Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:9736

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
17-12-2015
Datum publicatie
18-12-2015
Zaaknummer
TBS P15/0194
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering om mee te werken aan aanvullend onderzoek over de verlenging door de externe deskundigen die eerder over de longstay-status hebben geadviseerd, staat niet aan een verlenging met twee jaar in de weg gelet op het bepaalde in artikel 509o lid 4 van het Wetboek van Strafvordering en de jurisprudentie daarover.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

TBS P15/0194

Beslissing d.d. 17 december 2015

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[naam terbeschikkinggestelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1966] ,

verblijvende bij [kliniek] (LFPZ), locatie [plaats] .

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Gelderland van 1 mei 2015, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.

Het hof heeft gelet op de nadere stukken, waaronder:

  • -

    het proces-verbaal van het onderzoek ter zitting van het hof van 20 augustus 2015;

  • -

    de ter zitting van het hof van 20 augustus 2015 door mr. B.K.M. Fritz aan het hof overgelegde pleitaantekeningen;

  • -

    de tussenbeslissing van het hof van 3 september 2015;

  • -

    de brief van 10 september 2015 van mr. B.K.M. Fritz aan het hof;

  • -

    de rapportage pro justitia van 1 december 2015, opgemaakt door [deskundige 1] , GZ-psycholoog;

  • -

    de rapportage pro justitia van 2 december 2015, opgemaakt door drs. [deskundige 2] , forensisch psychiater;

  • -

    het door de terbeschikkinggestelde ter zitting van het hof van 3 december 2015 overgelegde gespreksverslag.

Bij tussenbeslissing van 3 september 2015 heeft het hof het onderzoek heropend om de externe deskundigen, die hebben geadviseerd over het al dan niet verlengen van de longstay-status van de terbeschikkinggestelde hun eerdere rapportages te laten actualiseren en aanvullend advies uit te brengen over de noodzaak van verlenging van de terbeschikkingstelling en, indien tot verlenging wordt geadviseerd, met welke termijn.

Het hof heeft ter zitting van 3 december 2015 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. B.K.M. Fritz, advocaat te Haarlem, en de advocaat-generaal mr. G.J. de Haas.

Overwegingen

Het (aanvullend) advies van de kliniek

Kernproblematiek

Uit de (aanvullende) informatie van de kliniek blijkt dat bij de terbeschikkinggestelde sprake is van een narcistische persoonlijkheidsstoornis, een antisociale persoonlijkheidsstoornis en van psychopathie. Ook is er sprake van verslavingsproblematiek (alcohol en cocaïne), die binnen het huidige kader in remissie is. De terbeschikkinggestelde heeft een langdurige en intensieve klinische behandeling met meerdere resocialisatiepogingen achter de rug, die tot nu toe nauwelijks verandering teweeg hebben gebracht in de ernstige psychopathologie. Volgens de kliniek is het niet te verwachten dat de persoonlijkheidsstoornis wezenlijk zal gaan veranderen.

Recidiverisico

Risicotaxaties gedurende de looptijd van de terbeschikkingstelling geven een constant beeld van een hoog recidiverisico. De prognose op verandering in gunstige zin is somber.

Advies

De terbeschikkinggestelde beschikt over een longstay-status. De LFPZ-omgeving waarin hij verblijft, biedt een passend kader waarbinnen grensoverschrijdende gedragingen zo veel als mogelijk worden beperkt. In het geval van een gunstige ontwikkeling, waar vooralsnog geen sprake van is (met uitzondering van de abstinentie van middelen), zou een nieuwe behandelpoging van start kunnen gaan, die ruimschoots de termijn van een jaar zal overschrijden. Gelet op het voorgaande adviseert de kliniek de maatregel met twee jaar te verlengen.

Het advies van de externe deskundigen

Rapportages pro justitia

Kernproblematiek

Psycholoog [deskundige 1] en forensisch psychiater [deskundige 2] hebben beiden in november 2014 advies uitgebracht over de vraag of verlenging van de longstay-status al dan niet wenselijk is. Voornoemde gedragsdeskundigen zijn het erover eens dat bij de terbeschikkinggestelde sprake is van een narcistische persoonlijkheidsstoornis en een antisociale persoonlijkheidsstoornis en van psychopathie. Het middelenmisbruik is inmiddels onder toezicht (grotendeels) in remissie.

Recidiverisico

Het risico van herhaling van met de indexdelicten vergelijkbare feiten bij onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling wordt door beide gedragsdeskundigen in hun rapportages van november 2014 als hoog ingeschat.

Aanvullend onderzoek door de externe deskundigen

Naar aanleiding van voornoemde tussenbeslissing van het hof heeft zowel psycholoog [deskundige 1] als psychiater [deskundige 2] bericht geen advies te kunnen uitbrengen met betrekking tot de noodzaak van verlenging van de terbeschikkingstelling en het al dan niet continueren van de verpleging van overheidswege, aangezien de terbeschikkinggestelde heeft geweigerd om aan het aanvullend onderzoek mee te werken.

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

De terbeschikkinggestelde heeft niet meegewerkt aan het aanvullend onderzoek van de externe deskundigen die eerder hebben geadviseerd over zijn longstay-status, aangezien hij, gezien hun eerdere negatieve rapportage over hem niet de indruk had dat zij nog objectief zouden kunnen adviseren over de noodzaak van het al dan niet verlengen van de terbeschikkingstelling. Hij wil wel medewerken aan een onderzoek door twee andere nieuw te benoemen deskundigen en heeft dit ook voorgesteld, maar tevergeefs. Gelet hierop en het feit dat de deskundigen geen advies over de noodzaak van verlenging hebben kunnen uitbrengen, is er volgens de raadsman geen sprake van een situatie als bedoeld in artikel 509o lid 4 van het Wetboek van Strafvordering: een terbeschikkinggestelde die onvoorwaardelijk weigert mee te werken aan het onderzoek. Aan het vereiste van een deugdelijke zes jaars rapportage is derhalve niet voldaan.

Voor het geval dat het hof beslist tot verlenging, heeft de raadsman verzocht om de verlengingstermijn te beperken tot een jaar. De terbeschikkinggestelde beschikt al lang over een longstay-status en hij wordt niet behandeld. Het is van belang dat hem perspectief wordt geboden.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van de beslissing van de rechtbank en verlenging van de terbeschikkingstelling met een jaar, mede gelet op het standpunt van zijn ambtgenoot ter zitting van 20 augustus 2015. Voor de volgende verlengingsprocedure zullen dan opnieuw zesjaarsrapportages door andere deskundigen worden uitgebracht, waaraan de terbeschikkinggestelde wel mee kan werken.

Het oordeel van het hof

Vernietiging

Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen, daar het tot een andere beslissing komt.

Indexdelicten

Bij vonnis van de rechtbank Arnhem van 8 augustus 1989 is aan de terbeschikkinggestelde de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege opgelegd voor:

  • -

    verkrachting, meermalen gepleegd;

  • -

    verkrachting.

Dit zijn misdrijven gericht tegen of gevaar veroorzakend voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen.

Kernproblematiek en recidiverisico

De terbeschikkinggestelde is een man met een narcistische persoonlijkheidsstoornis, een antisociale persoonlijkheidsstoornis en er is sprake van psychopathie. Ook is er sprake van verslavingsproblematiek (alcohol en cocaïne), die binnen het huidige tbs-kader in remissie is. In geval van beëindiging van de maatregel wordt de kans op herhaling hoog inschat.

Duur maatregel

De terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege is ingegaan op 13 juli 1990. De termijn is tweemaal onderbroken geweest in verband met de executie van later opgelegde gevangenisstraffen.

Voldaan aan artikel 509o lid 4 van het Wetboek van Strafvordering

Omdat een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar, zoals gevorderd door de officier van justitie, met zich brengt dat de totale duur van de terbeschikkingstelling een veelvoud van zes jaar te boven gaat, heeft het hof in het licht van het bepaalde in artikel 509o lid 4 van het Wetboek van Strafvordering de externe deskundigen die in november 2014 over de longstay-status hebben geadviseerd, bij tussenbeslissing opgedragen om aanvullend te adviseren over de verlenging.

Bij gebrek aan medewerking van de terbeschikkinggestelde aan dat aanvullend onderzoek hebben de psychiater en psycholoog zich niet kunnen uitlaten over de vraag of verlenging van de terbeschikkingstelling al dan niet is geïndiceerd en evenmin over de vraag over welke termijn deze zich zou moeten uitstrekken, met dien verstande dat de deskundige [deskundige 1] heeft opgemerkt dat het advies van de kliniek tot verlenging gezien zijn eigen ervaringen met betrokkene (rapport van 18 november 2014) en de meer recente informatie niet bevreemdend is. Hij wil zich echter onthouden van een concreet advies.

Het hof is van oordeel dat de omstandigheid dat de terbeschikkinggestelde naar zijn zeggen wel aan een onderzoek door andere gedragsdeskundigen dan die over zijn longstay-status hebben geadviseerd, mee had willen werken, niet relevant is, daar het in dit geval niet ging om een second opinion op verzoek van de terbeschikkinggestelde.

Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat de weigering om mee te werken aan het onderzoek niet aan een verlenging met een termijn van twee jaar in de weg staat gelet op het bepaalde in artikel 509o lid 4 van het Wetboek van Strafvordering en de jurisprudentie daarover.

Verlenging

Gelet op de (aanvullende) informatie van de kliniek, de op het verzoek van het hof opgemaakte rapportages van de externe deskundigen en op hetgeen overigens ter zitting naar voren is gekomen, is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

Het hof ziet zich gesteld voor de vraag of de maatregel met een of met twee jaar moet worden verlengd. Het hof heeft als uitgangspunt dat, wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling van de terbeschikkinggestelde meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar, de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaar. In hetgeen de raadsman en de advocaat-generaal hebben aangevoerd, ziet het hof geen aanleiding om hiervan af te wijken. De problematiek van de terbeschikkinggestelde is nog immer aanwezig en het recidiverisico is hoog. Anders dan de rechtbank zal het hof de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidsweg daarom met twee jaar verlengen.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt de beslissing van de rechtbank Gelderland van 1 mei 2015 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [naam terbeschikkinggestelde].

Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.

Aldus gedaan door

mr. Y.A.J.M. van Kuijck als voorzitter,

mr. G. Mintjes en mr. R. Krijger als raadsheren,

en drs. R. Vecht-van den Bergh en dr. A. Vissers als raden,

in tegenwoordigheid van mr. I.H.A. Bijl als griffier,

en op 17 december 2015 in het openbaar uitgesproken.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.