegeven, komt het verweer op de volgende punten neer:

  • -

    medeplegen kan niet bewezen worden, omdat geen sprake is van nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte;

  • -

    het weggedrag van medeverdachte [medeverdachte1] kan niet gekwalificeerd worden als poging tot doodslag/zware mishandeling nu niet kan worden bewezen dat [medeverdachte1] daarop het opzet had;

  • -

    verdachte had niet het opzet op de dood of zwaar lichamelijk letsel van de aangevers [slachtoffer1] en [slachtoffer2] .

  • -

    verdachte heeft ter zitting van het hof verklaard dat hij in paniek handelde, dat de hele rit hectisch verliep. Hij heeft niet tijdens de gehele rit gezien hoe [medeverdachte1] heeft gereden. Daarnaast is niet vast te stellen op welke gebeurtenissen verdachtes uitspraken precies betrekking hadden en is onvoldoende duidelijk of [medeverdachte1] zijn gedragingen in opdracht van verdachte heeft verricht. Verdachte heeft het hof in overweging gegeven nader onderzoek te laten verrichten naar de exacte locatie waar verdachte zijn uitspraken heeft gedaan, indien het hof zou menen dat het dossier niet compleet is. Daarnaast heeft verdachte het hof onder diezelfde voorwaarde namelijk voor het geval daartoe bij het hof de behoefte zou bestaan, verzocht om [medeverdachte2] en [medeverdachte1] als getuigen te horen.

De feiten

In de vroege ochtend van 17 oktober 2014 heeft verdachte, samen met medeverdachten [medeverdachte2] en [medeverdachte1] , in [plaats] een groot aantal hennepplanten uit een hennepkwekerij gestolen. Zij maakten daarbij gebruik van twee auto’s, te weten een witte Mercedes Sprinter (hierna: de witte bus) en een Renault Laguna . [medeverdachte2] was bestuurder van de witte bus, verdachte was bijrijder. [medeverdachte1] bestuurde de Laguna .

Na de diefstal trokken beide voertuigen de aandacht van de verbalisanten [slachtoffer1] en [slachtoffer2] , die in hun dienstvoertuig achter beide voertuigen reden. De verbalisanten gaven de witte bus uiteindelijk op de N34, bij de afrit Gasselte, een stopteken. De witte bus voldeed niet aan dat teken en ging ervandoor. In de volgende, relatief korte, periode van ongeveer zeventien minuten, waarin de verbalisanten met hun dienstvoertuig trachtten de witte bus te achterhalen en te laten stoppen voerde de bestuurder van de Renault Laguna een aantal levensgevaarlijke manoeuvres uit jegens de verbalisanten. De verbalisanten zagen gedurende deze rit dat de bestuurder van de Renault Laguna verschillende keren aan het telefoneren was.

Achteraf bleek dat op de telefoon van medeverdachte [medeverdachte1] , uit hoofde van een ander strafrechtelijk onderzoek een tap liep. Hierdoor kon worden vastgesteld dat gedurende rit van ongeveer zeventien minuten veertien maal telefonisch contact is geweest tussen de inzittenden van de witte bus en [medeverdachte1] , de bestuurder van de Renault Laguna . Bijeengenomen hebben verdachte en [medeverdachte1] in die rit gedurende in totaal ongeveer 8 minuten met elkaar in contact gestaan en gesproken. Hoewel de exacte locatie van de verschillende aangestraalde zendmasten niet uit het dossier kan worden afgeleid volgt uit de processen-verbaal wel dat de in die tapgesprekken aangeduide zendmasten dat de gereden route past bij de in die gesprekken genoemde locaties, namelijk plaatsen of gemeenten. Verdachte heeft erkend de gesprekken te hebben gevoerd en de route over de N 34 vanaf Borger, via Gasselte, Annen, Zuidlaren te hebben gereden waarna op de A 28 verdachte zijn weg heeft vervolgd.

Uit de verklaring van de verdachte op de terechtzitting van het hof blijkt dat hij degene was die [medeverdachte1] telkens belde en de gesprekken met [medeverdachte1] voerde. Uit de vastlegging van de tapgesprekken blijkt dat verdachte tijdens de achtervolging onder meer tegen [medeverdachte1] heeft gezegd:

  • -

    Bij aanstraling van de zendmast Drouwen, om 4:31:04 uur:

  • -

    Verdachte: "Oooh hey luister"

  • -

    [medeverdachte1] : "Ja"

  • -

    Verdachte: “Ja kom die auto knallen voor ons nu”

  • -

    [medeverdachte1] : "Vol gas voor jullie aan"

  • -

    Verdachte: “Ja kom voor ons knallen nu”

  • -

    [medeverdachte1] : "Oké, ik kom er aan"

  • -

    Verdachte: " [medeverdachte1] kom ze knallen"

  • -

    Bij aanstraling van de zendmast Drouwen, om 4:32:10 uur:

  • -

    Verdachte: “He kom die skowtoe (fon) nu knallen voor ons nu”

  • -

    [medeverdachte1] : "Wat"

  • -

    “Nu nu kom die skowtoe (fon) nu knallen met die auto knal op hun”

  • -

    [medeverdachte1] : "Oké"

  • -

    Verdachte: "Is goed kom op hun knallen nu"

  • -

    Verdachte: “He kom draaien kom draaien”

  • -

    Bij aanstraling van de zendmast Drouwen, om 4:33:06 uur:

  • -

    Verdachte: “He knal die skowtoe (fon) nu [medeverdachte1] ik maak alles met je goed rij hem nu aan snel draai auto en knallen”

  • -

    [medeverdachte1] : "Wat moet ik doen moet ik knallen"

  • -

    Verdachte: “Ja nu met die auto gewoon tegen die auto aan snel”

  • -

    Verdachte: “Ja knal die auto met de auto schiet op”

  • -

    [medeverdachte1] : "Oké, is cool ik hoop dat het me lukt man"

  • -

    Verdachte: "Jo"

  • -

    Bij aanstraling van de zendmast Gieten, om 4:34:00 uur:

  • -

    Verdachte: “Is goed rij honderdtachtig en knal die skowtoe (fon) keihard”

  • -

    [medeverdachte1] : "Ja, ik doe mijn best"

  • -

    Bij aanstraling van de zendmast Annen, om 4:37:26 uur:

  • -

    Verdachte: "He waar ben je dan ben je achter ons ja he"

  • -

    [medeverdachte1] : Ja, ik ben achter jullie"

  • -

    Verdachte: "Oké, doe je ding, ja doe je ding"

  • -

    [medeverdachte1] : "Ja, ik ga mijn best doen ja"

  • -

    Verdachte: "Ja, ga daarnaast rijden, wij moeten iets langzamer"

  • -

    Verdachte: "Achterwiel aanraken dan spint ie doe wat je moet doen"

  • -

    [medeverdachte1] : "Ja, ik ga mijn ding doen, ja"

  • -

    Verdachte: "Ja, wij rijden langzaam, kom gewoon ervoor en knal ze gewoon dat ze niet verder kunnen, oké"

  • -

    [medeverdachte1] : "Ik laat ze anders wel achterin mij klappen"

  • -

    Verdachte: "Oké, is goed jo"

  • -

    Bij aanstraling van de zendmast Zuidlaren, om 4:38:35 uur:

  • -

    Verdachte: "Man, eeh haal ze in doe dan jonge waar wacht je op"

  • -

    [medeverdachte1] : "Bocht man ik (….) en ze gaan blokkeren mij"

  • -

    Verdachte: "Doe hoe je het moet doen snel ga ervoor pressure (fon) op de achterkant weet ik veel doe wat"

  • -

    Bij aanstraling van de zendmast Zuidlaren, om 4:39:28 uur:

  • -

    [medeverdachte1] : "Jo, versterking is er al man"

  • -

    Verdachte: "Wat ja doe wat dan jonge knal ze rij ze blokkeer ze man

  • -

    [medeverdachte1] : "Ja, ik wil niet gepakt worden kerel"

  • -

    Verdachte: "Maakt niet uit broer, ik regel dat met jou hou ze nou maar tegen "aben" (fon) laten we wegrennen laten deze bus achter met die wierie desnoods"

  • -

    [medeverdachte1] : "Ja beter doe dat ik knal hem ook door"

  • -

    Verdachte: "Ja nee luister blokkeer hun ja voor hun en blokkeer ze dat ze er niet langs kunnen nu"

  • -

    [medeverdachte1] : "Ja"

  • -

    Verdachte: Je hoeft ze niet tegen te houden maar ga gewoon ervoor en schud heen en weer zodat ze er niet langs kunnen schiet op schiet op"

  • -

    [medeverdachte1] : "Jo is goed is goed niet meer bellen"

  • -

    Bij aanstraling van de zendmast A28/Eelde, om 4:40:39 uur:

  • -

    Verdachte: "Eeh, ga ze voor en ga ze afsnijden schiet op"

  • -

    [medeverdachte1] : "Ik doe me ding man maar er zit ook al 1 achter mij alles ik wil niet gepakt worden voor deze kankershit" (….)

  • -

    [medeverdachte1] : "Weet je hoe kanker lang ik hiervoor ga vriend"

  • -

    Verdachte: "En je krijgt even veel jonge doe nu maar wat ik je zeg man skowtoe (fon) voor ons"

  • -

    [medeverdachte1] : "Ik doe mijn ding ja"

  • -

    Verdachte: “Ja doe je ding gewoon ik bouw op jou ik heb je niet voor niets meegenomen snij ze af”.

Gedurende deze periode waarin de politie [medeverdachte1] heeft getapt namen de verbalisanten [slachtoffer1] en [slachtoffer2] gelet op hun processen-verbaal van bevinding onder meer het volgende waar:

- terwijl de verbalisanten met een snelheid boven de maximaal toegestane snelheid van 100 km/u over de N34 reden, zagen zij in de verte de voor hen rijdende Renault Laguna op de weg keren en vervolgens met hoge snelheid over de door hen bereden weghelft op hen af komen rijden. Op dat moment rijdt de witte bus zodanig links naast de verbalisanten, dat zij niet naar links konden uitwijken. Door hard te remmen en in de richting van de berm te sturen waardoor de auto aldaar ook belandde, kon [slachtoffer1] , die de dienstauto bestuurde, op het nippertje een aanrijding voorkomen.

Verbalisant [slachtoffer1] is ter zitting van het hof gehoord. Over dit onderdeel van de tenlastelegging heeft hij verklaard dat hij zeker wist dat de Laguna op de weghelft van de verbalisanten reed, dat de snelheid van de Laguna hoog was, dat de Laguna recht op hen af kwam, dat hij niet naar links kon uitwijken omdat de witte bus naast hem reed, dat hij heel hard geremd heeft en de berm is ingereden. Net voordat dat hij remde dacht hij “dit was het”. Verbalisant [slachtoffer2] is eveneens ter zitting van het hof gehoord. Hij heeft in dezelfde zin als [slachtoffer1] verklaard, maar ook verklaard dat toen ze met het dienstvoertuig de berm inreden, de Laguna heel hard rakelings langs hen schoot.

  • -

    verderop op de N34 werden de verbalisanten met hoge snelheid ingehaald door de Renault Laguna , die na de confrontatie weer was gekeerd. Op het moment dat de Laguna naast de politieauto reed, maakte de auto een beweging naar rechts. Door met kracht te remmen wist [slachtoffer1] een aanrijding te voorkomen;

  • -

    op de snelweg, A28, rijdende in de richting Groningen, maakte de Renault Laguna , op het moment dat de politieauto hem aan de linkerkant wilde passeren en de verbalisanten minstens honderdtwintig kilometer per uur reden, een beweging naar links, waarbij de politieauto door de Renault Laguna werd geraakt. Dit gebeurde op een moment dat in de middenberm, links van de politieauto, betonblokken stonden ter afscheiding van de rijbanen, en achter de politieauto en de Renault Laguna andere voertuigen reden, zodat het voor de politieauto niet mogelijk was om naar links of naar achteren uit te wijken.

Ter zitting van het hof heeft verbalisant [slachtoffer2] verklaard dat de Laguna probeerde het dienstvoertuig tegen de railing te duwen, dat de afstand tussen het dienstvoertuig en de betonnen railing ongeveer een meter was en dat dat met een plotselinge beweging gebeurde, die hij niet had verwacht.

Vrijspraak van onderdelen van de tenlastelegging

In de primaire tenlastelegging worden achtereenvolgens 4 verschillende feitelijke gedragingen ten laste gelegd als gedragingen die met het opzet op de dood dan wel zware mishandeling door verdachten zouden zijn uitgevoerd. Het hof zal verdachte vrijspreken van hetgeen als tweede en derde feitelijke gedraging is opgenomen omdat het hof van oordeel is dat van die onderdelen niet bewezen kan worden dat zij zijn uitgevoerd met de (voorwaardelijke) opzet op het doden dan wel zware mishandeling. Uit de hiervoor weergegeven feitelijke vaststelling van de gedragingen van [medeverdachte1] en hetgeen verdachte door de telefoon heeft gezegd blijkt weliswaar dat verdachten alles in het werk stelden om zich van de politieauto te ontdoen en dat daarbij onverantwoorde risico’s in het verkeer zijn genomen maar dat acht het hof onvoldoende voor het bewezen verklaren van het hebben van (voorwaardelijk) opzet op de dood dan wel zware mishandeling.

Medeplegen

De deelnemingsvorm 'medeplegen' ziet op een bewuste en nauwe samenwerking gericht op de totstandkoming van een strafbaar feit. Aan het bewijs van medeplegen hoeft het niet zelfstandig verrichten van een uitvoeringshandeling niet zonder meer in de weg te staan, zoals evenmin lijfelijke afwezigheid een beletsel hoeft te vormen. Een vooropgezet plan hoeft aan het medeplegen niet ten grondslag te liggen, want medeplegen kan ook als een opwelling uit de situatie voortspruiten en zelfs stilzwijgend plaatsvinden. Evenmin hoeft iedere medepleger exact op de hoogte te zijn van de bijdragen van de andere medepleger(s) aan het strafbare feit. Wel dient er bij de medepleger sprake te zijn van een zogenoemd 'dubbel' opzet dat bestaat in een wilsgerichtheid, zowel op het tot stand brengen van het feit als op de samenwerking met de andere dader of daders.1

Uit de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden blijkt dat verdachte als bijrijder van de witte bus de uitvoeringshandeling in de tenlastelegging die met de Renault Laguna zijn uitgevoerd niet zelf heeft verricht.

Uit de telefoongesprekken blijkt echter dat verdachte kort ervoor [medeverdachte1] belde. Verdachte gaf [medeverdachte1] aanwijzingen of instructies over de wijze waarop [medeverdachte1] zijn auto tegen de politieauto moest inzetten. Uit de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden volgt ook dat [medeverdachte1] de handelingen ('draaien', (pogen om) de politieauto aan te rijden ('knallen') heeft verricht Verdachte en [medeverdachte1] hebben over en weer gesproken over 'je/mijn ding doen' hetgeen naar het oordeel van het hof gezien de inhoud van de gesprekken alleen maar kan hebben betekend dat verdachte en [medeverdachte1] tezamen en in vereniging hebben geprobeerd via het gebruik van de [medeverdachte1] ' auto met hoge snelheid op de politieauto in te rijden.

Uit de weergegeven tapgesprekken blijkt dat verdachte meermalen heeft gezegd dat [medeverdachte1] met zijn auto op de politieauto moest knallen. Bovendien heeft hij gezegd dat [medeverdachte1] daarbij een snelheid van 180 kilometer per uur moest rijden. [medeverdachte1] voert dit uit en rijdt met hoge snelheid recht op de politieauto af terwijl verdachte dit waar kan nemen omdat de auto waar hij in zit dicht bij die politieauto rijdt. Op geen enkel moment laat hij [medeverdachte1] weten dat die met zijn handelingen moet stoppen terwijl hij ziet dat [medeverdachte1] op de politieauto inrijdt en ook blijkt niet dat verdachte de bestuurder van de auto waar hij in zat heeft gezegd dat die de mede gevaar zettende situatie ontstaan door hun eigen voertuig moest veranderen. Het gedrag van [medeverdachte1] op aanwijzing van verdachte uitgevoerd is naar het oordeel van het hof naar de uiterlijke verschijningsvorm zozeer gericht op de dood van de inzittenden van de politieauto dat zowel [medeverdachte1] als verdachte in hun samenwerking de aanmerkelijke kans op het intreden van de dood als gevolg van die handeling hebben aanvaard. Dat de beoogde botsing niet heeft plaatsgevonden is slechts het gevolg van een ingrijpende uitwijkmanoeuvre van de bestuurder van de politieauto. Het hof is derhalve van oordeel dat verdachte en [medeverdachte1] het tenlastegelegde opzet in de vorm van voorwaardelijk opzet op de dood van [slachtoffer1] en [slachtoffer2] hebben gehad.

Voor zover de raadsvrouw door het enkele noemen van het Porsche-arrest bij wijze van verweer een beroep heeft willen doen op de inhoud van dit arrest, passeert het hof dit verweer. De onderhavige casus wijkt feitelijk zodanig veel af van de casus van het Porsche-arrest dat zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, het hof niet inziet waarom een beroep op dit arrest leidt tot vrijspraak van hetgeen verdachte onder 1 primair is tenlastegelegd.

Verdachte heeft ter zitting van het hof weliswaar bekend dat hij de betreffende telefoongesprekken heeft gevoerd, maar dat hij in paniek handelde, dat de hele rit hectisch verliep. Het feit dat verdachte in paniek handelde en dat de rit hectisch verliep, sluit op zichzelf niet uit dat verdachte opzettelijk heeft gehandeld. Die opzet wordt immers zoals hierboven overwogen bewezen verklaard aan de hand van het geconstateerde gedrag van verdachte en medeverdachte [medeverdachte1] en het oordeel dat dit gedrag naar de uiterlijke verschijningsvorm gericht is op de dood van de inzittenden van de politieauto.

Hetgeen door de raadsvrouw is aangevoerd met betrekking tot het waarheidsgehalte van de verklaring van [medeverdachte1] naar voren heeft gebracht laat het hof buiten verdere bespreking nu die verklaring door het hof niet voor het bewijs wordt gebruikt.

Over de plaats en de momenten waarop verdachte met [medeverdachte1] belde, overweegt het hof dat aan de hand van de hiervoor beschreven tapverslagen vaststaat op welke momenten en in welke volgorde de voormelde uitspraken door verdachte zijn gedaan. Ook heeft het hof vastgesteld welke handelingen [medeverdachte1] met zijn Laguna jegens [slachtoffer1] en [slachtoffer2] verrichtte. Het door verdachte geopperde mogelijke nadere onderzoek naar de exacte locaties van de verschillende aangestraalde zendmasten, voegt niets relevants toe en acht het hof niet noodzakelijk. In dit verband acht het hof ook van belang dat het hof tot een bewezenverklaring komt die zich beperkt tot een feitelijke gebeurtenis waarvan uit de verklaring van verdachte zelf duidelijk is dat hij het telefoongesprek voerde, [medeverdachte1] de handelingen uitvoerde en de politieagenten duidelijk hebben aangegeven waar dit plaats vond. Het horen van [medeverdachte2] en [medeverdachte1] acht het hof evenmin noodzakelijk omdat dit verzoek niet onderbouwd is en het hof zich door het verhandelde ter zitting en de inhoud van het strafdossier voldoende geïnformeerd acht.

Het hof verwerpt de bewijsverweren en acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander heeft geprobeerd opzettelijk [slachtoffer1] en [slachtoffer2] van het leven te beroven.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel – ook in onderdelen – slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1. primair:
hij op 17 oktober 2014 op de N34 richting Zuidlaren en de A28 richting Groningen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk [slachtoffer1] (brigadier van politie) en/of [slachtoffer2] (agent van politie) van het leven te beroven, met dat opzet,

 is verdachtes mededader in een personenauto (van het merk Renault Laguna ) op de N34 met hoge snelheid in voor hem tegenovergestelde richting op de door die [slachtoffer1] bestuurde politieauto ingereden en de door die [slachtoffer1] bestuurde politieauto zeer dicht genaderd en waarbij een aanrijding werd voorkomen doordat die [slachtoffer1] met kracht remde en zijn dienstvoertuig de berm instuurde en,

 waarbij verdachte telkens via de telefoon aanwijzingen gaf aan verdachtes mededader die zich in de Renault Laguna bevond met als inhoud, zakelijk weergegeven, "dat hij de auto er voor moet knallen en gas gas doorrijden en rij hem nu aan snel draai auto en knallen en ja nu met die auto gewoon tegen die auto aan snel en knal ze rij ze blokkeer ze man",

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2:
hij op of omstreeks 17 oktober 2014 te [plaats] , gemeente [gemeente5] , tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een schuur behorende bij een woning gelegen aan het [adres] heeft weggenomen ongeveer 80 kilogram hennep, toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 primair bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van poging tot doodslag, meermalen gepleegd.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich op 17 oktober 2014 samen met [medeverdachte1] en [medeverdachte2] schuldig gemaakt aan de diefstal in de nacht van een grote hoeveelheid hennep vanuit de kwekerij van een ander.

Toen zij vervolgens tijdens het transport van de hennep dreigden te worden aangehouden door de politie, hebben verdachte en [medeverdachte1] besloten dat zij koste wat het kost uit handen van de politie moesten blijven. Daarbij hebben zij onverantwoorde risico’s in het verkeer genomen.

Uit de gehele gang van zaken en de nadien uit het politieonderzoek gebleken feiten en omstandigheden vloeit voort dat bij de diefstal sprake is geweest van planmatig handelen terwijl verdachte zowel voor de diefstal van de hennep als voor het verhinderen van de aanhouding als initiatiefnemer moet worden aangemerkt. Het is daarbij verdachte die in de telefoongesprekken kennelijk bepaalde hoe de buit dient te worden verdeeld. Verdachte heeft uit winstbejag, te weten de drang om de gestolen hennep veilig te stellen, samen met zijn mededader gepoogd de inzittenden van een politieauto van het leven te beroven. Dat er uiteindelijk geen doden zijn gevallen is geenszins te danken aan de rol die verdachte en/of die mededader speelde.

Het hof heeft tevens acht geslagen op een verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 8 november 2015 waaruit blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld tot onvoorwaardelijke gevangenisstraffen. Klaarblijkelijk heeft dit verdachte er niet van weerhouden om deze ernstige strafbare feiten te plegen.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof oplegging van de door de advocaat-generaal gevorderde straf passend en geboden.

Het hof ziet geen reden om die straf te matigen ook niet in het licht van de vrijspraken op onderdelen van de tenlastelegging waarbij het hof anders oordeelt dan door de advocaat-generaal gevorderd. De essentie van het verwijt dat verdachte en zijn medeverdachte wordt gemaakt blijft immers hetzelfde.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 45, 47, 57, 287 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door

mr. K. Lahuis, voorzitter,

mr. J. Dolfing en mr. J. Hielkema, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A. Meester, griffier,

en op 22 december 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. J. Dolfing is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

1 ECLI:NL:PHR:2002:AD9962; ECLI:NL:PHR:2008:BC6157; ECLI:NL:PHR:2013:885; ECLI:NL:PHR:2013:1081.