Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:968

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
05-02-2015
Datum publicatie
12-02-2015
Zaaknummer
1487-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoek ex artikel 591a Sv: eigen bijdrage rechtsbijstand.

In overeenstemming met zijn bestendige rechtspraak heeft het hof het verzoek tot vergoeding van de eigen bijdrage rechtsbijstand afgewezen en overwogen dat de rechtsbijstandverlener, ingevolge artikel 44, tweede lid, van de Wet op de rechtsbijstand de eigen bijdrage aan de rechtzoekende dient te restitueren, tenzij deze de eigen bijdrage nog niet heeft voldaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

LOCATIE LEEUWARDEN

Beschikking d.d. 5 februari 2015 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden, meervoudige raadkamer, op het verzoek ex artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering van:

[verzoeker]

geboren op [1983] te [geboorteplaats],

domicilie kiezend te [woonplaats], [adres].

Verzoeker en diens advocaat mr. Y. van Maarwijck, advocaat te Meppel, zijn ingelicht omtrent de behandeling van het verzoekschrift ter openbare raadkamer van het gerechtshof d.d. 22 januari 2015.

De inhoud van het verzoek

Verzoeker vraagt vergoeding uit 's Rijks kas voor gemaakte kosten in een strafzaak tegen verzoeker ten bedrage van € 214,54, zoals nader in het verzoekschrift aangegeven.

Voorts vraagt verzoeker een vergoeding voor de gemaakte kosten voor de indiening van het verzoekschrift.

De behandeling in raadkamer

Het hof heeft in openbare raadkamer van 22 januari 2015 gehoord de advocaat-generaal.

Voorts heeft het hof gezien de stukken, waaronder het verzoekschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken.

Uit het onderzoek in openbare raadkamer is - voor zover hier van belang - het hof het navolgende gebleken:

- tegen verzoeker is een strafzaak aanhangig geweest, behandeld door dit hof op 24 juli 2014 in hoger beroep onder parketnummer 21-007964-13;

- bij het arrest van dit hof d.d. 7 augustus 2014, onherroepelijk geworden op 21 augustus 2014, is verzoeker vrijgesproken van het ten laste gelegde;

- de strafzaak tegen verzoeker is aldus geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel, en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht;

- verzoeker heeft het verzoek op de voorgeschreven wijze en tijdig ingediend.

Verzoeker heeft in het verzoekschrift aangevoerd dat hij ten gevolge van de strafzaak kosten heeft gemaakt en/of schade heeft geleden, te weten:

a. reiskosten t.b.v. bezoeken raadsvrouw € 1,36

b. reiskosten t.b.v. bijwonen van zittingen en instellen hoger beroep € 72,18

c. eigen bijdrage rechtsbijstand € 141,-

d. kosten indiening verzoekschrift € 280,-/550,-

Eigen bijdrage

Ingevolge artikel 44, tweede lid, van de Wet op de rechtsbijstand is de eigen bijdrage niet verschuldigd, indien een zaak eindigt zonder de toepassing van een straf of maatregel dan wel zonder toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. De rechtsbijstandverlener restitueert de eigen bijdrage aan de rechtzoekende, tenzij deze de eigen bijdrage nog niet heeft voldaan.

Nu de raadsvrouw het bedrag van de eigen bijdrage aan verzoeker dient te restitueren, zal het hof het verzoek, in overeenstemming met zijn bestendige rechtspraak, in zoverre afwijzen.

Reiskosten

De reiskosten in verband met het bezoek aan de raadsvrouw en het instellen van hoger beroep komen niet voor vergoeding in aanmerking. Het hof zal het verzoek in zoverre afwijzen.

Het hof acht gronden van billijkheid aanwezig om aan verzoeker een vergoeding toe te kennen voor de reiskosten die hij ten behoeve van de behandeling van voormelde strafzaak in eerste aanleg en in hoger beroep heeft gemaakt.

Deze vergoeding is berekend op de voet van en krachtens de Wet tarieven in strafzaken, namelijk op basis van de kosten van openbaar vervoer tweede klasse, te weten

2 x € 9,- en 2 x € 11,60 = € 41,20.

Kosten indiening verzoekschrift

Deze kosten komen voor vergoeding in aanmerking overeenkomstig het daarvoor geldende forfaitaire bedrag.

Gelet hierop komen de volgende kosten voor vergoeding in aanmerking.

a. reiskosten € 41,20,-

b. kosten indiening verzoekschrift € 280,-

Totaal: € 321,20

De beschikking

Het hof:

kent aan verzoeker [verzoeker] toe een vergoeding uit 's Rijks kas ten bedrage van

€ 321,20;

wijst af het meer of anders verzochte.

Aldus gegeven door mr. W.M. van Schuijlenburg, als voorzitter, mrs. P.W.J. Sekeris en

E. de Witt, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Zomer als griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier voornoemd.

De voorzitter beveelt de tenuitvoerlegging ten aanzien van dit bedrag door overmaking van dat bedrag op bankrekeningnummer NL 07 ABNA 061 943 5062 ten name van Stichting Beheer Derdengelden Van Maarwijck Advocatuur & Mediation onder vermelding van [verzoeker].

Voorzitter