Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:9504

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
16-12-2015
Datum publicatie
16-12-2015
Zaaknummer
21-005584-13
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2013:CA2214, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich meermalen schuldig gemaakt aan oplichting en verduistering en daarnaast aan witwassen. Ze heeft daarbij goedwillende mensen bewogen grote sommen geld te geven voor een goed doel dat niet werd gediend. Verdachte heeft deze feiten, zo is aannemelijk, gepleegd om er zelf financieel beter van te worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-005584-13

Uitspraak d.d.: 16 december 2015

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van

6 juni 2013 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 05-901210-10 en

05-701777-12, tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1963] ,

wonende te [woonplaats] , [adres] .

volgens opgave ter terechtzitting verblijvende [verblijfplaats] , [adres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 29 oktober 2014 en 2 december 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal inhoudende dat het gerechtshof verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van zesendertig maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen en de inbeslaggenomen goederen heeft de advocaat-generaal gevorderd te beslissen conform het vonnis waarvan beroep.

Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en haar raadsvrouw,

mr. O. Saki, naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Verdachte is bij vonnis waarvan beroep vrijgesproken van het in de zaak met parketnummer

05-701777-12 onder 3 primair en 3 subsidiair ten laste gelegde.

Hoger beroep tegen deze vrijspraak staat voor verdachte niet open. Het hof zal verdachte daarom in zoverre niet-ontvankelijk in haar hoger beroep verklaren.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis, waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, vernietigen, omdat het tot een andere bewezenverklaring en strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

De zaak met parketnummer 05-901210-10:

1. primair:
zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 december 2009 tot en met 16 augustus 2011 in de gemeente Arnhem en/of Ede en/of elders in Nederland, (telkens)in haar hoedanigheid van voorzitter van bestuur van [stichting 1] en/of bestuurder van Stichting [stichting 2] ,(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of een of meer ander(en) heeft bewogen tot de afgifte van een of meerdere (grote) geldbedrag(en), in elk geval van enig goed,

hierin bestaande dat verdachte (telkens) tezamen met verdachtes mededader(s), althans alleen, (telkens) met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- aan voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of aan een of meer ander(en) een lening heeft gevraagd ten behoeve van de [stichting 1] en/of de Stichting [stichting 2] en/of

- ( daarbij) heeft aangegeven dat over die lening een rente zou worden uitgekeerd van 9 procent en/of

- dat de [stichting 1] en/of de Stichting [stichting 2] bij elke 20e inleg een verdubbeling van een Vastgoed Beheer Fonds zou ontvangen en/of

- dat de lener na 24 maanden zijn/haar gehele inleg (inclusief rente) weer terug zou ontvangen,

waardoor voornoemde [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of die ander(en) (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte

en/of

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 februari 2010 tot en met 16 augustus 2011 in de gemeente Arnhem en/of Ede, en/of elders in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk een of meerdere (grote) geldbedrag(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [stichting 1] en/of Stichting [stichting 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s),

welk(e) geldbedrag(en) verdachte anders dan door misdrijf, te weten in haar hoedanigheid als voorzitter van bestuur van [stichting 1] en/of als bestuurder van Stichting [stichting 2] , onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

2:
zij in of omstreeks de periode van 01 februari 2010 tot en met 01 februari 2011 te Velp, althans in de gemeente Rheden en/of in de gemeente Ede en/of elders in Nederland,

met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[benadeelde] , althans de vereniging [vereniging] , heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) ongeveer 3500 euro, althans een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed,

hierin bestaande dat verdachte met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- aan voornoemde [benadeelde] , althans aan de vereniging [vereniging] heeft aangegeven dat zij, voornoemde [benadeelde] , althans voornoemde vereniging, sponsorgelden konden binnenhalen ten behoeve van een bus en dit geld gestort diende te worden op een bankrekening van [stichting 2] , voorzien van de vermelding "t.b.v. rolstoelbus [vereniging] en/of

- ( daarbij) heeft aangegeven dat een bedrijf/fonds dit sponsorgeld zou verdubbelen en/of

- dat zij, verdachte, contacten had met een autobedrijf dat voornoemde bus zou kunnen leveren (mogelijk met korting),

waardoor die [benadeelde] , althans die vereniging [vereniging] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte

en/of

zij in of omstreeks de periode van 01 februari 2010 tot en met 01 februari 2011 te Velp, althans in de gemeente Rheden en/of in de gemeente Ede en/of elders in Nederland,

opzettelijk (in totaal) ongeveer 3500 euro, althans een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde] , althans de vereniging [vereniging] , en/of de Stichting [stichting 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welk geldbedrag verdachte anders dan door misdrijf, te weten in haar hoedanigheid als bestuurder van Stichting [stichting 2] , onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

3:

A
zij, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in of omstreeks de periode van 01 maart 2010 tot en met 30 november 2010, in elk geval in het jaar 2010, in de gemeente Ede en/of de gemeente Arnhem en/of elders in Nederland,

(een) bankafschrift(en), te weten:

afschrift [rekeningnummer] , volgnummer 22 / maart 2010 en/of

afschrift [rekeningnummer] , volgnummer 23 / maart 2010 en/of

afschrift [rekeningnummer] , volgnummer 24 / maart 2010 en/of

afschrift [rekeningnummer] , volgnummer 25 / april 2010 en/of

afschrift [rekeningnummer] , volgnummer 29 / april 2010 en/of

afschrift [rekeningnummer] , volgnummer 49 / september 2010,

(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, (telkens) valselijk heeft opgemaakt of vervalst, met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, door (telkens) opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid:

een of meer tegenrekeningnummer(s) te wijzigen in het rekeningnummer van [bedrijf 1] en/of de omschrijvingen van betalingen op voornoemde bankafschriften te wijzigen in 'spoedopdracht' met vermelding van een factuurnummer;

en/of

B

zij, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in of omstreeks de periode van 01 maart 2010 tot en met 30 november 2010, in elk geval in het jaar 2010, in de gemeente Ede en/of de gemeente Arnhem en/of elders in Nederland,

een of meer factu(u)r(en), te weten:

factuur [bedrijf 1] 20100298

factuur [bedrijf 1] 20100299

factuur [bedrijf 1] 20100302

factuur [bedrijf 1] 20100303

factuur [bedrijf 1] 20100315

(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, (telkens) valselijk heeft opgemaakt of vervalst, met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, door (telkens) opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid:

in die factu(u)r(en) (telkens) op te (laten) nemen 'interieur' en een bedrag, terwijl er in werkelijkheid geen sprake was van de levering van een interieur.

4:
zij in of omstreeks de periode van 1 september 2008 tot en met 30 september 2008 in de gemeente Ede en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een loonstrook en/of een werkgeversverklaring, -(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen-, valselijk heeft opgemaakt of vervalst, met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, door opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid voornoemde loonstrook en/of werkgeversverklaring (ten behoeve van een hypotheekaanvraag bij [bank] te Ede) zelf dan wel door een ander of anderen op te (laten) stellen, terwijl er in werkelijkheid geen sprake was van een door een werkgever verstrekte loonstrook/loon en/of een door een werkgever afgegeven werkgeversverklaring.

5:
zij in of omstreeks de periode van 1 juni 2008 tot en met 16 augustus 2011 in de gemeente Ede en/of Arnhem en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

172.910,13 euro en/of

73.896,18 euro en/of

58.049,00 euro,

althans een hoeveelheid geld, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een of meer van voornoemd(e) geldbedrag(en), althans van een hoeveelheid geld, gebruik heeft gemaakt, terwijl zij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat dat geld -onmiddellijk of middellijk- afkomstig was uit enig misdrijf.

De zaak met parketnummer 05-701777-12 (gevoegd):

1. primair:
zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 27 februari 2012 tot en met 15 maart 2012 in de gemeente Amersfoort (telkens) opzettelijk een hoeveelheid geld (te weten in totaal ongeveer 770 euro afkomstig uit de dagopbrengsten), in elk geval enig goed, dat/die (telkens) geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [bedrijf 2] B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk geld/goed verdachte (telkens) uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking van/als (verkoop)medewerkster, en aldus (telkens) anders dan door misdrijf onder zich had, (telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

1. subsidiair:
zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 27 februari 2012 tot en met 15 maart 2012 in de gemeente Amersfoort (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld (te weten in totaal ongeveer 770 euro afkomstig uit de dagopbrengsten), in elk geval enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2] B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

2 primair:
zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 28 februari 2012 tot en met 10 maart 2012 in de gemeente Amersfoort, althans in Nederland, een of meermalen een (retour)bon, - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, (telkens) valselijk heeft opgemaakt of vervalst, met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, door (telkens) opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid deze (retour)bon(nen) op te maken en/of (vervolgens) te voorzien van een naam en/of een telefoonnummer en/of een of meer handtekening(en), waardoor het leek alsof een of meer goed(eren) was/waren geretourneerd door de klant en/of een of meer geldbedrag(en) was/waren teruggegeven aan de klant.

2 subsidiair:
zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 28 februari 2012 tot en met 10 maart 2012 in de gemeente Amersfoort (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld (te weten in totaal een bedrag van ongeveer 562,70 euro), in elk geval enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2] B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Verdachte heeft de feiten in eerste aanleg in de kern bekend en heeft dat in hoger beroep, uitdrukkelijk daarnaar gevraagd, nogmaals herhaald.

De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangegeven dat het hoger beroep zich niet richt tegen de bewezenverklaringen omdat zij daarmee kan instemmen, maar dat het louter een strafmaat-appel betreft.

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof -evenals de rechtbank-wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 05-901210-10 onder 1, 2, 3A, 3B, 4 en 5 en in de zaak met parketnummer 05-701777-12 onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

De zaak met parketnummer 05-901210-10:

1. primair:
zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 december 2009 tot en met 16 augustus 2011 in de gemeente Arnhem en/of Ede en/of elders in Nederland, (telkens) in haar hoedanigheid van voorzitter van bestuur van [stichting 1] en/of bestuurder van Stichting [stichting 2] , (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of een of meer ander(en) heeft bewogen tot de afgifte van een of meerdere (grote) geldbedrag(en), in elk geval van enig goed,

hierin bestaande dat verdachte (telkens) tezamen met verdachtes mededader(s), althans alleen, (telkens) met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- aan voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of aan een of meer ander(en) een lening heeft gevraagd ten behoeve van de [stichting 1] en/of de Stichting [stichting 2] en/of

- ( daarbij) heeft aangegeven dat over die lening een rente zou worden uitgekeerd van 9 procent

en/of

- dat de [stichting 1] en/of de Stichting [stichting 2] bij elke 20e inleg een verdubbeling van een Vastgoed Beheer Fonds zou ontvangen en/of

- dat de lener na 24 maanden zijn/haar gehele inleg (inclusief rente) weer terug zou ontvangen,

waardoor voornoemde [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of die ander(en) (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte.

2:
zij in of omstreeks de periode van 01 februari 2010 tot en met 01 februari 2011 te Velp, althans in de gemeente Rheden en/of in de gemeente Ede en/of elders in Nederland,

met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[benadeelde] , althans de vereniging [vereniging] , heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) ongeveer 3500 euro, althans een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed,

hierin bestaande dat verdachte met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- aan voornoemde [benadeelde] , althans aan de vereniging [vereniging] heeft aangegeven dat zij, voornoemde [benadeelde] , althans voornoemde vereniging, sponsorgelden konden binnenhalen ten behoeve van een bus en dit geld gestort diende te worden op een bankrekening van [stichting 2] , voorzien van de vermelding "t.b.v. rolstoelbus [vereniging] ” en/of

- ( daarbij) heeft aangegeven dat een bedrijf/fonds dit sponsorgeld zou verdubbelen en/of

- dat zij, verdachte, contacten had met een autobedrijf dat voornoemde bus zou kunnen leveren (mogelijk met korting),

waardoor die [benadeelde] , althans die vereniging [vereniging] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte

3:

A
zij, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in of omstreeks de periode van 01 maart 2010 tot en met 30 november 2010, in elk geval in het jaar 2010, in de gemeente Ede en/of de gemeente Arnhem en/of elders in Nederland,

(een) bankafschrift(en), te weten:

afschrift [rekeningnummer] , volgnummer 22 / maart 2010 en/of

afschrift [rekeningnummer] , volgnummer 23 / maart 2010 en/of

afschrift [rekeningnummer] , volgnummer 24 / maart 2010 en/of

afschrift [rekeningnummer] , volgnummer 25 / april 2010 en/of

afschrift [rekeningnummer] , volgnummer 29 / april 2010 en/of

afschrift [rekeningnummer] , volgnummer 49 / september 2010,

(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, (telkens) valselijk heeft opgemaakt of vervalst, met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, door (telkens) opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid:

een of meer tegenrekeningnummer(s) te wijzigen in het rekeningnummer van [bedrijf 1] en/of de omschrijvingen van betalingen op voornoemde bankafschriften te wijzigen in 'spoedopdracht' met vermelding van een factuurnummer;

en/of

B

zij, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in of omstreeks de periode van 01 maart 2010 tot en met 30 november 2010, in elk geval in het jaar 2010, in de gemeente Ede en/of de gemeente Arnhem en/of elders in Nederland,

een of meer factu(u)r(en), te weten:

factuur [bedrijf 1] 20100298

factuur [bedrijf 1] 20100299

factuur [bedrijf 1] 20100302

factuur [bedrijf 1] 20100303

factuur [bedrijf 1] 20100315

(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, (telkens) valselijk heeft opgemaakt of vervalst, met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, door (telkens) opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid:

in die factu(u)r(en) (telkens) op te (laten) nemen 'interieur' en een bedrag, terwijl er in werkelijkheid geen sprake was van de levering van een interieur.

4:
zij in of omstreeks de periode van 1 september 2008 tot en met 30 september 2008 in de gemeente Ede en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een loonstrook en/of een werkgeversverklaring, -(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen-, valselijk heeft opgemaakt of vervalst, met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, door opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid voornoemde loonstrook en/of werkgeversverklaring (ten behoeve van een hypotheekaanvraag bij [bank] te Ede) zelf dan wel door een ander of anderen op te (laten) stellen, terwijl er in werkelijkheid geen sprake was van een door een werkgever verstrekte loonstrook/loon en/of een door een werkgever afgegeven werkgeversverklaring.

5:
zij in of omstreeks de periode van 1 juni 2008 tot en met 16 augustus 2011 in de gemeente Ede en/of Arnhem en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

172.910,13 euro en/of

73.896,18 euro en/of

58.049,00 euro,

althans een hoeveelheid geld, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een of meer van voornoemd(e) geldbedrag(en), althans van een hoeveelheid geld, gebruik heeft gemaakt,

terwijl zij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat dat geld -onmiddellijk of middellijk- afkomstig was uit enig misdrijf.

De zaak met parketnummer 05-701777-12 (gevoegd):

1. primair:
zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 27 februari 2012 tot en met 15 maart 2012 in de gemeente Amersfoort (telkens) opzettelijk een hoeveelheid geld (te weten in totaal ongeveer 770 euro afkomstig uit de dagopbrengsten), in elk geval enig goed, dat/die (telkens) geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [bedrijf 2] B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk geld/goed verdachte (telkens) uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking van/als (verkoop)medewerkster, en aldus (telkens) anders dan door misdrijf onder zich had, (telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

2 primair:
zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 28 februari 2012 tot en met 10 maart 2012 in de gemeente Amersfoort, althans in Nederland, een of meermalen een (retour)bon, - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, (telkens) valselijk heeft opgemaakt of vervalst, met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, door (telkens) opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid deze (retour)bon(nen) op te maken en/of (vervolgens) te voorzien van een naam en/of een telefoonnummer en/of een of meer handtekening(en), waardoor het leek alsof een of meer goed(eren) was/waren geretourneerd door de klant en/of een of meer geldbedrag(en) was/waren teruggegeven aan de klant.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 05-901210-10 onder 1 bewezen verklaarde levert op:

oplichting, meermalen gepleegd.

Het in de zaak met parketnummer 05-901210-10 onder 2 bewezen verklaarde levert op:

oplichting.

Het in de zaak met parketnummer 05-901210-10 onder 3A bewezen verklaarde levert op:

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Het in de zaak met parketnummer 05-901210-10 onder 3B bewezen verklaarde levert op:

medeplegen aan valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Het in de zaak met parketnummer 05-901210-10 onder 4 bewezen verklaarde levert op:

valsheid in geschrift.

Het in de zaak met parketnummer 05-901210-10 onder 5 bewezen verklaarde levert op:

witwassen.

Het in de zaak met parketnummer 05-701777-12 onder 1 primair bewezen verklaarde levert op:

Verduistering in dienstbetrekking, meermalen gepleegd.

Het in de zaak met parketnummer 05-701777-12 onder 2 primair bewezen verklaarde levert op:

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich gedurende langere periode schuldig gemaakt aan oplichting, valsheid in geschrift en witwassen.

Zij heeft een groot aantal donateurs bewogen tot afgifte van geld door te doen voorkomen dat het geld zou worden besteed aan de bouw van een hospice voor ongeneeslijk zieke kinderen. Uiteindelijk heeft verdachte het door de donateurs afgegeven geld (in totaal ruim 450.000 euro) voornamelijk besteed aan privé doeleinden zoals de kosten voor de koop en inrichting van een riante woning. Ook heeft zij zich een fors salaris toegekend en heeft zij vakanties met haar gezin van dit geld bekostigd. Tevens heeft zij verschillende facturen valselijk opgemaakt en/of vervalst opdat het bestuur van de Stichting niet door zou hebben dat zij met deze verworven bedragen haar privé-uitgaven bekostigde.

Om de hypotheekverstrekking voor de woning tot stand te brengen heeft verdachte eveneens valsheid in geschrift gepleegd door de werkgeversverklaring en een loonstrook valselijk op te maken. Verdachte heeft op een zeer geraffineerde wijze bovenstaande delicten gepleegd opdat zij en haar familie er een riante levensstijl op na konden houden.

Een jaar nadat de grootschalige oplichting aan het licht is gekomen is verdachte opnieuw de fout ingegaan. Zij heeft bij een schoenenzaak waarbij zij als verkoopster werkzaam was, een geldbedrag verduisterd en retourbonnen valselijk opgemaakt. Al deze strafbare feiten worden verdachte zwaar aangerekend.

Het lijkt erop dat verdachte weinig scrupules kent waar het gaat om het zich toe-eigenen van geld van anderen om zo haar eigen levensstijl te behouden.

De toenmalige raadsman heeft ter terechtzitting van het hof van 29 oktober 2014 verzocht om een multidisciplinair onderzoek in te doen stellen om de beweegredenen van verdachte te achterhalen.

Daarna is in opdracht van dit hof door [psychiater] , psychiater, [psycholoog] , psycholoog en [forensisch milieuonderzoeker i.o] , forensisch milieuonderzoeker i.o, een triple rapportage uitgebracht op 9 april 2015. Rapporteurs hebben, kort gezegd, het volgende geconcludeerd:

“Passend bij het bereiken van het doel van bevestiging en waardering van haar als persoon lijkt betrokkene heel altruïstisch in het opzetten van al haar acties om geld te verwerven voor goede doelen.

Ondanks het overmatig gericht zijn op de ander, zeker haar man en gezin, gaat ze tegelijkertijd onverstoorbaar haar eigen gang zonder zich al te veel rekenschap te geven van de belangen en behoeften van anderen. Hier blijkt een beperkte gewetensfunctie uit. Het is mogelijk dat betrokkene er vanuit haar verminderde gewetensfunctie niet zoveel moeite mee heeft gehad om zelf een graantje mee te pikken van de enorme bedragen die binnenkwamen.

In relatie tot en ten tijde van het begaan van de tenlastegelegde feiten was er bij betrokkene geen sprake van een ziekelijke stoornis dan wel een gebrekkige ontwikkeling van haar geestvermogens, zodat zij haar wil geheel kon bepalen. Voor het tenlastegelegde wordt betrokkene dan ook als geheel toerekeningsvatbaar ingeschat.

Er is geen psychiatrische stoornis die behandeling vereist. Betrokkene kan zelf als zij veel klachten heeft poliklinische hulp inschakelen via de huisarts.

Daar er geen psychiatrische stoornis is vastgesteld kan er geen risicoprognose gedaan worden vanuit een stoornis”.

Het hof neemt die conclusie over en maakt die tot de zijne.

Het hof rekent het verdachte zeer zwaar aan dat zij zich heeft schuldig gemaakt aan een groot aantal strafbare feiten, die haar volgens de deskundigen geheel kunnen worden toegerekend, waarbij zij onder andere het leed van anderen, waaronder ernstig zieke kinderen, heeft uitgebaat en goedwillende mensen heeft bewogen grote sommen geld te geven voor een goed doel dat niet werd gediend. Daarbij zijn mensen bedrogen in hun goede bedoelingen en is de doelgroep misbruikt. Drie benadeelde partijen hebben ter terechtzitting toegelicht dat, los van de financiële schade, zij met name het misbruik dat verdachte heeft gemaakt van het vertrouwen van mensen die aan goede doelen willen bijdragen, het meest kwalijk vinden. Verdachte heeft deze feiten, zo is aannemelijk, gepleegd om er zelf financieel beter van te worden.

Het hof is met de rechtbank van oordeel dat voor deze feiten een forse gevangenisstraf passend en geboden is. Daarbij wordt volledigheidshalve ook overwogen dat, zoals uit de uitgebreide milieurapportage blijkt, verdachte in het verleden klaarblijkelijk diverse malen op het gebied van betrouwbaar beheer van financiën grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond, waarvoor zij, ook achteraf, geen verklaring kan geven, zodat rekening gehouden moet worden met enig gevaar voor recidive. Hoewel dit eerdere gedrag wel tot ontslag heeft geleid, is er nimmer aangifte tegen verdachte gedaan. Uit het uittreksel Justitiële Documentatie van 3 november 2015 blijkt verdachte niet eerder met justitie in aanraking te zijn geweest.

Aan het verzoek van de verdediging om aan verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen maar een voorwaardelijke gevangenisstraf met een bijzondere voorwaarde en een werkstraf voor de maximale duur, zal het hof, mede gelet op het hiervoor overwogene, voorbijgaan.

Ook gaat het hof voorbij aan het strafverminderingsverzoek van de verdediging om tevens rekening te houden met de negatieve media aandacht die verdachte heeft gehad. Wat daar ook van zij, verdachte heeft er niet op imponerende wijze blijk van gegeven echt te beseffen dat zij de oorzaak is van de door haar als hevig ervaren aandacht voor de onderhavige feiten vanuit de maatschappij en de media.

Het hof zal in het voordeel van verdachte laten meewegen dat verdachte na het plegen van de onderhavige strafbare feiten, sinds 2012, niet meer in aanraking is geweest met justitie en ook niet meer strafrechtelijk is vervolgd.

Voorts zal het hof rekening houden met het tijdsverloop in deze zaak. Sinds het vonnis van de rechtbank heeft het langer dan twee jaar geduurd voordat het hof arrest wijst. Dit tijdsverloop laat zich niet alleen verklaren door het opmaken van een triple-rapportage en een wisseling van raadsman.

Dit alles afwegende komt het hof tot oplegging van een iets lagere straf dan door de rechtbank is opgelegd zoals hierna vermeld. Het voorwaardelijke gedeelte van de gevangenisstraf dient als waarschuwing aan verdachte om zich in de toekomst te onthouden van het plegen van strafbare feiten.

Voor verdachte bestaat, indien door haarzelf daadwerkelijk gewenst, de mogelijkheid om binnen het kader van de detentie hulp te zoeken en eventueel nadien voort te zetten in het kader van reclasseringsbegeleiding. Het hof ziet thans geen aanleiding om deze hulp als een bijzondere voorwaarde op te leggen. Verdachte, die voor deze zaak enkele dagen in voorarrest heeft verbleven, zal het grootste deel van de onvoorwaardelijke gevangenisstraf nog moeten ondergaan en het hof kan niet voorzien of en zo ja welke hulp verdachte na ommekomst van de detentie nog nodig zou kunnen hebben.

De inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven goederen met de nummers 1 tot en met 13, 15, 18, 19, 20 en 21 op de lijst van inbeslaggenomen goederen (aangehecht als bijlage I, II en III) betreffen voorwerpen met behulp waarvan de feiten zijn begaan en/of voorwerpen die door middel van de strafbare feiten zijn verkregen. Het hof zal deze voorwerpen verbeurd verklaren. Daarbij heeft het hof rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 8]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 5.000,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-901210-10 onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte, die de vordering niet heeft betwist, is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 5.637,50. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 5.000,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-901210-10 onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is onvoldoende gebleken dat de gestelde schade door het bewezenverklaarde handelen van verdachte is veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom voor het overige in haar vordering niet worden ontvangen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 275.000,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen. De benadeelde partij is bijgestaan door mr. D.D.M. Xanthopoulos, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-901210-10 onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte, die de vordering niet heeft betwist, is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Verdachte zal tevens worden verwezen in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak reeds begroot op 2.921,00 (tweeduizend negenhonderdeenentwintig euro), zijnde de kosten van de raadsman.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 5.712,80. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 5.000,00 en is voor het overige deel niet-ontvankelijk verklaard.

In hoger beroep heeft de benadeelde partij zijn oorspronkelijk ingediende vordering verlaagd tot € 5.000,00.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-901210-10 onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte, die de vordering niet heeft betwist, is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 5.009,75. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-901210-10 onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte, die de vordering niet heeft betwist, is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde] namens rolstolvereniging [vereniging]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 3.600,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-901210-10 onder 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte, die de vordering niet heeft betwist, is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36f, 47, 57, 225, 321, 322, 326 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-701777-12 onder 3 primair en

3 subsidiair ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 05-901210-10 onder 1, 2, 3A, 3B, 4 en 5 en in de zaak met parketnummer 05-701777-12 onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 05-901210-10 onder 1, 2, 3A, 3B, 4 en 5 en in de zaak met parketnummer 05-701777-12 onder 1 primair en 2 primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

de goederen onder de nummers 1 tot en met 13, 15, 18, 19, 20 en 21 op de lijst van inbeslaggenomen goederen.

Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

de goederen onder de nummers 14, 16, 17, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31, 32 en 33.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 8]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 8] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-901210-10 onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 5.000,00 (vijfduizend euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 24 november 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 8] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-901210-10 onder 1 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 5.000,00 (vijfduizend euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door

6 (zes) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 24 november 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 7] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-901210-10 onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 5.000,00 (vijfduizend euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 6 april 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 7] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-901210-10 onder 1 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 5.000,00 (vijfduizend euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door

6 (zes) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 6 april 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-901210-10 onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 275.000,00 (tweehonderdvijfenzeventigduizend euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 9 maart 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op

€ 2.921,00 (tweeduizend negenhonderdeenentwintig euro).

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-901210-10 onder 1 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 275.000,00 (tweehonderdvijfenzeventigduizend euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 336 (driehonderdzesendertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 9 maart 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 5] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-901210-10 onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 5.000,00 (vijfduizend euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 5] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-901210-10 onder 1 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 5.000,00 (vijfduizend euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door

6 (zes) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 6] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-901210-10 onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 5.009,75 (vijfduizend negen euro en vijfenzeventig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 24 november 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 6] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-901210-10 onder 1 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 5.009,75 (vijfduizend negen euro en vijfenzeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 (zes) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 24 november 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde] namens rolstolvereniging [vereniging]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] namens rolstolvereniging [vereniging] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-901210-10 onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 3.600,00 (drieduizend zeshonderd euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde] namens rolstolvereniging [vereniging] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-901210-10 onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 3.600,00 (drieduizend zeshonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door

mr. M. Barels, voorzitter,

mr. H.G.W. Stikkelbroeck en mr. J.I.M.W. Bartelds, raadsheren,

in tegenwoordigheid van T.M.M. van Lieshout-Witjes, griffier,

en op 16 december 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 16 december 2015.

Tegenwoordig:

mr. M. Barels, voorzitter,

mr. H. Wijbrandts, advocaat-generaal,

mr. K.A.M. Oude Vrielink, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.