Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:9686

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
18-12-2015
Datum publicatie
18-12-2015
Zaaknummer
21-007009-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte trekt het hoger beroep in nadat de zaak reeds ter zitting was aangevangen door uitroeping van de zaak ter terechtzitting.

Het hof past art. 416, tweede lid, Sv. toe en verklaart verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. De omstandigheid dat de advocaat-generaal een zwaardere straf eist dan door de rechter in eerste aanleg opgelegd, noopt niet tot inhoudelijke behandeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-007009-14

Uitspraak d.d.: 18 december 2015

Arrest van de economische kamer

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 4 december 2013 met parketnummer 18-650811-12 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 10 december 2015.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en veroordeling ter zake van het ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, een geldboete van € 500,=, subsidiair 10 dagen hechtenis, en verbeurdverklaring van de in beslag genomen hond. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Namens verdachte is op 28 november 2014 hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Op 31 juli 2015 is het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep aangevangen door de uitroeping van de zaak ter terechtzitting. Vervolgens is het onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde tijd geschorst. Bij akte intrekking rechtsmiddel van 9 december 2015, derhalve voorafgaande aan de behandeling van de zaak ter terechtzitting van 10 december 2015, heeft de verdachte te kennen gegeven dat hij het op 28 november 2014 ingestelde hoger beroep wil intrekken.

Ingevolge artikel 453, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering kon de verdachte het hoger beroep uiterlijk tot de aanvang van de behandeling hiervan intrekken. Dit betekent dat intrekking op 9 december 2015 niet meer mogelijk was. Het hof ziet in deze zaak evenwel aanleiding toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, nu gebleken is dat de verdachte zijn ingebrachte bezwaren tegen het hierboven genoemde vonnis niet wenst te handhaven en het hof geen redenen ziet om de zaak inhoudelijk te behandelen. De enkele omstandigheid dat de advocaat-generaal een hogere straf wil vorderen dan de eerste rechter heeft opgelegd, acht het hof, in aanmerking genomen dat de officier van justitie geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om zelf hoger beroep in te stellen, in dit geval geen reden om de zaak ambtshalve te beoordelen. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het door hem ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Aldus gewezen door

mr. O. Anjewierden, voorzitter,

mr. W.M. van Schuijlenburg en mr. E. de Witt, raadsheren,

in tegenwoordigheid van G.A. Boersma, griffier,

en op 18 december 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.